Vive le vin!

De “tentamenweek” is weer voorbij. Best stressvol, zeker als je tijdens je eerste tentamen even een compleet moment van verstandsverbijstering hebt en een paar dagen later – op één dag – nog twee keer een drie uur durend tentamen hebt. Maar ja, ik heb er zelf voor gekozen…

Eén ander examen heb ik in ieder geval met zekerheid gehaald. Na bijna een jaar maandelijks met een stel hele gezellige dorpsgenoten allerlei mooie wijnen te hebben geproefd, mag ik me sinds gisteren (nu nog onofficieel) geslaagd noemen voor het internationale wijnbrevet WSET2. Daar moet je je overigens niet teveel bij voorstellen. Het was wél erg gezellig.

Tijdens al onze “lessen” kregen we de meest mooie verhalen en anekdotes over wijn te horen van één van de twee Masters of Wine – één van de meest prestigieuze titels in de wijnwereld – die ons land rijk is (wereldwijd enkele honderden). Daarom weten wij nu alles over de kwaliteit van druiven in verschillende klimaten, het productieproces, de belangrijkste wijnstreken, maar bovenal hebben we heel veel mooie wijnen geproefd.

En wellicht verrassend, dat hoeft niet persé kostbaar te zijn. Graag laat ik jullie eerst een rekensommetje zien. Neem bijvoorbeeld de student, die bij AH één van de goedkoopste flessen wijn koopt en daarvoor €2,49 betaalt. Als je daar eerst de BTW component (21%) aftrekt, blijft er nog €2,05 over. Daarvan moet ook nog de accijns afgetrokken worden van 66 cent (per fles), en natuurlijk de verpakkingskosten van circa 1 euro (fles, etiket, kurk), dan blijft er 39 cent over. De winkelier -AH in dit geval- en de producent moeten hier ook nog iets aan verdienen. Laten we zeggen dat ze ieder een dubbeltje (ieder een kwart) hieraan over willen houden. Dan blijft er slechts 19 cent over als waarde voor de inhoud van deze fles wijn. Gemakshalve heb ik dan de transportkosten nog maar even buiten beschouwing gelaten. Kortom: van de verkoopprijs in de winkel blijft nog maar een fractie (minder dan 8%) aan waarde over voor het “bocht” zelf.

Je kunt dus beter een iets duurdere wijn kopen. Als je uitgaat van €7,50 winkelprijs voor een fles (drie keer zo duur dus), dan leert dezelfde rekensom als hierboven dat de waarde van de inhoud uiteindelijk circa €2,26 bedraagt (let op: verpakkingskosten en accijns zijn vaste bedragen per fles onafhankelijk van de inhoud). In dit uiteraard fictieve voorbeeld vertegenwoordigt een drie keer zo dure wijn, dus een waarde voor de inhoud die ruim 10 keer zo groot is (vergelijk 19 cent met €2,26). Wijn van betere kwaliteit vanzelfsprekend. Het loont dus al snel om iets meer voor je wijn te betalen. De vraag is dan natuurlijk of dit zelfde sommetje opgaat voor nog veel duurdere wijnen. Uiteraard krijg je dan te maken met reputaties, want daar betaal je natuurlijk ook voor. Zeker in de bekende gebieden als Bordeaux en Bourgogne betaal je voor de naam. Wijngebieden zijn daar zelfs in de wet vastgelegd. Geografische grenzen bepalen daarom de omvang van het gebied, waarmee het aanbod sterk beperkt wordt. Het bekende “vraag en aanbod” principe, zo creëer je dus schaarste (en daarmee hoge prijs). Onze “Master of Wine” zei daar het volgende over: “het is géén kunst om dure wijn te kopen, maar wel om goede (en lekkere!) wijn te kopen”…

Dat doet me denken aan een fantastische documentaire, die ik recent heb gezien. “Sour Grapes” gaat over Rudy Kurniawan, de grootste wijnoplichter ooit, die bekroonde kwaliteitswijnen van gerenommeerde wijnhuizen namaakt en voor exorbitant hoge prijzen verkoopt, maar uiteindelijk toch wordt ontmaskerd. Hoe heeft deze “rockstar of wine tasting” de rijke wijnhandelaren en -verzamelaars jarenlang kunnen misleiden? De traditionele, gerespecteerde wijnwereld wordt omstreeks het jaar 2000 geconfronteerd met de nieuwe rijken, bij wie het niet om verfijnde smaak gaat maar die dure wijnen voornamelijk als lucratieve beleggingsobjecten zien. De prijzen schieten omhoog: in 2000 brengen wijnveilingen wereldwijd 92 miljoen dollar op. In 2008 is dat al vervijfvoudigd tot 478 miljoen dollar. In dit speelveld overspoelt de jonge enthousiaste Indonesische Rudy Kurniawan aan de vooravond van de economische crisis van 2008 de Amerikaanse markt met zijn zelfgemaakte wijnen, zogenaamd van befaamde wijnhuizen. Kurniawans pluspunten: een goede neus, verfijnde smaakpupillen, een goede wijnkennis van ’s werelds meest schaarse wijnen én een goed verhaal. Hij zou namelijk een telg zijn uit een gefortuneerde familie in Indonesië. Helaas is de documentaire niet meer (gratis) online te bekijken, maar gelukkig nog wel hier op Netflix. Het meest fascinerend vond ik nog de excentrieke verzamelaar, die voor tonnen is opgelicht, maar zelfs na de ontmaskering nog steeds blijft geloven in Rudy’s verhaal. Ontkenning in de reinste zin van het woord.

Ook Nederland kent nu z’n eigen “schandaal” in de wijnwereld. Op dit moment staan de gebroeders Eric en Joost de Bruijn van het roemruchte wijnhuis, P. de Bruijn Wijnkopers anno 1772 (naar zeggen het oudste familiebedrijf in Nederland) lijnrecht tegenover elkaar bij de Ondernemingskamer over de vraag hoe nu verder met het bedrijf. Wie koopt wie uit, en voor hoeveel? De heren houden namelijk zelf ook van een goed glas, maar gaan nu rollebollend met elkaar (wellicht niet alleen dat) over straat. Gelukkig blijft het drinken van een goed glas wijn onverminderd populair bij het Nederlandse volk, dus daar vinden ze wel een oplossing voor.

Ondertussen kan de rosé weer uit de koelkast getrokken worden; het is eindelijk lente. Ik zeg daarom graag, niet alleen omdat ik weer een diplomaatje rijker ben, maar zeker ook omdat de échte tentamens weer even voorbij zijn: “Santé”!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *