Spreekrecht

Wat een goede advocaat is, kan ik niet beoordelen, want heb er gelukkig weinig ervaring mee en ben zelf nog lang géén advocaat. Wel volg ik verschillende spraakmakende zaken en kijk daarbij met bovenmatige interesse naar de rol van de advocaten. Zo durf ik nu te zeggen dat voor een goede advocaat niet alleen de vakinhoudelijke kennis bepalend is, maar zeker ook andere zaken, zoals het vermogen om je goed in te leven in de zaak en alert te reageren op wat er gezegd wordt door de officier van justitie. Je moet de rechter als het ware aan de hand meenemen in je verhaal. Rechters zijn immers ook maar gewoon mensen, net als de slachtoffers en hun nabestaanden. Deze hebben sinds 1 juli 2016 onbeperkt spreekrecht in de rechtszaal.

In Nederland is het nu dus wettelijk vastgelegd dat slachtoffers en nabestaanden dit spreekrecht hebben bij misdrijven waar acht jaar of meer gevangenisstraf op staat. Moesten zij zich vroeger beperken tot de gevolgen die het misdrijf voor hun had, nu mogen zij zich ook uitlaten over de mogelijke bewezenverklaring, het strafbare feit, de schuld van de verdachte en de hoogte van de straf. Hier wordt veelvuldig gebruik van gemaakt. Zo ook in de recente zaak over de dood van Koen Everink; u weet wel de nét niet vriend van Badr Hari, die zich overigens recent gemeld heeft om het resterende deel van z’n gevangenisstraf uit te zitten. Daarvoor was-ie nog een beetje aan het “chillen” in Marrakech.

In de zaak Everink staat de tenniscoach Mark de J. (zijn advocaat sprak bij het NOS journaal overigens gewoon over Mark de Jong) terecht voor moord. Voor meer details in deze zaak verwijs ik graag naar een artikel in Trouw van gisteren. De nabestaanden hebben in deze zaak ruim gebruik gemaakt van hun spreekrecht en in niet mis te verstane woorden  uitgesproken over deze verdachte, die in hun ogen met zekerheid de moordenaar is. De behoefte bij nabestaanden om gehoord te willen worden, is in mijn ogen heel begrijpelijk. Er wordt gedacht dat dit helpt bij het verwerkingsproces. Dit is overigens niet wetenschappelijk aangetoond. Een ander element bestaat uit het krijgen van genoegdoening of leed toevoeging aan de verdachte.

Interessanter vind ik de vraag of dit spreekrecht ook bijdraagt aan de “waarheidsvinding”. Dat is immers waarom het te doen is in de rechtszaal. De geleerden – er is uitgebreid gedebatteerd over bovengenoemd wetsvoorstel – zijn het daar niet over eens. Je kan beweren dat slachtoffers en nabestaanden meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de ernst van de feiten en de omstandigheden. Aan de andere kant kan het zo zijn dat deze “verruwing” van het strafproces ertoe leidt dat rechters beïnvloed worden. Feit is dat hiermee weer een “extra” partij in de rechtszaal is verschenen met alle gevoeligheden…

Dan de rol van de advocaat in de zaak Everink; hier heeft zich iets bijzonders voorgedaan. De advocaat van de verdachte – Pieter Hoogendam – heeft op de tweede zittingsdag (er waren vijf dagen voorzien) de verdediging van zijn cliënt neergelegd. Hij is van mening dat de rechtbank onvoldoende DNA-onderzoek heeft gedaan. Zonder te diep op deze complexe materie in te gaan, waarvoor de kennis mij simpelweg ontbreekt, deel ik wel graag kort mijn gedachte hierover. Waar vroeger heel veel DNA-materiaal nodig was om een goed DNA-profiel te kunnen maken, kan men nu uit een heel klein beetje DNA al veel informatie halen. Er is tegenwoordig zo weinig materiaal nodig, dat zelfs het op kleine afstand met elkaar spreken (“mét consumptie” zoals we dat vroeger noemden) voldoende kan zijn om dit over te brengen. Aanraking is dus in sommige gevallen niet eens nodig. Dit betekent dat er natuurlijk ongelooflijk veel meer DNA-materiaal op allerlei (gebruiks-) voorwerpen terecht komt. In mijn ogen leiden deze verbeterde technieken er dan ook toe dat DNA als bewijsmateriaal minder bruikbaar is geworden. Bij verkrachting, waar slechts één DNA spoor wordt gevonden is het bewijs natuurlijk vaak wel onomstotelijk, maar bij vele andere gevallen kunnen enorme bergen aan DNA sporen zorgen voor vertroebeling van het beeld en vloeit daaruit verwarring voort. In genoemde zaak Everink is dit volgens mij de tactiek van de verdediging. Er is namelijk een “vrachtlading” bewijs tegen de verdachte, maar deze probeert zich te redden met een “fantastisch” verhaal over dat hij ontvoerd zou zijn en dat juist deze ontvoerders de moord zouden hebben gepleegd.

In ieder geval is het nu zo dat de verdachte géén verdediging meer heeft, waar hij natuurlijk wel recht op heeft. De zaak zal hierdoor aanzienlijk vertraagd worden. En wat ik hierbij helemaal niet begrijp is dat deze zelfde advocaat over paar weken mag besluiten om gewoon weer de verdediging van Mark de J. op zich te nemen. Hoe kan dat? Duidelijk mag zijn dat het gedrag van Hoogendam veel kwaad bloed heeft gezet bij de nabestaanden, maar ook de rechters noemden het “onverkwikkelijk”. Vraag mij ook af of de verdachte hier écht mee gediend is, hetgeen de advocaat natuurlijk wel denkt én roept. Kan me voorstellen dat rechters hierdoor (onbedoeld) negatief beïnvloed kunnen worden, terwijl deze advocaat er ook voor had kunnen kiezen om pas in hoger beroep met deze eis tot aanvullend onderzoek te komen.

Ons rechtssysteem is gelukkig zo opgebouwd dat als je het niet eens bent met de uitspraak van de rechter, je in hoger beroep kunt gaan bij het Hof en in latere instantie ook nog in cassatie bij de Hoge Raad. Vaak geldt voor de strafpleiter en dat lijkt mij bijzonder boeiend, wel iets waarnemen, maar er verder nog even niets van zeggen tot het juiste moment daar is: “horen, zien en zwijgen” dus…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.