Volwassen

Eindelijk 50 maar nu moet ik nog volwassen worden. Qua uiterlijk word ik helaas wel op leeftijd geschat; daar ‘helpen’ die recent gekregen grijze haren (drie puberdochters brengen ‘kopzorgen’!) flink bij. Toen ik een paar jaar geleden nog studeerde – jullie wel bekend, versie 3.0 – kreeg ik nog wel eens het voordeel van de twijfel van m’n studiematties. Die jonge studenten van 18, 19 jaar konden moeilijk een inschatting maken dat iemand van (bijna) hun ouders’ leeftijd tegelijk met hen studeerde.

Volwassen worden dus… Er is zelfs onderzocht wanneer een jongen pas écht volwassen wordt. Dat is gemiddeld op de leeftijd van 43 jaar. Bij vrouwen gebeurt dit gemiddeld 11 jaar eerder. Acht op de tien vrouwen gelooft zelfs dat hun partner het kinderachtige gedoe nooit ontgroeit. Die ‘statistiek’ kan ik onderschrijven. En het wordt nog mooier (volgens het Britse onderzoek waarover de Daily Mail eens schreef –  zeg maar het niveau van De Telegraaf):

De vrouw beslist. Twee keer zoveel vrouwen voelen zich de volwassen persoon in hun huidige relatie. Een kwart heeft het gevoel dat zij degenen zijn die de belangrijke beslissingen maken in hun relatie, evenveel dames willen dat haar partner meer over zichzelf praat en over zijn gevoelens. Drie op de tien dames heeft al een relatie beëindigd omdat ze haar geduld had verloren met een kinderachtige man. Bijna de helft heeft al een relatie gehad waarbij ze het gevoel had dat ze de moeder van haar partner moest spelen.

Tekenen van onvolwassenheid zouden zijn: zwijgen tijdens ruzies (herkenbaar), niet kunnen koken (klopt ook) en steeds dezelfde moppen en verhalen vertellen (iets met servetjes, ‘ondersteboven’, viltjes)…

De gemiddelde Britse vrouw moet haar geliefde minstens een keer per maand vertellen dat hij zich naar zijn leeftijd moet gedragen, dat is gemiddeld 14 keer per jaar. Toch is een kinderachtige partner niet per se negatief: vier op de tien ondervraagden is van mening dat dit belangrijk is in een relatie, omdat het de dingen leuk en fris houdt. Een derde denkt dat een beetje kinderachtige eigenschappen helpen om een band te scheppen met kinderen.

Het mag (voor mij) duidelijk zijn. Volwassen worden gebeurt niet automatisch met de jaren. Of zoals een mooie wijsheid zegt: “Maturity is achieved when a person postpones immediate pleasures for long-term values” – Joshua L. Liebman

Ouderdom komt wel automatisch; ik noemde al de grijze haren. Stramme gewrichten ook. Dat merkte ik de afgelopen week tijdens een mooie fietstocht naar Hamburg (425 km in drie dagen). Het is overigens wel een luxe om daarvoor de tijd te hebben.

Ouder worden kan iedereen, maar volwassenheid ontwikkelen is best lastig. De allereerste vraag is natuurlijk wat volwassenheid kenmerkt. Daar ben ik eens over gaan nadenken. Als uitgangspunt heb ik genomen dat ik voor mijzelf op de drempel sta van volwassen worden. Af en toe moet je iets positief benaderen om er verder mee te komen…

Als je jong bent, vind je het belangrijk om serieus genomen te worden (zeg maar zo’n ‘ego dingetje’). Denk dat volwassen mensen niet alles wat ze denken geloven en meer in het ‘hier en nu’ leven. Voor mij zijn m’n blogs een mooie manier om hierop te reflecteren.

Als je volwassen bent besef je dat de realiteit is wat het is. Je kunt daar niks aan veranderen. Zeuren over de realiteit heeft dan ook geen zin. Acceptatie is beter. Dat betekent echter niet dat je machteloos bent. Als je de realiteit ziet, moet je juist je verantwoordelijkheid nemen. Je kunt veel betekenen voor je omgeving, maar moet daarvoor wel de aandacht hebben. Bedenk dat je acties van vandaag invloed kunnen hebben op het leven van morgen. En daarmee op de levens van de mensen om je heen.

Natuurlijk zorgen volwassen mensen ook goed voor zichzelf. Je wilt het ook nu leuk hebben. Daarom zeg ik altijd: “Spaar géén geld, maar spaar mooie momenten!”

