Schaamteloos

We leven in een tijd waarin schaamteloosheid troef is. Het lijkt er soms op alsof we allemaal een bandeloos leven leiden tegenwoordig. Het woord kent “gelukkig” vele gedaanten. Dat laat ik graag zien aan de hand van wat voorbeelden uit het dagelijks leven.

Om te beginnen heeft bijna de helft van Nederland ook de afgelopen weken weer zonder schaamte -schaamteloos dus- gelogen over de Goedheiligman. Doen we dit wellicht omdat dit het enige typische Nederlandse feestje (naast Koningsdag) is, dat wij kennen. Moesten we altijd al net doen dat de Sint bestaat (soms met behulp van een Hulp-Sint), nu moeten we ook nog iets verzinnen op die Zwarte Pieten, die niet eens allemaal meer zwart mogen zijn. Doet me denken aan de blauwe smurfen van Vader Abraham (de Fluitsmurf begint…) totdat op een gegeven moment de hele familie om de hoek kwam kijken: Grote smurf, brilsmurf, lolsmurf, moppersmurf enzo verder. Gelukkig was er dan uiteindelijk ook Smurfin. Over emancipatie gesproken.

Zo gaat het nu ook met Zwarte Piet, als je een keertje naar het Sinterklaasjournaal hebt gekeken, komen ze allemaal voorbij: Hoofdpiet, Huispiet, Wellespiet (Nietespiet?), Pietje Precies, Boekpiet, Luisterpiet, Malle Pietje, Zielepiet en Vlogpiet. Je kunt zeggen dat het alleen maar “het in de maling nemen” is van je kinderen, maar we zijn er zelf ooit ook slachtoffer van geweest (#metoo). Die schijnheilige… Over onkuis -ook schaamteloos dus- gesproken, kijk nog maar eens naar deze Sinterklaas-sketch uit Jiskefet (nog steeds een Klassieker). Hans Teeuwen heeft trouwens het genre schaamteloze grappen bijna uitgevonden.

Heel schandelijk -écht schaamteloos dus- was de recente actie van de Radio 538 DJ Frank Dane. Hij is overigens de broer van die andere onbetamelijke -ook schaamteloze dus- grappenmaker Robert Jensen; jawel die met de slechtste sidekick allertijden Jan Paparazzi. Frank Dane liet een paar weken geleden in de 538 radiostudio tijdens een optreden van zangeres Maan (een kindersterretje die een aardig “moppie” kan zingen) een streaker wellustig -schaamteloos dus- met z’n blote pik voor haar neus dansen. Jullie zullen denken, dat dit een te slechte grap is om waar te zijn. Niet dus, zie hier de beelden. Gerucht gaat trouwens dat Gordon ‘m (laat even in het midden wat of wie) direct herkende. Over iemand gesproken zonder schaamtegevoel. Dane lijkt ermee weg te komen omdat hij daarna nogmaals met Maan het live op de radio heeft uitgepraat. Het arme meisje was natuurlijk bang dat niemand ooit meer haar plaatjes zou draaien. Muzikanten zijn blijkbaar nog steeds erg afhankelijk van het pluggen op de radio. Sommige dingen veranderen dus blijkbaar nooit.

Gelukkig zijn mijn eigen kinderen de “Sinterklaasleeftijd” al enige tijd voorbij. Met drie puberende tieners krijg je te maken met ongegeneerd -schaamteloos dus- liegen over allerlei zaken. Of het nu het ontkennen van thuis jatten van chocolade is, of de ongewenste bezoekjes aan de supermarkt voor fris en onfris (pinpassen verklappen veel), met het grootste gemak worden er mooie verhalen bij verzonnen. En dan hebben we het nog niet eens over het wel of niet gezoend hebben met vriendjes. Daar ontbreken totnutoe nog de bewijzen voor. Gelukkig maar, ik weet niet of ik daar al aan toe ben (waarschijnlijk is het al gebeurd)…

We herkennen deze dilemma’s allemaal (alléén van vroeger natuurlijk!). Waggelend en overal tegenaan botsend de trap op lopen en vervolgens bij hoog en laag beweren dat je echt niet teveel hebt gedronken. Een naar drank ruikende mond proberen te verhullen door een hele bus Mentos “Adje te trekken”. Dat laatste kan je ook lezen als een ontuchtige -dus schaamteloze- handeling, maar zo is het niet bedoeld.

Jullie zullen je ondertussen wel afvragen, waarom ik hier over dit soort bandeloze (schaamteloze dus) praktijken schrijf. De reden is dat ik zelf hier ook even zónder beleefde terughoudendheid -schaamteloos dus- reclame wil maken voor eigen parochie. Zoals tussen de regels al eens te lezen was, ben ik sinds deze zomer nauw betrokken geraakt bij de Spaghetteria’s. Dit is een nu nog kleine keten van pasta-restaurants. Afgelopen maand is de vijfde vestiging geopend in Amsterdam aan het Olympiaplein. Wat is hier zo bijzonder aan?

Twee jonge kerels met Italiaanse affiniteit hebben een échte Italiaanse pastabar weten te creëren met goeie Italiaanse koks en knappe jongens in de bediening. Zij gebruiken producten, die zij rechtstreeks uit Italië halen, onder andere het meel, waar zij zelf pasta’s en ravioli’s van maken in hun Laboratorio. Omdat in de Spaghetteria’s dagelijks slechts keuze is uit zes gerechten (wel regelmatig wisselend), is alles absoluut vers, maar belangrijker nog, er wordt niks weggegooid. Kortom: ook nog erg duurzaam.

Tenslotte zijn alle zaken heel sfeervol op z’n Italiaans ingericht, met grote tafels, waar je kunt aanschuiven (ook in je ééntje), met voldoende verlichting en bovenal aan het eind van de avond een espresso voor € 1,50 (cappuccino kan je niet bestellen, want die drinkt een Italiaan ’s-avonds niet). Het zijn dan ook de jonge Amsterdamse en Utrechtse (ook daar al één vestiging) hipsters, die de Spaghetteria’s flink omarmd hebben.

Precies, schaamteloosheid is ook mij niet vreemd, bon appetit (spaghetti alle vongole veraci)!

De Reünie

Tsja zo’n reünie, het blijft een bijzonder fenomeen. Waarom vindt een mens het leuk om na vele jaren -in dit geval 30 jaar- mensen waarmee je ooit iets gedeeld hebt -studieperiode aan Nyenrode- weer te zien? Vorig weekend had ik de “Homecoming” van mijn jaar 1987. Als één van de medeorganisatoren was ik al maanden vantevoren bezig met te bedenken hoe het zou zijn om al die lieden weer eens te zien. Door een sterk alumninetwerk en vindingen zoals “Feestboek”, waar ik zelf overigens wars van ben, hadden zich ruim 90 jaargenoten aangemeld. Een hoge opkomst.

Zou ik iedereen nog herkennen? Misschien was de vraag andersom meer terecht. Zouden zij deze beginnend grijzende, maar nog steeds behaarde, iets wat corpulente man, maar bovenal nog steeds jong van geest (zo’n jaartje studeren met 18 en 19 jarigen heeft wel geholpen!) wel herkennen? Het viel allemaal reuze mee…

Eerst had ik mijzelf maar eens de vraag gesteld, waarom een mens überhaupt de behoefte heeft aan zo’n reünie. Is het de nieuwsgierigheid, hoe mensen er ondertussen uitzien? Natuurlijk wel een beetje! De mannen zijn vaak iets kaler geworden of soms al een beetje tot behoorlijk grijs. De strak getrainde lichamen van toen (ahum) zijn deels verdwenen; het omgekeerde kan ook hebben we nu met eigen ogen kunnen zien. Interessanter (voor een man) is te zien hoe de dames zijn opgedroogd. Een positieve verrassing daargelaten zijn ook deze door de jaren getekend. En hoe erg is dat eigenlijk, we zijn allemaal precies dertig jaar ouder geworden. Het is veel droeviger om te realiseren dat dit niet voor iedereen geldt. Drie jaargenoten van ons zijn er helaas al niet meer -wiens overlijden wij bijzonder betreuren- en ook ernstige ziektes kloppen op de deur. Het is dan ook zeker niet alleen maar hosanna tijdens zo’n reünie, maar al gauw voeren de sterke verhalen van vroeger gelukkig de boventoon.

