Reflectie

De zomerperiode is een mooi moment om terug te kijken op een bewogen studiejaar. Terwijl ik staar naar helder zwembadwater, hou ik mijzelf een spiegel voor om stil te staan bij wat het afgelopen jaar mij gebracht heeft.

Allereerst een karrevracht aan studiepunten. Heb nooit eerder -tijdens mijn vorige studies- meer punten in één jaar gehaald dan deze keer. Naast alle eerstejaarsvakken – heb er overigens één helemaal “geskipt”, te weten Europese Rechtsgeschiedenis – heb ik ook een paar derdejaarsvakken gehaald. Dit alles heeft uiteindelijk geleid tot een score van 66 échte studiepunten (één studiejaar = 60 punten) plus nog een vrijstelling voor 30 studiepunten op basis van m’n eerdere studies ter invulling van de vrije keuzeruimte. Kortom: heb m’n BSA (“bindend studieadvies”) ruim gehaald en mag dus rechten blijven studeren aan de UvA. Voor wat het waard is…

Heb er bewust voor gekozen om als voltijdstudent de studie aan te vliegen in de meest intensieve vorm. Nu dat heb ik geweten. Tegenwoordig word je wekelijks geconfronteerd met “harde deadlines”. Inleveren van je huiswerk, schrijven van korte essays, reviewen van je medestudenten, je eigen beoordeling op tijd teruglezen etc. Merk dat je continu iets “moet”, het stopt nooit. Ik ben nog van het studeren oude stijl (25 tot 30 jaar geleden dus), waarbij je eerst 8 weken volledig in relax-modus zat om tenslotte de laatste twee weken bikkelhard te studeren om de benodigde resultaten te halen. Die manier van studeren zie ik niet meer terug.

Nu er bijna drie keer zoveel mensen studeren als destijds (98.809 zijn er dit studiejaar gestart, waarvan bijna de helft met een universitaire studie) is er bij studenten absoluut besef dat je iets moet presteren tijdens je studie om carrièreperspectief te hebben. Zo ook bij de 5.500 eerstejaars rechtenstudenten, waarvan circa 500 bij “mijn” UvA.

Ik kan je zeggen, er zitten echt wat “bright guys” bij, waarvan ongeveer 60% dames overigens. Voor mij als “oudere jongere”, die een beduidend grotere inspanning moet leveren om dezelfde lappen stof tot zich te nemen, dan ook een hele uitdaging om deze slimmeriken bij te benen. Hoewel alle tentamens gehaald, kan ik niet zeggen dat ik dat op honours-niveau heb gedaan tenzij je mijn lijst ondersteboven houdt. Zijn de kids tegenwoordig dan allemaal zo slim geworden? Ik denk van niet, maar uit de grote hoeveelheid studenten komen de beste snel bovendrijven. Je moet echt wel gedisciplineerd zijn om deze (schoolse) druk van presteren aan te kunnen. De faculteit kan zich eigenlijk (financieel) geen hoge uitval permitteren, maar ook de kwaliteit blijft belangrijk. Het draait dan ook om “studiesucces”, een door de faculteit gebruikte term (ook als in “Studiesuccesbeleid” – mooi woord voor galgje). Om dit te bevorderen (ruim 60% stroomt nu door naar het tweede jaar) heeft de faculteit een streng regime. Toen ik een medestudente, die zich namens de rechtenstudenten voor de studentenraad verkiesbaar had gesteld, vroeg waarvoor haar partij “OpRecht” staat, antwoordde zij “wij zijn tegen verdere verschoolsing van het onderwijs” en liet zij ook het zinsnede “te paternalistisch” vallen. Mijn stem had ze direct.

