De Reünie

Tsja zo’n reünie, het blijft een bijzonder fenomeen. Waarom vindt een mens het leuk om na vele jaren -in dit geval 30 jaar- mensen waarmee je ooit iets gedeeld hebt -studieperiode aan Nyenrode- weer te zien? Vorig weekend had ik de “Homecoming” van mijn jaar 1987. Als één van de medeorganisatoren was ik al maanden vantevoren bezig met te bedenken hoe het zou zijn om al die lieden weer eens te zien. Door een sterk alumninetwerk en vindingen zoals “Feestboek”, waar ik zelf overigens wars van ben, hadden zich ruim 90 jaargenoten aangemeld. Een hoge opkomst.

Zou ik iedereen nog herkennen? Misschien was de vraag andersom meer terecht. Zouden zij deze beginnend grijzende, maar nog steeds behaarde, iets wat corpulente man, maar bovenal nog steeds jong van geest (zo’n jaartje studeren met 18 en 19 jarigen heeft wel geholpen!) wel herkennen? Het viel allemaal reuze mee…

Eerst had ik mijzelf maar eens de vraag gesteld, waarom een mens überhaupt de behoefte heeft aan zo’n reünie. Is het de nieuwsgierigheid, hoe mensen er ondertussen uitzien? Natuurlijk wel een beetje! De mannen zijn vaak iets kaler geworden of soms al een beetje tot behoorlijk grijs. De strak getrainde lichamen van toen (ahum) zijn deels verdwenen; het omgekeerde kan ook hebben we nu met eigen ogen kunnen zien. Interessanter (voor een man) is te zien hoe de dames zijn opgedroogd. Een positieve verrassing daargelaten zijn ook deze door de jaren getekend. En hoe erg is dat eigenlijk, we zijn allemaal precies dertig jaar ouder geworden. Het is veel droeviger om te realiseren dat dit niet voor iedereen geldt. Drie jaargenoten van ons zijn er helaas al niet meer -wiens overlijden wij bijzonder betreuren- en ook ernstige ziektes kloppen op de deur. Het is dan ook zeker niet alleen maar hosanna tijdens zo’n reünie, maar al gauw voeren de sterke verhalen van vroeger gelukkig de boventoon.

Willen we misschien weten hoe succesvol mensen zijn geworden? In de eerste jaren of beter gezegd decennia na de studie was dit waarschijnlijk nog een belangrijk ding. Volgens mij speelt dit voor mensen van gemiddeld bijna vijftig niet meer zo. Hoe mooi de vooruitzichten direct na het afronden van de studie ook waren en de carrières zich met komeetsnelheid ontwikkelden, ondertussen lijkt bij de meesten het moment van acceptatie dat niet iedereen aan de top kan verschijnen te zijn ingetreden. Althans zo denk ik er zelf over. Het is nu voor velen belangrijker om gezond te zijn, vaak met een gezinnetje en in alle gevallen een fijn leven te hebben. Die uitdaging is naast de “ultieme” job al groot genoeg. Toch willen we graag horen wat mensen zijn gaan doen en wat hun op dit moment zoal bezighoudt. Zo waren er deze avond mooie verhalen: “van fotograaf tot minister” en “van boer tot kasteelheer” (in hetzelfde genre als “van koektent tot president”). We weten nu hoe sommigen hun eerste centen verdienden, en hoe anderen een lang gekoesterde droom in vervulling hebben zien gaan.

Wat maakte Nyenrode eigenlijk zo bijzonder? Je leefde met bijna 600 studenten samen op de campus, je deelde met elkaar een kamer en at dagelijks 3 keer met elkaar in de mensa. Dit smeedde een hele hechte band. En natuurlijk, de excessen waren van alle tijden. Ik heb me daar niet aan kunnen onttrekken. Daarvoor was er de campusraad (“interne rechtspraak”), die bepaalde op welke wijze je gestraft werd. Alles bleef echter binnenshuis, géén internet (lees: géén publiciteit) en dus ook géén eeuwige “schade”. Je kon fouten maken, maar je ook weer herpakken. Ook de bangalijstjes (“claimsysteem”) bestonden al en in de Nyenroddel werden alle escapades ruim uitgemeten. Zijn we daar allemaal slechter van geworden? Nee zeker niet, het zorgde er bij mij in ieder geval voor dat ik als jong broekie van de middelbare school werd gevormd en aan die periode heel veel mooie en positieve herinneringen bewaar. Omdat Nyenrode slechts een driejarige opleiding was, wilde ik dat gevoel nog even vasthouden, waardoor ik nog een tweede studie in Groningen ben gaan doen. Studeren was toen nog dat ultieme vrije gevoel; precies het element dat ik vorig jaar tijdens m’n studie 3.0 een beetje miste.

Ons jaar (1987) van circa 160 studenten kende in ieder geval een grote verscheidenheid aan figuren, die hun vrijheid tegemoet gingen. Waar dat destijds tot veel plezier, maar zeker ook tot evenzoveel wrijving leidde, lijkt iedereen nu voor even dikke vrienden van elkaar te zijn. Na zoveel jaar zijn de scherpe kantjes er bij (bijna) iedereen wel vanaf. Toen kon je je nog druk maken over elkaars doen en laten. Zo was het nooit makkelijk als meerdere mensen hetzelfde jongetje of meisje beminden, of viel de consumptie van grote hoeveelheden bier of andere victualiën bij de één beter dan bij de ander. We hadden allemaal onze merites, sommigen zelfs wat meer dan een ander. Ik spreek hier voor mijzelf. Waar de zelfreflectie destijds bij mij ver te zoeken was, heb ook ik later nog iets geleerd. Het oordeel hierover is uiteraard aan anderen en niet aan mij.

Zoals gezegd waande ik mij vorige week weer even 30 jaar terug in de tijd. Ik mocht in de bar van Kasteeltaveerne “Int Moede Hooft” weer de drankjes schenken en de muziekjes draaien. We dronken hetzelfde ranzige bier uit dezelfde ranzige glazen als toen. Ik stond weer met m’n poten in centimeters bier en drab (schoenen konden direct bij grofvuil). En zelfs de liederen van toen “In café De koperen pul” enzo werden weer uit volle borst meegezongen. Waar vroeger nog de muziek via cassettebandjes ten gehore werd gebracht… Misschien goed voor de jongere lezers van mijn blog (ik weet dat die er zijn) even een link naar een plaatje hiervan.

Nu kon alle muziek gelukkig uit een computer (met Spotify!) tevoorschijn worden getoverd. Dus werden er klassiekers gedraaid als “Even aan m’n moeder vragen“, “Black Betty” en “You and me”, maar natuurlijk ook de moderne hits, waar onze kinderen nu uit hun dak op gaan, “Krantenwijk” en “Leef“. Zo is in dertig jaar tijd Hazes altijd nog een beetje bij ons gebleven.

Wat mij betreft doen we dit over 20 jaar nog eens over. Liever had ik gezegd 30 jaar, maar we moeten wel realistisch blijven; we worden allemaal écht een dagje ouder. Ik zeg dan ook: “zie jullie hopelijk allemaal weer in 2037!”

 

Werkelijkheid

“Niks zo onwaarschijnlijk als de werkelijkheid” is een door mij vaak gebezigde uitspraak. Ik heb overigens géén idee van wie het origineel is… Alles wat je kunt bedenken, gebeurt ook weleens. Vaak krijg je een ingrijpende kijk in iemands leven. Dit verklaart voor een groot deel mijn fascinatie voor documentaires.

Eén van de eerste “docu’s” die ik mij nog kan herinneren, was een rapportage van Zembla (1988) over het leven in de Magneet, een wijk in Scheveningen met nogal “bijzondere” inwoners. Legendarisch waren onder andere de woorden van de sportleider in het buurthuis Jan Nutbey, die nooit verder was gekomen dan de vierde klas lagere school en vertelde over z’n buurtwerk en over zijn brieven aan de gemeente: “ik schrijf misschien kut met een “d”, maar jij ken hem wel van mij lezen…” Het taalgebruik is uniek, kijk zelf maar.

