Vergeet me (niet)!

Wellicht niet bij iedereen bekend, maar er bestaat een ”vergeet-mij-recht” bij Google. Dit hebben we te danken aan een arrest van het Europees Hof uit 2014, waarin het recht om vergeten te worden voor het eerst werd bekrachtigd. Sindsdien heeft in principe iedereen de mogelijkheid om zoekmachines zoals Google te vragen om links uit de zoekresultaten te verwijderen.

Via een online formulier kan je een verzoek indienen. Er worden vooral links verwijderd naar zaken die in het verleden speelden en nu niet meer relevant zijn. Denk aan links naar die gênante foto’s uit je studententijd. Dat kiekje van je, waar je met je mond onder een trechter hing, die door vrienden tegelijkertijd continu met drank werd gevuld. De daaropvolgende foto laat zich raden, niemand kan dat binnen houden. Je wilt dat beeld niet eeuwig blijven terugzien… Daar kan je dus tegenwoordig iets aan doen, behalve als je een publiek persoon bent. Dan mag men meer van je weten, vindt men. Zo heeft Google een verzoek afgewezen van een publiek persoon, die links naar artikelen verwijderd wilde hebben waarin werd geschreven dat hij uitkeringsfraude pleegt. Er zijn nog veel meer van dit soort voorbeelden. Google blijkt aan iets meer dan de helft van de verzoeken gehoor te geven.

In dit kader is een recente uitspraak van de Hoge Raad interessant. Het recht op privacy blijkt in beginsel toch zwaarder te wegen. Even in het kort deze casus. Een man werd vijf jaar geleden veroordeeld tot zes jaar cel vanwege poging tot uitlokken van een huurmoord. Artikelen rondom de strafzaak, waarin de man wordt aangeduid met een afkorting van zijn naam, verschijnen in verschillende zoekresultaten van Google. De man wil dat de zoekmachine deze links naar de desbetreffende artikelen uit de zoekresultaten verwijdert. Google weigert het verzoek van de man in te willigen en stelt zich op het standpunt dat het publieke belang op informatie prevaleert. Google kreeg in eerste aanleg (bij de rechtbank) en in hoger beroep (bij het Hof) gelijk. Op vrijdag 24 februari 2017 oordeelde de Hoge Raad echter dat het recht op privacy in de regel zwaarder weegt dan het recht van burgers om zich te informeren. Tot nu toe hadden rechters vaak het belang van vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie net zo zwaar laten wegen als het recht op privacy van het individu.

Ook tijdens je studie word je goed in de gaten gehouden. Niet alleen dien je voor de meeste vakken wekelijks digitaal je huiswerk in te leveren, maar ook het (achteraf) bekijken van de gemiste colleges blijkt toch niet geheel vrijblijvend. Een paar weken geleden -vlak voor de tentamens- wist m’n juf te melden aan de hele werkgroep, dat wij toch ook écht naar de “B” Hoorcolleges moesten kijken, want dat behoorde ook tot de verplichte tentamenstof. Zij voegde er nog even vlug aan toe, dat ze ook precies kon zien, wie wel en wie niet een bepaald college had teruggekeken. Hetzelfde geldt voor het (digitaal) ingeleverde huiswerk. Bij bijna iedere les krijg je te horen of je nog wel voldoet aan de eisen; het niet inleveren van het huiswerk kan namelijk tot sancties leiden, dit kan variëren van uitgesloten worden voor het volgen van het intensieve werkgroep onderwijs tot aan in het uiterste geval het tentamen niet meer mogen maken (dus daarmee het vak niet kunnen halen).

Men kan ook precies zien in welke tempo online testvragen door de student gemaakt worden; doe je dit te snel dan zal je de antwoorden wel niet “zelf” bedacht hebben of ga je te langzaam, dan ben je géén hoogvlieger. In praktijk zorgt dit ervoor dat studenten op creatieve wijze op zoek gaan naar de goede antwoorden op de opdrachtvragen. Online wordt dit allemaal gefaciliteerd tegen betaling; dat is “booming business” waarover ik eerder schreef. De luie student neemt het goede antwoord letterlijk over en valt dan meestal direct door de mand bij de docent. Deze ziet meerdere studenten exact hetzelfde antwoord geven of gebruikt wellicht zelfs een plagiaatscanner daarbij (heb ik van horen zeggen). En ook ik, als brave student, maak me natuurlijk af en toe schuldig aan het “lenen” van andermans werk, maar ben nog net snugger genoeg om het zodanig te herschrijven, dat het niet in de gaten loopt. Dit alles zorgt er natuurlijk wel voor dat we met z’n alleen een soort kat-en-muisspel spelen.

Het feit dat de mens continu in de gaten gehouden worden, zorgt ervoor dat we afwijkend en non-conformistisch gedrag zoveel mogelijk proberen te vermijden. Door overal onze “digitale sporen” achter te laten zijn we permanent zichtbaar. Volgens één van de grootste filosofen uit de tweede helft van vorige eeuw Michiel Foucault (een Fransman) leidt dit ertoe dat we onszelf gaan disciplineren. Dat zou een inbreuk op onze vrijheid van denken en handelen betekenen. Het is een andere Amerikaanse filosoof Jeffrey Reiman (geboren in 1942) die een aantal risico’s ziet voor onze privacy, als gevolg van de mogelijkheid dat anderen een gedetailleerd beeld van ons privéleven kunnen krijgen. We worden kwetsbaar voor sociale druk, controle of manipulatie. Het kan ook leiden tot een beperking van onze vrijheid. Zelfs zodanig dat we bijna een soort signaal krijgen dat we niet aan onszelf, maar aan anderen toebehoren. Reiman omschrijft het ook als een psychopolitieke metamorfose; permanente surveillance leidt op den duur tot een verarming van het innerlijke leven, namelijk dat je je niet meer vrij voelt om te denken en te doen wat je wilt. Daadwerkelijke observatie is daarvoor niet eens meer nodig, alléén het idee van zichtbaarheid is al voldoende.

Hoop dat m’n (jonge) studiegenoten zich nog voldoende kunnen ontwikkelen tot vrije en onafhankelijke denkers. Zo moet een mens afentoe dingen kunnen doen, die een ander niet hoeft te weten of maar snel moet vergeten. Dat laatste is ondertussen gelukkig een recht geworden dus.

Waarheidsvinding

“De waarheid vinden” klinkt een stuk eenvoudiger dan het is. In het licht van het strafprocesrecht is het belang van waarheidsvinding evident.

Om te beginnen zijn over de hele wereld de systemen in het strafrecht in te delen in twee “soorten”. Landen als Amerika en Engeland hebben “common law”. Hier wordt een accusatoir proces gevolgd waarbij partijen tegenover elkaar staan voor een rechter en/of jury. De rechter treedt in eerste instantie op als een soort scheidsrechter. Hiertegenover staat de “civil law” van bijvoorbeeld de landen in continentaal Europa. Deze landen kennen een inquisitoire procesvorming. De rechter speelt hierbij een actieve rol – op zoek naar de waarheid. In dit systeem wordt meer gebruik gemaakt van schriftelijke bewijsstukken, gebaseerd op uitgebreid vooronderzoek. De rol van de strafrechtadvocaat is in het accusatoir proces beduidend groter. In zo’n proces staat de botsing der meningen centraal. De verdediging en de aanklager proberen beiden de beslissende partij -in Amerika is dat de jury- van hun versie van de waarheid te overtuigen. Zo kunnen zij inspelen op de emoties van de jury.

