Ho ho ho

Dit is niet de lokroep van de Kerstman, die met bassende stem en gulle lach ons tegemoet komt sleeën. Het is meer het geluid in onze maatschappij, waarin de mens zich blijft verzetten tegen veranderingen.

En natuurlijk wordt ons kinderfeest niet om zeep geholpen door een paar roetveegpieten. Kinderen hebben weinig moeite met al deze schepsels, zolang de cadeaus maar binnen blijven stromen. De pro-Zwarte Piet activisten, die maar krampachtig blijven vasthouden aan het traditionele Sintfeest, zijn waarschijnlijk bejaarden… “die hebben pret voor tien als ze Ronnie Tober zien”… Paul de Leeuw heeft daar in z’n goeie jaren – da’s wel lang geleden – nog eens een grappig liedje over gemaakt.

Kinderen hebben de roetveegpieten al lang geaccepteerd. Geloof het of niet, maar dat is natuurlijk al onderzocht door allerlei geleerden. En zelfs mijn eigen moeder, die toch echt wel de bejaarde leeftijd heeft bereikt, geeft aan dat er veel belangrijkere dingen in de wereld zijn om over te discussiëren. Dat ik slecht kan omgaan met het schaamteloze liegen over het Sinterklaasfeest in het algemeen heb ik al eerder hier aan jullie toevertrouwd. Het hoofdstuk Sint & Piet lijkt me hiermee aan de vooravond van het heerlijk avondje afgesloten.

Er zijn in de wereld grotere uitdagingen. Ben zelf net in een interessant boek begonnen, ‘De Tovenaar en de Profeet’ van Charles Mann (63). De vraag die hierin centraal staat is: “Hoe houden we deze planeet leefbaar?” Moeten we radicaal kiezen voor besparing, of voor technologisch optimisme? Als m’n kinderen net zo oud zijn als ik nu, dan wonen er naar verwachting tien miljard mensen op aarde. Dit brengt enorme uitdagingen met zich mee. Hoe gaan we in 2050 tien miljard monden voeden? Hoe gaan we het probleem van de opwarming van de aarde, met grote kans op blijvend natte voeten in ons landje door stijging van de zeespiegel, aanpakken? Hoe komen we af van vervuilende fossiele brandstoffen zonder al teveel in te hoeven leveren van onze huidige luxe leventjes?

Moeilijkheid bij het oplossen van deze wereldwijde vraagstukken, waarover ik ook thuis regelmatig in discussie ga met m’n ega, is dat er twee kampen lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan. Aan de ene kant heb je de techno-optimisten (door Mann in z’n boek Tovenaars genoemd) die geloven in het vernuft van de mens om problemen te overwinnen met hoogwaardig technologische oplossingen. Dat is eerlijk gezegd de groep, waartoe ik mijzelf reken. Aan de andere kant heb je de ecologen (Profeten) die waarschuwen dat de mens druk bezig is de aarde compleet uit te putten. Zij willen grenzen aan de groei en leggen de nadruk op soberheid en duurzaamheid. Krijg hier thuis steeds minder vlees, mag al bijna niet meer vliegen, en bijna alle groenten komt al uit eigen (onbespoten) kas. Mag duidelijk zijn, wie hier thuis de broek aan heeft. In hergebruik van spullen kunnen wij elkaar overigens wel goed vinden. Het zijn de uitdagingen, die bij een goed huwelijk horen. Zo las ik laatst deze geestige spreuk over het huwelijk: “samen problemen oplossen, die je in je eentje niet zou hebben…”

Mann bespreekt in z’n boek de tegenstellingen aan de hand van twee mannen, die ieder aan de wieg hebben gestaan van de geboorte van deze twee kampen. Norman Borlaug (1914 – 2009), die gezien wordt als de grondlegger van de ‘Groene Revolutie’. Het grootschalig gebruik van kunstmest, pesticiden en verbeterde zaden zorgde voor hogere opbrengst in de landbouw, waardoor tientallen miljoenen mensen gevoed konden worden en in leven bleven. Het betekende overigens ook schade aan bodem en water. De andere man William Vogt (1902 – 1968), die ook een Amerikaanse ecoloog was, stelde z’n leven in dienst van pleidooien om mensen te overtuigen een stapje terug te laten doen. Welvaart is niet onze grootste verdienste, maar het grootste probleem. Waar Borlaug riep ‘meer, meer, meer’, pleitte Vogt voor ‘minder, minder, minder’. Waar kennen we dat ook alweer van?

En als het allemaal niet over het lot van onze kinderen zou gaan, dan zouden we er ons misschien niet eens zo druk over maken. Tovenaars en Profeten zijn ook niet zo zeer twee scherpe tegengestelde uiteinden van het continuüm, maar zouden elkaar theoretisch in het midden kunnen raken. Merk hier thuis wel dat dat nog een hele uitdaging is. Heftig aan de botsing tussen de twee zienswijzen is dat het niet zozeer gaat over feiten, maar over waarden. Ideeën over de wereld en de plek van de mens daarin. Voor Profeten is de wereld eindig, en zijn mensen onderworpen aan het milieu. In de ogen van de Tovenaars zijn de mogelijkheden onbegrensd, en zijn mensen sluwe beheerders van onze planeet. Het is geen kwestie van goed tegenover kwaad, maar van verschillende opvattingen over het goede leven. Het boek gaat over de manier waarop mensen met verstand van zaken zich kunnen bezinnen op toekomstige keuzes. Niet over wat er in dit of dat scenario gebeurt. Er worden geen voorspellingen gedaan in het boek. Mijn vrouw en ik hebben afgesproken het boek allebei ‘parallel’ te lezen. Als we het boek uit hebben, zijn we zeer waarschijnlijk nog meer in verwarring. Wordt ongetwijfeld en hopelijk vervolgd.

Ondertussen is in de Alpen de eerste sneeuw gevallen. Klimaatverandering, één van grote toekomstige uitdagingen, zal ik hier nu nog niet bespreken. Hierover kunnen de meningsverschillen enorm hoog oplopen. Voor de wintersportliefhebbers, die de komende tijd weer als kuddedieren de berg opkruipen, is het in ieder geval een fijne gedachte dat er in de Alpen een witte Kerst zit aan te komen.

Nog even over de Kerstman gesproken. Heb laatst gehoord dat we ook moeten vrezen voor de toekomst van deze altijd blanke en mannelijke figuur, die deze mannelijkheid ook nog eens versterkt door z’n ‘versieringen’ – een piek en ballen – altijd in de kerstboom te hangen om er vervolgens ook behoorlijk wat wit spul overheen te spuiten. Oei, oei, oei!

Kuddegedrag

Rond deze tijd als de krokusjes weer uit de grond springen en iedereen weer bijna tegelijkertijd richting de skipistes vertrekt (letterlijk: tegen de berg opkruipt), moet ik denken aan een kudde schapen, die zich gedwee naar de stal laat leiden. Zo blijkt de mens ook maar gewoon een dier te zijn. Toch zit er iets fascinerends in het verschijnsel dat wij ons als mens soms (of beter gezegd regelmatig) compleet in de greep laten houden door een bepaalde – vaak idiote – gedachte.

Zo is uit onderzoek gebleken dat er slechts een minderheid van 5% nodig is om een groep van meer dan 200 personen naar een bepaalde locatie te leiden. Beter gezegd, wanneer 5% van de proefpersonen de opdracht krijgt om een bepaalde richting op te lopen, worden ze in alle gevallen gevolgd door de resterende 95% van de groep. De onderzoekers zagen een duidelijke ‘slang’ van mensen ontstaan. Toch hadden de deelnemers uit de volggroep nooit het idee dat zij anderen achterna liepen. Dit lijkt op het eerste gezicht best handig, maar met de ‘foute’ leider kan je behoorlijk op de verkeerde plek uitkomen, of ergens waar je helemaal niet naartoe op weg was.