Willen we misschien weten hoe succesvol mensen zijn geworden? In de eerste jaren of beter gezegd decennia na de studie was dit waarschijnlijk nog een belangrijk ding. Volgens mij speelt dit voor mensen van gemiddeld bijna vijftig niet meer zo. Hoe mooi de vooruitzichten direct na het afronden van de studie ook waren en de carrières zich met komeetsnelheid ontwikkelden, ondertussen lijkt bij de meesten het moment van acceptatie dat niet iedereen aan de top kan verschijnen te zijn ingetreden. Althans zo denk ik er zelf over. Het is nu voor velen belangrijker om gezond te zijn, vaak met een gezinnetje en in alle gevallen een fijn leven te hebben. Die uitdaging is naast de “ultieme” job al groot genoeg. Toch willen we graag horen wat mensen zijn gaan doen en wat hun op dit moment zoal bezighoudt. Zo waren er deze avond mooie verhalen: “van fotograaf tot minister” en “van boer tot kasteelheer” (in hetzelfde genre als “van koektent tot president”). We weten nu hoe sommigen hun eerste centen verdienden, en hoe anderen een lang gekoesterde droom in vervulling hebben zien gaan.

Wat maakte Nyenrode eigenlijk zo bijzonder? Je leefde met bijna 600 studenten samen op de campus, je deelde met elkaar een kamer en at dagelijks 3 keer met elkaar in de mensa. Dit smeedde een hele hechte band. En natuurlijk, de excessen waren van alle tijden. Ik heb me daar niet aan kunnen onttrekken. Daarvoor was er de campusraad (“interne rechtspraak”), die bepaalde op welke wijze je gestraft werd. Alles bleef echter binnenshuis, géén internet (lees: géén publiciteit) en dus ook géén eeuwige “schade”. Je kon fouten maken, maar je ook weer herpakken. Ook de bangalijstjes (“claimsysteem”) bestonden al en in de Nyenroddel werden alle escapades ruim uitgemeten. Zijn we daar allemaal slechter van geworden? Nee zeker niet, het zorgde er bij mij in ieder geval voor dat ik als jong broekie van de middelbare school werd gevormd en aan die periode heel veel mooie en positieve herinneringen bewaar. Omdat Nyenrode slechts een driejarige opleiding was, wilde ik dat gevoel nog even vasthouden, waardoor ik nog een tweede studie in Groningen ben gaan doen. Studeren was toen nog dat ultieme vrije gevoel; precies het element dat ik vorig jaar tijdens m’n studie 3.0 een beetje miste.

Ons jaar (1987) van circa 160 studenten kende in ieder geval een grote verscheidenheid aan figuren, die hun vrijheid tegemoet gingen. Waar dat destijds tot veel plezier, maar zeker ook tot evenzoveel wrijving leidde, lijkt iedereen nu voor even dikke vrienden van elkaar te zijn. Na zoveel jaar zijn de scherpe kantjes er bij (bijna) iedereen wel vanaf. Toen kon je je nog druk maken over elkaars doen en laten. Zo was het nooit makkelijk als meerdere mensen hetzelfde jongetje of meisje beminden, of viel de consumptie van grote hoeveelheden bier of andere victualiën bij de één beter dan bij de ander. We hadden allemaal onze merites, sommigen zelfs wat meer dan een ander. Ik spreek hier voor mijzelf. Waar de zelfreflectie destijds bij mij ver te zoeken was, heb ook ik later nog iets geleerd. Het oordeel hierover is uiteraard aan anderen en niet aan mij.

Zoals gezegd waande ik mij vorige week weer even 30 jaar terug in de tijd. Ik mocht in de bar van Kasteeltaveerne “Int Moede Hooft” weer de drankjes schenken en de muziekjes draaien. We dronken hetzelfde ranzige bier uit dezelfde ranzige glazen als toen. Ik stond weer met m’n poten in centimeters bier en drab (schoenen konden direct bij grofvuil). En zelfs de liederen van toen “In café De koperen pul” enzo werden weer uit volle borst meegezongen. Waar vroeger nog de muziek via cassettebandjes ten gehore werd gebracht… Misschien goed voor de jongere lezers van mijn blog (ik weet dat die er zijn) even een link naar een plaatje hiervan.

Nu kon alle muziek gelukkig uit een computer (met Spotify!) tevoorschijn worden getoverd. Dus werden er klassiekers gedraaid als “Even aan m’n moeder vragen“, “Black Betty” en “You and me”, maar natuurlijk ook de moderne hits, waar onze kinderen nu uit hun dak op gaan, “Krantenwijk” en “Leef“. Zo is in dertig jaar tijd Hazes altijd nog een beetje bij ons gebleven.

Wat mij betreft doen we dit over 20 jaar nog eens over. Liever had ik gezegd 30 jaar, maar we moeten wel realistisch blijven; we worden allemaal écht een dagje ouder. Ik zeg dan ook: “zie jullie hopelijk allemaal weer in 2037!”

 

8200

Dit is niet het nummer van een nieuwe hulpdienst voor #MeToo gevallen (waarover zo meer), maar het cijfer dat hoort bij de elite unit van het Israëlische leger. Deze computerspionage-eenheid vormt veelal de basis van start-ups in de techsector. Ik had afgelopen week het voorrecht om deelnemer te zijn van een informele “handelsmissie” naar Tel Aviv. Zou zeggen: “Silicon Valley, eat your heart out…”

Het is dan ook niet vreemd dat grootmachten als Microsoft en Intel hier afentoe even het net komen ophalen. Zij pikken dan de krenten uit de pap. Je moet denken aan kleine start-ups, die vaak nog zonder klanten zijn (dat zou alleen maar lastig zijn). Deze worden voor tientallen soms honderden miljoenen overgenomen voor hun baanbrekende technologieën of gewoon om wat “smart guys” uit de markt te halen. Uiteraard trekt dit ook een groot aantal goudzoekers, zoals een groep Hollanders met een missie…

In goed gezelschap vertrok ik in ieder geval een dagje eerder naar Het Beloofde Land. Je zou wellicht wat meer veiligheidsmaatregelen verwachten, maar niks is minder waar. Heb bijna géén politieagent gezien of sirene gehoord. Zelfs niet toen wij als een stel onnozele toeristen tijdens onze city bike ride (aanrader!) een flink stuk snelweg moesten nemen om onze weg te kunnen vervolgen. Aan het fietsroute netwerk in Israël kan nog wel iets verbeterd worden. Het kilometerslange fietspad langs de kuststrook is overigens wonderschoon.

Volgend jaar zal hier in de Israël een grote wiellerronde (de Giro d’Italia) starten. Je kunt je nu al voorstellen dat dit prachtige beelden vanuit de lucht gaat opleveren van wielrenners, die zich als stipjes door de prachtige en verlaten Negev woestijn begeven om vervolgens langs de Dode Zee te razen. Hoorde wel van iemand, die zich daar bedrijfsmatig mee bezighoudt, dat het in beeld brengen van dit evenement aldaar ongeveer het meest kostbare is wat je kunt bedenken vanwege alle veiligheidsmaatregelen die genomen dienen te worden. Zomaar een vliegtuigje of helikopter daar de lucht in sturen is er niet bij. De plaatjes zullen ongetwijfeld mooi zijn en daar gaat het om. Israël wil de jaarlijkse stroom van nu bijna 4 miljoen toeristische bezoekers flink vergroten.

Zonder hier een oordeel te willen vormen over het Israelisch-Palestijns conflict, daarvoor is het mij veel te ingewikkeld, is het goed om te zien dat recentelijk de rivaliserende organisaties Hamas en Fatah een akkoord getekend hebben over politieke verzoening en een machtsoverdracht in Gaza. Hiermee lijkt in ieder geval voorlopig even een eind te komen aan deze jarenlange strijd. De positie van de Arabische Israëliërs, die ongeveer 20% van de bijna 8 miljoen koppige bevolking uitmaken, is echter nog steeds zorgelijk. Volgens de Arabische “techies”, die wij gesproken hebben, verdienen Arabieren wel een flink stuk minder (factor 4 tot 5 keer) dan hun Joodse evenknieën. Dit soort ongelijkheid helpt niet voor de verbroedering.

Volgens recente studies is Israël overigens wel één van de gelukkigste en gezondste landen ter wereld met een negende plaats van de 163 landen in de Bloomberg Health Index. De nummer 1 van deze lijst is wel behoorlijk verrassend. Dat is Italië dat zich onderscheidt met gratis gezondheidszorg. Wij staan zelf op de 13e plaats. Dat is altijd nog een stuk beter dan onze positie op de FIFA-wereldranglijst voetbal, waar we net weer een plekje bij de eerste 30 hebben veroverd. Dit verandert gelukkig overigens niks aan de komende rustige zomer (géén idiote Oranje taferelen).

Nog even over goudzoeken… Hoewel presenteren alle bedrijven erg goed afging, bleek het binnen het episch centrum van de techwereld toch ook moeilijk om in één keer een presentatie op een scherm te toveren. Ook hier moesten er diverse verloopstekkertjes, kabeltjes of mannetjes van IT afdeling aan te pas komen om dit te laten lukken. Zou nou niemand iets kunnen bedenken om draadloos (overal WIFi en bluetooth) direct een presentatie op het scherm te kunnen laten verschijnen. Ooit hoorde ik iemand zeggen dat je beter de spatels en scheppen kunt verkopen dan naar het goud zelf te zoeken. Dit bleek ook uit het ongekend mooie kantoor op de 53ste verdieping van het nieuwste en hoogste gebouw van Tel Aviv, de Azrieli Sarona Tower. Die advocaten hebben dat principe van die spatel-verkoop uitstekend begrepen.

In tegenstelling tot de discussie over Israël en Palestina heb ik wél een duidelijke mening over de hele #MeToo- discussie, die in mijn ogen compleet aan het doorslaan is. Hiermee wil ik absoluut géén afbreuk doen aan een paar hele schokkende en omvangrijke incidenten, maar als ook onze dagelijkse uitdrukkingen en gebaren ter discussie staan, dan gaat het wel écht te ver. Straks word je nog bijna standrechtelijk gelyncht als je bij de supermarkt vrolijk zwaaiend met je bankpas aan de caissière vraagt “kan ik ‘m er al in stoppen?” of als je galant wilt zijn voor een dame in de lift “zal ik even op het knopje drukken?” Laat staan de tandarts die aan een vrouw vraagt “heeft u nog gaatjes?” of “ik ga uw gaatje even vullen!” Je kunt dan maar beter direct een ander beroep kiezen, maar je moet ook géén dierenarts worden, die vraagt of “hij je poes mag zien?”. Stratenmakers (mooi beroep trouwens) hebben ook geen leven meer, als zij niet iemand mogen nafluiten. Daar krijg je toch geen psychische klachten van. En als je een keer in je kont geknepen wordt, dan geef je die gefrustreerde gozer geen Tikkie (handige app trouwens voor kleine betalingen), maar gewoon een vol knietje of een “Knockout hook”. Dat is tenminste wat ik mijn dochters adviseer.

Met dat soort ongewenste zaken weten die Israëlische legerveteranen van unit 8200 wel raad. Op een vraag van één van ons wat nou het geheim van hun succes in de techwereld is, antwoordde deze jonge techneut doodleuk. “Ssssssst, if I tell you, then I have to kill you…”

Beroepsdeformatie

Hoewel de definitie in het woordenboek waarschijnlijk anders zal zijn, zie ik dit als het fenomeen dat je je gaat gedragen naar gelijkgestemden. Je zou kunnen zeggen dat je omgeving een vormende werking heeft. In ons taalgebruik hangt er een negatieve connotatie aan het woord, maar is dit wel terecht. Je zou wellicht ook kunnen spreken van beroepsformatie.

Ik merk in ieder geval dat ik er zelf ook gevoelig voor ben. Zo ben ik absoluut beïnvloed door m’n recente rechtenstudie-periode, en in het bijzonder m’n interesse in het strafrecht. Ik volg tegenwoordig strafzaken via twitter. Verfrissend is de wijze waarop de Telegraaf Rechtbankverslaggever, Saskia Belleman, dit op uiterst secure wijze doet. Zo volgde ik via haar afgelopen week het hoger beroep (bij het Hof) in de Doodrijder A2 zaak. U weet wel, de zaak van de man, die onder invloed van drugs, ’s-ochtends met bijna 230 km/uur inreed op de auto van een gezin, waarvan de vader om het leven kwam en vijf mensen gewond raakten. De kinderen zijn voor de rest van hun leven gehandicapt. Ik schreef hier uitgebreid over in mijn blog “De feiten“.

De verdachte wordt verdedigd door de bekende strafpleiter Gerard Spong. Je kunt veel van de man vinden (sinds dit jaar weten we bijvoorbeeld dat hij ook een zoon heeft; ra, ra hoe doet-ie dat?), maar dat hij z’n vak goed verstaat, durf ik wel te zeggen. Z’n boek “De uitvaartbezorger” -fictie, maar geïnspireerd door een bestaand dossier- heb ik deze zomer dan ook in één adem uitgelezen. De uitvaartverzorger wordt verdacht van moord op z’n vrouw. Hij zou haar in 1995 bewust met een auto de haven ingereden hebben en laten verdrinken. Het boek is gebaseerd op dit waar gebeurde verhaal. Spong beschrijft het mysterieuze proces, zoals hij het zelf noemt, van de vorming van de rechterlijke overtuiging over de schuld of onschuld van een verdachte. Formeel mag deze overtuiging uitsluitend op wettig bewijsmateriaal gebaseerd zijn. Maar werkt het ook altijd zo? Een fascinerende zaak, waarin Spong uiteindelijk vrijspraak voor de verdachte verkrijgt.

Hij trekt overigens ook weleens aan het kortste eind. De verdachte van de moord op z’n eigen nichtje Vivica (Spong) is namelijk vrijgesproken. Voor wie deze zaak misschien niet kent. Vivica was hoogzwanger en werd in 2012 op een zomerse dag dood onderaan de trap gevonden. Justitie verdacht haar vriend Mark van D. vanwege allerlei tegenstrijdige verklaringen over haar dood. Hier vind je een reconstructie. Hij is in 2016 definitief vrijgesproken. De nabestaanden proberen nu alsnog via de burgerlijke rechter hun gelijk te krijgen om een schadevergoeding te kunnen eisen.

Nu is Spong ook de advocaat die Neil van der L. (de “Doodrijder A2”) verdedigt. In eerste aanleg bij de Rechtbank is de veroordeling beperkt gebleven tot drie jaar onvoorwaardelijke celstraf en vier jaar rijontzegging (er was door het OM acht jaar geëist). Nu in hoger beroep heeft het OM zes jaar cel geëist. Het OM was het niet eens met de rechter, die oordeelde dat er geen sprake is van zogeheten voorwaardelijke opzet. De verdachte heeft volgens justitie namelijk het risico genomen dat er een botsing met een mogelijk dodelijke afloop kon plaatsvinden. Hij bleef, bleek uit onderzoek, ook vol gas geven. In mijn blog “Roekeloos” heb ik aangegeven dat ik vind dat aan bepaalde gedragingen (“objectief” te benoemen) direct een bepaalde strafmaat verbonden zou moeten worden. Dit en andere zaken laten mij niet meer los.

Zo heb ik ook alles gevolgd en gelezen over de Deventer Moordzaak; u weet wel de moord op weduwe Wittenberg in 1999, waarvoor Ernest Louwes een celstraf van twaalf jaar heeft uitgezeten. Nog steeds zijn er mogelijk nieuwe ontwikkelingen in deze zaak. Aan de wijze, waarop ik dit aan het papier toevertrouw, is af te leiden hoe ik over de (on)schuld van Louwes denk. Ik refereerde hier ook al aan in mijn blog “Dwaling”.

Niet eerder heb ik de zaak van Maddie McCann genoemd; het meisje dat iets meer dan tien jaar geleden uit het vakantieappartement, waar ze met haar ouders verbleef, is verdwenen. Vanaf het begin heb ik de reactie van de ouders (beide arts), die vanaf de eerste seconde grootschalige media-aandacht vroegen, vreemd gevonden. Later bleek dat de ouders hun kinderen regelmatig een slaapmiddel gaven om zelf rustig avondje uit eten te kunnen. Misschien hebben zij per ongeluk een keertje iets teveel gegeven? Ook in deze zaak doen nog steeds verschillende theorieën de ronde.

Voor diegene, die tijdens dit soort herfstige dagen afentoe een verloren uurtje heeft, kan ik de serie Bloodline op Netflix aanbevelen. Over verdwijningen en intriges gesproken; de familie Rayburn blijft niks bespaard. In het derde seizoen zijn afleveringen 29 en 30 (jawel, er is “kijkwerk” aan de winkel) ijzersterk als het gaat om de rol van de advocaat in de rechtszaal.

Waarom vind ik dit allemaal zo interessant? Van echte beroepsdeformatie kan hier géén sprake zijn, want strafrechtadvocaat zal ik voorlopig niet worden (ik zeg niet
“nooit”). Bij mij werkt het -lijkt wel- omgekeerd. Eerst de “deformatie” en dan pas het passende beroep erbij vinden. Ik blijf zoeken!

Stoptober

Voor alle dingen die je ook “vrijwillig” zou kunnen doen, ligt tegenwoordig een compleet doortimmerd concept klaar. Zo ook voor het stoppen met roken dus. Gelukkig bevind ik mij in de luxepositie dat ik nooit gestart ben met roken, dus stoppen kan niet, hoogstens beginnen met…

Ook de motivatie om te sporten en daarmee een goed doel te ondersteunen is in vele varianten uitgewerkt. We kennen allemaal de Alpe d’HuZes, de dag waarop fietsers proberen zo vaak mogelijk de éénentwintig haarspeldbochten van deze berg te tackelen, met een maximum van zes keer voor de échte diehards. Alles uiteraard met de belangrijke strijd tegen kanker in het achterhoofd. Iedereen kent in z’n nabije omgeving wel iemand, die al “gepakt” is door deze ziekte. Flink roken helpt daarbij niet.

Voor het geval dat jullie denken dat ik zelf géén bijzondere fietstochten maak; heb vorige week nog met vijf andere maten de Elfstedentocht (225 km) gefietst, gewoon voor de lol, omdat het kan. Ook dit kan in georganiseerd verband. Niet eens voor een goed doel dus deze keer, maar jullie hoeven je géén te maken over m’n bijdrage aan goede doelen. Dat doe ik echter graag héél gericht, voor zover mogelijk. Toch moeten we zeker gelukkig blijven met organisaties als Alpe d’HuZes, die sinds zijn eerste editie in 2006 al ruim 130 miljoen heeft opgehaald voor het KWF. Mede hierdoor kunnen we ondertussen zeggen dat er al verschillende vormen van ongeneeslijke kanker niet meer direct dodelijk zijn.

Dat is iets anders bij ALS, een ernstige ziekte van het zenuwstelsel waarbij spieren in een hoog tempo dunner en minder krachtig worden. Hun confronterende abricampagnes laten zien dat dat heel rap kan gaan. Natuurlijk moet onderzoek naar deze ziekte gesteund worden. Hetgeen sinds de Amsterdam City Swim en in belangrijke mate na de wereldwijde rage van de Ice Bucket Challenge -ja, jullie hebben ongetwijfeld allemaal wel een bak koud water over jullie heen gekregen- ruim gefinancierd kan worden uit alle donaties, te weten ruim 100 miljoen. Vraag is of er niet ook andere wrede en vaak zeldzame ziektes meer middelen “verdienen”. Of beter nog preventie als dat mogelijk is. Dat is precies het gedeelte waaraan wij zelf invulling proberen te geven.

Het toverwoord voor goede doelen is momenteel “activatie”. Het gaat erom wie snel en effectief de meeste aandacht voor z’n werk kan genereren. Gewoon marketing dus. Liever zou ik zien dat de gulle gevers (en dat zijn we Nederland zeker, hoewel het langzaam terugloopt!) een bewuste keuze maken voor een aantal goede doelen, waarvan zij het belang groot achten. In plaats van alle “kostbare” campagnes (van Serious Request tot collectanten) zouden we ook kunnen denken aan een simpel invulformulier bij ieders belastingaangifte. Giften zijn immers nog steeds aftrekbaar indien zij meer dan 1% bedragen van het inkomen, tot maximaal 10% overigens. Naast het aankruisen van de goede doelen en het bedrag waarvoor men aan verschillende doelen wenst te doneren, kan direct ook aangegeven worden voor welke goede zaak men vrijwilligerswerk wil doen. Zelf in actie komen kan soms een groot verschil maken.

Zo kan iedereen z’n steentje bijdragen. Op deze manier kan de belastingdienst het voor de afwisseling niet alleen makkelijker, maar óók een keer leuker maken! Nu we weten dat de belastingdienst haar IT systemen toch steeds niet op orde blijkt te hebben, kunnen ze dit misschien direct meenemen in nieuwe opzet. Je zou het “activatie” in optima forma kunnen noemen. Ambieer overigens géén politieke carrière -mochten jullie dat nu denken- hoewel je handen bijna beginnen te jeuken bij deze trage kabinetsformatie met een kabinet in spé, die als speerpunten heeft “meer asfalt en beter openbaar vervoer”. Moet ik hier nog meer over zeggen?

Tenslotte nog even over “het beginnen met roken”. Dat is iets wat hier thuis met drie pubers zeker onderwerp van gesprek is. Met allerlei trucs doen we verwoede pogingen om onze kinderen van het roken af te houden (drank is al beetje opgegeven). Bij m’n oudste dochter lijkt de belofte van het financieren van het behalen van het rijbewijs vruchten af te werpen. Hebben niet één keer een sigaret in haar buurt gesignaleerd. Zij is nu precies zestien en een half, dus dan mag je tegenwoordig beginnen met het nemen van rijlessen (examen kan je doen vanaf de dag dat je zeventien bent). Die lessen gaan deze maand van start. Vinden het nog best spannende gedachte dat ons “kleine” meisje straks achter het stuur van een auto kruipt. Sinds deze zomer weten we ook weer hoe je met een auto behoorlijk onverwacht flink kunt botsen. Na kop-staart kettingbotsing met zes auto’s was die van ons uiteindelijk total loss. Niet zozeer vanwege de blikschade (konden ze zeker mooi repareren), maar juist vanwege al het technische vernuft (lees: drieëntwintig computers in onze auto), dat er tegenwoordig inzit om “zelfrijdend” en nog veiliger over de wegen te gaan. Ga dat allemaal maar eens repareren zonder één software foutje…

Het rijbewijs is wel mooi vooruitzicht voor m’n dochter. Weet nog dat het behalen ervan -op m’n achttiende- destijds het ultieme gevoel van vrijheid gaf. Zeg maar: de dag, waarop je jezelf volwassen ging voelen. Daar kan geen enkel ander school of zwemdiploma tegenop. Zover is het nog niet. Dus mochten jullie haar deze maand -nog totaal onervaren- ergens rond zien rijden, dan zou ik adviseren: Stop toch voor de zekerheid maar even.

September feestmaand

Een al oude beurswijsheid klinkt: “Sell in May and go away, but remember to come back in September.” Dit slaat uiteraard op het feit dat je vlak voor het zomerreces uit aandelen zou moeten stappen om pas na het genieten van een fijne vakantie weer in te stappen. De rendementen in de tussenliggende zomerperiode schijnen lager te liggen dan daarbuiten. De geleerden zijn het daar echter niet over eens. Emoties spelen bij beleggers trouwens een grote rol. Een vriend van mij schreef daar al eens eerder een interessante en herkenbare blog over.

Zelf ben ik in ieder geval weer helemaal terug (in september!). Toen het voor sommigen -bleek achteraf- verrassende bericht binnen was gekomen dat ik stopte met m’n studie, wist “iedereen” me weer te vinden. Het sociale isolement was in één keer voorbij. Zo liet ik mij met de wetenschap van een wat meer flexibele agenda al vlug strikken om het bestuur van de lokale hockeyclub te komen versterken. Ik mag mij daar als “chef evenementen” gaan inspannen om de terugloop van het aantal leden te beperken. Hoewel zowel de hockeydames en de hockeyheren (met eigen ogen gezien!) zich recent konden laten huldigen tot de nieuwe Europese Kampioenen, moet hockey (met name voor meiden) ook concurreren met de toenemende populariteit van damesvoetbal. Behalve dat voetbal een meidensport is geworden – veel gehoord grapje – vraag ik me af of je als jongetje nog zin hebt om achter zo’n balletje aan te rennen, als je ziet dat je helden als Sneijder en Van Persie als kleine jongetjes voorbij gelopen worden door sterkere Franse mannen. Wanneer krijgen we trouwens de eerste échte dopingschandalen in de voetballerij, want die in het wielrennen (nu met Van Moorsel) zullen toch voor niemand meer verrassend zijn.

Van de (zomerse) sport naar de gezelligheid. September lijkt bij uitstek de feestmaand, zeker als één van je grote maten gaat trouwen (eerste keer overigens!). Kom net terug van z’n “one day” bachelor party in Ibiza. Daar kwam m’n jaartje studie weer goed van pas. Draaide met gemak mee in deze wereld van gekkigheid; dat kan overigens ook gewoon zonder een pil. De Lio Club Restaurant Cabaret kan ik daar zeker aanraden; full entertainment, geloof me. Begin wel op tijd met je spaarplan voor die avond… De voetjes gingen uiteraard van de vloer.

Kreeg daar in Ibiza tegelijkertijd ook steeds beter de industrie van de plastische chirurgie door, misschien toch eens kijken of er aandelen te koop zijn van bedrijven die daar vol op inspelen. In de zomerperiode kan je dus zomaar wel tegen een mooie belegging aanlopen. Zo heeft ook m’n Plan B vorm gekregen. Kan hier alvast een kleine tip van de sluier oplichten. Zeker de jongere lezers – de in Amsterdam studerende hipsters dus – zou ik aanraden om eens bij een Spaghetteria te gaan eten.

Dit “ketentje” van nu vier restaurants, waarvan drie in Amsterdam en één in Utrecht gaat flink aan de weg timmeren de komende tijd. Met erg veel plezier en grote zin ga ik ze daarbij ondersteunen. Hoe ze heerlijke pasta’s maken hoef ik ze niet te vertellen, maar de gedachte is dat er op steeds meer plekken van deze leuke en sfeervolle Spaghetteria’s gaan verrijzen. Een nieuwe vestiging is al voorzien aan het Olympiaplein in Amsterdam-Zuid. Mochten jullie eens lekker gaan eten in een Spaghetteria, dan hoor ik achteraf graag jullie bevindingen. Natuurlijk staan we ook open voor suggesties. Ontdek het zelf zou ik zeggen!

Naast een feestmaand lijkt september voor mij ook de fietsmaand te gaan worden. Ik heb nog wat serieuze fietstochten van circa 200 kilometer elk voor de boeg. Om daar extra sterk voor de dag te komen, heb ik mij laten verleiden – door mijzelf – tot een hele efficiënte manier van trainen. Tijden een EMS training (staat voor Elektro Musculaire Stimulatie) word je in een pak gehesen met allerlei elektroden. Er worden dan naar al je spieren en zenuwen signaaltjes verzonden, zodat alle spieren en spiervezels zich tegelijkertijd aanspannen. Van al je acht spiergroepen – wist niet eens dat ik ze had. Zo’n training van 20 minuten heeft hetzelfde effect als drie uur krachttraining. Of het écht gezond is, durf ik niet te zeggen… Het werkt echter behoorlijk op m’n lachspieren (je verliest beetje de controle over je eigen lichaam) en is wel heel efficiënt. Dat je er drie dagen bijna ondraaglijke spierpijn voor over moet hebben, hoort er schijnbaar bij.

In september is dus niks te dol voor mij. Hoe ik dit alles nog had moeten combineren met een studie, weet ik niet. Wens m’n oud studiegenoten aan de UvA ieder geval een goed vervolg met hun rechtenstudie en met name veel studiepunten. Mijn boeken heb ik ieder geval even aan de kant geschoven.

Reflectie

De zomerperiode is een mooi moment om terug te kijken op een bewogen studiejaar. Terwijl ik staar naar helder zwembadwater, hou ik mijzelf een spiegel voor om stil te staan bij wat het afgelopen jaar mij gebracht heeft.

Allereerst een karrevracht aan studiepunten. Heb nooit eerder -tijdens mijn vorige studies- meer punten in één jaar gehaald dan deze keer. Naast alle eerstejaarsvakken – heb er overigens één helemaal “geskipt”, te weten Europese Rechtsgeschiedenis – heb ik ook een paar derdejaarsvakken gehaald. Dit alles heeft uiteindelijk geleid tot een score van 66 échte studiepunten (één studiejaar = 60 punten) plus nog een vrijstelling voor 30 studiepunten op basis van m’n eerdere studies ter invulling van de vrije keuzeruimte. Kortom: heb m’n BSA (“bindend studieadvies”) ruim gehaald en mag dus rechten blijven studeren aan de UvA. Voor wat het waard is…

Heb er bewust voor gekozen om als voltijdstudent de studie aan te vliegen in de meest intensieve vorm. Nu dat heb ik geweten. Tegenwoordig word je wekelijks geconfronteerd met “harde deadlines”. Inleveren van je huiswerk, schrijven van korte essays, reviewen van je medestudenten, je eigen beoordeling op tijd teruglezen etc. Merk dat je continu iets “moet”, het stopt nooit. Ik ben nog van het studeren oude stijl (25 tot 30 jaar geleden dus), waarbij je eerst 8 weken volledig in relax-modus zat om tenslotte de laatste twee weken bikkelhard te studeren om de benodigde resultaten te halen. Die manier van studeren zie ik niet meer terug.

Nu er bijna drie keer zoveel mensen studeren als destijds (98.809 zijn er dit studiejaar gestart, waarvan bijna de helft met een universitaire studie) is er bij studenten absoluut besef dat je iets moet presteren tijdens je studie om carrièreperspectief te hebben. Zo ook bij de 5.500 eerstejaars rechtenstudenten, waarvan circa 500 bij “mijn” UvA.

Ik kan je zeggen, er zitten echt wat “bright guys” bij, waarvan ongeveer 60% dames overigens. Voor mij als “oudere jongere”, die een beduidend grotere inspanning moet leveren om dezelfde lappen stof tot zich te nemen, dan ook een hele uitdaging om deze slimmeriken bij te benen. Hoewel alle tentamens gehaald, kan ik niet zeggen dat ik dat op honours-niveau heb gedaan tenzij je mijn lijst ondersteboven houdt. Zijn de kids tegenwoordig dan allemaal zo slim geworden? Ik denk van niet, maar uit de grote hoeveelheid studenten komen de beste snel bovendrijven. Je moet echt wel gedisciplineerd zijn om deze (schoolse) druk van presteren aan te kunnen. De faculteit kan zich eigenlijk (financieel) geen hoge uitval permitteren, maar ook de kwaliteit blijft belangrijk. Het draait dan ook om “studiesucces”, een door de faculteit gebruikte term (ook als in “Studiesuccesbeleid” – mooi woord voor galgje). Om dit te bevorderen (ruim 60% stroomt nu door naar het tweede jaar) heeft de faculteit een streng regime. Toen ik een medestudente, die zich namens de rechtenstudenten voor de studentenraad verkiesbaar had gesteld, vroeg waarvoor haar partij “OpRecht” staat, antwoordde zij “wij zijn tegen verdere verschoolsing van het onderwijs” en liet zij ook het zinsnede “te paternalistisch” vallen. Mijn stem had ze direct.

De beperking van je vrijheid en het ontbreken van autonomie is wat mij het meest frustreerde het afgelopen jaar. Als “eeuwige student” meende ik mij toch te herinneren dat studeren juist het ultieme gevoel van vrijheid betekende. Je was pas echt een “koning” als je op de goede momenten wist de voor jezelf juiste keuzes te maken. Die zelfredzaamheid wordt nu niet meer verlangd. Je wordt simpelweg aan een lijntje meegenomen. Je geest krijgt continu prikkels van Blackboard; dit is de digitale omgeving voor studenten (vergelijkbaar met Magister voor middelbare scholieren, zo weet ik van m’n kinderen). Op Blackboard vind je bijna van minuut tot minuut alle relevante informatie: wat je moet doen, waar je moet zijn, alle hoorcolleges (digitaal terug te luisteren), opdrachten, tentamennummers, oude tentamens, extra stof, cijfers, voortgang etc. Al binnen een paar dagen had ik dit dus in mijn browser als homepage ingesteld, maar het gaat verder. Er is ook een appversie van met meldingen die -als je het zo instelt- de hele tijd op het scherm van je smartphone oplichten. Het wordt een onlosmakelijk deel van je leven. Checkte net ook nog even de whatsapp van m’n studiegroepjes; er zijn ruim 7.500 (onderlinge) berichten verstuurd afgelopen jaar. Daar heb ik zelf ieder geval bovengemiddelde bijdrage aan geleverd. Zo’n digibeet ben ik nu ook weer niet…

Maar wat maakt dan nu een goede jurist? En dan bedoel ik rechten studeren en advocaat worden, en in mijn geval de ambitie van strafrechtadvocaat. Ik denk dat naast de kennis ook zeker kunde van belang is, zoals nauwkeurigheid, taalvaardigheid, rechtvaardigheidsgevoel, kritisch en logisch denkvermogen, analytisch inzicht en ook gedrevenheid. Hoewel ik meen op al deze vlakken wel over ruim voldoende vaardigheden te beschikken, ben ik tot het inzicht gekomen dat er géén groot juridisch denker in mij schuilt. Ik blijf toch de pragmaticus, die meer interesse heeft in wat bruikbaar is, dan wat waar is. In mijn zakelijke activiteiten probeer ik op creatieve manier dingen anders te doen, veranderingen in gang te zetten. Of het nu het realiseren van een ondergronds kinderspeelpark is, of het financieren van (startende) bedrijven, of het steunen van maatschappelijke initiatieven, ik zoek naar vernieuwende en onderscheidende zaken. Daarmee maak ik een verschil.

Als strafrechtadvocaat in spé met in ieder geval nog twee jaar studie -afronding bachelor en master- en stage te gaan, vrees ik niet snel méér “verschil” te gaan maken, dan dat ik nu al doe. Dit heeft mij doen besluiten om met deze studie te stoppen. Dit betekent overigens niet dat het geen waardevol jaar is geweest voor mij.

Integendeel zelfs, ik heb mijzelf in vele opzichten beter leren kennen. Naast het “verschil” dat ik al denk te maken, hecht ik ook veel waarde aan de vrijheid om eigen keuzes te kunnen maken, of dit nu zakelijk of privé is. Afgelopen jaar kon dit regelmatig niet en werd ik er soms -ondanks de vele extra uren thuis- niet gezelliger op. M’n vrouw en kinderen maakten de grap “je wordt grijs” en zagen me afentoe ploeteren en hoorden me morren als er weer van alles “moest”. Big Brother was watching me (niet alléén in 1984, maar ook in 2017)…

Ook heb ik meer begrip gekregen voor wat m’n eigen dochters wellicht binnenkort te wachten staat, als zij hun eigen keuzes gaan maken, zoals bijvoorbeeld studeren. Zij zijn het die al in beginsel tegen mij zeiden: “papa, bloggen is echt ouderwets, je moet gaan vloggen”. Nou, daar ligt voor mij als blogger nog een mooie uitdaging (hier mijn voorland).

De mensen die mij goed kennen, weten dat ik natuurlijk al een “Plan B” heb. Misschien nog wel een stuk interessanter en hipper dan m’n studie-avonturen. Blijf mij dus volgen, dan beloof ik te blijven reflecteren!

Roekeloos

Als mens -en zeker als student- kan je onnadenkend en onbezonnen zijn, maar in juridische zin ben je dat niet zo snel. Zo blijkt een veroordeling voor schuld door roekeloosheid in het verkeer vrij zeldzaam te zijn. Dit levert veel onvrede op en krijgt ook de nodige media-aandacht. Heel recent lazen we in het NRC nog dat “de auto zelden een wapen is”.

Je kunt in Nederland namelijk straalbezopen in een auto stappen (7x de toegestane hoeveelheid), met bijna 50 km/uur de maximale snelheid overschrijden, de controle over het stuur verliezen (rijdend in een voor de beginnende bestuurder onbekende auto), daarmee iemand volledig in kreukels rijden (gelukkig deze keer niet dood) en toch niet veroordeeld worden voor “roekeloos” rijden. Deze uitspraak is hier te vinden. De voorbeelden in de rechtspraak hiervan zijn helaas legio.

Dit is als buitenstaander ongetwijfeld moeilijk te begrijpen, maar denk zeker ook eens aan slachtoffers en/of nabestaanden. In Nederland kan je voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeluk een straf krijgen, die kan variëren van een boete, een taakstraf, ontzegging van de rijbevoegdheid tot een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Gaat het om een overtreding (zoals bellen of appen tijdens het rijden), dan volgt een relatief lichte straf: hoogstens twee maanden hechtenis en €3.900 euro boete. De maximale ontzegging van de rijbevoegdheid is twee jaar.

Is de bestuurder schuldig en gaat het om een misdrijf, dan kan de rechter een beduidend zwaardere straf opleggen: maximaal 9 jaar gevangenisstraf en €20.250 euro boete. Bij roekeloos rijgedrag is het strafmaximum voor een dodelijk ongeluk hoger dan bij lagere categorieën van schuld: 6 jaar gevangenisstraf in plaats van 3 jaar. De rechter kan een verdachte ook vrijspreken, als hij vindt dat de verdachte geen enkele blaam treft. Bijvoorbeeld wanneer hij goed in zijn autospiegels keek, maar een groot bord zijn zicht belemmerde. Kortom: de straf hangt – netals in iedere rechtszaak – sterk af van de omstandigheden en feiten.

Mag in ieder geval duidelijk zijn dat er bij moord of doodslag veel zwaarder gestraft wordt. Het grote verschil is dat in zo’n geval iemand met opzet de ander heeft gedood. Om hiervoor tot een veroordeling te komen, moet deze opzet wel bewezen worden. Bij een dodelijk verkeersongeval is van opzet meestal géén sprake. Wel een poging tot doodslag is bijvoorbeeld het inrijden op een persoon met 25 km/uur. Op basis van de onderzoeksgegevens wordt daarin de kans op een dodelijke afloop bij zo’n snelheid gesteld op in zijn algemeenheid 5%.

Even terug naar de “gewone” automobilist. Deze zal vrijwel nooit de intentie hebben om een ongeluk te veroorzaken, laat staan om iemand te doden. We maken natuurlijk wel fouten in het verkeer (iedereen weet toch dat bellen of appen tijdens het rijden niet veilig is), waarmee we ongewild de dood van een ander kunnen veroorzaken. Toch worden hiervoor aanzienlijk lagere straffen opgelegd dan wanneer er opzet in het spel is. Een bekend voorbeeld is de Poolse man, die in 2013 door behoorlijke onoplettendheid drie mensen doodreed. De uitspraak is hier te vinden met een toelichting erop. De man kreeg een taakstraf van 120 uur.

Het zal niemand verwonderen dat er over lage straffen bij dodelijke verkeersongevallen veel te doen is. Niet alleen de gewone burger begrijpt het vaak niet – het komt veel in het nieuws – maar ook de geleerden vinden dat er iets kan of moet veranderen.

Zonder al teveel in te gaan op de juridische details – heb net een annotatie (zeg maar juridische notitie) geschreven over dit onderwerp – denk ik dat de wetgever hier z’n doel voorbij geschoten is. Door heel specifiek een categorie te creëren voor schuld door roekeloosheid in het verkeer met alle vereisten, die daaraan verbonden zijn, wordt uiteindelijk zelden iemand daarvoor veroordeeld. In het algemeen zal bij roekeloosheid sprake moeten zijn van bewustheid van het risico van ernstige gevolgen, waarbij op zeer lichtzinnige wijze ervan wordt uitgegaan dat deze risico’s zich niet zullen realiseren. Uit de jurisprudentie – het geheel van uitspraken van alle rechters – blijkt dat dit slechts wordt aangenomen in wedstrijdachtige situaties (kat-en-muisspel, achtervolging e.d.) in het verkeer. Zolang je nog de intentie en idee hebt dat je wel goed kunt rijden en/of ontwijken, dan is dit niet “roekeloos” in de zin van de wet. Dat is nu precies het probleem van mensen, die met veel teveel drank op in de auto stappen. Zij denken natuurlijk altijd dat ze nog goed kunnen rijden. Netals de snelheidsmaniak, die steeds net op tijd – totdat het één keer misgaat – de andere weggebruikers weet te ontwijken en denkt dat ie Max Verstappen “himself” is.

In mijn ogen zou het beter zijn om bepaalde gedragingen te benoemen (“objectief”) en daaraan direct een bepaalde strafmaat verbinden (cumulatief bij meerdere misdragingen) ongeacht intenties en/of bijzondere omstandigheden. Het lichte straffen is overigens géén vrijbrief om nu dan maar bellend en whatsappend te blijven rijden – ben daar zelf ook zeker niet heilig in – maar met drank op én ook nog veel te hard scheurend, is écht een schande. Uber heeft immers een taxi voor iedereen, ook voor studenten, betaalbaar gemaakt.

Tip voor al die mensen die nu na alle toetsen, examens en tentamens of om wat voor een reden dan ook eens een avondje los willen gaan, blijf toch altijd een beetje nadenken. Dan doe ik dat ook!

Vergeet me (niet)!

Wellicht niet bij iedereen bekend, maar er bestaat een ”vergeet-mij-recht” bij Google. Dit hebben we te danken aan een arrest van het Europees Hof uit 2014, waarin het recht om vergeten te worden voor het eerst werd bekrachtigd. Sindsdien heeft in principe iedereen de mogelijkheid om zoekmachines zoals Google te vragen om links uit de zoekresultaten te verwijderen.

Via een online formulier kan je een verzoek indienen. Er worden vooral links verwijderd naar zaken die in het verleden speelden en nu niet meer relevant zijn. Denk aan links naar die gênante foto’s uit je studententijd. Dat kiekje van je, waar je met je mond onder een trechter hing, die door vrienden tegelijkertijd continu met drank werd gevuld. De daaropvolgende foto laat zich raden, niemand kan dat binnen houden. Je wilt dat beeld niet eeuwig blijven terugzien… Daar kan je dus tegenwoordig iets aan doen, behalve als je een publiek persoon bent. Dan mag men meer van je weten, vindt men. Zo heeft Google een verzoek afgewezen van een publiek persoon, die links naar artikelen verwijderd wilde hebben waarin werd geschreven dat hij uitkeringsfraude pleegt. Er zijn nog veel meer van dit soort voorbeelden. Google blijkt aan iets meer dan de helft van de verzoeken gehoor te geven.

In dit kader is een recente uitspraak van de Hoge Raad interessant. Het recht op privacy blijkt in beginsel toch zwaarder te wegen. Even in het kort deze casus. Een man werd vijf jaar geleden veroordeeld tot zes jaar cel vanwege poging tot uitlokken van een huurmoord. Artikelen rondom de strafzaak, waarin de man wordt aangeduid met een afkorting van zijn naam, verschijnen in verschillende zoekresultaten van Google. De man wil dat de zoekmachine deze links naar de desbetreffende artikelen uit de zoekresultaten verwijdert. Google weigert het verzoek van de man in te willigen en stelt zich op het standpunt dat het publieke belang op informatie prevaleert. Google kreeg in eerste aanleg (bij de rechtbank) en in hoger beroep (bij het Hof) gelijk. Op vrijdag 24 februari 2017 oordeelde de Hoge Raad echter dat het recht op privacy in de regel zwaarder weegt dan het recht van burgers om zich te informeren. Tot nu toe hadden rechters vaak het belang van vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie net zo zwaar laten wegen als het recht op privacy van het individu.

Ook tijdens je studie word je goed in de gaten gehouden. Niet alleen dien je voor de meeste vakken wekelijks digitaal je huiswerk in te leveren, maar ook het (achteraf) bekijken van de gemiste colleges blijkt toch niet geheel vrijblijvend. Een paar weken geleden -vlak voor de tentamens- wist m’n juf te melden aan de hele werkgroep, dat wij toch ook écht naar de “B” Hoorcolleges moesten kijken, want dat behoorde ook tot de verplichte tentamenstof. Zij voegde er nog even vlug aan toe, dat ze ook precies kon zien, wie wel en wie niet een bepaald college had teruggekeken. Hetzelfde geldt voor het (digitaal) ingeleverde huiswerk. Bij bijna iedere les krijg je te horen of je nog wel voldoet aan de eisen; het niet inleveren van het huiswerk kan namelijk tot sancties leiden, dit kan variëren van uitgesloten worden voor het volgen van het intensieve werkgroep onderwijs tot aan in het uiterste geval het tentamen niet meer mogen maken (dus daarmee het vak niet kunnen halen).

Men kan ook precies zien in welke tempo online testvragen door de student gemaakt worden; doe je dit te snel dan zal je de antwoorden wel niet “zelf” bedacht hebben of ga je te langzaam, dan ben je géén hoogvlieger. In praktijk zorgt dit ervoor dat studenten op creatieve wijze op zoek gaan naar de goede antwoorden op de opdrachtvragen. Online wordt dit allemaal gefaciliteerd tegen betaling; dat is “booming business” waarover ik eerder schreef. De luie student neemt het goede antwoord letterlijk over en valt dan meestal direct door de mand bij de docent. Deze ziet meerdere studenten exact hetzelfde antwoord geven of gebruikt wellicht zelfs een plagiaatscanner daarbij (heb ik van horen zeggen). En ook ik, als brave student, maak me natuurlijk af en toe schuldig aan het “lenen” van andermans werk, maar ben nog net snugger genoeg om het zodanig te herschrijven, dat het niet in de gaten loopt. Dit alles zorgt er natuurlijk wel voor dat we met z’n alleen een soort kat-en-muisspel spelen.

Het feit dat de mens continu in de gaten gehouden worden, zorgt ervoor dat we afwijkend en non-conformistisch gedrag zoveel mogelijk proberen te vermijden. Door overal onze “digitale sporen” achter te laten zijn we permanent zichtbaar. Volgens één van de grootste filosofen uit de tweede helft van vorige eeuw Michiel Foucault (een Fransman) leidt dit ertoe dat we onszelf gaan disciplineren. Dat zou een inbreuk op onze vrijheid van denken en handelen betekenen. Het is een andere Amerikaanse filosoof Jeffrey Reiman (geboren in 1942) die een aantal risico’s ziet voor onze privacy, als gevolg van de mogelijkheid dat anderen een gedetailleerd beeld van ons privéleven kunnen krijgen. We worden kwetsbaar voor sociale druk, controle of manipulatie. Het kan ook leiden tot een beperking van onze vrijheid. Zelfs zodanig dat we bijna een soort signaal krijgen dat we niet aan onszelf, maar aan anderen toebehoren. Reiman omschrijft het ook als een psychopolitieke metamorfose; permanente surveillance leidt op den duur tot een verarming van het innerlijke leven, namelijk dat je je niet meer vrij voelt om te denken en te doen wat je wilt. Daadwerkelijke observatie is daarvoor niet eens meer nodig, alléén het idee van zichtbaarheid is al voldoende.

Hoop dat m’n (jonge) studiegenoten zich nog voldoende kunnen ontwikkelen tot vrije en onafhankelijke denkers. Zo moet een mens afentoe dingen kunnen doen, die een ander niet hoeft te weten of maar snel moet vergeten. Dat laatste is ondertussen gelukkig een recht geworden dus.

Waarheidsvinding

“De waarheid vinden” klinkt een stuk eenvoudiger dan het is. In het licht van het strafprocesrecht is het belang van waarheidsvinding evident.

Om te beginnen zijn over de hele wereld de systemen in het strafrecht in te delen in twee “soorten”. Landen als Amerika en Engeland hebben “common law”. Hier wordt een accusatoir proces gevolgd waarbij partijen tegenover elkaar staan voor een rechter en/of jury. De rechter treedt in eerste instantie op als een soort scheidsrechter. Hiertegenover staat de “civil law” van bijvoorbeeld de landen in continentaal Europa. Deze landen kennen een inquisitoire procesvorming. De rechter speelt hierbij een actieve rol – op zoek naar de waarheid. In dit systeem wordt meer gebruik gemaakt van schriftelijke bewijsstukken, gebaseerd op uitgebreid vooronderzoek. De rol van de strafrechtadvocaat is in het accusatoir proces beduidend groter. In zo’n proces staat de botsing der meningen centraal. De verdediging en de aanklager proberen beiden de beslissende partij -in Amerika is dat de jury- van hun versie van de waarheid te overtuigen. Zo kunnen zij inspelen op de emoties van de jury.