De beperking van je vrijheid en het ontbreken van autonomie is wat mij het meest frustreerde het afgelopen jaar. Als “eeuwige student” meende ik mij toch te herinneren dat studeren juist het ultieme gevoel van vrijheid betekende. Je was pas echt een “koning” als je op de goede momenten wist de voor jezelf juiste keuzes te maken. Die zelfredzaamheid wordt nu niet meer verlangd. Je wordt simpelweg aan een lijntje meegenomen. Je geest krijgt continu prikkels van Blackboard; dit is de digitale omgeving voor studenten (vergelijkbaar met Magister voor middelbare scholieren, zo weet ik van m’n kinderen). Op Blackboard vind je bijna van minuut tot minuut alle relevante informatie: wat je moet doen, waar je moet zijn, alle hoorcolleges (digitaal terug te luisteren), opdrachten, tentamennummers, oude tentamens, extra stof, cijfers, voortgang etc. Al binnen een paar dagen had ik dit dus in mijn browser als homepage ingesteld, maar het gaat verder. Er is ook een appversie van met meldingen die -als je het zo instelt- de hele tijd op het scherm van je smartphone oplichten. Het wordt een onlosmakelijk deel van je leven. Checkte net ook nog even de whatsapp van m’n studiegroepjes; er zijn ruim 7.500 (onderlinge) berichten verstuurd afgelopen jaar. Daar heb ik zelf ieder geval bovengemiddelde bijdrage aan geleverd. Zo’n digibeet ben ik nu ook weer niet…

Maar wat maakt dan nu een goede jurist? En dan bedoel ik rechten studeren en advocaat worden, en in mijn geval de ambitie van strafrechtadvocaat. Ik denk dat naast de kennis ook zeker kunde van belang is, zoals nauwkeurigheid, taalvaardigheid, rechtvaardigheidsgevoel, kritisch en logisch denkvermogen, analytisch inzicht en ook gedrevenheid. Hoewel ik meen op al deze vlakken wel over ruim voldoende vaardigheden te beschikken, ben ik tot het inzicht gekomen dat er géén groot juridisch denker in mij schuilt. Ik blijf toch de pragmaticus, die meer interesse heeft in wat bruikbaar is, dan wat waar is. In mijn zakelijke activiteiten probeer ik op creatieve manier dingen anders te doen, veranderingen in gang te zetten. Of het nu het realiseren van een ondergronds kinderspeelpark is, of het financieren van (startende) bedrijven, of het steunen van maatschappelijke initiatieven, ik zoek naar vernieuwende en onderscheidende zaken. Daarmee maak ik een verschil.

Als strafrechtadvocaat in spé met in ieder geval nog twee jaar studie -afronding bachelor en master- en stage te gaan, vrees ik niet snel méér “verschil” te gaan maken, dan dat ik nu al doe. Dit heeft mij doen besluiten om met deze studie te stoppen. Dit betekent overigens niet dat het geen waardevol jaar is geweest voor mij.

Integendeel zelfs, ik heb mijzelf in vele opzichten beter leren kennen. Naast het “verschil” dat ik al denk te maken, hecht ik ook veel waarde aan de vrijheid om eigen keuzes te kunnen maken, of dit nu zakelijk of privé is. Afgelopen jaar kon dit regelmatig niet en werd ik er soms -ondanks de vele extra uren thuis- niet gezelliger op. M’n vrouw en kinderen maakten de grap “je wordt grijs” en zagen me afentoe ploeteren en hoorden me morren als er weer van alles “moest”. Big Brother was watching me (niet alléén in 1984, maar ook in 2017)…

Ook heb ik meer begrip gekregen voor wat m’n eigen dochters wellicht binnenkort te wachten staat, als zij hun eigen keuzes gaan maken, zoals bijvoorbeeld studeren. Zij zijn het die al in beginsel tegen mij zeiden: “papa, bloggen is echt ouderwets, je moet gaan vloggen”. Nou, daar ligt voor mij als blogger nog een mooie uitdaging (hier mijn voorland).

De mensen die mij goed kennen, weten dat ik natuurlijk al een “Plan B” heb. Misschien nog wel een stuk interessanter en hipper dan m’n studie-avonturen. Blijf mij dus volgen, dan beloof ik te blijven reflecteren!