Groepsdenken klinkt in eerste instantie best gezellig en oké. Zo wordt bij het maken van moeilijke beslissingen vaak gesproken over ‘the wisdom of the crowd’. Veel leken weten het vaker beter dan de expert (denkt men). Mijn eigen observatie is echter dat je beter kunt spreken van ‘de kracht van de massa’ en niet zo zeer hun wijsheid. Laat ik maar weer eens één van mijn favoriete onderwerpen aansnijden, te weten beleggen. Ze zeggen weleens dat als de taxichauffeur over beleggen begint te praten, dan weten de professionals dat ze moeten uitstappen.

Zo hoor ik op dit moment iedereen praten over allerlei cryptomuntjes. Deze digitale munten die via computernetwerken buiten banken en overheden worden beheerd, doen iets met ons. Wat dan precies? Denk dat toch het vooral de hebberigheid en angst is. We horen om ons heen allemaal verhalen van mensen die ongelooflijk veel geld ermee verdienen. Of dat blockchain de technologie van de toekomst is. Kan iemand mij dat nog eens in paar zinnen uitleggen? Begrijp heel goed dat mensen het straks héél pijnlijk vinden als ze als enige de boot gemist zouden hebben. De gevleugelde woorden van – de door andere omschreven als superbelegger – Warren Buffett zijn dan ook niet voor niks: “Be fearful when others are greedy and greedy when others are fearful.”

Er spelen naast groepsdenken natuurlijk heel veel zaken een rol bij besluitvorming. Zo betrap ik mijzelf er weleens op dat ik om de goede vrede in de groep te bewaren (lees: conflicten uit de weg te gaan) minder kritisch kijk naar de gevolgen van een beslissing. En later – bij een verkeerde afloop – is dit uiteraard met spijt als haren op m’n hoofd. Ook neem je vaak een beslissing die een ander al heeft genomen. Waarom vragen mensen aan tafel anders continu aan elkaar: “Wat ga jij nemen?”

Nog veel lastiger is het voor ons wanneer we al een bepaalde beslissing hebben genomen of een investering hebben gedaan, om terug te komen op een eerder besluit. Zelfs als er allerlei nieuwe feiten zijn, die een heroverweging meer dan zouden rechtvaardigen. Mensen kunnen zo irrationele beslissingen nemen om eerdere rationele beslissingen te rechtvaardigen. Onze neiging om informatie te zoeken of te filteren die onze opvattingen en vermoedens bevestigt, is algeheel bekend en heet in de psychologie de ‘confirmation bias’. Dit komt op allerlei manieren voor, zo bepaalt het onder andere ons voorkeursgedrag. Deze bevestigingsneiging is zo’n sterk ontwikkelde selectieve manier van redeneren, dat je je niet realiseert dat het tot denkfouten kan leiden. De kunst is om jezelf iedere keer weer de kritische vraag te stellen of je vermoeden wel juist is, of dat er iets is wat het ontkracht.

Ik heb er net als bijna iedereen ook last van dat ik zo lang mogelijk bij mijn eigen mening blijf. Wel probeer ik daarbij zoveel mogelijk een authentiek denker te zijn. Dus er niet alleen maar naar streven om zoveel mogelijk voorbeelden te bedenken om een gedachte te bevestigen, maar juist ook tegenvoorbeelden zoeken. Zo ben ik bij sportwedstrijden meestal ook voor de underdog (tegen beter weten in) en ben ik in mijn doen en laten vaak anticyclisch (zeg maar: ‘tegendraads’). Ook al leidt dit natuurlijk niet altijd tot de gewenste of verwachte uitkomst, toch haal ik er voor mijzelf het meeste genoegen uit. Dit staat overigens in schril contrast met feit dat ik altijd controle wil houden. Mijn vrienden kunnen daar over meepraten. Voor mijzelf verklaar ik dat altijd omdat ik niks moois wil missen. Zo kan ik continu dingen van m’n bucketlist blijven strepen. Wordt vervolgd.

Met al deze wetenschap is het weer een ‘geruststellende’ gedachte dat wij dit weekend met zo’n 450.000 Nederlanders tegelijkertijd de Alpen inrijden. Opgedreven als een stel schapen. Natuurlijk denk ik dat ene slimme schaap te zijn die op zondag gaat…