Om verschillende redenen zijn allebei genoemde systemen feilbaar. Zo worden er in het accusatoir systeem -in Amerika dus- door advocaten vaak onrealistische aannames gemaakt om de jury te overtuigen. Er is altijd een relatie tussen gerechtigheid en waarheidsvinding. Hoe groter de rol van een jury, hoe groter de kans dat een dader wegkomt met zijn daad. De wijze waarop bewijs gewaardeerd wordt, kan sterk afhangen van de manier waarop het gepresenteerd wordt. Tenslotte hoeft de jury, die ook een beetje gezien kan worden als “blackbox”, geen verantwoording af te leggen voor hun beslissing. Een jury is niet bedoeld om te functioneren als waarheidsvinder en functioneert daarom ook niet als zodanig.

Ook in het inquisitoire systeem (zoals in Nederland) wordt erkend dat het zoeken naar substantieve waarheid -zeg maar de échte waarheid, in tegenstelling tot de procedurele waarheid-  z’n beperkingen kent. Het blijft vaak gissen naar feiten en het zoeken naar de waarheid is vaak niet het einddoel. Je bent ook niet verplicht om te getuigen tegen familie, dit heet het “verschoningsrecht”. Het interpreteren van de feiten kan in moeilijke gevallen op verschillende manieren. Je kunt namelijk beweren dat rechters een grote mate van discretie (lees: vrijheid) hebben om in de wirwar van al het juridische materiaal hun eigen interpretatiemethode te kiezen. Het mag helder zijn; rechterswerk is “mensenwerk” en er zullen dus altijd missers tussenzitten.

Aan de andere kant van de oceaan vinden we toch de meest “spraakmakende zaken”. Voor iedereen, die deze zomer even de tijd heeft, raad ik aan -voor zover niet al gezien- de “real life thriller serie” Making a Murderer op Netflix te bekijken. Dit is het verhaal van Steven Avery, een arme en “simpele” man uit een arm stukje in Amerika (Wisconsin), die in 1985 op toen 22-jarige leeftijd onterecht veroordeeld is voor verkrachting van een toen 36-jarige vrouw. Hij werd destijds schuldig bevonden en kreeg 32 jaar cel. Later werd een DNA analyse gedaan op een gevonden haar en bleek hij onschuldig te zijn (de echte dader werd gevonden op basis van dit DNA). Hij had inmiddels al wel onterecht 18 jaar in de gevangenis gezeten. Hij kwam vrij in 2003 en eiste een schadevergoeding van 36 miljoen dollar. Op 11 november 2005 werd hij vervolgens aangeklaagd voor de moord op een 25-jarige fotografe, Teresa Halbach, die op 31 oktober 2005 vermist werd nadat ze een afspraak had met Steven Avery bij zijn autosloperij. Nadat hij was opgepakt voor de moord op Teresa Halbach, gaf Avery direct aan dat hij vond dat hij erin geluisd was. Avery en zijn advocaten beweren dat het bewijs allemaal door de politie neergelegd kan zijn om hem erin te luizen, zodat de schadevergoeding niet betaald hoefde te worden en Avery levenslang in de gevangenis zou verdwijnen. Ondanks dit is hij op maart 2007 schuldig bevonden aan moord en illegaal wapenbezit en voor levenslang veroordeeld. Het verhaal loopt dan ook nog steeds door; een tweede deel van de serie is in de maak en zou nog dit jaar moeten uitkomen. Ik kan niet wachten.

Een andere documentaire “The Promise” laat ook een zaak zien, die meeslepend is. In de staat Virginia ontmoet in 1985 de slimme 18-jarige student Jens Soering uit Duitsland de iets oudere Elizabeth Haysom en valt als een blok voor haar. Een paar maanden later worden haar ouders, Nancy en Derek Haysom, op gruwelijke wijze vermoord. Jens en Elizabeth beschuldigen elkaar. Wat is de waarheid? In een twee keer 1,5 uur durende documentaire, die zo boeiend is dat je ‘m met gemak in één keer kijkt, wordt met veel archiefbeelden geprobeerd te achterhalen wat er precies is gebeurd. Helaas zijn deze uitzendingen (nu) niet meer online te bekijken, maar hier kan je in ieder geval alvast de trailer zien. Mocht “The Promise” nog een keer ergens voorbij komen, zal ik waarschuwen. Het is het schokkende relaas van een tot over z’n oren verliefde puber die op basis van flinterdun bewijs (onder andere een sokafdruk in bloed) levenslang wordt veroordeeld door de jury. Hoewel óók ik niet durf te zeggen wat er precies die avond in 1985 heeft plaatsgevonden, is het gemak waarmee wordt aangenomen dat hij het wél heeft gedaan behoorlijk twijfelachtig.

Ook de moeite waard is de recente documentaire (van een Nederlandse maker, Jessica Villerius). Deze documentaire gaat ook over een 18-jarige tiener in Amerika -in dit geval zeker géén al te slimme- die samen met een paar “gangleden” een avondje op stap gaat in de auto om wat drugs te halen. Hoe dit allemaal afloopt is gelukkig nog wel terug te kijken in “Deal met de dood”. Clinton Young is destijds ter dood veroordeeld en wacht nu al 16 jaar lang in zijn dodencel op zijn executie. Ik ben er in dit geval wel van overtuigd dat hij het niet gedaan heeft, hoewel hij absoluut géén lieverdje was. In deze zaak is destijds absoluut prutswerk geleverd door de toegewezen advocaten. Vanuit Nederland is er zelfs een stichting opgericht, die zich nog continu inzet voor deze jongen. Absoluut een zaak om aandachtig te blijven volgen, zeker ook vanwege het bijzondere speurwerk wat door de Nederlandse maakster is gedaan.

Tenslotte nog een paar tips voor het geval dat je zelf boeven wilt grijpen of op “boevenpad” gaat. In Nederland mag iedere gewone burger iemand aan houden in geval van een “heterdaadje”; voor een strafbaar feit, hoe klein ook. De gestolen spulletjes mogen zelfs ingenomen worden, maar wat echt niet mag is het onderzoeken aan lichaam of kleding. Dat is in bijzondere gevallen alleen toegestaan aan opsporingsambtenaren. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als iemand zijn identiteit niet wil geven. Verder is het zo dat als u aangehouden wordt voor een verkeerscontrole (bijvoorbeeld checken van het rijbewijs) en er wordt gevraagd of de politie even in uw achterbak mag kijken, dan hoeft u daar geen toestemming voor te geven. Het is natuurlijk wel verdacht, maar voor hetzelfde geld ligt uw hele kofferbak vol met blote barbies, die met hun kont aan elkaar vastgelijmd zijn…  Ik verzin het niet, je zult zo’n fetish maar hebben. Toch een beetje gênant en leg dat maar eens uit.

In het genre van aanhoudingen zijn er een aantal “standaard” arresten, die in elk studieboek terugkomen, zoals bijvoorbeeld de “Hollende Kleurling” (uit 1977!). De naam alleen al vertelt het complete verhaal bijna. De “Hollende Kleurling” die uit een drugscafé komt en tijdens de aanhouding continu zijn handen in zijn broekzak houdt. Hij weigert mee te werken. Uit zijn broekzak wordt later een wikkel met heroïne gevist. Omdat op dat moment nog onvoldoende reden was voor verdenking, had hij niet aangehouden mogen worden. Zie het als “etnische profilering” avant la lettre. Sinds kort is er een nieuw TV programma “De kleine lettertjes”, waar in quizvorm allerlei wet gerelateerde zaken besproken worden. In deze aflevering vind je (rond minuut 11:30) een leuke uitleg in Jip & Janneke taal van deze zaak.

Hoop niet dat er ooit een arrest de naam “De bloggende student” krijgt, maar het is wel een manier om geschiedenis te schrijven…

Spreekrecht

Wat een goede advocaat is, kan ik niet beoordelen, want heb er gelukkig weinig ervaring mee en ben zelf nog lang géén advocaat. Wel volg ik verschillende spraakmakende zaken en kijk daarbij met bovenmatige interesse naar de rol van de advocaten. Zo durf ik nu te zeggen dat voor een goede advocaat niet alleen de vakinhoudelijke kennis bepalend is, maar zeker ook andere zaken, zoals het vermogen om je goed in te leven in de zaak en alert te reageren op wat er gezegd wordt door de officier van justitie. Je moet de rechter als het ware aan de hand meenemen in je verhaal. Rechters zijn immers ook maar gewoon mensen, net als de slachtoffers en hun nabestaanden. Deze hebben sinds 1 juli 2016 onbeperkt spreekrecht in de rechtszaal.

In Nederland is het nu dus wettelijk vastgelegd dat slachtoffers en nabestaanden dit spreekrecht hebben bij misdrijven waar acht jaar of meer gevangenisstraf op staat. Moesten zij zich vroeger beperken tot de gevolgen die het misdrijf voor hun had, nu mogen zij zich ook uitlaten over de mogelijke bewezenverklaring, het strafbare feit, de schuld van de verdachte en de hoogte van de straf. Hier wordt veelvuldig gebruik van gemaakt. Zo ook in de recente zaak over de dood van Koen Everink; u weet wel de nét niet vriend van Badr Hari, die zich overigens recent gemeld heeft om het resterende deel van z’n gevangenisstraf uit te zitten. Daarvoor was-ie nog een beetje aan het “chillen” in Marrakech.

In de zaak Everink staat de tenniscoach Mark de J. (zijn advocaat sprak bij het NOS journaal overigens gewoon over Mark de Jong) terecht voor moord. Voor meer details in deze zaak verwijs ik graag naar een artikel in Trouw van gisteren. De nabestaanden hebben in deze zaak ruim gebruik gemaakt van hun spreekrecht en in niet mis te verstane woorden  uitgesproken over deze verdachte, die in hun ogen met zekerheid de moordenaar is. De behoefte bij nabestaanden om gehoord te willen worden, is in mijn ogen heel begrijpelijk. Er wordt gedacht dat dit helpt bij het verwerkingsproces. Dit is overigens niet wetenschappelijk aangetoond. Een ander element bestaat uit het krijgen van genoegdoening of leed toevoeging aan de verdachte.

Interessanter vind ik de vraag of dit spreekrecht ook bijdraagt aan de “waarheidsvinding”. Dat is immers waarom het te doen is in de rechtszaal. De geleerden – er is uitgebreid gedebatteerd over bovengenoemd wetsvoorstel – zijn het daar niet over eens. Je kan beweren dat slachtoffers en nabestaanden meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de ernst van de feiten en de omstandigheden. Aan de andere kant kan het zo zijn dat deze “verruwing” van het strafproces ertoe leidt dat rechters beïnvloed worden. Feit is dat hiermee weer een “extra” partij in de rechtszaal is verschenen met alle gevoeligheden…

Dan de rol van de advocaat in de zaak Everink; hier heeft zich iets bijzonders voorgedaan. De advocaat van de verdachte – Pieter Hoogendam – heeft op de tweede zittingsdag (er waren vijf dagen voorzien) de verdediging van zijn cliënt neergelegd. Hij is van mening dat de rechtbank onvoldoende DNA-onderzoek heeft gedaan. Zonder te diep op deze complexe materie in te gaan, waarvoor de kennis mij simpelweg ontbreekt, deel ik wel graag kort mijn gedachte hierover. Waar vroeger heel veel DNA-materiaal nodig was om een goed DNA-profiel te kunnen maken, kan men nu uit een heel klein beetje DNA al veel informatie halen. Er is tegenwoordig zo weinig materiaal nodig, dat zelfs het op kleine afstand met elkaar spreken (“mét consumptie” zoals we dat vroeger noemden) voldoende kan zijn om dit over te brengen. Aanraking is dus in sommige gevallen niet eens nodig. Dit betekent dat er natuurlijk ongelooflijk veel meer DNA-materiaal op allerlei (gebruiks-) voorwerpen terecht komt. In mijn ogen leiden deze verbeterde technieken er dan ook toe dat DNA als bewijsmateriaal minder bruikbaar is geworden. Bij verkrachting, waar slechts één DNA spoor wordt gevonden is het bewijs natuurlijk vaak wel onomstotelijk, maar bij vele andere gevallen kunnen enorme bergen aan DNA sporen zorgen voor vertroebeling van het beeld en vloeit daaruit verwarring voort. In genoemde zaak Everink is dit volgens mij de tactiek van de verdediging. Er is namelijk een “vrachtlading” bewijs tegen de verdachte, maar deze probeert zich te redden met een “fantastisch” verhaal over dat hij ontvoerd zou zijn en dat juist deze ontvoerders de moord zouden hebben gepleegd.

In ieder geval is het nu zo dat de verdachte géén verdediging meer heeft, waar hij natuurlijk wel recht op heeft. De zaak zal hierdoor aanzienlijk vertraagd worden. En wat ik hierbij helemaal niet begrijp is dat deze zelfde advocaat over paar weken mag besluiten om gewoon weer de verdediging van Mark de J. op zich te nemen. Hoe kan dat? Duidelijk mag zijn dat het gedrag van Hoogendam veel kwaad bloed heeft gezet bij de nabestaanden, maar ook de rechters noemden het “onverkwikkelijk”. Vraag mij ook af of de verdachte hier écht mee gediend is, hetgeen de advocaat natuurlijk wel denkt én roept. Kan me voorstellen dat rechters hierdoor (onbedoeld) negatief beïnvloed kunnen worden, terwijl deze advocaat er ook voor had kunnen kiezen om pas in hoger beroep met deze eis tot aanvullend onderzoek te komen.

Ons rechtssysteem is gelukkig zo opgebouwd dat als je het niet eens bent met de uitspraak van de rechter, je in hoger beroep kunt gaan bij het Hof en in latere instantie ook nog in cassatie bij de Hoge Raad. Vaak geldt voor de strafpleiter en dat lijkt mij bijzonder boeiend, wel iets waarnemen, maar er verder nog even niets van zeggen tot het juiste moment daar is: “horen, zien en zwijgen” dus…

Zelfoverschatting

Toen ik met redelijk gemak, terwijl ik gemiddeld zo’n 2 tot 3 uur per dag aan m’n studie besteedde, de eerste tentamens haalde (over de cijfers heb ik eerder geschreven), dacht ik direct dat ik wel het tempo van de studie een beetje kon opvoeren. Ondertussen ben ik een illusie armer. Ik heb nu voor het eerst een tentamen niet gehaald. Een extra vak, twee tentamens op een dag… Typisch een geval van zelfoverschatting.

Naast de reguliere eerstejaars vakken ben ik in het vorige blok ook met derdejaars vakken begonnen. Hoewel ik nu al beduidend meer tijd aan m’n studie besteed dan ik ooit in het verleden op regelmatige basis in enige studie heb gestopt, heb ik mijn dagelijkse studie-inspanning opgevoerd naar zo’n 4 uur gemiddeld per dag. Dit is inclusief de verplichte contacturen (6 uur per week in de vorm van werkgroepen) en het online terugluisteren van alle gemiste hoorcolleges. Deze online-faciliteit is uitstekend geregeld. Interessante stukken kunnen in alle rust nog even teruggespoeld worden, maar nog vaker worden de minder boeiende delen met verhoogde snelheid (factor 2) afgeluisterd. Hoorde laatst overigens een docent zeggen dat de faculteit erover nadenkt om deze service weer op te heffen. Terug in de tijd lijkt mij. Je zou juist verwachten dat de -met talent voor het geven van aansprekende colleges – begenadigde docenten in de toekomst hun toedrachten in een inspirerende omgeving of zelfs studio zullen gaan opnemen. In Amerika is dit al gemeengoed. Hiermee kunnen professoren veel meer studenten over een periode van jaren boeien. Zo zijn de colleges van de Amerikaanse professor Michael Sandel echt de moeite waard, zie hier.

De werkgroepen zijn verplicht. In deze intensieve werkgroepen, zoals ze omschreven worden, is er plaats voor verdieping en verbreding. Zo’n groep bestaat tegenwoordig uit circa 25 studenten, dus je zou ook gewoon van een “klas” kunnen spreken. De eerste blokken hadden we zelfs een (goeie!) klassenvertegenwoordiger. M’n kinderen zouden er zeker van “huiveren” als ik ze dit vertel. Zij denken nu nog dat het door hun geaspireerde studentenleven er ééntje wordt van veel vrijheid. Ik kan ze uit de droom helpen. De tijden zijn echt veranderd. Het is een soort “hoge school” geworden. Big Brother (in de vorm van Blackboard; zeg maar het magister voor studenten) is watching you. Continu deadlines voor het inleveren van je huiswerk. Soms het reviewen van het werk van je medestudenten. Het vermogen tot zelfwerkzaamheid van studenten wordt niet echt meer ontwikkeld. Je wordt simpelweg aan de hand meegenomen. Ieder moment van de dag is duidelijk wat er van je verwacht wordt.

Voor m’n gevoel ben ik op dit moment écht “full-time” aan het studeren. Heb amper tijd voor m’n zakelijke beslommeringen. Ook dat leven gaat door. Stel je voor dat ik daarnaast -net als m’n studiematties- nog de partner van m’n leven zou moeten “vinden”, dan weet ik niet of ik daar wel voldoende tijd voor zou hebben. Wat een geluk dat ik toen al de vrouw van m’n leven heb gevonden. Deze week zijn we overigens precies 17 jaar “Happily Married”, de tijd vliegt…

Zoals gezegd sta ik weer even met beide benen op de grond. M’n ouwe studievrienden, waarvan een groot aantal rechten studeerde (overigens wel allen “netjes” in zes jaar) hebben mij even hard uitgelachen. Word nu ook regelmatig “om de oren geslagen” met m’n eigen uitspraak (ik studeerde zelf economie): “Het moeilijkste van je rechtenstudie is het halen van je VWO diploma”…

Zelfoverschatting is gelukkig iets, waar meer mensen last van hebben. We hadden tot voor kort een (voetbal-) bondscoach, genaamd Blind, die dacht dat-ie het allemaal wél goed zag. Niet dus. Wij denken nog steeds dat ons Oranje (bijna wereldkampioen) het beste team van de hele wereld en omstreken is. En ook een stel voetballers uit het Amsterdamse én fans van deze Godenzonen dachten na een paar steengoede wedstrijden (was er zelf bij) nog wel kampioen te worden. Niet dus.

Om dit alles te verwerken heb ik mijzelf deze week even onttrokken aan het studieregime. M’n kinderen hebben mei-vakantie en willen er ook wel eens op uit. Allemaal leuk en aardig dat studeren van papa, maar gezinsvakanties zijn heilig, zeker ook voor mij. Straks maar weer een weekje inhalen, voor studenten is het nog lang géén vakantie.

Komende week rep ik mij weer naar de Oudemanhuispoort; nu nog het episch centrum van Amsterdam én de Rechtenfaculteit. Helaas verhuist deze volgend jaar naar het Roeterseiland (in het ietwat rustieke Oost gelegen). Hoop daar slechts een paar jaar rond te hoeven lopen – mijn ambitieuze studieschema is nog ongewijzigd – of is dat wederom of beter gezegd nog steeds zelfoverschatting?

Voetstuk

Met het vak Rechtsgeschiedenis begeef ik mij momenteel op het terrein van de oude Romeinse Keizers. We zitten dan in het midden van de 5e eeuw. Een belangrijk grondlegger voor het Romeinse recht was Keizer Justinianus, die met de codificatie van het recht – letterlijk “het maken van een boek”, op schrift gesteld recht, waaraan de overheid uitsluitende gelding of exclusieve werking verleent – een belangrijke stap heeft gezet voor ons moderne recht.

We kunnen met het recht als we willen nog veel verder terug naar de 4e eeuw voor Christus in de tijd van de Griekse Aristoteles, die ons het natuurrecht bracht. Natuurrecht is het idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden omdat ze door de “natuur” zijn gegeven. Ze zijn aangeboren en onvervreemdbaar. Het natuurrecht wordt onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd.

Zonder hier de complete Rechtsgeschiedenis in twee alinea’s te willen samenvatten biedt rechtshistorie een vorm van rechtsvergelijking, relativering en relatering in de tijd.  Van de Keizerdynastieën beweeg ik met het grootste gemak in de richting van onze eigen “Moszkowicz dynastie”. Van je voetstuk kan je ook vallen. Eind jaren negentig werden we voor het eerst “massaal geconfronteerd” met vader en zoon Moszkowicz in de briljante “Even Apeldoorn bellen” reclame met de joyrijdende jongen, die op de stilstaande Jaguar van de Moszkowiczen botst. Denk zelfs dat het pijnlijk wrijven in de nek tot op de dag van vandaag met deze reclame (alleen op PC te zien) geassocieerd wordt. Toen keken we nog met z’n allen naar de televisie.

Ooit bestond deze dynastie uit vader Max en z’n vier zonen David, Max jr, Robert (Baruch) en Bram. Pater familias Max – inmiddels 90 jaar – moest na een beroerte al jaren geleden stoppen. Van zijn zonen mag alleen Max jr het vak (hij doet civiele zaken) nog uitoefenen, want de andere drie zijn vanwege allerlei gerommel en gedoe van het tableau geschrapt. Dat betekent dat zij het vak van advocaat niet meer uitoefenen. Er zijn dus een paar functies als strafpleiter vacant. Voor mij geldt even rap doorstuderen dus…

Neef Yehudi (zoon van Robert) is op dit moment de enige strafpleiter in de familie met een eigen kantoor. In het verleden probeerden zijn ooms hem te verbieden zijn eigen achternaam op de gevel te zetten. IJdelheid is troef binnen de familie. Hij schreef er ook een boek over. De oudste zoon van deze Robert, ook Max geheten – “what’s in the name” – maakte een hele openhartige documentaire “Wij Moszkowicz” over het leven van zijn vader en z’n familie. Het is shockerend om te zien hoe de hele dynastie uit elkaar valt na het functioneel wegvallen van de oude Max. Absoluut de moeite van het bekijken waard. De documentaire is hier te vinden.

Bram geniet waarschijnlijk de meeste bekendheid wat gezien zijn clientèle en escapades niet zal verwonderen. Zo kennen we de beelden van Bram zij aan zij dansend met Desi Bouterse. Vervolgens ging hij Endstra en Holleeder verdedigen. Een lastige combinatie gezien hun tegenstrijdige belangen zullen we maar zeggen. Fietste zelf in het begin van deze eeuw regelmatig over de Herengracht langs het opvallende kantoor van Bram, maar nadat ik aldaar een keer op straat Moszkowicz en Holleeder zag praten, koos ik in het vervolg toch liever voor een andere route. Er werd in die tijd regelmatig iemand omgelegd in dat circuit. Zo was ook de later vermoorde Cor van Hout (werd ook eens op de gracht beschoten) een cliënt van Bram. Toen vervolgens Jort Kelder – als hoofdredacteur van het societyblaadje Quote – Bram en Holleeder maffiamaatjes ging noemen, ging het rap achteruit met z’n onberispelijke imago als gerenommeerd strafpleiter.

