Géén kunst

Het zal niemand verbazen dat regelmatig wel ergens een kunstwerk door de schoonmakers bij het grofvuil wordt gezet. Zo werd ooit een prullenmand met rommel van de New Yorkse kunstenaar Paul Branca door een medewerkster van een Italiaanse kunstgalerie weggegooid. Het kunstwerk maakte deel uit van de ​​tentoonstelling ‘Display Mediating Landscape’ over de bedreiging van ons ecosysteem en de consumptiemaatschappij. De waarde van het prullenmandje, geschat op zo’n €11.000, werd gelukkig wel gedekt door de verzekering van de galerie. Ik kwam zelfs een top 10 tegen van “Art Accidents”. Heerlijk altijd die lijstjes.

Er bestaat kunst in alle soorten en maten, en dus voor verschillende prijzen. Je kunt ook eindeloos discussieren over wat kunst is, en wat niet. Kunst is niet alleen schilderij, foto of sculptuur, maar het kan een performance, een geluid of een houten pallet aan de muur gespijkerd zijn. Alles is kunst en kunst is overal. Conceptuele kunst maakt het soms wel ingewikkeld. Zo is de pindakaasvloer van Wim T. Schippers uit 1962 best ééntje om te onthouden. Het moet aangeven dat alles in principe zinloos en onzinnig is, maar daarom nog wel de moeite waard. Deze pindakaasvloer ligt tegenwoordig in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Dat was best een flinke klus.

Welkom in de wereld van de kunst! Zelf kochten wij zo’n twintig jaar geleden tijdens een romantisch weekend in Parijs (we waren nog niet getrouwd) ons eerste kunstwerk. Een mensgrote “bewegende” sculpture van gietijzer gemaakt door de Franse kunstenaar Vincent Magni, hij noemt het een “Humanobile”. Toen was het voor ons heel veel geld voor een kunstwerk, maar achteraf was het geen slechte koop. Zag dat dezelfde werken nu bijna 5 keer (!) zo prijzig zijn geworden. Dat is echter precies hoe je niet naar kunst moet kijken. Het is juist géén belegging.

Dit fluisterde één van Neerlands meest gerespecteerde veilingmeesters mij eens in ’t oor. Tuurlijk is het zo topstukken soms voor gigantische bedragen (en winsten!) van de ene in de ander hand gaan, maar dat is slechts de bovenlaag. Zo wisselde recent Da Vinci’s Salvator Mundi voor ruim $450 miljoen van eigenaar. Daarmee is dit het duurste schilderij in de geschiedenis, de koper wilde overigens anoniem blijven. Het veilinghuis Christie’s had het werk overigens ingeschat op slechts $100 miljoen. Het is dus maar wat de gek ervoor geeft. Het controversiële aan dit werk is ook nog eens dat men lang gedacht heeft dat het een kopie was. Zo werd het in 1958 voor slechts 45 pond verkocht op een Londense veiling. Pas in 2011 na een grondige renovatie hebben kenners bevestigd dat het een échte Da Vinci is.

De verkoper is overigens de Russische miljardair Rybolovlev, die aan de lopende band kunstwerken verkoopt. Volgens sommigen omdat hij zijn ex-vrouw Elena ruim 700 miljoen euro moet betalen, in wat wel ‘de duurste scheiding ter wereld’ genoemd werd. Zou daar ook een lijstje van zijn?

Kunst is dus zeker niet saai. Zo is ook een bezoekje aan de TEFAF altijd meer dan de moeite waard. Het kijken naar de mensen, die daar rondlopen, fascineert mij vaak nog meer dan de kunst zelf. Natuurlijk is de kunst op de TEFAF, die in de wereld als één van de meest toonaangevende beurzen wordt gezien, van ongekend niveau. Je loopt soms nietsvermoedend langs topstukken van Van Gogh of ander oude meesters. Je waant je bijna in een museum. Nog even een gratis tip. Als je je aangetrokken voelt tot die werken, maar niet over de benodigde muntjes beschikt om de originelen te kopen, kan je ze altijd nog op canvas laten afdrukken.