Investeer daarnaast in zaken die blijvend geluk en voldoening opleveren, zoals relaties, gezondheid en persoonlijke groei. Zo hoop ik dat m’n mediation opleiding hierin een beetje helpt. Het begint met goed luisteren zonder oordeel.

En is dit eigenlijk wel de juiste definitie van ‘volwassen worden’? Interessant is ook hoe dertigers – de ‘Millennials’ – hiermee omgaan. Nou die blijken het behoorlijk zwaar te vinden. Was vroeger een vaste baan, koophuis en gevulde koelkast nog een teken van volwassenheid, tegenwoordig is iedereen aan het freelancen en is het kunnen beschikken over iets belangrijker dan bezit van de zaak. Zeg maar de ‘deeleconomie’. Zij stellen zich continu de vraag: “Wanneer heb ik mijn leven op orde?”

Zo lijkt het dat zowel ‘jong’ als ‘oud’ worstelt met de vraag hoe en wanneer je volwassen wordt… We mogen dan ook concluderen dat volwassen worden geen ‘kinderspel’ is. Er blijkt voor mannen (zoals ik) die niet volwassen worden in de psychologie zelfs een term te zijn: het ‘Peter Pan-syndroom’, oftewel in het Nederlands het ‘Pietje Bell-complex’. We herinneren ons allemaal wel de avonturen van het keurige, maar ondeugende en rebelse jongetje Pietje Bell. Zo wilde je toch zijn. Lekker de boel een beetje opschudden, je eigen pad uitstippelen en de regels niet compleet aan je laars lappen, maar wel kijken in hoeverre ze meebewegen. Pietje was voor mij iemand met hart van goud!

Of ik helemaal van dit complex ga afkomen? Ik zou ‘toepasselijk‘ willen zeggen: de kans is ‘50/50’.

Een zekerheid is wel dat onze oudste dochter recent voor de wet volwassen is geworden (lees: 18 jaar). Ze mag nu officieel drinken (deed ze al een ‘beetje’) en alléén autorijden (mocht ze al onder begeleiding). Daarnaast is ze geslaagd voor haar eindexamen, gaat studeren en het huis uit. Ook mijn tijd om volwassen te worden!

 

Dokter Bibberrrrr

Dat spelletje hebben we vroeger ongetwijfeld allemaal wel eens gespeeld. Zonder te bibberen moest je ‘opereren’ anders ging de onverbiddelijke zoemer en was je af.

Op een of andere manier voelen we ons tegenwoordig allemaal een beetje dokter. En dat is niet omdat ik regelmatig de Komedieshow ‘Komt een man bij de dokter’ heb bekeken of het boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ van Kluun heb gelezen, maar vanwege de mogelijkheid om van alles online op te zoeken.

We proberen er al googelend achter te komen wat ons mankeert. Zo gaan in het TV programma ‘Dokters vs Internet’ iedere aflevering een drietal huisartsen de strijd aan tegen een drietal leken, bestaand uit een team van BN’ers. Zij doen een wedstrijdje diagnosticeren. De leken hebben het hele internet tot hun beschikking, terwijl de dokters het moeten doen met hun parate kennis. ‘Gelukkig’ werden bijna alle afleveringen gewonnen door de dokters (1x gelijkspel, 1x wonnen de leken). Hier zie je hoe de Radio DJ’s het deden.

Ook ik maak mij soms ‘schuldig’ aan zelfdokteren. Naast het internet afstruinen zijn er ook allerlei appjes (er zijn wel 300.000 nooit gescreende apps die diagnoses stellen). Zo meet ik regelmatig zelf mijn hartslag door m’n wijsvinger even op de lens van m’n mobiel te leggen.

Dit is nog kinderspel, maar professionals en beleidsmakers verwachten dat robotisering op termijn diep gaat ingrijpen op zorg en samenleving. Technologische ontwikkelingen gaan het dagelijks leven en daarmee ook de zorg volledig transformeren. Daarbij zullen robots binnen afzienbare tijd niet meer weg te denken zijn. In Nederland heeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) met ‘fictieve’ minidocumentaires een beeld geschetst van de praktische dilemma’s rond dit soort robottechnologie. Vraag me af of we hier ‘gelukkig’ van gaan worden, of juist van in paniek raken.