Een mooi charmeoffensief van Bram was het TV programma “De nieuwe Moszkowicz”, waarin hij een geschikte opvolger zocht onder studenten. Ook Trump had in die tijd zo’n programma “The Apprentice” waarin hij een nieuwe business man zocht. Iedereen herinnert zich nog wel de woorden “you’re fired”, waarmee Trump de kandidaten liet afvallen. Nu zouden we zeggen “it’s great!” Schitterende televisie in die tijd. In Bram’s TV programma werd de winnaar de toenmalig studente Nienke Hoogervorst. Het zal niet verbazen dat Bram daar recentelijk nog een publiekelijk vastgelegde relatie mee heeft gehad. Deze zelfde Nienke is nu trouwens de advocaat van Dave Roelvink. De beelden, die daarbij horen, laat ik hier even niet zien. Spreekt voor zich…

Vanaf dat moment had Bram de smaak van televisie te pakken. Zo was hij jarenlang “expert” aan tafel bij RTL Boulevard en rommelde hij er vrolijk op los met presentatrice “Oh oh, Boobies!” Eva Jinek. Ook die beelden van het NOS journaal zijn legendarisch.

Zal hier niet alle relaties van Bram gaan bespreken, maar wil wel wijzen op de bijna on-Nederlands goed gemaakte dramaserie “De Maatschap”. Deze gaat over de Moszkowiczen (oh, sorry, het familie imperium Meyer). Na allerlei dreigementen en pogingen om deze serie tegen te houden van de Moszkowiczen, hebben de makers veiligheidshalve voor een andere familienaam gekozen, maar de gelijkenis is 100%. Er wordt ook géén enkele moeite gedaan om de overeenkomsten te verbergen. Op grootse wijze speelt Pierre Bokma de oude Meyer. Op dit moment is Bokma wat mij betreft overigens qua spel verheven boven alle andere Nederlandse acteurs. Ben ook groot fan van zijn vertolking van de leraar Duits Heinrich in de satireserie Rundfunk. Mijn kinderen smullen ervan, zeker als ik zelf m’n beste imitatie van Heinrich probeer te doen. De Maatschap is gelukkig hier nog te bekijken. Ik durf te zeggen “a must-see”!

Ondertussen bewoont de échte Bram in een nabijgelegen dorpje een zolderkamer boven een oud (gesloten en verlaten) dorpscafé en doet z’n boodschappen hier bij de lokale supermarkt. Pijnlijk daarbij is hoe hij nog steeds door iedereen wordt aangestaard als een soort melaatse. Wat roem en daarop volgende neergang allemaal kan doen met iemand. Ik heb een beetje medelijden hem. Hij rekent overigens gewoon nog steeds cash af. Dat was vroeger niet anders.

Naast de Moszkowiczen die van hun voetstuk zijn gevallen, is er voor de oudere jongeren – om in de woorden van Van Kooten & De Bie te spreken – nog zo’n sprekend voorbeeld. Wie herinnert zich niet Frank Masmeijer, die in de jaren tachtig en negentig jarenlang het TV gezicht van de brave NCRV was met spraakmakend spelprogramma’s als de Holidayshow. Een paar jaar geleden werd Masmeijer opgepakt – uiteraard breed uitgemeten in de wakkere krant van Nederland – op verdenking van de smokkel van een partij cocaïne en vastgezet in de gevangenis van Antwerpen om vorig jaar op vrije voeten gesteld te worden met huisarrest en een enkelband. Recent zagen we hem – met letterlijk en figuurlijk wat extra kilo’s aan het lijf – als trots vader van z’n zingende dochter figureren in de Voice of Holland. Wat voor genante televisie dit kan opleveren, is hier (op 1:00) te zien. Auw!

Vive le vin!

De “tentamenweek” is weer voorbij. Best stressvol, zeker als je tijdens je eerste tentamen even een compleet moment van verstandsverbijstering hebt en een paar dagen later – op één dag – nog twee keer een drie uur durend tentamen hebt. Maar ja, ik heb er zelf voor gekozen…

Eén ander examen heb ik in ieder geval met zekerheid gehaald. Na bijna een jaar maandelijks met een stel hele gezellige dorpsgenoten allerlei mooie wijnen te hebben geproefd, mag ik me sinds gisteren (nu nog onofficieel) geslaagd noemen voor het internationale wijnbrevet WSET2. Daar moet je je overigens niet teveel bij voorstellen. Het was wél erg gezellig.

Tijdens al onze “lessen” kregen we de meest mooie verhalen en anekdotes over wijn te horen van één van de twee Masters of Wine – één van de meest prestigieuze titels in de wijnwereld – die ons land rijk is (wereldwijd enkele honderden). Daarom weten wij nu alles over de kwaliteit van druiven in verschillende klimaten, het productieproces, de belangrijkste wijnstreken, maar bovenal hebben we heel veel mooie wijnen geproefd.

En wellicht verrassend, dat hoeft niet persé kostbaar te zijn. Graag laat ik jullie eerst een rekensommetje zien. Neem bijvoorbeeld de student, die bij AH één van de goedkoopste flessen wijn koopt en daarvoor €2,49 betaalt. Als je daar eerst de BTW component (21%) aftrekt, blijft er nog €2,05 over. Daarvan moet ook nog de accijns afgetrokken worden van 66 cent (per fles), en natuurlijk de verpakkingskosten van circa 1 euro (fles, etiket, kurk), dan blijft er 39 cent over. De winkelier -AH in dit geval- en de producent moeten hier ook nog iets aan verdienen. Laten we zeggen dat ze ieder een dubbeltje (ieder een kwart) hieraan over willen houden. Dan blijft er slechts 19 cent over als waarde voor de inhoud van deze fles wijn. Gemakshalve heb ik dan de transportkosten nog maar even buiten beschouwing gelaten. Kortom: van de verkoopprijs in de winkel blijft nog maar een fractie (minder dan 8%) aan waarde over voor het “bocht” zelf.

Je kunt dus beter een iets duurdere wijn kopen. Als je uitgaat van €7,50 winkelprijs voor een fles (drie keer zo duur dus), dan leert dezelfde rekensom als hierboven dat de waarde van de inhoud uiteindelijk circa €2,26 bedraagt (let op: verpakkingskosten en accijns zijn vaste bedragen per fles onafhankelijk van de inhoud). In dit uiteraard fictieve voorbeeld vertegenwoordigt een drie keer zo dure wijn, dus een waarde voor de inhoud die ruim 10 keer zo groot is (vergelijk 19 cent met €2,26). Wijn van betere kwaliteit vanzelfsprekend. Het loont dus al snel om iets meer voor je wijn te betalen. De vraag is dan natuurlijk of dit zelfde sommetje opgaat voor nog veel duurdere wijnen. Uiteraard krijg je dan te maken met reputaties, want daar betaal je natuurlijk ook voor. Zeker in de bekende gebieden als Bordeaux en Bourgogne betaal je voor de naam. Wijngebieden zijn daar zelfs in de wet vastgelegd. Geografische grenzen bepalen daarom de omvang van het gebied, waarmee het aanbod sterk beperkt wordt. Het bekende “vraag en aanbod” principe, zo creëer je dus schaarste (en daarmee hoge prijs). Onze “Master of Wine” zei daar het volgende over: “het is géén kunst om dure wijn te kopen, maar wel om goede (en lekkere!) wijn te kopen”…

Dat doet me denken aan een fantastische documentaire, die ik recent heb gezien. “Sour Grapes” gaat over Rudy Kurniawan, de grootste wijnoplichter ooit, die bekroonde kwaliteitswijnen van gerenommeerde wijnhuizen namaakt en voor exorbitant hoge prijzen verkoopt, maar uiteindelijk toch wordt ontmaskerd. Hoe heeft deze “rockstar of wine tasting” de rijke wijnhandelaren en -verzamelaars jarenlang kunnen misleiden? De traditionele, gerespecteerde wijnwereld wordt omstreeks het jaar 2000 geconfronteerd met de nieuwe rijken, bij wie het niet om verfijnde smaak gaat maar die dure wijnen voornamelijk als lucratieve beleggingsobjecten zien. De prijzen schieten omhoog: in 2000 brengen wijnveilingen wereldwijd 92 miljoen dollar op. In 2008 is dat al vervijfvoudigd tot 478 miljoen dollar. In dit speelveld overspoelt de jonge enthousiaste Indonesische Rudy Kurniawan aan de vooravond van de economische crisis van 2008 de Amerikaanse markt met zijn zelfgemaakte wijnen, zogenaamd van befaamde wijnhuizen. Kurniawans pluspunten: een goede neus, verfijnde smaakpupillen, een goede wijnkennis van ’s werelds meest schaarse wijnen én een goed verhaal. Hij zou namelijk een telg zijn uit een gefortuneerde familie in Indonesië. Helaas is de documentaire niet meer (gratis) online te bekijken, maar gelukkig nog wel hier op Netflix. Het meest fascinerend vond ik nog de excentrieke verzamelaar, die voor tonnen is opgelicht, maar zelfs na de ontmaskering nog steeds blijft geloven in Rudy’s verhaal. Ontkenning in de reinste zin van het woord.

Ook Nederland kent nu z’n eigen “schandaal” in de wijnwereld. Op dit moment staan de gebroeders Eric en Joost de Bruijn van het roemruchte wijnhuis, P. de Bruijn Wijnkopers anno 1772 (naar zeggen het oudste familiebedrijf in Nederland) lijnrecht tegenover elkaar bij de Ondernemingskamer over de vraag hoe nu verder met het bedrijf. Wie koopt wie uit, en voor hoeveel? De heren houden namelijk zelf ook van een goed glas, maar gaan nu rollebollend met elkaar (wellicht niet alleen dat) over straat. Gelukkig blijft het drinken van een goed glas wijn onverminderd populair bij het Nederlandse volk, dus daar vinden ze wel een oplossing voor.

Ondertussen kan de rosé weer uit de koelkast getrokken worden; het is eindelijk lente. Ik zeg daarom graag, niet alleen omdat ik weer een diplomaatje rijker ben, maar zeker ook omdat de échte tentamens weer even voorbij zijn: “Santé”!

De eeuwige student

Probeer het telkens aan mijn vrienden uit te leggen, maar studeren is in één generatie tijd écht enorm veranderd. Het gaat tegenwoordig alleen nog maar om studiepunten halen, want je moet haast wel. Sinds jaren is er het bindend studieadvies – BSA voor de kenners (lees: student van nu) – ingevoerd. Dit betekent voor bijvoorbeeld de student Rechtsgeleerdheid (zo heet het officieel) dat hij of zij 45 van 60 studiepunten moet halen in het eerste jaar. In “onze” tijd bestond dit gelukkig nog niet. Het BSA hangt tegenwoordig als een zwaard van Damocles boven het hoofd van de student.

Als je daar aan het eind van studiejaar niet aan voldoet, dan krijg je een negatief bindend studieadvies en dan mag je je studie niet voortzetten. Best “heftig” toch. Vroeger ging dat heel anders. Allereerst kreeg je een basisbeurs – gewoon “gratis” geld, niks lening – die, afhankelijk van of je uit- of thuiswonend was, zorgde voor een mooi maandelijks bedrag op je rekening. In mijn tijd was dat 620 gulden voor een uitwonende. Bijna iedereen woonde sowieso op kamers, hoewel ook daarvan de maandelijkse huren toen al flink konden oplopen. Je kon de “mazzel” hebben dat je in een goedkoop studentenhuis terecht was gekomen. Het aantal leden van studentenverenigingen loopt overigens al jaren terug; zeker als je dit relateert aan het potentieel aan studenten (meer dan 1,5 keer zoveel ten opzichte van 25 jaar geleden).

Was vroeger dan alles beter? De studietijd was een stuk langer. Bij aanvang van je studie wist je eigenlijk al dat je er (minimaal) zes jaar over ging doen. Dat was immers de lengte van de periode waarvoor je studiefinanciering kreeg. Ik bedoel hiermee de eerdergenoemde maandelijkse gift. Een vierjarige studie – toen nog bestaand uit propedeuse (eerste jaar) en doctoraal (3 jaar) – was feitelijk een zesjarige studie. Ik ken maar weinig mensen die het in kortere tijd gedaan hebben (in een normale situatie zonder vrijstellingen). Aangezien dit breed geaccepteerd was, maakte een langere studietijd je ook niet minder “interessant” voor de arbeidsmarkt. In tegendeel zelf. Iedereen grossierde in “extra curriculaire activiteiten”, een mooi woord voor in die tijd vaak hele triviale bezigheden “functies” binnen allerlei gezelschaps- en/of sportverenigingen, die later bij sollicitaties breed uitgemeten werden en als zeer waardevol werden gezien door een bepaalde groep (zeg maar “old boys network”).

Gelukkig blijft er voor elke student tijd genoeg om afentoe een biertje te drinken. In een eerdere blog heb ik verteld over het snoeien van hersencellen op jeugdige leeftijd. Dus drink met mate(n). Tegenwoordig word je al snel aangewezen als de “Bob”. Vroeger heette je meestal “Bert” (Bezopen En Rijdt Toch). Dit is natuurlijk absoluut géén advies; moet direct al oppassen als jurist. Van drinken was destijds echter niet zo’n “verboden dingetje” gemaakt (leeftijdgrens is, zoals iedereen weet, enige jaren geleden verhoogd naar 18)…

Tegenwoordig blijkt uit onderzoek dat de jeugd trouwens structureel meer drinkt dan vroeger. Nederland staat daar overigens mee in de top binnen Europa; niet iets om trots op te zijn. Leidend daarin blijkt te zijn: “Wat doen je vrienden?” Daaromheen spelen allerlei andere factoren, die alcoholgebruik stimuleren of afremmen. Zoals de houding van de ouders, het sociale leven in de wijk, de school, en de aspiraties en de zelfcontrole van de jongere. Er zijn duidelijk meer dingen veranderd in één generatie.

We komen weer even terug op de studie. Door het BSA (jullie zijn zo langzamerhand vertrouwd met deze term) zien studenten vaak al in januari (na twee tentamenblokken) aankomen dat zij hier niet aan zullen gaan voldoen. De truc is dan om je snel voor 1 februari uit te schrijven; je krijgt dan géén (negatief) BSA. Je kunt dan het volgende studiejaar in ieder geval opnieuw beginnen (aan dezelfde studie). Een aanzienlijk gedeelte van mijn jaargenoten schijnt dan ook alweer afgehaakt te zijn. Op dit moment betreft studiefinanciering trouwens een lening met allerlei voorwaarden. Ik heb mij er nog niet verdiept (oudste dochter pas 16), dus kan jullie nu de details nog niet vertellen, maar de gemiddelde studieschuld loopt tegenwoordig richting de €25.000 (kost je ongeveer 10 jaar lang €250 per maand om af te lossen plus beetje rente te betalen). Dat zijn géén grappen…

Het is mij dus wel duidelijk dat mijn huidige studiegenoten in alle opzichten écht aan de bak moeten. Niet alleen is er de nodige druk om de benodigde studiepunten te behalen (verschilt overigens per stad/studie; sommigen zijn nog strenger dan de UvA), maar ook voor het rondkrijgen van het financiële plaatje, al dan niet met steun van de ouders. Zonder dit laatste, hulp van thuis, is het volgens mij op dit moment onmogelijk om “normaal” te studeren. Onze eigen kids zullen dus ook nog wel een tijdje afhankelijk blijven van ’t thuisfront. Da’s dan wel weer fijne gedachte in deze “losgeslagen” tijden!

