De feiten

Tegenwoordig vragen vrienden vaak aan mij wat ik van een bepaalde uitspraak vind. Als jurist (in spé) heb ik in korte tijd al geleerd dat je je antwoord moet beginnen met: “Ik ken niet alle feiten”.

Wellicht denk je daarbij direct aan een te voorzichtige jurist, die niks durft te zeggen uit angst voor het “verkeerde” beweren, maar niks is minder waar… Vaak heeft een buitenstaander maar beperkte dossierkennis. Ook journalisten baseren hun stemming makende berichtgeving regelmatig op gebrekkige informatie en geven daardoor een onvolledig beeld. Iets is pas nieuws als het afwijkt van het normale, dus (straf-) zaken worden vaak breed uitgemeten in de media.

Recentelijk was er veel aandacht voor de “Doodrijder A2”, de 46-jarige Neil van der L. uit Amsterdam. U weet wel, de man die ’s-ochtends -met nog een behoorlijke hoeveelheid drugs in z’n lichaam- in een krankzinnige dodemansrit met ruim 200 km/uur ter hoogte van Maarssen crashte op een auto met daarin een (samengesteld) gezin van zeven personen. Ze waren onderweg naar wat ze dachten een vrolijk dagje Efteling zou worden. Vreselijk genoeg is de vader hierbij overleden en een aantal kinderen heeft blijvend letsel opgelopen.

De dader is hiervoor in eerste aanleg (dat wil zeggen bij de Rechtbank) op basis van “dood door schuld” veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een rijontzegging van vier jaar. Dit is op het eerste oog een milde straf en zeker géén genoegdoening voor de nabestaanden gebleken. In deze zaak heb ik mij (studiematig) verdiept. Ons rechtssysteem (in het bijzonder het Wetboek van Strafrecht) kent een “menukaart” met betrekking tot de maximaal op te leggen straffen. In de Wegenverkeerswet 1994 wordt een en ander nog nader gepreciseerd voor zover het zaken in het verkeer betreft.

In dit geval is het van belang of er sprake is van voorwaardelijke opzet of bewuste schuld. Voorwaardelijk opzet is de “lichtste” vorm van opzet. Het wil zeggen dat de dader geen opzet heeft op het doden van iemand, maar dat het hem niets uitmaakt als dat wel gebeurt bij zijn actie. Hij wilde zijn actie uitvoeren, wist dat er een aanmerkelijke kans was dat het verkeerd zou aflopen en aanvaardde die kans.

Ergens tussen voorwaardelijk opzet en bewuste schuld in wordt opzet in schuld veranderd en doodslag of moord in “dood door schuld”. Bewuste schuld is aan de orde wanneer de dader wist dat er een kans was dat het verkeerd zou gaan, maar dacht dat dat toch niet zou gebeuren. Zo is hier door de rechter geoordeeld.

Tsja, zolang je niet in iemands hoofd kan kijken, is deze “nuance” moeilijk te maken. Er is echter nog een gradatie, die op de scheidslijn van opzet en schuld ligt, te weten “schuld door roekeloosheid”. Naar mijn mening kan de verdachte daarvoor in casu veroordeeld worden. De maximum gevangenisstraf voor roekeloosheid bedraagt 6 jaar (bij een dodelijk verkeersongeval), welke in geval van rijden onder invloed (geldt ook voor drugs) nog eens met de helft verhoogd kan worden.

Zowel het Openbaar Ministerie als ook de verdediging (bij monde van mr Spong) zijn in hoger beroep gegaan in deze zaak, die dus sowieso een vervolg krijgt. Na een uitspraak van het Hof kunnen partijen nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Ongetwijfeld zal dit nog een flink staartje krijgen.

Dichter bij huis dan het strafrecht -althans dat hoop ik voor alle lezers- ligt het aansprakelijkheidsrecht.  Zo is het interessant om te weten waar de aansprakelijkheid ligt voor onze (jonge) kinderen. De wet heeft daar een aantal leeftijdsgrenzen gesteld met bijzondere voorwaarden voor aansprakelijkheid. Een kind tot 14 jaar kan volgens de wet nooit een onrechtmatige daad worden toegerekend. Wel kunnen de ouders in zo’n geval aansprakelijk zijn voor schade, die door hun kind is veroorzaakt. Iets anders is het voor kinderen van 14 en 15 jaar (je kunt je afvragen, waarom de grens precies daar ligt). Hiervoor geldt dat kinderen zelf een onrechtmatige daad kan worden toegerekend, maar ook hier kunnen de ouders aansprakelijk zijn, tenzij hun niet kan worden verweten dat zij de gedraging niet hebben belet. Mag duidelijk zijn dat je kinderen van deze leeftijd niet continu huisarrest kan geven, dus er zal weleens iets “goed” misgaan. Bij kinderen vanaf 16 jaar staat de eigen onrechtmatige daad voorop.

Een ander apart geval is de aansprakelijkheid voor dieren, in het bijzonder paarden. Die kunnen rare sprongen maken. In de wet staat dit mooi omschreven als “het gevaar dat schuilt in de eigen energie van het dier en het daarin opgesloten onberekenbare element”. Aangezien je moeilijk het paard aansprakelijk kan stellen, is de paardeneigenaar zelf meestal het “haasje”.

Maak me dan ook beetje zorgen over m’n vijftienjarige dochter met haar eigen paard, waarmee ze regelmatig de openbare weg op gaat; dat mag zij met haar ruiterbewijs. Gelukkig gaat de tijd snel en is ze zo volwassen (lees: 18 jaar). Dat is een feit, om heel precies te zijn zelfs een “bloot rechtsfeit”.*


*Feit waaraan rechtsgevolgen worden verbonden zonder dat van een actieve gedraging sprake is (bijv. geboorte, overlijden, meerderjarigheid).

3 thoughts on “De feiten”

  1. Goed nieuws voor jou: je bent geen jurist in spé, maar gewoon een echte jurist! Zie Dikke van Dale: jurist (de(m.); (2) student in de rechtsgeleerdheid.

    Overigens telkens leuk om te lezen. Ik verheug me op de dag dat ik je kan aanschrijven met “Geachte confrère, Amice …. “

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *