Ik ben #moe

Weet niet hoe jullie je voelen, maar ik ben #moe! En dan bedoel ik niet vermoeid van de Kerst of het afsteken van vuurwerk. Dat laatste heb ik namelijk nog nooit gedaan, maar daar kom ik zo op terug.

Wat is er aan de hand? Ik ben helemaal klaar met alle ‘hashtag dit’ en ‘hashtag dat’. Daar word ik dus een beetje recalcitrant van. Sowieso een eigenschap waar ik wel vaker last van heb. Ik vind het heerlijk om af en toe juist iets anders te doen dan wat er gezegd of verwacht wordt. Volgzaam ben ik zeker niet. Ik verwacht dat wel van anderen trouwens. De mensen die mij beter kennen, zullen dit herkennen.

Ik ben er dus klaar mee! De eerste hashtag die ik dit jaar tegenkwam was #dryjanuary… Ik dacht eerst even dat het de wens voor een mooie droge winter betrof. Wist je dat de rayonhoofden al uit hun #winterslaap zijn ontwaakt? Maar al snel had ik door dat het een moedige actie is van mensen om te werken aan een schone lever, blakende gezondheid of een strakke sixpack. Een maand lang géén druppel alcohol drinken dus. Nou weten we natuurlijk allemaal dat drank niet goed voor de hersencellen is, maar is het voor onze lange termijn gezondheid wel zo verstandig om ‘all the way’ te gaan. De korte termijn effecten zijn duidelijk. Je valt zeker een paar kilootjes af en als je een flinke innemer bent misschien wel meerdere kilo’s. Je bloeddruk zal meestal ook wat lager worden. En sommige mensen slapen er ook beter door. Net als de bedpartners die normaal naast deze snurkers liggen. Daarnaast kan het ook heel waardevol zijn om je relatie tot alcohol (lees: afhankelijkheid) te ‘resetten’. Maar pas op voor alle fabeltjes.

Er zijn ook gevaren bij #dryjanuary is uit onderzoeken gebleken. Mensen kunnen 31 dagen onthouding zien als een soort psychologische toestemming om na afloop weer net zo veel of zelfs meer te gaan drinken als eerst. Ook kan het ervoor zorgen dat je het jaar al begint met een negatieve mindset, terwijl je juist zo knallend het jaar ‘twintig twintig’ had willen ingaan. Zo adviseren experts om drie alcoholvrije dagen per week aan te houden, maar er zijn ook andere manieren om je organen te ontzien. Door veel te sporten verbrand je lever ook vet en als je meer fruit eet en minder suikers helpt dat ook. Je gezondheid wordt niet uitsluitend door alcoholconsumptie bepaald. Zorg dat je winterklaar bent.

Zelf heb ik ook wel eens een maandje niks gedronken. Op een gegeven moment kon ik de ‘Spa Rood’ niet meer zien; ben toen maar overgegaan op de alcoholvrije cocktails. Dat ziet er tenminste nog een beetje gezellig uit. Grootste probleem bij mij was vervolgens het ‘jojo-effect’. In het begin raakte ik snel flink wat kilo’s kwijt, maar daarna kwam ik ‘sterker’ (lees: zwaarder) terug. Vetcellen – in ieder geval die van mij – kunnen maar moeilijk omgaan met veranderingen. Ze krijgen stress, namelijk celstress. De cel kan hier op twee manieren op reageren. Namelijk door de ruimte om de cel heen te vergroten ofwel door de cel opnieuw aan te vullen met vet ofwel te groeien. Het vergroten van de omgeving kost de cel veel energie. Terwijl je juist minder energie hebt als je op dieet bent. Daarom kiest de vetcel voor de gemakkelijke weg: opnieuw groeien. Daardoor is het mogelijk dat je juist weer meer aankomt, zoals in mijn geval. Ik schreef al eerder over de ‘poreuze cirkel’.

Bij mij helpt het veranderen van mijn levensstijl beter om gezond te blijven. Zo heb ik om de alcoholconsumptie in te dammen – en nooit meer ‘roekeloos’ te zijn – de 0.0 biertjes al enige tijd geleden stevig omarmd. De Leffe 0.0 smaakt overigens een stuk beter dan Heineken 0.0 (zal maar niet zeggen dat ik aandelen Anheuser-Busch, producent van Leffe, bezit). Er zit overigens wel flink wat suiker in deze alcoholvrije biertjes; in écht bier nauwelijks. Verder probeer ik steeds gezonder te eten. Minder vlees, maar ik ben zeker géén vegetariër of veganist. Wat een gedoe. Ik kwam deze maand ook #veganuary nog tegen. Brrrr, weer zo’n hashtag…

Niet alleen gezond eten helpt, maar ook voldoende beweging (vet verbranden!) is belangrijk. Zo heb ik ook dit jaar mijn fietsdoel op Strava weer gesteld op 6.000 kilometer. Dit heb ik in 2019 netjes gehaald. Hoogtepunt van het jaar was de fietstrip naar Hamburg. Ook dit jaar staat er weer een ‘volwassen’ tochtje op het vizier. Fietsend (en varend) naar en door Yorkshire.

Gewicht is maar een getal. Ik ben dan ook al m’n hele leven ‘te kort voor m’n gewicht’. Ben tegenwoordig niet meer gefrustreerd over het feit dat m’n ‘Body Mass Index’ (BMI) al sinds de dag dat ik m’n ega ontmoette en verleidde nooit meer binnen de norm (<25) is gekomen. Oh, wat was ik ‘afgetraind’ toen. Ik had een weddenschap met een clubgenoot. De ‘eindweging’ deden we op Schiphol op de kofferweegschaal bij de incheckbalie. Bij vertrek voor onze eerste Lustrumreis, binnenkort volgt de zesde. Over de weddenschap kan ik zeggen “gewonnen”! En als grote bonus ontmoette ik in dezelfde maand (december 1995) de vrouw van m’n leven.

Maar laten we eerlijk zijn. Iedereen vindt wel iets minder mooi aan zijn of haar lichaam, maar dat kunnen we beter accepteren. Ze zeggen dat je mooi bent zoals je bent. Dat geloof ik dan maar. Wat andere mensen van jouw lichaam vinden, is niet relevant. Gelukkig. Gezond zijn wel!

En gezond verstand helpt ook. We hebben dit jaar voor ruim 70 miljoen euro aan vuurwerk afgestoken. De schade is vooralsnog berekend op 15 miljoen euro. Het Verbond van Verzekeraars spreekt zorgelijk genoeg van een “gemiddelde jaarwisseling”. En dan heb ik het nog niet eens over alle immateriële en gevolgschade voor de nabestaanden van mensen die er nu helemaal niet meer zijn of voor mensen die voor hun hele leven verminkt zijn. Hoe moeilijk kan het zijn om al het vuurwerk te verbieden. In bijna alle omringende landen hebben ze dat al lang bedacht. In ieder geval voor het zwaardere knalwerk. Zelf heb ik vuurwerk altijd gezien als ‘geld verbranden’ dus voor mij is de stap niet groot. En natuurlijk kan óók ik genieten van een mooie en spectaculaire vuurwerkshow met muziek en tierelantijnen. Laten we daar dan als overheid jaarlijks nog wat geld aan uitgeven, maar per saldo is dat een stuk goedkoper dan alle ellende, die we nu van het vuurwerk hebben.

#vuurwerkverbodnu

Het Kerst(gedoe)verhaal

Het klassieke kerstverhaal is natuurlijk simpel. Het is hartje winter, Jozef helpt de hoogzwangere Maria op een ezel en ze gaan naar Betlehem. Terwijl de vliezen al gebroken zijn, weigeren daar alle herbergiers hen, maar ze vinden gelukkig ergens een stal, waar Maria die nacht nog bevalt.

Je kunt het ook de meest slecht georganiseerde bevalling ooit noemen. Ik zou er zelf niet mee weggekomen zijn. Je weet dat je ‘s-nachts aankomt, géén hotel of niks geregeld; daar heb je toch Booking.com voor. Kwamen er vervolgens nog wat wildvreemde bezoekers, drie Koningen, langs. Daar had ik ook niet mee moeten aankomen. Die passanten hadden daarbij ook nog eens ongevraagde cadeaus – goud, mirre en wierook – meegenomen, terwijl iedereen weet dat er na de bevalling gewoon een goed glas bubbels geschonken moet worden mét beschuit en muisjes. Dan was het met het bedenken van een naam waarschijnlijk ook beter gegaan. Nu zal Maria wel gezegd hebben, en hoe gaan we het kindje eigenlijk noemen? Zegt Josef: “Ja ik doe ook m’n best hoor, Tjezus Christus”. “Ja, dat vind ik wel een goede naam”, zal Maria fluisterend en rillend van de kou geantwoord hebben.

Tot zover het échte Kerstverhaal. Eigenlijk zijn Kerst én gedoe een onlosmakelijk koppel. Daar kan menig relatie nog aan tippen… De één kan ongebreideld genieten van dit koppel, terwijl de ander bij alleen al het idee in stress schiet. En tot ver in januari moet herstellen van deze jaarlijkse ramp. Kerst én gedoe gaan hand in hand door decemberland en verarmen of verwarmen menig familieband. Zelf ben ik – opgegroeid met alléén m’n moeder (beetje respect voor ons allebei!) in een kleine familie – niet echt groot geworden met ‘t zogeheten Kerstfeest. Ondertussen weet ik ook dat verplicht gedoe en gezelligheid eigenlijk niet goed samen gaan. Daarnaast hebben wij als gezin juist in de Kerstperiode een aantal droevige dingen meegemaakt in het verleden. Het overlijden van dierbaren vergeet een mens nooit.

In Nederland ziet de Kerst er traditioneel als volgt uit. De Eerste Kerstdag vier je met familie. Dat betekent voor véél mensen een uitdagend avondje met een schoonmoeder, zus of zwager waarmee je eigenlijk net niet zoveel hebt. Daarom hebben we waarschijnlijk bedacht dat we op Tweede Kerstdag met z’n allen (héél Nederland dus) iets leuks gaan doen en er op uit trekken. Dat betekent vaak urenlang in de file staan om ergens te komen, denk daarbij aan attractiepark of meubelboulevard. Dat laatste is eigenlijk ook een attractiepark. Het lijkt wel weer een beetje op het kuddegedrag als iedereen tegelijkertijd de berg opkruipt richting de skipistes.

Dat skiën of een mooie verre reizen maken, is ook wat wij met ‘t gezin het liefste doen in deze Kerstperiode. Tegenwoordig durf je zoiets bijna niet meer te zeggen. Reizen is natuurlijk verre van duurzaam. In ‘Ho ho ho’ schreef ik al over de ‘Groene Revolutie’ en in ‘Puur Natuur’ rekende ik al eens vóór hoe groot de CO2 uitstoot is bij al dit soort reisjes. Om te beginnen zou vliegen een stuk duurder moeten zijn, betoogde ik in ‘Zwanen’. Recent bekende ik ‘hardop’ mijn hypocrisie bij het schrijven over wat je denkt dat je bent of over wie je wilt zijn. Papier is geduldig. Het moeilijkste is om het uit te voeren. Het is dan ook niet verrassend dat de woorden ‘klimaatspijbelaar’, ‘vleeswroeging’, ‘klimaatdrammer’, ‘ecopopulisme’ en ‘bezorgschaamte’ in de shortlist staan om dit jaar te worden verkozen tot ‘Woord van het jaar’. ‘Vliegschaamte’ verloor trouwens bij deze verkiezing vorig jaar nipt van ‘Blokkeerfries’.

De excuses om ons ‘slechte’ gedrag goed te praten worden ook steeds vindingrijker. Hoor m’n vrienden bij de zoveelste vlucht tegenwoordig zeggen: “Maar ik maak alleen nog gebruik van lijnvluchten”. Onder het mom van ook zonder mij gaat ‘t vliegtuig toch de lucht in. Of zoals de organisatie van de Grand Prix Formule 1 van Zandvoort zegt: “bezoekers van de Grand Prix veroorzaken op dat moment elders geen uitstoot” en “we doen ter compensatie een paar races minder komend jaar”. Maar geloof me als ik zeg dat het beoogde racespektakel volgend jaar sowieso doorgaat. De bemoeienis van Prins Bernhard (junior) zal ervoor zorgen dat Verstappen in z’n Red Bull voor een uitzinnige menigte op Nederlandse bodem de strijd aan kan gaan met een handvol concurrenten van Mercedes en Ferrari. Want laten we eerlijk zijn, Verstappen is dit jaar als derde geëindigd in een kampioenschap, waaraan eigenlijk maar vijf man meedoen. Toch kijk ik graag op TV naar de races, al is het maar omdat één van mijn dochters helemaal fanaat is geworden. Kan bijna niet wachten op de documentaire die ‘as we speak’ gemaakt wordt over de realisatie van ‘The Dutch Grand Prix’, genaamd ‘De Zandvoort Formule’. Hierin worden een VVD wethouder, een boswachter en een GroenLinks raadslid gevolgd. Vooral die laatste schijnt interessant te zijn, want hij heeft vóór de Grand Prix gestemd, erg tegen de lijn van zijn eigen partij in, omdat hij hoopt dat het evenement geld naar Zandvoort brengt waarmee het verval van het dorp kan worden tegengegaan. Ik ben benieuwd hoe de zaken voor hem gaan uitpakken…

Zoals m’n trouwe bloglezers weten, ben ik een groot liefhebber van documentaires. Het recente Internationale Documentaire Festival in Amsterdam (IDFA) was dan ook weer een grote snoepwinkel. Als eerste zag ik “My Rembrandt”. Deze bijna spannende documentaire met allerlei verhaallijnen, waarin uiteraard de passie van Rembrandt-liefhebbers centraal staat, liet weer eens zien wat kunst allemaal met mensen kan doen. Dat zagen we ook vorige week toen een vastgetapete banaan aan een witte muur ‘viral’ ging. Moest meer lachen om de talloze geestige parodieën en inhakers, zoals die van de worst van de lokale slager. U heeft ze vast en zeker ook voorbij zien komen. Wat ik ervan vind? Lees nog even ‘Géén kunst‘.

En natuurlijk was er tijdens IDFA ook zwaardere kost. Zo zag ik de winnaar van de publieksprijs ‘For Sama’. Het is een hartverscheurende film over het oorlogsgeweld in Aleppo, gezien door de ogen van de 26-jarige Syrische burgerjournalist Waad al-Kataeb. Ze draagt de film op aan haar pasgeboren dochter, Sama. “Ik wil dat je begrijpt waarom je vader en ik deze keuzes hebben gemaakt, waarvoor we vochten.” En ik kan zeggen dat de gruwelijke beelden blijven hangen, maar vooral de moed van deze jonge mensen, die op de meest onmogelijke plek op aarde  – op dat moment – blijven strijden voor hun idealen. De film draait vanaf maart ook in de bioscoop. U bent gewaarschuwd. Er is niets feestelijks aan. Dan is het gedoe met Kerst allemaal ‘kinderspel’.

Overal is tegenwoordig gedoe. Je leest en hoort erover. ‘Gedoe op ‘t werk’ is voor iedereen herkenbaar toch? ‘Bij verandering hoort gedoe’, vraag het maar aan de Brexiteers. ‘Rekening houden met je buren voorkomt gedoe’, zeg ik regelmatig als buurtbemiddelaar. Het liefst willen we allemaal ‘goedkoop en géén gedoe’. En na deze Kerstperiode komt altijd weer die uitdaging ‘gezond zonder gedoe’.

Als je dat laatste héél rigoureus wilt aanpakken, dan kan je kijken naar documentaire ‘The Game Changers’. De nadruk ligt hierin op de beeldvorming rondom het eten van vlees en hoe vele atleten presteren middels een plantaardig dieet, waar die groep voorheen werd geassocieerd met vooral dierlijke proteïnen. En een topatleet willen we allemaal zijn, of in ieder geval het figuur ervan hebben. Dacht even dat we ons tot het ‘veganistengeloof’ gingen bekeren. Voor de mannen zeg ik alvast dat er interessant onderzoek over erecties in besproken wordt. Kunnen vrouwen overigens ook hun voordeel mee doen. Hoewel de documentaire zich volledig focust op sporters, laat het ook de impact van vleeseten zien op mensen, zoals jij en ik. Het heeft mij in ieder geval toch aan het denken gezet (lees: geïnspireerd) om als omnivoor bewuster en vaker direct te kiezen voor plantaardig voedsel, maar het hele leven moet nu ook weer géén ‘strafexpeditie’ worden.

Ik wens jullie allemaal dan ook weer een ‘Vrolijk Kerstfeest’ met of zonder al teveel gedoe!

Recessiebestendig

Ben jij recessiebestendig? De definitie van een recessie is volgens onze eigen Dikke van Dale (online) “een periode van economische achteruitgang”.

Wat betekent dat nu precies? Een recessie is een conjunctuurfase die gekenmerkt wordt door een terugval van de groei van economische activiteiten gedurende een periode van tenminste twee opeenvolgende kwartalen. Is dat nu achteruitgang? Het is in feite het ‘stoppen’ van de groei, die we allemaal verwachten of hopen… Hoe ernstig is dat? Misschien is het wel ‘gezond’ om niet telkens meer te willen. Bij een recessie daalt het nationale inkomen van een land. Wat was ‘nationaal inkomen’ ook alweer precies? Ik pak even de economieboeken van één van m’n dochters erbij. Ze liggen al een tijdje onaangeroerd op tafel; maar dat is even een andere zorg. Bij Nationaal Inkomen kijken we naar hoeveel inkomen verdiend wordt met Nederlandse productiefactoren. Dat kan dus ook de winst van een Nederlands bedrijf dat in China produceert zijn. Denk aan alle spulletjes, die we – gezien de waarde van het bedrijf – graag bij de Action kopen. Hoe duurzaam de zeeschepen met containers zijn, die dit allemaal hiernaar toe brengen, zal ik hier niet opnieuw ter discussie stellen. Daar maak ik niet iedereen gelukkig mee.

Aan de ander kant telt het (steeds stijgende) salaris – als beloning voor z’n ongekend goede spel – van de Ajacied Ziyech, die in Nederland werkt, nu juist weer niet mee. Hij is Marokkaan, althans speelt voor het Marokkaanse elftal. Gelukkig tellen de door Matthijs de Ligt – ik noemde hem al eens ‘de Komeet’ – verdiende eurootjes bij Juventus wel weer mee voor ‘ons’ Nationale Inkomen. Het gaat dus om het totaal verdiende geld (loon, huur, interest, winst) door het gebruik van Nederlandse productiefactoren. Als we spreken over Binnenlands Inkomen – dat is iets anders dus – dan bedoelen we alle primaire inkomens die in een jaar op Nederlands grondgebied zijn ontstaan. Tot zover even een korte economieles. Hopelijk doet m’n dochter haar boeken binnenkort weer eens open.

Als je de kranten moet geloven is de vraag niet zo zeer of er een recessie komt, maar wanneer… Hun advies is om een spaarpotje aan te houden. Interessanter is het misschien om te kijken welke psychologie achter het fenomeen ‘recessie’ zit. Ik denk namelijk dat we het elkaar voor een groot deel aanpraten. Het lijkt mij overigens altijd goed en verstandig om een spaarpotje aan te houden.

Het woord ‘recessie’ lijkt echter ook ons gedrag extra te beïnvloeden. We gaan nog minder uitgeven, bedrijven verdienen daardoor minder en gaan vervolgens hun mensen minder belonen of zelfs ontslaan met een stijgende werkloosheid tot gevolg. Tsja, zo wordt de angst voor een recessie een ‘self fulfilling prophecy’. Hoe werkt dat? In de economie gaan veel verhalen de ronde. Sommige verhalen gaan ‘viral’ en gaan in de hoofden van mensen zitten. Een eeuwenoud voorbeeld is de angst dat machines onze banen inpikken. Dit speelt al sinds de jaren 1830 toen de eerste machines de taken van landarbeiders overnamen. Op dit moment denken we dat Artificial Intelligence dezelfde gevolgen zal hebben.

Ook zo’n verhaal is het idee dat we aan een vooravond staan van een recessie. Mensen worden gegrepen door de ‘conjunctuur’. Ze zeggen dat het nu tijd is voor een recessie. Uiteindelijk komt deze er omdat mensen denken dat het gaat gebeuren.

Nog een voorbeeld van zo’n verhaal: Tarieven en handelsoorlogen zijn slecht voor de wereldeconomie. Dit verhaal heeft zich door de eeuwen heen zo ontwikkeld, terwijl het daarvóór nog een manier was om geld te verdienen. Die Trump snapt óók dat laatste principe prima.

Even terug naar de verhalen, die we elkaar vertellen. Roddelen is daar ook een mooi voorbeeld van. We associëren roddelen allereerst met iets negatiefs, maar het kan ook iets constructiefs zijn. Zo kan het kletsen ook over positieve zaken gaan en is het niet altijd bedoeld om elkaar zwart te maken. Mensen die veel over elkaar praten, hebben in ieder geval enige interesse in elkaar (‘top of mind’). Het kan dus ook zorgen voor een hechtere band, als het vertrouwen daarvoor al niet teveel beschadigd is door negatieve roddels. Het roddelen is natuurlijk ook een vorm van sociaal vermaak. Het blijkt overigens dat we – uit angst dat er over ons gesproken wordt – ons gedrag aanpassen. Het kan motiverend werken om je beter te gedragen en minder of géén normoverschrijdend gedrag te vertonen. Zo kan het er in deze tijden toe leiden, dat we met z’n allen iets bewuster en duurzamer worden. Dus je inderdaad afvragen of Zwarte Pieten (in de oude vorm) eigenlijk niet je reinste racisme was. Jullie weten al wat ik van dat hele Sinterklaasfeest vind. En dat we bij het kopen en gebruiken van allerlei spulletjes wat beter zouden moeten nadenken hoe het tot stand is gekomen en welke impact dat heeft.

Hierin schuilt ook direct het grootste gevaar. We denken dat onze overtuigingen en waarden bepalen wie we zijn. Ik spreek hier overigens voor mijzelf. Mijn woorden en daden volgen regelmatig verschillende wegen en blijft het uiteindelijk bij niets meer dan goede bedoelingen. Vaak zeg ik meer dan wat ik doe. Een blog schrijven over wat je denkt dat je bent, is heel gemakkelijk; het moeilijkste is om het uit te voeren. Het blijft regelmatig bij grootse woorden of goede bedoelingen.

Ook ik heb de neiging om in m’n comfortzone te blijven, hoewel ik wel eens anders heb beweerd. Het zijn juist onze angsten, die ervoor zorgen dat we onze gedachtes niet omzetten in daden. Een dokter in de psychologie – Walter Riso – zei het eens zo:

“Het maakt niet uit wat je zegt of hoe je jezelf rechtvaardigt; je bent wat je doet. Je gedrag spreekt voor je, het verraadt je, het wijst naar jou.” 

Als we dan toch jaren van grauwe economisch middelmaat voor de boeg hebben, zoals ik vandaag in de krant las, dan kunnen we er beter maar een mooiere en duurzamere wereld van maken. Wél of géén recessie? In ieder geval persoonlijke groei en ‘rijkdom’…   

Wist je dat…

… het gemiddeld slechts 8% van de tijd regent. En dat is inclusief de nachten! Toch zijn we in Nederland ontzettend goed in klagen over het weer. Misschien goed om eens te bekijken of dat terecht is.

Iedereen kijkt ongetwijfeld dagelijks meerdere keren op z’n mobiel naar een weerapp. Je ziet dan bijvoorbeeld dat er een ‘kans’ van 40% neerslag is morgen bij jou thuis. Wat betekent dat eigenlijk? De site van het KNMI geeft hier uitsluitsel over. Kort gezegd gaat er om of er enige neerslag (ten minste 0,3 mm) valt op enig moment gedurende de hele dag (00-24 uur), waarbij de duur van de regen niet relevant is. Een buitje van 10 minuten is dus al genoeg. Nou niet direct iets om je zorgen over te maken, zou ik zeggen.

Zo lijken kinderen ook te denken, tenminste als je die gedachte baseert op het gebruik van regenkleding. Weet niet of jullie dezelfde ervaring hebben; namelijk kids weigeren regenkleding aan te trekken ook al komt het met ‘bakken’ uit de hemel. Ik denk dat ze het ‘niet stoer’ vinden. Nu hebben kinderen wel meer eigenaardigheden. En pubers in het bijzonder. Over regenkleding begin ik al géén discussie meer. De focus ligt nu even op ‘afspraken maken’. Kinderen zien dat overigens meer als opgelegde regels, geloof ik. Toch moet je als ouder af en toe je grenzen stellen. Je mag het ook gerust lezen als ‘opvoeden is een continue uitdaging’.

Of is het een ‘mindset’? Als je overtuiging is dat het wel meevalt, dan kan je het ook positief bekijken. Zelf was ik in mijn jongste jeugd – laten we zeggen tot ik zo’n zestien jaar werd – iemand die het glas sneller halfleeg, dan halfvol zag. Wat betreft de inhoud maakt het niet uit (denken we), maar wel voor het gevoel. Toch is het ook interessant om te kijken naar wat er in het glas zit. Als het bijvoorbeeld levertraan is, dan zou ik het glas liever halfleeg zien, terwijl bij wijn ik het na een paar slokken graag halfvol zou zien. Zo eenvoudig is het dus allemaal niet. De verleidingen voor pubers zijn groot, net als deze destijds voor ons waren en nog steeds zijn. We zoeken allemaal wel eens een uitvlucht voor de stress. Zo weten we dat dopamine een belangrijk ‘geluksstofje’ voor ons als mens is. Het wordt dan ook wel eens het ‘gelukshormoon’ genoemd. Er bestaan de bekende ‘trucs’ variërend van suiker, cafeïne, alcohol tot drugs om even een opkikker te krijgen. Helaas brengen deze zaken je neurale systeem niet in balans, maar geven slechts kortstondig een goed gevoel. Leg dat maar eens uit aan je kinderen. Van de regen in de drup.

We zitten ‘statistisch gezien’ dan ook in de natste maand van het haar. Na oktober is dat verrassend genoeg juli en daarna pas komen november en september. Kortom: na alle warmterecords afgelopen juli niet allemaal direct je volgende vakantie in Nederland boeken. Hoewel het natuurlijk wel de meest duurzame manier van vakantie vieren is. Puur Natuur schreef ik al eens. De vraag, die hier bij mij opkomt, is wat de invloed van de klimaatverandering op ons nu al ‘natte landje’ is. Het zal jullie ook niet verrassen dat nu het warmer wordt, het vaker regent. Er is een natuurwet die zegt dat er meer water in de lucht kan zitten als het warmer is. Warmere zomers zorgen voor extremere buien zeggen de geleerden. Helaas betekent het ook dat kou in de winter schaarser wordt. Ook dat verbaast niet écht.

Dat doet me natuurlijk denken aan het fenomeen Elfstedentocht. IJs is tenslotte niks meer of minder dan bevroren water. Ook dit jaar zullen de rayonhoofden (wat een briljante naam en functie toch!) ongetwijfeld weer koortsachtig vergaderen over een mogelijke tocht. Nu denk ik dat een nieuwe tocht niet zo zeer door de opwarming van de aarde niet meer komt, maar des te meer omdat het zo’n gehypet massa-evenement dreigt te worden. De risico’s zijn waarschijnlijk te groot, waardoor deze sneller wordt afgelast.

Zo dateert de laatste Elfstedentocht alweer van 1997. Er zijn van die bijzondere gebeurtenissen, waarbij je direct weet waar je op dat moment zat of stond. Dit was er zo ééntje. Samen met een goede studiemaat zagen we onze kans schoon om in deze Kerstperiode even ‘in between jobs’ – zoals dat heet – een korte doch intensieve trip naar de Arabische Emiraten te maken, waar een andere studievriend van ons in de regio werkte. Later zullen jullie begrijpen, waarom ik géén namen noem.

Ik zal niet snel vergeten waar wij op die bijzondere 4e januari waren. Wij lagen aan de rand van het zwembad met een temperatuur, die de 30 graden makkelijk overtrof, te luisteren naar een transistorradiootje ofzo. Hierop hoorden wij hoe de ondertussen beroemdste spruitjeskweker van Nederland Henk Angenent net Erik Hulzebosch (‘bekend’ van de hit ‘Hulzebosch Hulzebosch’) voor bleef in de eindsprint van de vijf man sterke kopgroep. De laatste tocht der tochten dus.

Het was in alle opzichten een bijzondere ervaring daar in Dubai, toen al het Disneyland voor volwassenen. Zeker voor jong (on-) volwassenen, die wij destijds nog waren. Reken maar uit; het was 1997. Destijds was het daar nog één hele grote woestijn (nu nog steeds) met een paar mega gebouwen en brede snelwegen er doorheen. Van die laatste zaken – gebouwen, vliegvelden en wegen – zijn er alleen nog maar meer bijgekomen. Wij beleefden daar een behoorlijk spannend avontuur. Na een (te) flinke ‘boost’ van ons jonge geluksgevoel (lees: alcoholisch versnaperingen) reden m’n maat en ik naar huis. Ik zal even niet zeggen, wie achter het stuur zat, da’s niet relevant voor het verhaal.

Blijkbaar reden we op de totaal verlaten (brede) snelwegen in deze woestijn toch niet zo netjes. Met sirene en zwaailichten zagen we aan de andere kant van de snelweg een politieauto de achtervolging op ons inzetten. Ons scheidde slechts een hoge vangrail. Er waren weinig keerpunten. Dat laatste was ons geluk. Wij raceten naar huis en parkeerden razendsnel de auto in de onderliggende garage van het appartementencomplex. Verstopten ons vervolgens vliegensvlug achter de gordijnen van het raam van ons appartement. Met een hartslag van bijna 200 konden we door een kiertje nog net zien dat politieagenten in de garage de motorkappen van auto’s bevoelden (voor de warmte) om te kijken of zich daar in de buurt misschien nog lieden bevonden. Gelukkig liep het goed voor ons af. Onze verstopplek werd niet ontdekt.

Wist je trouwens dat als je bij ‘Google afbeeldingen’ zoekt op ‘241543903’ je foto’s ziet van mensen die hun hoofd in de koelkast stoppen. Kunst of nietZo kan je je afkoelen en verstoppen!

Talent

Talent lijkt het toverwoord te zijn. Of we nu denken dat ons kind de nieuwe Frenkie de Jong is (er zijn genoeg vaders langs de voetbalvelden, die het denken), of de nieuwe Einstein (voldoende kids met een wiskundeknobbel)…

Tuurlijk is het fijn als iemand tegen je zegt dat je talent hebt voor iets. Zo voelde ik mijzelf ook gevleid toen ik laatst hoorde dat ik geschikt zou zijn als mediator (bemiddelaar). Sinds gisteren is dat overigens een feit; geslaagd voor het laatste examen, een live assessment. Nu mag ik mij officieel MfN registermediator noemen. Jullie mogen me bellen.

Maar waar hebben we het bij talent nu precies over? Is talent aangeboren of aangeleerd? Als we weer eens de Dikke van Dale erbij pakken, dan lezen we de volgende definitie: natuurlijke begaafdheid, iemand met veel aanleg. Taalkundig wordt talent dus gezien als aangeboren.

Wetenschappers zijn het hier echter (nog) niet over eens. De discussie tussen ‘nature’ of ‘nurture’ woedt al decennialang voort. Op z’n Nederlands gezegd: “Zit het in de genen, of ligt het aan de opvoeding?” De vraag is of we wel zo ‘zwart-wit’ moeten willen denken. Er zijn ondertussen talloze onderzoeken, die aantonen dat omgevingsfactoren wel degelijk ook bepalend zijn. In een grootscheeps onderzoek op IJsland werd aangetoond dat de leerprestaties van kinderen niet alleen worden bepaald door genen, die ze van hun ouders krijgen, maar ook door genen die ze níet krijgen. De conclusie is dat het in eerste aanleg gaat om aanleg, en de laatste is omgeving. Alles wat daar tussenin zit wordt ‘genetic nurture’ genoemd. Het gaat niet om je eigen genen, maar om je genetische achtergrond. Erfelijkheid is géén natuurlijk gegeven, maar afhankelijk van omgevingsfactoren. Intelligentie is in rijke landen meer erfelijk bepaald dan in arme. Dat komt omdat in rijke landen vrijwel iedereen voldoende te eten, goede zorg en gezonde leefomstandigheden. Dat zijn precies de factoren, die in arme landen het verschil tussen mensen kunnen maken.

Recentelijk heb ik dan ook met fascinatie naar de documentaire ‘Three identical strangers’ zitten kijken. Het is het bizarre verhaal van drie identieke broers, die gescheiden opgroeien en twintig jaar later bij toeval worden herenigd. Wanneer de ene broer (Robert) begin jaren tachtig nietsvermoedend zijn nieuwe school binnenloopt, wordt hij daar door een klasgenoot voor volstrekt iemand anders aangezien. Niet zo vreemd, want op diezelfde school blijkt zijn identieke tweelingbroer (Edward – what’s in the name?) rond te hebben lopen. Wanneer het verhaal de media haalt, blijkt er ook nog een derde broer (David) in het spel. En dat terwijl geen van de broers überhaupt van elkaars bestaan afwist. Ze krijgen als jongens van 19 jaar zelfs een klein rolletje in de film ‘Desperately Seeking Susan’. Jawel, de debuutfilm van een toen écht nog jonge Madonna. Zij ziet er voor haar leeftijd (61 ondertussen) nog ‘verdacht’ goed uit. Dat zit bij haar niet in de genen, maar in de ‘hulpmiddelen’. Verder zal ik niks ‘spoilen’ over deze documentaire. Kijken is de moeite waard, zie hier de trailer.

Ook het gedachtengoed van de beroemdste Nederlandse neurobioloog Dick Swaab is in dit kader interessant. Hij stelt dat bij de geboorte van een mens zijn/haar mogelijkheden en beperkingen al onwrikbaar vastliggen. Slechts in de allereerste kinderjaren valt nog iets te sleutelen aan de bouw van de hersenen. Het komt er eigenlijk op neer dat “als je voor een dubbeltje geboren bent, je nooit een kwartje zult worden”.

Wil jonge ouders verder niet ontmoedigen, maar uit recente studie (verschenen in het vakblad ‘Behavior Genetics’) is gebleken dat ‘brave kinderen hebben’ géén grote verdienste is van de ouders, die systematisch goed gedrag belonen en dus zouden versterken. Er blijkt namelijk een belangrijke genetische component in te zitten. Kinderen kunnen uit zichzelf braaf zijn, zonder dat ze het hoeven te worden. Toch erfelijk dus, maar niet alles bepalend. Genen zorgen voor het potentieel om zich op een bepaalde manier te gedragen, maar kinderen  kunnen beslissen  het anders te doen onder druk van ervaringen of omgevingsfactoren. ‘Opvoeding is vaak niet meer dan vermomde genetica’ luidt de titel van het artikel, waarin ik dit alles las.

Tsja, dat maakt het allemaal niet makkelijker. Met ondertussen nog steeds twee pubers hier thuis – de oudste is uitgevlogen – proberen wij te blijven praten met onze meiden én grenzen te stellen. Er zijn hele boekenkasten volgeschreven over pubers. Je vindt overal tips.

Terug naar mijn eigen talent (-en). Welke dan? Natuurlijk kan je ook goed ergens in zijn of worden zonder talent. Je bent dan gewoon een ‘expert’ die door iets heel vaak te doen of te trainen ergens goed in is geworden. Over de vele uurtjes, die ik in het edele schaakspel heb gestoken, vertelde ik al eens. Ben bang dat het toch onvoldoende was voor een serieuze schaakcarrière. Ik schreef eerder over de 10.000 uren regel. Oefening is wel degelijk lonend, maar niet alles bepalend.

Zelf schaar ik mij achter het idee dat het een combinatie is van erfelijkheid en omgevingsfactoren. Erfelijke aanleg zorgt waarschijnlijk voor de grenzen van wat haalbaar is. Verder is het gewoon ‘oefening baart kunst’. Kortom: een mens moet zich blijven ontwikkelen. Leren doe je je hele leven…

Genen of opvoeding? Goethe schijnt het ooit mooi gezegd te hebben: “Behandel iemand zoals hij is en hij zal zo blijven. Behandel iemand zoals hij kan zijn en hij zal zo worden”.

Baardmannetjes

Nu denkt iedereen direct aan onze koning Willem-Alexander, maar we vergeten dat baardmannetjes eigenlijk hele bijzondere wilde vogeltjes zijn. Deze kleine zangvogeltjes met een lange staart, een dunne spitse snavel en korte pootjes hebben een mooi oranjebruin verendek. Het mannetje heeft opvallende baardstrepen, die bij het vrouwtje juist ontbreken. Ook niet onbelangrijk is dat de baardmannetjes monogaam zijn. En zeker voor zangvogels is dat niet zo vanzelfsprekend. Zo zijn de bekende koolmezen de grootste vreemdgangers. Zo’n 10 procent van de mannetjes die jongen eten geeft, is niet de vader van de kleintjes. Het verhaal gaat dat in de ‘grotemensenwereld’ het percentage ongeveer gelijk hieraan ligt. Met deze introductie wil ik overigens niet de grote (vogel-)kenner uithangen, want dat is hier thuis absoluut m’n lieve ega.

Na het zomerreces bedacht ik me vandaag op de ‘World Beard Day’ (ook wel de ‘Internationale Dag van de Baard’ genoemd) eens ‘luchtig’ met een nieuwe blog uit de startblokken te schieten. Graag heb ik het met jullie dan ook over mannen met baarden. Na zo’n zomerperiode zie je ze steeds vaker. Zelf draag ik ook al een paar jaar een baard (-je). Waarom doen mannen dat? Natuurlijk niet alléén uit luiheid, zoals sommigen zullen zeggen.

Het schijnt wetenschappelijk bewezen te zijn – volgens ‘The Journal of Evolutionary Biology‘ – dat de man met een volle baard geschikt is voor een lange relatie. In een serie van foto’s had dezelfde man met behulp van Photoshop lichte stoppels, zware stoppels, een volle baard en tenslotte was hij ook gladgeschoren. Dat laatste viel bij de vrouwen helemaal niet in de smaak. Zo’n man was niet aantrekkelijk voor een lange relatie, maar ook niet voor een korte relatie en zelfs niet voor een ‘one-night-stand’. Tsja dan moet je toch écht iets anders. Mannen met zware stoppels, daarna met lichte stoppels, scoren het beste voor een korte relatie of een ‘one-night-stand’. Maar voor de lange relatie – dat willen we toch allemaal!? – werkt de volle baard dus het beste.

De baard wordt door vrouwen geassocieerd met dominantie. Bij vrouwen heerst het diepgewortelde verlangen van een beschermer. Dit zou betekenen dat deze ‘caveman’ ervoor zorgt dat er een goed stuk vlees op tafel komt. Of een quinoa salade natuurlijk. Daarnaast lijk je met een baard vaak een stuk ouder. Vrouwen delen liever niet het bed met een broekie met een blotebillengezicht, maar juist met een volleerde en volwassen man. Ik verzin dit niet hè! Dit is allemaal nog ‘studiemateriaal’…

Nu ook onze koning aan de baard is gegaan (en vele andere heren van Koninklijke Huize in binnen- en buitenland zijn hem al voorgegaan), is de gewetensvraag hoelang de baard ‘hip’ blijft. Ik durf het niet te zeggen. Voor Willem-Alexander mét baard komen overigens voorlopig nog géén nieuwe postzegels en munten. PostNL heeft overigens al wel een voorbeeld hiervan laten maken. Ook zij gaan met hun tijd mee.

Zelf denk ik overigens dat er een andere reden (dan de charmeur zijn) is om als man (ik bedoel dus niet Conchita, die vreemde songfestivalverschijning destijds) baarddragend te zijn. Het doet je wijzer en meer volwassen overkomen. Op die manier denk je je te kunnen onderscheiden van je eigen jeugdige ‘ik’, waarmee je een nieuwe of volgende periode inluidt.

In beginsel lijkt het niet hoeven scheren heel praktisch (lees: gemakzucht), maar uiteindelijk moet je ook een baard bijhouden. Heb al wat tondeuses versleten. Daarnaast word je als baarddrager nog wel eens als boef gezien. Althans zo heeft zeker in het begin m’n eigen moeder mij zo gezien. Dat begon voor haar te veranderen toen de eerste beroemde acteurs ook aan de baard gingen.

De echte diehards gaan trouwens voor een ‘yeard’. Dat is een baard die je een jaar lang laat staan zonder er iets aan te doen. Volgens mij gaat dat er op een gegeven moment vrij onsmakelijk uitzien. Allerlei hippe barbershops bieden hiervoor de oplossing. Heb er wel eens ééntje in Amsterdam bezocht (ik had het cadeau gekregen), maar dat eindeloos gescheer en gepluk aan m’n gezicht – zat er wel bijna een uur geloof ik – was niks voor mij.

In Nederland wordt de baard nog een beetje miskend, hoewel de barbershops (zeker in Amsterdam) als paddenstoelen uit de grond schieten. Zo wordt Wereld Baarddag (elk jaar op de eerste zaterdag van september) in andere landen op gepaste wijze gevierd. Baard dragende mannen gaan met elkaar naar een bar en samen als echte ‘cavemen’ barbecueën. Er zijn zelfs gedurende het jaar allerlei competities voor de mooiste baarden en snorren. Onderschat het niveau niet, zou ik zeggen. Kijk zelf maar (hier en hier).

Zo hou ik ook m’n behaarde gezicht nog maar even, want de gevleugelde woorden hier thuis zijn nog steeds: ‘hij houdt van haar, en zij houdt van haar’. Het helpt natuurlijk dat mannen met baarden soms ‘de goden der aarde’ genoemd worden. Denk overigens dat die vergelijking meer komt door Sinterklaas en Jezus. Inderdaad allemaal mannen met baarden.

Komkommertijd

Richting het zomerreces beleeft het nieuws niet echt zijn hoogtepunt, hoewel Trump z’n best blijft doen om de gemoederen bezig te houden. Ook in het Epstein-dossier duikt zijn naam regelmatig op. Zo vindt Trump die Epstein een ‘leuke gozer’ en er voegt er achteloos aan toe: “Men zegt zelfs dat hij net zo van mooie vrouwen houdt als ik, zij het een tikje aan de jonge kant.” Zo bezien is de term ‘Komkommertijd’, die ooit bedacht is voor (weinig) nieuws in de zomerperiode, wel toepasselijk.

Dit is ook de periode, waarin veel kinderen hun basisschooltijd afsluiten met de traditionele musical. Voor ons alweer heel wat jaren geleden. Dat kan behoorlijk wat teweeg brengen. Zo gingen recent ouders naar de rechter om af te dwingen dat hun kind – blijkbaar een draak van een ventje – toch mee mocht doen met de eindmusical. Hopelijk heeft hij een mooie rol gekregen in hun musical ‘Gewoon Super’. Ik dacht zelf voor hem aan die van ‘mystery shopper’… En z’n ouders kunnen gewoon lekker thuisblijven.

Ik weet nog goed dat ik zelf destijds – bijna 40 jaar geleden – niet zo graag mee wilde doen (lees: ‘in beeld wilde zijn’) bij dit soort zogenaamd vrolijke doch verplichte activiteiten op de basisschool. Mijn moeder moest er nog een keer aan te pas komen om mij te bewegen ergens wel aan mee te doen. Zoiets kan ik mij nog vaag herinneren. Je kunt je dan ook best afvragen of iedereen dus wel zo graag mee wil doen aan zo’n eindmusical. Zo was ik ooit bij zo’n schooluitvoering een keer de ‘verteller van het verhaal’ (tegenwoordig heet dat chique ‘voice over’), zodat ik in ieder geval niet zichtbaar was voor het publiek. Ook ben ik wel eens het (onzichtbare) achtereind van een koe geweest… Van die podiumangst van toen is nu (helaas) niet zoveel meer te merken. Ik laat me tegenwoordig graag horen en zien. Hoewel ik recent natuurlijk wel een stuk volwassener ben geworden…

In dat kader had ik deze week een bijzondere culturele ervaring. Altijd aardig zo’n jarige vriendin van ons, die iets ‘leuks’ heeft bedacht! Wij gingen met een gezellige groep naar het openluchttheater in het Amsterdamse Bos. Ik was er zelf nog nooit geweest, terwijl ik toch al héél wat jaartjes in de buurt kom. Daar was een uitvoering van de 3 Musketiers door het theatercollectief ‘De warme winkel’. Nou warm zou je het er bijna wel van krijgen. Na een wat gezapige start – ‘herkende’ mijzelf wel in de rol van één van de spelers als achtereind van een paard – sloeg het bloot ons (er waren ook pubers bij) aan alle kanten om de oren. Behoorlijk hilarisch was de rol van een groep kabouters, die continu hun blote konten lieten zien, als ‘tegenpartij’ voor de heldhaftige Musketiers. En als klap op de vuurpijl werden we ook nog verrast door stel pratende Musketieten (correct gespeld; géén typefout). Als je benieuwd bent, wat je je daarbij moet voorstellen, dan zou ik zeggen. Ga zelf deze zomer nog naar het Amsterdamse Bos. Mijn advies: zoek wel een zwoele zomeravond uit! Ook wel zo fijn voor de kabouters in het bos.

Ondertussen zie ik dat iedereen weer de wijde wereld intrekt voor een ongetwijfeld welverdiende zomervakantie. Ik merk om mij heen weinig van vliegschaamte: Amerika, Canada, Brazilië, Curaçao, noem het maar, je rijdt er niet zomaar even naartoe (laat staan met de trein). Zelf zijn we ook zeker niet heilig, maar we blijven deze zomer met onze ‘zuinige’ dieselbak (‘ahum’), wat dichter bij huis. Al is het maar om de kans op een gezamenlijke gezinsvakantie nog enigszins te vergroten. Onze dametjes hebben zo langzamerhand allemaal hun eigen schema’s. Dit is ongetwijfeld een (geheime) manier om ouders alvast te laten wennen aan het ‘lege-nest-syndroom’. Het is een term, die steeds vaker valt in onze vriendenkring.

Als prille ouder krijg je al ingepeperd dat er ooit een einde komt aan de intensieve zorg voor je kinderen: ‘Geniet er nog maar van: straks zijn ze het huis uit!’ Nu in de puberfase van onze kinderen klinkt dat soms wel als muziek in de horen, maar nu de eerste (van de drie) het huis uit zal gaan, is het toch even slikken. Aan het eind van deze zomervakantie gaan we de eerste spulletjes verhuizen voor onze oudste dochter, die daar op kamers gaat wonen (nog in onderhuur). Ze heeft de sleutel al. Gelukkig heeft zij niet voor het hoge Noorden (‘er gaat niks boven Groningen’ is niet voor niks de slogan) gekozen, maar strijkt zij neer in het nabijgelegen Utrechtse. Stap voor stap worden we voorbereid op het compleet lege nest.

Wat zelfs in deze tijd van het jaar gewoon doorgaat, zijn de burenruzies, zo blijkt. Mijn vrijwillige ‘baantje’ als buurtbemiddelaar – wij gaan overigens altijd als een buurtbemiddelingskoppel van man en vrouw op pad – is nog steeds erg boeiend. Het is goed dat ik af en toe even uit m’n eigen ‘ghetto’ gehaald word. Ik vind het ook behoorlijk spannend soms. Het is toch iets anders dan een Rijdende Rechter, die op een veilige afstand, gewapend met een camera komt kijken naar mensen en dingen die hij niet kent. Hij krijgt applaus, wordt ervoor betaald en eindigt altijd met “dit is mijn uitspraak en daar zult u het mee moeten doen”. Wij komen meestal ‘koud’ binnenvallen bij mensen.

Vanzelfsprekend mag ik niet teveel uitweiden hierover (vanwege de privacywetgeving), maar ik kan wel zeggen dat het veel voldoening geeft als mensen, die elkaar eerst bijna ‘dood wensen’ uiteindelijk handen schuddend en ‘huggend’ naar buiten lopen. Iemand vroeg me hoe ik dat voor elkaar had gekregen. Dat geheim kan ik wél verklappen. Op mijn spiekbriefje stonden de volgende (korte) zinnetjes:

Je bent …… (aangevuld met een bepaalde emotie/gevoel)

…… is belangrijk voor jou. (erkenning van de zorg/wens)

Je bedoeling was …… (reflectie)

Je hebt behoefte aan …… (‘wat iemand graag zou willen’)

Zo heb ik mij in deze – óók voor mij een beetje (‘business-wise’ lijkt iedereen al op vakantie) – ‘Komkommertijd’  toch nog nuttig weten te maken, waardoor enkele buren in hun wijk ongetwijfeld een betere zomerperiode tegemoet gaan.

Fijne vakantie allemaal!

Volwassen

Eindelijk 50 maar nu moet ik nog volwassen worden. Qua uiterlijk word ik helaas wel op leeftijd geschat; daar ‘helpen’ die recent gekregen grijze haren (drie puberdochters brengen ‘kopzorgen’!) flink bij. Toen ik een paar jaar geleden nog studeerde – jullie wel bekend, versie 3.0 – kreeg ik nog wel eens het voordeel van de twijfel van m’n studiematties. Die jonge studenten van 18, 19 jaar konden moeilijk een inschatting maken dat iemand van (bijna) hun ouders’ leeftijd tegelijk met hen studeerde.

Volwassen worden dus… Er is zelfs onderzocht wanneer een jongen pas écht volwassen wordt. Dat is gemiddeld op de leeftijd van 43 jaar. Bij vrouwen gebeurt dit gemiddeld 11 jaar eerder. Acht op de tien vrouwen gelooft zelfs dat hun partner het kinderachtige gedoe nooit ontgroeit. Die ‘statistiek’ kan ik onderschrijven. En het wordt nog mooier (volgens het Britse onderzoek waarover de Daily Mail eens schreef –  zeg maar het niveau van De Telegraaf):

De vrouw beslist. Twee keer zoveel vrouwen voelen zich de volwassen persoon in hun huidige relatie. Een kwart heeft het gevoel dat zij degenen zijn die de belangrijke beslissingen maken in hun relatie, evenveel dames willen dat haar partner meer over zichzelf praat en over zijn gevoelens. Drie op de tien dames heeft al een relatie beëindigd omdat ze haar geduld had verloren met een kinderachtige man. Bijna de helft heeft al een relatie gehad waarbij ze het gevoel had dat ze de moeder van haar partner moest spelen.

Tekenen van onvolwassenheid zouden zijn: zwijgen tijdens ruzies (herkenbaar), niet kunnen koken (klopt ook) en steeds dezelfde moppen en verhalen vertellen (iets met servetjes, ‘ondersteboven’, viltjes)…

De gemiddelde Britse vrouw moet haar geliefde minstens een keer per maand vertellen dat hij zich naar zijn leeftijd moet gedragen, dat is gemiddeld 14 keer per jaar. Toch is een kinderachtige partner niet per se negatief: vier op de tien ondervraagden is van mening dat dit belangrijk is in een relatie, omdat het de dingen leuk en fris houdt. Een derde denkt dat een beetje kinderachtige eigenschappen helpen om een band te scheppen met kinderen.

Het mag (voor mij) duidelijk zijn. Volwassen worden gebeurt niet automatisch met de jaren. Of zoals een mooie wijsheid zegt: “Maturity is achieved when a person postpones immediate pleasures for long-term values” – Joshua L. Liebman

Ouderdom komt wel automatisch; ik noemde al de grijze haren. Stramme gewrichten ook. Dat merkte ik de afgelopen week tijdens een mooie fietstocht naar Hamburg (425 km in drie dagen). Het is overigens wel een luxe om daarvoor de tijd te hebben.

Ouder worden kan iedereen, maar volwassenheid ontwikkelen is best lastig. De allereerste vraag is natuurlijk wat volwassenheid kenmerkt. Daar ben ik eens over gaan nadenken. Als uitgangspunt heb ik genomen dat ik voor mijzelf op de drempel sta van volwassen worden. Af en toe moet je iets positief benaderen om er verder mee te komen…

Als je jong bent, vind je het belangrijk om serieus genomen te worden (zeg maar zo’n ‘ego dingetje’). Denk dat volwassen mensen niet alles wat ze denken geloven en meer in het ‘hier en nu’ leven. Voor mij zijn m’n blogs een mooie manier om hierop te reflecteren.

Als je volwassen bent besef je dat de realiteit is wat het is. Je kunt daar niks aan veranderen. Zeuren over de realiteit heeft dan ook geen zin. Acceptatie is beter. Dat betekent echter niet dat je machteloos bent. Als je de realiteit ziet, moet je juist je verantwoordelijkheid nemen. Je kunt veel betekenen voor je omgeving, maar moet daarvoor wel de aandacht hebben. Bedenk dat je acties van vandaag invloed kunnen hebben op het leven van morgen. En daarmee op de levens van de mensen om je heen.

Natuurlijk zorgen volwassen mensen ook goed voor zichzelf. Je wilt het ook nu leuk hebben. Daarom zeg ik altijd: “Spaar géén geld, maar spaar mooie momenten!”

Investeer daarnaast in zaken die blijvend geluk en voldoening opleveren, zoals relaties, gezondheid en persoonlijke groei. Zo hoop ik dat m’n mediation opleiding hierin een beetje helpt. Het begint met goed luisteren zonder oordeel.

En is dit eigenlijk wel de juiste definitie van ‘volwassen worden’? Interessant is ook hoe dertigers – de ‘Millennials’ – hiermee omgaan. Nou die blijken het behoorlijk zwaar te vinden. Was vroeger een vaste baan, koophuis en gevulde koelkast nog een teken van volwassenheid, tegenwoordig is iedereen aan het freelancen en is het kunnen beschikken over iets belangrijker dan bezit van de zaak. Zeg maar de ‘deeleconomie’. Zij stellen zich continu de vraag: “Wanneer heb ik mijn leven op orde?”

Zo lijkt het dat zowel ‘jong’ als ‘oud’ worstelt met de vraag hoe en wanneer je volwassen wordt… We mogen dan ook concluderen dat volwassen worden geen ‘kinderspel’ is. Er blijkt voor mannen (zoals ik) die niet volwassen worden in de psychologie zelfs een term te zijn: het ‘Peter Pan-syndroom’, oftewel in het Nederlands het ‘Pietje Bell-complex’. We herinneren ons allemaal wel de avonturen van het keurige, maar ondeugende en rebelse jongetje Pietje Bell. Zo wilde je toch zijn. Lekker de boel een beetje opschudden, je eigen pad uitstippelen en de regels niet compleet aan je laars lappen, maar wel kijken in hoeverre ze meebewegen. Pietje was voor mij iemand met hart van goud!

Of ik helemaal van dit complex ga afkomen? Ik zou ‘toepasselijk‘ willen zeggen: de kans is ‘50/50’.

Een zekerheid is wel dat onze oudste dochter recent voor de wet volwassen is geworden (lees: 18 jaar). Ze mag nu officieel drinken (deed ze al een ‘beetje’) en alléén autorijden (mocht ze al onder begeleiding). Daarnaast is ze geslaagd voor haar eindexamen, gaat studeren en het huis uit. Ook mijn tijd om volwassen te worden!

 

Dokter Bibberrrrr

Dat spelletje hebben we vroeger ongetwijfeld allemaal wel eens gespeeld. Zonder te bibberen moest je ‘opereren’ anders ging de onverbiddelijke zoemer en was je af.

Op een of andere manier voelen we ons tegenwoordig allemaal een beetje dokter. En dat is niet omdat ik regelmatig de Komedieshow ‘Komt een man bij de dokter’ heb bekeken of het boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ van Kluun heb gelezen, maar vanwege de mogelijkheid om van alles online op te zoeken.

We proberen er al googelend achter te komen wat ons mankeert. Zo gaan in het TV programma ‘Dokters vs Internet’ iedere aflevering een drietal huisartsen de strijd aan tegen een drietal leken, bestaand uit een team van BN’ers. Zij doen een wedstrijdje diagnosticeren. De leken hebben het hele internet tot hun beschikking, terwijl de dokters het moeten doen met hun parate kennis. ‘Gelukkig’ werden bijna alle afleveringen gewonnen door de dokters (1x gelijkspel, 1x wonnen de leken). Hier zie je hoe de Radio DJ’s het deden.

Ook ik maak mij soms ‘schuldig’ aan zelfdokteren. Naast het internet afstruinen zijn er ook allerlei appjes (er zijn wel 300.000 nooit gescreende apps die diagnoses stellen). Zo meet ik regelmatig zelf mijn hartslag door m’n wijsvinger even op de lens van m’n mobiel te leggen.

Dit is nog kinderspel, maar professionals en beleidsmakers verwachten dat robotisering op termijn diep gaat ingrijpen op zorg en samenleving. Technologische ontwikkelingen gaan het dagelijks leven en daarmee ook de zorg volledig transformeren. Daarbij zullen robots binnen afzienbare tijd niet meer weg te denken zijn. In Nederland heeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) met ‘fictieve’ minidocumentaires een beeld geschetst van de praktische dilemma’s rond dit soort robottechnologie. Vraag me af of we hier ‘gelukkig’ van gaan worden, of juist van in paniek raken.

Ik schrok zelf wel even toen ik laatst de documentaire ‘Bleeding Edge’ zag. Hierin richtte men zich vooral op medische hulpmiddelen. Kunstheupen, pacemakers en buikmatjes zijn voor veel mensen belangrijk. In deze industrie gaan miljarden om, terwijl er in tegenstelling tot medicijnen weinig kritische gekeken wordt naar de hulpmiddelenbranche. Het winstbejag is enorm. Er worden allerlei medische apparaten getoond, die al heel veel levens hebben verwoest. Je ziet dat mensen doodziek worden van zulke producten, of dat de hoofdprijs wordt gevraagd voor nieuwe producten die niet beter zijn dan de oudere versie. Wat baart mij zorgen? Ik zal zelf ooit nog aan de kunstknie moeten. Ruim tien jaar geleden scheurde ik mijn voorste kruisband. In eerste instantie bij een potje voetballen met een paar maten in het Amsterdamse Bos (dat is dus niet verstandig), maar het laatste definitieve ‘tikkie’ kreeg m’n knie bij een oefening van mij en onze hond bij puppycursus. Graag niet te hard lachen daarover. Bij de operatie, waarin de dokter mij via de hamstringtechniek van een nieuwe kruisband voorzag, bleek dat ik bij mijn beide knieën al sprake is van vergaande kraakbeenslijtage (artrose dus). Om de pijnklachten die dat naar verwachting in toenemende mate met zich mee zou brengen voor te zijn, werd besloten tot een standbeencorrectie (aan één knie). Dat was overigens een behoorlijk serieuze operatie. Ze maken met een zaag een open wig (bij mij zo’n 8 graden) in je onderbeen, die vervolgens met een stevige plaat schroeven weer in de goede stand wordt vastgezet. Hierdoor wordt de belasting in de knie veranderd, zodat de buitenzijde, het goede deel, van de knie de meeste kracht opvangt. De gedachte hierachter was, en daar ben ik tot op de dag van vandaag nog gelukkig mee, om nog zolang mogelijk pijnvrij zonder kunstknie te kunnen bewegen.

Het betekende wel dat ik per direct het einde van m’n 30 jarige ‘hockeycarrière’. Dus géén hockey met een stokkie meer. Daarvoor is dus de racefiets in de plaats gekomen. De belasting voor de knie is daarbij relatief laag, en in principe is het ook geen contactsport (totdat je elkaar een keertje in de wielen rijdt). Vooralsnog zie ik dit fietsen maar even als het veilige en bovendien ‘goedkope’ medicijn voor mij. Je kunt overigens behoorlijk wat geld spenderen aan fiets gerelateerde spulletjes, een ultralichte carbon fiets voor de zomer, een schokbestendige fiets voor de winter, een reisfiets ‘Randonneur’ voor de lange afstanden. En wat dacht je van de lycra pakjes in alle maten en soorten. Natuurlijk zoveel van ademend materiaal en bestendig tegen weer en wind. Gelukkig ben ik bijna jarig…

Dat de farmaceutische industrie valsspeelt door ons kapitalen te laten betalen voor medicijnen, zal niemand verbazen. Dat dit wel heel ver kan gaan, zag ik in de aflevering ‘Drug short’ van de Netflix documentaire reeks ‘Dirty Money’. Relatief kleine spelers op de markt, die veel hebben geïnvesteerd in research en soms het monopolie op een medicijn hebben, worden opgekocht door grote bedrijven, die onmiddellijk het dure laboratorium sluiten en de prijs van het medicijn zonder met de ogen te knipperen vertienvoudigen, of nog erger. De patiënten kunnen géén kant op. Voor veel mensen betekent het de dood, of bankroet en dan alsnog dood.

Het is onderzocht dat een dokter zichzelf veel minder medicatie zou voorschrijven dan hij doet voor z’n patiënten. Hij of zij weet wel beter. Van veel medicijnen is helemaal niet bekend wat de (bij-) werkingen zijn. Toch verwacht de patiënt bij de dokter naar buiten te lopen met het recept voor een wonderpilletje. We willen toch allemaal ‘oud worden’. Overigens niet ‘oud zijn’ merk ik aan oudere mensen in mijn omgeving.

Zo lijkt het wel of er door de farmaceutische industrie met ons het spelletje ‘Dokter Bibber’ wordt gespeeld. Voordat je het weet is het ‘game over’ en gaat keihard de zoemer…

What time is it?

Toen ik in september 2016 ‘Back to school‘ ging had ik niet kunnen bevroeden dat dit zou leiden tot een carrière als blogger. Ik wil het overigens niet groter maken dan het is. Ik beleef er gewoon ontzettend veel plezier aan om een beetje te schrijven over wat ik doe en vind. Krijg vaak te horen “je schrijft wel leuk” of “allemaal zo herkenbaar”, maar ook “wat een lange verhalen” of “onnavolgbaar waar je naartoe wilt”… Heb er zelfs eens een professioneel schrijfster naar laten kijken, die ook niks anders kon concluderen als “behoorlijk van de hak op de tak”, maar da’s blijkbaar jouw schrijfstijl. Niks aan veranderen adviseerde zij.

Vandaag dus m’n vijftigste blog. Ik zou zeggen: onthoud dat getal! Voor degene die ze niet allemaal heeft gezien of gelezen (kan eigenlijk niet), volgt een kleine bloemlezing. Heb ondertussen een lezersschare van zo’n 250 tot 300, waarop ik best trots ben. Net als m’n kinderen hun instavolgers in de gaten houden, kan ik ook zien hoeveel mensen (niet precies ‘wie’ overigens; hier géén Facebook praktijken!) lezen en in welk land ze zich bevinden. Volgens mij is het vaak vakantievermaak als ik de tropische landen zie, waar m’n lezers zitten. Ik zie iemand voor me, die liggend in een hangmat, slurpend aan een mojito gniffelend m’n blog leest.

Hoewel ik altijd wel snel weet waarover ik het wil hebben, duurt het toch altijd even voordat het goed en wel op papier staat. Ik zit hiermee ondertussen helemaal in mijn ‘Comfortzone‘. Met die blog raakte ik blijkbaar veel mensen bleek uit de reakties. Ben niet de enige met het ‘midlife-ben op zoek naar iets anders-gevoel’. Misschien heeft het iets te maken met leeftijd? Zie inderdaad steeds vaker om mij heen dat leeftijdsgenoten de schroom van zich afwerpen en voor een totaal andere richting kiezen. Helaas zoekt men dit ‘andere’ ook af en toe in relaties. De vele scheidingen bewijzen dat de cijfers kloppen. Dat kan natuurlijk een ‘Kantelmomentje‘ zijn, of toch een typisch gevalletje van ‘Dwaling‘…

Dat ik na een jaar alweer stopte met m’n studie Rechten in een diepgaand moment van ‘Reflectie‘ was voor sommigen een grote teleurstelling. De droom, die zij met mij beleefden, spatte uiteen. Ik noemde het al ‘Zelfoverschatting‘ en inderdaad kon ik de druk van het presteren niet meer aan. En dan bedoel ik vooral het schoolse systeem en de intensieve studiemethodieken van tegenwoordig.

Toevallig kwamen er in die periode (zomer 2017) twee kerels op mijn pad, die al jaren op zeer succesvolle wijze enkele pasta restaurantjes runden. Ik durfde er zelfs in mijn blog ‘Schaamteloos‘ reclame voor te maken. Tot op de dag van vandaag heeft géén enkele haar op m’n hoofd – daar heb ik er gelukkig nog steeds genoeg van, ondanks diezelfde leeftijd – spijt van de beslissing om met deze ‘Spaghetteria-boys’ in zee te gaan. Wat ik tijdens m’n jaartje studie merkte, is dat het omgaan met (veel) jonge mensen jezelf ook jong houdt, en belangrijker misschien nog ook de connectie met m’n kinderen heeft versterkt. Hoewel de uitdaging om een drietal pubermeiden klaar te stomen voor de volgende (zelfstandige) fase er niet eenvoudiger op is geworden. In dat licht bezien helpt de mediationopleiding (‘Back to school again‘), die ik eind 2018 heb gevolgd en de daarbij opgedane vaardigheden wellicht meer. Ondertussen maak ik als buurtbemiddelaar in m’n eigen gemeente de eerste vlieguren. Daar leer ik al het nodige van. Zo kan ik ‘t thuis ook een beetje in goede banen leiden.

Verder is mijn fascinatie voor documentaires, met name die gebaseerd zijn op ‘True Crime’ ook niet verdwenen. ‘As we speak’ zit ik middenin de nieuwe 8-delige Netflix documentaire ‘The Disappearance of Madeleine McCann‘. Ik blijf nog steeds die ouders verdacht vinden. Niks zo onwaarschijnlijk als de ‘Werkelijkheid‘. Noem het gerust ‘Beroepsdeformatie‘…

Ook is er mijn besmetting met het ‘Virus‘ dat sport heet… Kijk zeker ook eens naar de documentaire ‘Drive to survive‘. Sorry weer op Netflix; je zou bijna denken dat ik er een belang in heb, maar dat is niet zo. Denk overigens nog steeds wat van beleggen te weten, of is het alleen maar ‘Kuddegedrag‘? Genoemde documentaire vertelt je over het leven achter de schermen in de Formule 1 en gelukkig niet alleen maar over Max Verstappen, die behoorlijk ‘Roekeloos‘ z’n rondjes rijdt. En in dit ongelooflijke Ajax-jaar zie ik terug hoe je moet ‘Excelleren‘…

Verder zal ik moeten bewijzen dat al mijn eigen sportieve inspanningen géén ‘Fabeltjes‘ blijken te zijn. De eeuwige strijd tegen het ouder worden en de daarbij behorende groei in omvang en gewicht. Dat wil ik niet. Hopelijk blijf ik fietsverslaafd, en daardoor enigszins fit. Er staat voor deze zomer in ieder geval weer een mooie fietstocht naar Hamburg gepland. ‘Parijs was toch niet zo ver‘…

M’n fans kunnen dus gerust zijn, ook als vijftiger (binnenkort!) blijf ik bloggen. Er komt een nieuwe fase aan met uitwonende en wellicht studerende kinderen, die wel of niet zullen aantonen dat wij als ouders de twintig daarvoor liggende jaren in staat zijn geweest om onze kinderen goed ‘voor te leven’. Als opvoeden zo makkelijk zou zijn, dan had ik wel dat woord gebruikt. ‘Wat van ver komt…‘ is lekker…

Ook zullen we hier in huis – als we straks met z’n tweeën zijn – gaan zien hoe  ‘de Tovenaar en de Profeet’ verder samen hun leven invulling geven. Wie zegt er: ‘Ho ho ho‘? We hebben ieder geval nog grootse plannen voor de toekomst; alles ‘Puur Natuurnatuurlijk. Wat de toekomst gaat bieden, blijft altijd spannend. Spaar géén geld, maar spaar mooie momenten…

Een ding staat snel te gebeuren. Ben geboren in het jaar 1969, net voordat Neil Armstrong als eerste mens een stap op de maan zette. Hij sprak toen hij vanuit de maanladder van de Apollo 11 afdaalde de volgende legendarische woorden:  “That’s one small step for man, one giant leap for mankind”. Voor zo meteen geldt: ‘What time is it? It’s Partytime!’