Ode aan de Mingvaas

U zult wel denken “Wat heeft een Mingvaas nu met de Rechtenstudie te merken?” Dat zal ik vertellen… Op dit moment volg ik het vak Contractenrecht en bij elke (wekelijkse) opdracht verschijnt er weer een casus over zo’n bijzondere porseleinen vaas. Een zeer geliefd voorwerp bij de docenten, die hier in allerlei vormen vragen omheen hebben bedacht. Heb me trouwens laten vertellen dat het leven van een docent niet over rozen gaat, nog afgezien van de naar zeggen karige beloning. Het nakijken van honderden tentamens van veelal mondige studenten is voor hen een hele klus. Helaas “vlucht” men daarom uit efficiëntie in sommige gevallen naar -in mijn ogen gruwelijke- MC vragen (“multiple choice”) aangezien dat een stuk sneller nakijkt voor ruim 600 eerstejaars rechtenstudenten (alléén al aan de UvA). Sowieso is het continu bedenken van nieuwe opgaven voor werkcolleges en tentamens in dit digitale tijdperk ook géén sinecure voor de docenten.

Al eerder memoreerde ik dat bijna alles qua “oud” studiemateriaal op internet te vinden is. Ofwel door de Universiteit zelf geopenbaard, ofwel achter de gesloten deur van een (betaald) portaal. Hier gaat dan ook een goed business model achter schuil. Zelfs venture capital maatschappijen zijn al gretig op deze bedrijven, die op dit gebied actief zijn, gedoken. In Amerika noemen ze dat soort bedrijven euphemistisch “companies collaborating with the educational ecosystem”. Het wordt gezien als een veelbelovend en groeiend segment in de digitale wereld. Mijn eigen financiële achtergrond in combinatie met m’n nieuwe rol als jurist dwingt mij te zeggen dat er voor wat betreft deze platforms, die deze studievragen en alles wat daarmee samenhangt verspreiden, nog wel ergens een auteursrechtelijk risico kan liggen. Ben echter nog niet zo ver in m’n studie gevorderd dat ik daar nu al écht iets zinnigs over durf te zeggen.

Voorlopig profiteer ik dan ook gretig van het gemak dat alles te vinden is. In mijn tijd (lees: vroeger) moest ik als ik “wat” colleges had gemist naarstig op zoek naar een ijverig studiegenootje – meestal meisje waar je stilletjes verliefd op was – om alle collegeaantekeningen te kopiëren. Voor studieopdrachten restte een slopende gang naar de bibliotheek en een eindeloze zoektocht om de juiste informatie te bemachtigen. Verder werd er meer uitgegaan van zelfwerkzaamheid. Nu zijn er dagelijkse digitale deadlines om je huiswerk in te leveren, waarbij een belangrijk onderdeel bestaat uit de “peer review”; het beoordelen van het werk van een medestudent. Alles binnen de gestelde tijd. Je ziet de klok nog net niet in de bovenhoek van je scherm aftikken, maar per e-mail ontvang je wel aan de lopende band reminders…

Maar nu terug naar de Mingvaas. Er schijnen wereldwijd écht heel veel liefhebbers van dit Chinese porselein uit de tijden van de Ming dynastie te zijn. Stelt u zich de volgende casus voor (uit het boekje):

U kocht op 1 september een prachtige Mingvaas voor het lieve sommetje van €90.000 bij een gerenommeerde antiquair. Dat is géén gering bedrag, maar u bent zowel een liefhebber als een kenner. U heeft er uw hele leven voor gespaard. Afgesproken is dat de vaas op 1 december wordt geleverd. Wat is er vlak daarvoor gebeurd? De Mingvaas is door de antiquair uit de vitrine weggeborgen in het magazijn achter de winkel. Daarvan is nu net in november bij een verraderlijke herfststorm en grote hoosbui het dakje ingestort, waardoor de Mingvaas compleet aan gruzelementen is. Daarbij had u via een bevriende expert, die bij een veilinghuis werkt, gehoord dat voor uw vaas op dat moment zeker €100.000 betaald zou worden bij een veiling.

Tsja, wat nu? Stel dat u al een (aan-)betaling hebt gedaan. U wilt de overeenkomst graag ontbinden. Kan dat? Kunt u in dat geval ook schadevergoeding vragen?

Of iets anders. U bent vergeten op 1 december de vaas op te halen bij de antiquair. Op 2 december gaat de vaas compleet aan diggelen door grote stommiteit van een van de medewerkers van de antiquair. Heeft u nu recht op schadevergoeding?

U begrijpt het al. Ineens wordt zo’n mooie Mingvaas best een “dingetje”. In het eerste geval is het inderdaad mogelijk om de overeenkomst te ontbinden aangezien nakoming zonder tekortkoming (vaas is namelijk onherstelbaar beschadigd) door de antiquair niet meer mogelijk is. Schadevergoeding is echter niet mogelijk, ook al was de vaas eigenlijk meer waard en had er een winstje in gezeten.  Zal u niet “verwennen” met de wetsartikelen, die dit onderbouwen. Dan moet u straks maar een jurist inhuren.

In het tweede geval heeft u zelf een probleem. Hier is namelijk sprake van “schuldeisersverzuim”; u heeft zelf de vaas niet opgehaald, terwijl dit zo afgesproken was.

Uiteraard wordt hier een hypothetische situatie geschetst en kent iedere casus zijn eigen merites. In elk geval zou ik iedereen willen aanraden om – eenmaal iets gekocht – goed te bedenken dat u zelf het risico loopt voor het vervolg… Dus gewoon die antieke Mingvaas op het afgesproken moment ophalen!

Europa

Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht voel ik de vrijheid om een iets meer politiek getinte blog te schrijven. Wees gerust ik kom niet met een stemadvies. Eerlijk gezegd weet ik voor eerst sinds ik mag stemmen – dat heb ik tot nu toe m’n hele leven overigens bij elke gelegenheid gedaan met uitzondering van referenda – niet op welke partij mijn keuze gaat vallen, of word ik één van de vele strategische stemmers?

Misschien eerst nog even een toelichting waarom ik pertinent tégen referenda ben. Allereerst creëert het altijd twee kampen. Denk dat het Brexit-referendum hier wel een duidelijk bewijs van is. De tegenwerping is “standaard” dat het heel democratisch is. In mijn ogen is de voorlichting vaak incompleet (lees: leugenachtig) en ontberen wij als burgers de kennis om daar doorheen te prikken. Na de Brexit was de meest ingetypte zoekopdracht in google: “What is the EU?”

Moet direct toegeven dat ik eigenlijk ook vrij weinig wist van wat de EU precies voor ons betekent, anders dan dat ik een stelletje bemoeials in Brussel voor me zie. Veel mensen denken dat er een paar honderdduizend mensen (lees: ambtenaren) in grauwe grijze torens in Brussel een beetje de dienst uitmaken over Europa. Niks is minder waar. In het totaal werken er 55.000 mensen bij Europese instellingen, waarvan ongeveer 33.000 bij de Europese Commissie. De 28 leden van de Commissie, die in principe geen politieke kleur hebben – althans zonder last kunnen beslissen – dienen wel verantwoording af te leggen aan het Europees Parlement (nu 751 leden). Hier werken in totaal 6.000 ambtenaren. Iedere vijf jaar kiezen wij onze kandidaten (Nederland heeft recht op 26 zetels) voor het Europees Parlement, waarbij de opkomst de laatste keer (in 2014) in Europa gemiddeld 42,5% bedroeg (in NL: 37,3%). Hiernaast hebben de Europese instituties nog 16.000 medewerkers. Even ter vergelijking. Alléén bij de gemeente Amsterdam werken al bijna 14.000 ambtenaren.

Als jullie echt een inkijkje willen hebben van het werk in Brussel, raad ik aan om de recent uitgebrachte documentaire “The European” met onze eigen Frans Timmermans hier eens te bekijken. Ik heb afentoe tenenkrommend zitten kijken naar de kneuterigheid van zowel de persoon Timmermans als de achterkamertjes politiek in Brussel, maar ik heb ook zeker waardering en sympathie gekregen voor het intellect en de menselijke kant van de man zelf. Ook bewonderenswaardig als je er in deze tijd nog openlijk voor uit durft te komen dat je voor Roda JC bent…

Vanwaar ineens mijn interesse voor Europa? Op dit moment zit ik “middenin” het vak Europees Recht, waarin uiteraard een belangrijke plaats is ingeruimd voor de werking van de EU en het EU recht. Het mag duidelijk zijn dat de EU zwaar onder vuur ligt. In meer Europese landen zijn er geluiden om de EU te verlaten. Dat kan een land relatief makkelijk beslissen, althans het “eruit” stappen, dat is namelijk een eenzijdige beslissing van een lidstaat. Daarna komt echter artikel 50 van het EU verdrag om de hoek kijken. Na het starten van een artikel 50 procedure dient binnen twee jaar (er bestaat mogelijkheid tot verlenging) overeenstemming te zijn over een uittredingsverdrag. Alle lidstaten van de EU dienen daar echter over te beslissen. De Britse bevolking zelf heeft daar niks meer over te zeggen. Hun lot ligt dus straks in handen van de overige lidstaten. Lijkt me niet prettig. Het verbaast dan misschien ook niet dat de Britten deze procedure nog niet hebben gestart.

Belangrijker is wellicht dat we ons allemaal de waarde van de EU realiseren. Trump ziet het in ieder geval niet, maar hopelijk wij wel. Bedenk dat 100 jaar geleden 20% van de wereldbevolking gevormd werd door Europeanen. Op dit moment is dat nog 11% en naar verwachting aan het eind van dit millennium 4%. Vanuit die optiek zou enige samenwerking dus best zinvol kunnen zijn. In heel Europa neemt de scepsis met betrekking tot de EU zienderogen toe. Menig politieke partij – ik noem geen namen – maakt er een speerpunt van. Meer verontrustend is wellicht dat in Nederland geen enkele politieke partij pro Europa blijkt te zijn, althans als je de laatste verkiezingsprogramma’s bekijkt. Het is duidelijk géén populair gedachtegoed.

Wat heeft de EU ons gebracht? In beginsel langdurige vrede en stabiliteit na eeuwen van vaak verwoestende oorlogen. Een grotere welvaart door het wegvallen van interne grenzen, waar Nederland als handelsland mooi van profiteert. Het samen met andere Europese landen beter in staat zijn om grensoverschrijdende en wereldomvattende problemen het hoofd te bieden, zoals recentelijk de vluchtelingencrisis, terrorisme en klimaatverandering. Bovendien brengt het praktische voordelen, zoals het vrij kunnen reizen, wonen en werken.

Natuurlijk kost het veel geld (280€ per inwoner per jaar om precies te zijn), hebben we een stuk van onze macht ingeleverd en zitten we met een “zwakke” euromunt opgezadeld, maar toch hebben we er een groot deel van onze huidige en hopelijk toekomstige welvaart aan te danken. Denk dat we eerdergenoemde problemen als klein landje niet alleen gaan oplossen. Toch spijtig dat géén enkele politieke partij hier aandacht voor heeft. Iedereen gaat voor z’n eigen belang. Je zou bijna gaan denken aan “niet-stemmen”…

Menselijk

Nu in mijn omgeving iedereen wel gehoord heeft van mijn “nieuwe” student zijn, krijg ik natuurlijk vaak de vraag wat mijn motivatie is. Al eerder heb ik aangegeven mij te willen richten op het strafrecht. Wat mij daarin het meeste fascineert is het bij strafrecht gaat over mensen: menselijke tragedies, menselijke conflicten en vooral veel emoties. Doordat in strafzaken het proces grotendeels nog mondeling wordt gevoerd, namelijk op zitting, lijkt het vak van strafpleiter mij uitdagend. Je staat daarbij midden in de maatschappij.

Realiseer me heel goed dat er ethische dilemma’s bij komen kijken. Juist in deze tijd waarin de rechtsstaat onder druk lijkt te staan door steeds complexer wordende vormen van criminaliteit, is het van belang om de juridische implicaties daarvan goed te doorgronden. De rechter dient in de rechtsstaat een centrale rol te vervullen. Hij waarborgt de naleving van het legaliteitsbeginsel. Hij is een van de drie zelfstandige en onafhankelijke staatsmachten in de machtenscheiding. De rechter waarborgt de naleving van grondrechten. De burger moet op dit rechtszekerheidsbeginsel kunnen vertrouwen.

Ondertussen gebeuren er aan de overkant van de oceaan best vreemde dingen. Trump is een slechte acteur in een B-film, een compleet losgeslagen gek of een dictator (doorstrepen wat niet van toepassing is). Je kunt -zoals op alles- ook wedden op Trump’s “impeachment”. Hoe werkt zo’n afzettingsprocedure? Eerst moet blijken dat Trump de wet heeft overtreden. Met al z’n dubieuze activiteiten, waaronder de Trump Foundation, een liefdadigheidsinstelling waarvan hij het geld gebruikte voor persoonlijke doeleinden, moet dat vroeg of laat toch niet moeilijk zijn. Die zelfverrijking, waar Trump goed in is, kan hem weleens duur komen te staan. Dan is het natuurlijk nog zo dat het Congres (republikeinen) deze procedure moeten starten, maar dat kan. Het gerucht gaat al dat Trump eigenlijk helemaal geen president had willen worden, maar zijn kandidatuur meer als een publiciteitsstunt zag om z’n “marktwaarde” bij de TV zenders te verhogen.

Bij de bookmakers zijn de “odds” op dit moment in ieder geval 2:1 dat de president voor het einde van z’n eerste termijn het veld moet ruimen (voor de inauguratie was dit nog 4:1). Je kunt overigens ook op meer zaken wedden, zoals in welk jaar hij het veld moet ruimen, tot aan het feit of z’n derde huwelijk het eind van het jaar haalt (“odds” 16:1). Zelf vrees ik voor iets veel ergers…

Abraham Lincoln was destijds (in 1865) de eerste president van de Verenigde Staten die tijdens zijn ambtsperiode werd vermoord. Lincoln wordt beschouwd als een van de grootste Amerikaanse presidenten. Hij wordt geprezen om zijn leiderschap tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, de afschaffing van de slavernij, de versterking van de nationale overheid en de modernisering van de economie. Wist u overigens dat John F. Kennedy de laatste, maar ook al de vierde president was die werd vermoord.

Waarom plegen mensen een moord? Waarom doen mensen bepaalde dingen? Ook weldenkende mensen maken keuzes en doen zichzelf daarmee iets aan. Moet hierbij denken aan burgemeester Eberhard van der Laan, die vorige week in een nuchtere, openhartige brief aan alle Amsterdammers liet weten dat er uitgezaaide longkanker bij hem is geconstateerd. De wijze waarop hij dit bekend maakte, vond ik moedig en zorgde ook voor veel hartverwarmend reakties. Hier zit echter ook iets heel ander menselijks in, namelijk tegen beter weten in je hele leven lang verstokt blijven roken. Niemand is vrij van zonde. Zelf rook ik weliswaar niet, maar ben absoluut niet vies van een goed glas. Het leven is te kort om slechte wijn te drinken, zegt een van m’n beste vrienden altijd. Het is inderdaad zo dat je het leven moet nemen, zoals het komt. Dat gaat overigens nooit volgens het perfecte plaatje.

Zo denk ik ook iets vreselijks te kunnen doen. Als ik iemand onzedelijk aan één van mijn dochters zou zien zitten en ik zou bij toeval een zware hockeystick in mijn handen zou hebben, dan zou ik deze persoon gemakkelijk uit woede een dodelijke klap kunnen verkopen. Mensen die mij beter kennen, weten dat ik écht niet snel kwaad word, dus als dat wél gebeurt, berg je dan maar. Eén van de meest geciteerde uitspraken van Abraham Lincoln is dan ook:

“When I do good, I feel good. When I do bad, I feel bad. That’s my religion.”