Ik schrok zelf wel even toen ik laatst de documentaire ‘Bleeding Edge’ zag. Hierin richtte men zich vooral op medische hulpmiddelen. Kunstheupen, pacemakers en buikmatjes zijn voor veel mensen belangrijk. In deze industrie gaan miljarden om, terwijl er in tegenstelling tot medicijnen weinig kritische gekeken wordt naar de hulpmiddelenbranche. Het winstbejag is enorm. Er worden allerlei medische apparaten getoond, die al heel veel levens hebben verwoest. Je ziet dat mensen doodziek worden van zulke producten, of dat de hoofdprijs wordt gevraagd voor nieuwe producten die niet beter zijn dan de oudere versie. Wat baart mij zorgen? Ik zal zelf ooit nog aan de kunstknie moeten. Ruim tien jaar geleden scheurde ik mijn voorste kruisband. In eerste instantie bij een potje voetballen met een paar maten in het Amsterdamse Bos (dat is dus niet verstandig), maar het laatste definitieve ‘tikkie’ kreeg m’n knie bij een oefening van mij en onze hond bij puppycursus. Graag niet te hard lachen daarover. Bij de operatie, waarin de dokter mij via de hamstringtechniek van een nieuwe kruisband voorzag, bleek dat ik bij mijn beide knieën al sprake is van vergaande kraakbeenslijtage (artrose dus). Om de pijnklachten die dat naar verwachting in toenemende mate met zich mee zou brengen voor te zijn, werd besloten tot een standbeencorrectie (aan één knie). Dat was overigens een behoorlijk serieuze operatie. Ze maken met een zaag een open wig (bij mij zo’n 8 graden) in je onderbeen, die vervolgens met een stevige plaat schroeven weer in de goede stand wordt vastgezet. Hierdoor wordt de belasting in de knie veranderd, zodat de buitenzijde, het goede deel, van de knie de meeste kracht opvangt. De gedachte hierachter was, en daar ben ik tot op de dag van vandaag nog gelukkig mee, om nog zolang mogelijk pijnvrij zonder kunstknie te kunnen bewegen.

Het betekende wel dat ik per direct het einde van m’n 30 jarige ‘hockeycarrière’. Dus géén hockey met een stokkie meer. Daarvoor is dus de racefiets in de plaats gekomen. De belasting voor de knie is daarbij relatief laag, en in principe is het ook geen contactsport (totdat je elkaar een keertje in de wielen rijdt). Vooralsnog zie ik dit fietsen maar even als het veilige en bovendien ‘goedkope’ medicijn voor mij. Je kunt overigens behoorlijk wat geld spenderen aan fiets gerelateerde spulletjes, een ultralichte carbon fiets voor de zomer, een schokbestendige fiets voor de winter, een reisfiets ‘Randonneur’ voor de lange afstanden. En wat dacht je van de lycra pakjes in alle maten en soorten. Natuurlijk zoveel van ademend materiaal en bestendig tegen weer en wind. Gelukkig ben ik bijna jarig…

Dat de farmaceutische industrie valsspeelt door ons kapitalen te laten betalen voor medicijnen, zal niemand verbazen. Dat dit wel heel ver kan gaan, zag ik in de aflevering ‘Drug short’ van de Netflix documentaire reeks ‘Dirty Money’. Relatief kleine spelers op de markt, die veel hebben geïnvesteerd in research en soms het monopolie op een medicijn hebben, worden opgekocht door grote bedrijven, die onmiddellijk het dure laboratorium sluiten en de prijs van het medicijn zonder met de ogen te knipperen vertienvoudigen, of nog erger. De patiënten kunnen géén kant op. Voor veel mensen betekent het de dood, of bankroet en dan alsnog dood.

Het is onderzocht dat een dokter zichzelf veel minder medicatie zou voorschrijven dan hij doet voor z’n patiënten. Hij of zij weet wel beter. Van veel medicijnen is helemaal niet bekend wat de (bij-) werkingen zijn. Toch verwacht de patiënt bij de dokter naar buiten te lopen met het recept voor een wonderpilletje. We willen toch allemaal ‘oud worden’. Overigens niet ‘oud zijn’ merk ik aan oudere mensen in mijn omgeving.

Zo lijkt het wel of er door de farmaceutische industrie met ons het spelletje ‘Dokter Bibber’ wordt gespeeld. Voordat je het weet is het ‘game over’ en gaat keihard de zoemer…