Zoals gezegd kochten wij destijds in Parijs ons eerste kunstwerk. Zie ons nog samen terugrijden in een oud Volkswagen Golfje met het mensgrote beeld gestrekt tussen ons in richting de achterbank. Daarna hebben wij nog heel wat (meestal kleinere) kunstwerken gekocht, van framed radioactief afval uit Fukushima (Tinkebell 2015) tot een hoofd van chocolade (Renzo Martens 2015), van voetafdrukken (Alex Dordoy 2014) tot een selfie van een opgezette uil (Darren Harvey-Regan 2013), en met name veel fotografie.

Voor ons is het zo dat we blij moeten worden van kunst. Dat kan zijn vanwege wat je ziet (vaak grappig), maar meestal juist het verhaal van de maker erachter.  Wij proberen dan zo vaak als mogelijk in contact te komen met de kunstenaar zelf. Dat “beperkt” ons natuurlijk sowieso al een beetje tot moderne kunst, maar dat is na al die jaren ook onze smaak gebleken. Vaak vallen wij voor iets dat afwijkt van het normale, of soms een beetje “schuurt”. Omdat wij onszelf een vast maximumbudget per werk hebben gesteld kopen wij vaak iets van jongere kunstenaars. Zij zijn nog betaalbaar, maar kunnen bovendien de steun en waardering dat hun werk wordt gekocht, juist goed gebruiken. Ook bouw je met de kunstenaar op deze manier soms een leuke relatie op. Tot op heden hebben wij nog van géén enkele kunstaankoop spijt; dat geldt voor een hoop andere materiële zaken helaas niet. Natuurlijk kijken wij ook weleens naar een kunstwerk bij ons aan de muur en vragen we ons af, waarom we dat (ooit) mooi vonden. Maar altijd is er toch ergens weer een gevoel van blijdschap, bijvoorbeeld over de lol die we hadden bij de aanschaf destijds. En als het er echt niet uitziet, is er altijd nog wel een ver weg hoekje in huis om het “weg te hangen”.

Ze zeggen dat je overigens pas een verzamelaar bent, als je ook kunstwerken koopt zonder direct te weten waar je deze werken in je huis gaat ophangen. Dat klopt denken wij wel. Als je echt iets ziet, wat je aanspreekt, moet je dat toch niet aan je voorbij laten gaan. Het blijft natuurlijk lastig om te bepalen wat een mens mooi vindt. Hierover bestaan “algemene” tips, die te vinden zijn in het recente uitgebrachte boek, getiteld Ontroerend Goed “Van kunst kijken naar kunst kopen”. Bekijk zoveel mogelijk kunst als je kunt en lees er alles over. Bepaal vooraf je budget, maar durf te kopen. Volg niemand, alleen je eigen smaak. Koop kunst voor morgen, niet voor vandaag. Koop kunst niet om financiële redenen, maar alleen als investering in jezelf.

Op de TEFAF zat het er dus sowieso even niet in om iets aan te schaffen (alles daar buiten ons budget), maar mijn oog viel wel op dit bijzondere schoentje (zie afbeelding hieronder). De Japanse kunstenares Yayoi Kusuma is gek op pompoenen, rode stippen en felle kleuren. Dat laatste is ook direct te zien aan haar knalrode haardos. Achteraf zou je bijna denken dat de rode stip in de Japanse vlag een creatie van haar is geweest. En zelfs de aarde is volgens haarzelf een “polka dot”.

Zo zegt men dat je kunst kunt bekijken uit drie invalshoeken. Wat stelt het voor? Wat wordt hier geuit? Welk doel dient het? Als je het op die manier bekijkt, wordt het bijna wetenschappelijk. Toch zal bijna elke kunstenaar je vertellen dat kunst persoonlijk is, zowel voor de maker als voor de kijker. Wat je vindt, voelt, denkt, ervaart is bij iedereen anders. En dat is vaak ook precies de bedoeling aan kunst.

Daarmee schuilt misschien alsnog in iedereen een kleine kunstenaar. Zo hebben we allemaal wel eens naar iets gekeken en gedacht “dat had ik ook best kunnen maken”. Da’s géén kunst!

4 thoughts on “Géén kunst”

  1. Boeiend betoog. Kunst is een beetje als de kleren van de keizer. Totdat er iemand opstaat en de waarde in twijfel trekt, vinden we kunst vooral mooi omdat iedereen het mooi vindt. Het is slechts voor weinigen weggelegd om los van welke sociaal wenselijk filter dan ook, zijn of haar hart te volgen. Dat is wat je noemt een ware kunst…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.