Ook m’n eerste bezoek aan de IDFA, het ondertussen zeer bekende documentaire festival, in 1999 staat mij nog goed bij. Met een groep studievrienden bezochten wij de première van de documentaire over Andre Hazes – “Zij gelooft in mij” gemaakt door John Appel. Na afloop was er zowel waardering voor de maker met een staand applaus, als ook totale verwarring bij de échte Hazes fans, die beteuterd in hun stoel bleven zitten. Denk dat iedereen nog veel scenes voor de geest kan halen, zoals het rijmwoordenboek bij het schrijven van zijn liedjes of het kopen van een auto met z’n vrouw. Het aardige is dat de hele documentaire online staat, dus je kunt ‘m hier nog een keer bekijken. Blijft uniek beeldmateriaal van onze grootste volkszanger. Ook het beeld van zijn uitvaartdienst in 2004 met vijftigduizend fans in de Arena staat in mijn geheugen gegrift. Over dingen gesproken, die je je eigenlijk niet kunt voorstellen. Ook deze “staatsuitvaart” is terug te zien (alleen op PC). Ga er maar even voor zitten.

Tegenwoordig is er voor de documentaire liefhebber, zoals ik, nog veel meer te genieten. Er worden veel meerdelige docu’s gemaakt en we danken aan het bestaan van Netflix een nieuw fenomeen, te weten “binge-watching”. Dit is op één dag bekijken van meerdere delen van een docu of TV serie. Ideaal voor de student. Vroeger moest je nog iedere week op een bepaald tijdstip voor de buis gaan zitten om het volgende deel te zien. Dat is een stuk lastiger te combineren met “kroegavondjes”.

Heb dan afgelopen weekend (het was nog net vakantie voor de student!) in één ruk de vijfdelige documentaire “O.J.: Made in America” getackeld. Deze vijf keer anderhalf uur is de komende paar weken (tot 17/1) nog op Uitzendinggemist te vinden. Met in gedachte mijn ambitie om strafrechtadvocaat te worden heb ik met grote interesse gekeken naar de advocaten “het dreamteam”, die O.J. -ook vaak “the juice” genoemd- om zich heen had verzameld. Hiertegenover stonden natuurlijk de aanklagers. In deze zaak, waar de feiten redelijk voor zich spraken, heeft de verdediging op magistrale, manipulatieve en bijna onoorbare wijze vrijspraak gekregen voor O.J. Simpson. In zijn slotpleidooi durft Johnnie Cochran, de hoofdadvocaat van O.J., de LAPD rechercheur Mark Fuhrman zelfs met Adolf Hitler te vergelijken.

Alle betrokkenen komen in deze -in mijn ogen- zeer zorgvuldig en goed gemaakte documentaire, waarin alle maatschappelijke vooroordelen belicht worden, opnieuw aan het woord. Zo is er één van de advocaten uit O.J. verdediging, die hardop lachend vertelt over hoe de leden van het “dreamteam” zonder goede argumenten het gevonden DNA in twijfel trokken, het huis en de reputatie van zijn cliënt zwarter maakten dan hij eigenlijk was door allerlei foto’s die aan de wand hingen te veranderen. De aanklagers maakten zelf ook grote missers, zoals het O.J. laten aantrekken van de gevonden handschoen zonder te weten of deze zou passen als er latex handschoentje onder zit. Ook hebben zij de racistische troefkaart, die de verdediging speelde, onvoldoende gecounterd met betrouwbare getuigen (rechercheur Fuhrman bleek uiteindelijk de zwakke schakel). De kern van de zaak is echter de onderdrukking van zwarten door blanken en de rol van de politie daarin. Dit is nog steeds een actueel onderwerp, ook in Nederland. We noemen het nu alleen etnische profilering.

Na zijn vrijspraak voor de dubbele moord in 1994 is O.J. Simpson uiteindelijk in 2008 alsnog veroordeeld tot 33 jaar gevangenisstraf voor een reeks “sullige” zaken. Zo probeerde hij met een soort gewapende overval in een hotel in Las Vegas z’n memorabilia terug te krijgen. De blanke jury bij die rechtszaak heeft toen duidelijk “wraak” genomen. Nu blijkt hij onder bepaalde voorwaarden (mij is niet duidelijk welke) na 9 jaar weer vrij te komen. Dat is dit jaar dus…

Er gaan al verhalen dat hij dan bij Oprah Winfrey de dubbele moord zal gaan bekennen; doet me denken aan Lance Armstrong’s confessie bij haar. Over hem zijn trouwens ook briljante documentaires gemaakt, hier is bijvoorbeeld “Stop at Nothing” te zien. Gewoon spannend voor een wielerfanaat.

O.J. kan trouwens niet meer veroordeeld worden, vanwege het “ne bis in idem” rechtsbeginsel. Niemand mag voor een tweede keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Het is maar dat u het weet!