Om verschillende redenen zijn allebei genoemde systemen feilbaar. Zo worden er in het accusatoir systeem -in Amerika dus- door advocaten vaak onrealistische aannames gemaakt om de jury te overtuigen. Er is altijd een relatie tussen gerechtigheid en waarheidsvinding. Hoe groter de rol van een jury, hoe groter de kans dat een dader wegkomt met zijn daad. De wijze waarop bewijs gewaardeerd wordt, kan sterk afhangen van de manier waarop het gepresenteerd wordt. Tenslotte hoeft de jury, die ook een beetje gezien kan worden als “blackbox”, geen verantwoording af te leggen voor hun beslissing. Een jury is niet bedoeld om te functioneren als waarheidsvinder en functioneert daarom ook niet als zodanig.

Ook in het inquisitoire systeem (zoals in Nederland) wordt erkend dat het zoeken naar substantieve waarheid -zeg maar de échte waarheid, in tegenstelling tot de procedurele waarheid-  z’n beperkingen kent. Het blijft vaak gissen naar feiten en het zoeken naar de waarheid is vaak niet het einddoel. Je bent ook niet verplicht om te getuigen tegen familie, dit heet het “verschoningsrecht”. Het interpreteren van de feiten kan in moeilijke gevallen op verschillende manieren. Je kunt namelijk beweren dat rechters een grote mate van discretie (lees: vrijheid) hebben om in de wirwar van al het juridische materiaal hun eigen interpretatiemethode te kiezen. Het mag helder zijn; rechterswerk is “mensenwerk” en er zullen dus altijd missers tussenzitten.

Aan de andere kant van de oceaan vinden we toch de meest “spraakmakende zaken”. Voor iedereen, die deze zomer even de tijd heeft, raad ik aan -voor zover niet al gezien- de “real life thriller serie” Making a Murderer op Netflix te bekijken. Dit is het verhaal van Steven Avery, een arme en “simpele” man uit een arm stukje in Amerika (Wisconsin), die in 1985 op toen 22-jarige leeftijd onterecht veroordeeld is voor verkrachting van een toen 36-jarige vrouw. Hij werd destijds schuldig bevonden en kreeg 32 jaar cel. Later werd een DNA analyse gedaan op een gevonden haar en bleek hij onschuldig te zijn (de echte dader werd gevonden op basis van dit DNA). Hij had inmiddels al wel onterecht 18 jaar in de gevangenis gezeten. Hij kwam vrij in 2003 en eiste een schadevergoeding van 36 miljoen dollar. Op 11 november 2005 werd hij vervolgens aangeklaagd voor de moord op een 25-jarige fotografe, Teresa Halbach, die op 31 oktober 2005 vermist werd nadat ze een afspraak had met Steven Avery bij zijn autosloperij. Nadat hij was opgepakt voor de moord op Teresa Halbach, gaf Avery direct aan dat hij vond dat hij erin geluisd was. Avery en zijn advocaten beweren dat het bewijs allemaal door de politie neergelegd kan zijn om hem erin te luizen, zodat de schadevergoeding niet betaald hoefde te worden en Avery levenslang in de gevangenis zou verdwijnen. Ondanks dit is hij op maart 2007 schuldig bevonden aan moord en illegaal wapenbezit en voor levenslang veroordeeld. Het verhaal loopt dan ook nog steeds door; een tweede deel van de serie is in de maak en zou nog dit jaar moeten uitkomen. Ik kan niet wachten.

Een andere documentaire “The Promise” laat ook een zaak zien, die meeslepend is. In de staat Virginia ontmoet in 1985 de slimme 18-jarige student Jens Soering uit Duitsland de iets oudere Elizabeth Haysom en valt als een blok voor haar. Een paar maanden later worden haar ouders, Nancy en Derek Haysom, op gruwelijke wijze vermoord. Jens en Elizabeth beschuldigen elkaar. Wat is de waarheid? In een twee keer 1,5 uur durende documentaire, die zo boeiend is dat je ‘m met gemak in één keer kijkt, wordt met veel archiefbeelden geprobeerd te achterhalen wat er precies is gebeurd. Helaas zijn deze uitzendingen (nu) niet meer online te bekijken, maar hier kan je in ieder geval alvast de trailer zien. Mocht “The Promise” nog een keer ergens voorbij komen, zal ik waarschuwen. Het is het schokkende relaas van een tot over z’n oren verliefde puber die op basis van flinterdun bewijs (onder andere een sokafdruk in bloed) levenslang wordt veroordeeld door de jury. Hoewel óók ik niet durf te zeggen wat er precies die avond in 1985 heeft plaatsgevonden, is het gemak waarmee wordt aangenomen dat hij het wél heeft gedaan behoorlijk twijfelachtig.

Ook de moeite waard is de recente documentaire (van een Nederlandse maker, Jessica Villerius). Deze documentaire gaat ook over een 18-jarige tiener in Amerika -in dit geval zeker géén al te slimme- die samen met een paar “gangleden” een avondje op stap gaat in de auto om wat drugs te halen. Hoe dit allemaal afloopt is gelukkig nog wel terug te kijken in “Deal met de dood”. Clinton Young is destijds ter dood veroordeeld en wacht nu al 16 jaar lang in zijn dodencel op zijn executie. Ik ben er in dit geval wel van overtuigd dat hij het niet gedaan heeft, hoewel hij absoluut géén lieverdje was. In deze zaak is destijds absoluut prutswerk geleverd door de toegewezen advocaten. Vanuit Nederland is er zelfs een stichting opgericht, die zich nog continu inzet voor deze jongen. Absoluut een zaak om aandachtig te blijven volgen, zeker ook vanwege het bijzondere speurwerk wat door de Nederlandse maakster is gedaan.

Tenslotte nog een paar tips voor het geval dat je zelf boeven wilt grijpen of op “boevenpad” gaat. In Nederland mag iedere gewone burger iemand aan houden in geval van een “heterdaadje”; voor een strafbaar feit, hoe klein ook. De gestolen spulletjes mogen zelfs ingenomen worden, maar wat echt niet mag is het onderzoeken aan lichaam of kleding. Dat is in bijzondere gevallen alleen toegestaan aan opsporingsambtenaren. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als iemand zijn identiteit niet wil geven. Verder is het zo dat als u aangehouden wordt voor een verkeerscontrole (bijvoorbeeld checken van het rijbewijs) en er wordt gevraagd of de politie even in uw achterbak mag kijken, dan hoeft u daar geen toestemming voor te geven. Het is natuurlijk wel verdacht, maar voor hetzelfde geld ligt uw hele kofferbak vol met blote barbies, die met hun kont aan elkaar vastgelijmd zijn…  Ik verzin het niet, je zult zo’n fetish maar hebben. Toch een beetje gênant en leg dat maar eens uit.

In het genre van aanhoudingen zijn er een aantal “standaard” arresten, die in elk studieboek terugkomen, zoals bijvoorbeeld de “Hollende Kleurling” (uit 1977!). De naam alleen al vertelt het complete verhaal bijna. De “Hollende Kleurling” die uit een drugscafé komt en tijdens de aanhouding continu zijn handen in zijn broekzak houdt. Hij weigert mee te werken. Uit zijn broekzak wordt later een wikkel met heroïne gevist. Omdat op dat moment nog onvoldoende reden was voor verdenking, had hij niet aangehouden mogen worden. Zie het als “etnische profilering” avant la lettre. Sinds kort is er een nieuw TV programma “De kleine lettertjes”, waar in quizvorm allerlei wet gerelateerde zaken besproken worden. In deze aflevering vind je (rond minuut 11:30) een leuke uitleg in Jip & Janneke taal van deze zaak.

Hoop niet dat er ooit een arrest de naam “De bloggende student” krijgt, maar het is wel een manier om geschiedenis te schrijven…