Parijs is nog ver…

Daar kom je pas achter als je er een keertje op de fiets naartoe bent gegaan. Het is en blijft een fantastische stad, hoe je er ook komt.

In mijn geval kwam ik er voor de eerste keer als kind. Je “beklimt” dan natuurlijk de Eiffeltoren. Meneer Gustave Eiffel heeft destijds in 1889 toch een mooi bouwwerkje gerealiseerd voor de wereldtentoonstelling. In begin vond men het trouwens zo lelijk dat men het als schroot wilde verkopen. Als kind is het hartstikke spannend om de 1652 treden (vanaf de 2everdieping) naar boven te bestijgen. Iedereen, die een keertje bovenin heeft gestaan, herinnert zich ook ongetwijfeld het oneindige uitzicht over de stad.

De tweede keer was natuurlijk met een eerste vriendinnetje. Ook toen mocht een beklimming niet ontbreken. Hoe romantisch. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bijna 6 miljoen mensen jaarlijks hetzelfde doen. Bedenk overigens dat ook de rondvaartboten in Amsterdam jaarlijks ruim 4 miljoen bezoekers trekken; na de Efteling met 4,7 miljoen de grootste attractie van Nederland. Da’s dus ook best serieuze attractie. Vraag me af of jullie allemaal weleens door de Amsterdamse grachten zijn gevaren in zo’n bootje. “Als u naar links kijkt, ziet u het smalste huis ter wereld.” Hiermee verraad ik mijzelf; ik ben dus weleens mee geweest met zo’n rondvaart.

Maar zoals gezegd, ik ben er heel vaak geweest. Had ooit geïnvesteerd in een Frans bedrijf met Nederlandse roots, Vive la Récré (aan de naam lag het dus niet), dat actief was in de realisatie van kinderspeelhoeken bij winkelketens, zoals opticiens, fastfood restaurants en dergelijke. Helaas heeft de investering het niet gered; de uitvoering was moeilijker en de concurrentie groter dan gedacht. Reisde dan overigens meestal met de TGV, die in steeds kortere tijd de afstand van hier tot aan de Franse hoofdstad kon overbruggen. Heel vroeger ging je meestal nog met de auto. De Boulevard Périphérique was en blijft altijd een mooie uitdaging voor de Hollandse automobilist. Da’s toch iets anders dan beetje filerijden op de A2. Er is overigens géén Franse auto te bekennen zonder allerlei butsen en deuken erin, en als je er paar dagen rondrijdt begrijp je ook waarom. De Fransen lijken hun bumpers te gebruiken waarvoor ze ook bedoeld zijn, namelijk botsen. Zeker bij het parkeren is het gebruikelijk om de voor- of achterbuurman een klein “zoentje” te geven. Misschien heeft het met de Franse romantiek te maken…

Eerder vertelde ik hier al dat wij ons eerste Kunstwerk in Parijs kochten. Met een vrouw aan m’n zijde, die er als au pair een jaar heeft gewoond en de Franse taal vloeiend spreekt (al zal ze dat zelf ontkennen), is het heerlijk toeven in deze wereldstad. Nog steeds komen wij er regelmatig, meestal tijdens de Paris Photo. Dit is de grote jaarlijkse fotobeurs. Hoewel het niet direct de plek is om fotografie te kopen (de topwerken zijn onbetaalbaar) is het wel fantastisch om in het Grand Palais rond te lopen. Het schouwspel van de krioelende mensen, die zich vergapen aan elkaar en fotografie, terwijl je je ondertussen laat inspireren door bijzondere foto’s. Een schitterend excuus om samen of met vrienden naar Parijs te gaan dus. Deze stad heeft zoveel te bieden, voor m’n vrouw en dochters vooral shoppen, maar natuurlijk ook alle musea. Het belangrijkste blijft toch wining & dining. Bedenk wel dat de hotelkamers in Parijs  – ongeacht de prijs, zoals bijvoorbeeld Hotel Costes, ondanks dat een aanrader – altijd klein zijn en de bedden zonodig nog kleiner, zodat ík zelfs het gevoel krijg “lang” te zijn als m’n tenen weer eens uit het bed steken.

Een tripje Parijs kan soms ook veel impact hebben en daarmee een onuitwisbare indruk maken. Zeker als je op de dag van de aanslagen (13 november 2015) in deze stad vertoeft. Het was heel bizar. Wij zaten met een groot gezelschap – denk wel 40 mensen – die allen aan elkaar verbonden waren door interesse in fotografie in een “buitenwijk” (het 18e arrondissement) te eten in een achteraf gedeelte van een restaurant. Pas nadat enkele mensen uit het gezelschap, waaronder ikzelf, berichten uit Nederland ontvingen dat er meerdere aanslagen gaande waren, werden we ons enigszins bewust van de situatie, waarin we ons bevonden, namelijk een “oorlogsgebied”. De restauranthouder probeerde iedereen tot rust te manen, vanzelfsprekend was ondertussen de televisie aangezet. Vanwege het feit dat er meerdere aanslagen volgtijdelijk plaatsvonden, heerste er grote onzekerheid wat te doen en waar te gaan. Het was bijzonder om te zien welke keuzes mensen maken in zo’n situatie. Wil je zo snel mogelijk terug naar je huis of hotel, ook als dat dichtbij de plek van dood en verderf is. Dit leek ook praktisch onmogelijk omdat alle metrostations waren ontruimd en de meeste wegen waren afgesloten.

Dat was in ieder geval niet wat wij wilden. Gelukkig hadden we allebei onze legitimatie op zak, dus konden de stad als we wilden direct verlaten. Dit was zeker een serieuze optie. Wij kozen er eerst voor om nog even achterin het ogenschijnlijk “veilige” restaurant af te wachten. Naarmate de avond vorderde leek de angst voor nieuwe aanslagen enigszins weggeëbd te zijn. Buiten was het overigens totaal verlaten. Met wat telefoontjes hadden we op loopafstand – in praktijk een behoorlijk stuk – nog een hotel gevonden om de nacht door te brengen. Urenlang hebben we gekeken naar de televisiebeelden van de aanslagen – géén oog dicht gedaan vanzelfsprekend – waarbij toen pas de omvang van het ongekende slachtveld dat door deze terroristen was achtergelaten duidelijk werd, amper bevattend dat dit op slechts enkele kilometers afstand van ons had plaatsgevonden. De volgende dag leek alles al weer bijna “normaal”. Het was weliswaar ontzettend rustig op straat (ook géén politiemacht te zien) en zelfs bij het geplande vertrek met de Thalys naar huis, zagen wij géén hectische taferelen. In zo’n wereldstad gaat het leven blijkbaar gewoon door. Toch doet het iets met je. Zo verwoordde ook een goede jeugdvriend van mij, die journalist is voor de Financial Times en al jaren in Parijs woont, op treffende wijze.

Desalniettemin blijft deze stad ongekend populair (kijk maar naar de huizenprijzen), en ik begrijp ook wel waarom. Het is met name de grootsheid, die zo’n indruk maakt. Dat merk je zeker als je met zes man op een racefietsje de stad komt binnenpeddelen. Na de start in Maastricht, de 1e dag ruim 100 kilometer door de Ardennen met pittige klimmetjes, de 2e dag vanuit Dinant 165 kilometer over schitterende paden door een prachtig glooiend landschap richting de Franse grens, om de 3e dag af te sluiten met 175 kilometer meanderend naar de Eiffeltoren.

Het waren misschien wel die laatste 30 kilometer door de “outskirts” van Parijs, die het meest heftig waren om te fietsen. Onder de opstijgende vliegtuigen bij Charles des Gaules Airport door, over “verkapte” snelwegen, waar auto’s met ruim 100 km/uur voorbijraasden, zagen wij in de verte de karakteristieke stalen kolos opdoemen. En toen bleek ook de Champs-Élysées nog best ver te zijn, maar we zijn veilig en met name trots en voldaan aangekomen, een onvergetelijke fietstocht….

2 thoughts on “Parijs is nog ver…”

  1. Waar vele beroepsrenners er binnenkort weer drie weken over doen om Parijs te bereiken, waren het voor jou slechts drie dagen. Chapeau!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.