Wist je dat…

… het gemiddeld slechts 8% van de tijd regent. En dat is inclusief de nachten! Toch zijn we in Nederland ontzettend goed in klagen over het weer. Misschien goed om eens te bekijken of dat terecht is.

Iedereen kijkt ongetwijfeld dagelijks meerdere keren op z’n mobiel naar een weerapp. Je ziet dan bijvoorbeeld dat er een ‘kans’ van 40% neerslag is morgen bij jou thuis. Wat betekent dat eigenlijk? De site van het KNMI geeft hier uitsluitsel over. Kort gezegd gaat er om of er enige neerslag (ten minste 0,3 mm) valt op enig moment gedurende de hele dag (00-24 uur), waarbij de duur van de regen niet relevant is. Een buitje van 10 minuten is dus al genoeg. Nou niet direct iets om je zorgen over te maken, zou ik zeggen.

Zo lijken kinderen ook te denken, tenminste als je die gedachte baseert op het gebruik van regenkleding. Weet niet of jullie dezelfde ervaring hebben; namelijk kids weigeren regenkleding aan te trekken ook al komt het met ‘bakken’ uit de hemel. Ik denk dat ze het ‘niet stoer’ vinden. Nu hebben kinderen wel meer eigenaardigheden. En pubers in het bijzonder. Over regenkleding begin ik al géén discussie meer. De focus ligt nu even op ‘afspraken maken’. Kinderen zien dat overigens meer als opgelegde regels, geloof ik. Toch moet je als ouder af en toe je grenzen stellen. Je mag het ook gerust lezen als ‘opvoeden is een continue uitdaging’.

Of is het een ‘mindset’? Als je overtuiging is dat het wel meevalt, dan kan je het ook positief bekijken. Zelf was ik in mijn jongste jeugd – laten we zeggen tot ik zo’n zestien jaar werd – iemand die het glas sneller halfleeg, dan halfvol zag. Wat betreft de inhoud maakt het niet uit (denken we), maar wel voor het gevoel. Toch is het ook interessant om te kijken naar wat er in het glas zit. Als het bijvoorbeeld levertraan is, dan zou ik het glas liever halfleeg zien, terwijl bij wijn ik het na een paar slokken graag halfvol zou zien. Zo eenvoudig is het dus allemaal niet. De verleidingen voor pubers zijn groot, net als deze destijds voor ons waren en nog steeds zijn. We zoeken allemaal wel eens een uitvlucht voor de stress. Zo weten we dat dopamine een belangrijk ‘geluksstofje’ voor ons als mens is. Het wordt dan ook wel eens het ‘gelukshormoon’ genoemd. Er bestaan de bekende ‘trucs’ variërend van suiker, cafeïne, alcohol tot drugs om even een opkikker te krijgen. Helaas brengen deze zaken je neurale systeem niet in balans, maar geven slechts kortstondig een goed gevoel. Leg dat maar eens uit aan je kinderen. Van de regen in de drup.

We zitten ‘statistisch gezien’ dan ook in de natste maand van het haar. Na oktober is dat verrassend genoeg juli en daarna pas komen november en september. Kortom: na alle warmterecords afgelopen juli niet allemaal direct je volgende vakantie in Nederland boeken. Hoewel het natuurlijk wel de meest duurzame manier van vakantie vieren is. Puur Natuur schreef ik al eens. De vraag, die hier bij mij opkomt, is wat de invloed van de klimaatverandering op ons nu al ‘natte landje’ is. Het zal jullie ook niet verrassen dat nu het warmer wordt, het vaker regent. Er is een natuurwet die zegt dat er meer water in de lucht kan zitten als het warmer is. Warmere zomers zorgen voor extremere buien zeggen de geleerden. Helaas betekent het ook dat kou in de winter schaarser wordt. Ook dat verbaast niet écht.

Dat doet me natuurlijk denken aan het fenomeen Elfstedentocht. IJs is tenslotte niks meer of minder dan bevroren water. Ook dit jaar zullen de rayonhoofden (wat een briljante naam en functie toch!) ongetwijfeld weer koortsachtig vergaderen over een mogelijke tocht. Nu denk ik dat een nieuwe tocht niet zo zeer door de opwarming van de aarde niet meer komt, maar des te meer omdat het zo’n gehypet massa-evenement dreigt te worden. De risico’s zijn waarschijnlijk te groot, waardoor deze sneller wordt afgelast.

Zo dateert de laatste Elfstedentocht alweer van 1997. Er zijn van die bijzondere gebeurtenissen, waarbij je direct weet waar je op dat moment zat of stond. Dit was er zo ééntje. Samen met een goede studiemaat zagen we onze kans schoon om in deze Kerstperiode even ‘in between jobs’ – zoals dat heet – een korte doch intensieve trip naar de Arabische Emiraten te maken, waar een andere studievriend van ons in de regio werkte. Later zullen jullie begrijpen, waarom ik géén namen noem.

Ik zal niet snel vergeten waar wij op die bijzondere 4e januari waren. Wij lagen aan de rand van het zwembad met een temperatuur, die de 30 graden makkelijk overtrof, te luisteren naar een transistorradiootje ofzo. Hierop hoorden wij hoe de ondertussen beroemdste spruitjeskweker van Nederland Henk Angenent net Erik Hulzebosch (‘bekend’ van de hit ‘Hulzebosch Hulzebosch’) voor bleef in de eindsprint van de vijf man sterke kopgroep. De laatste tocht der tochten dus.

Het was in alle opzichten een bijzondere ervaring daar in Dubai, toen al het Disneyland voor volwassenen. Zeker voor jong (on-) volwassenen, die wij destijds nog waren. Reken maar uit; het was 1997. Destijds was het daar nog één hele grote woestijn (nu nog steeds) met een paar mega gebouwen en brede snelwegen er doorheen. Van die laatste zaken – gebouwen, vliegvelden en wegen – zijn er alleen nog maar meer bijgekomen. Wij beleefden daar een behoorlijk spannend avontuur. Na een (te) flinke ‘boost’ van ons jonge geluksgevoel (lees: alcoholisch versnaperingen) reden m’n maat en ik naar huis. Ik zal even niet zeggen, wie achter het stuur zat, da’s niet relevant voor het verhaal.

Blijkbaar reden we op de totaal verlaten (brede) snelwegen in deze woestijn toch niet zo netjes. Met sirene en zwaailichten zagen we aan de andere kant van de snelweg een politieauto de achtervolging op ons inzetten. Ons scheidde slechts een hoge vangrail. Er waren weinig keerpunten. Dat laatste was ons geluk. Wij raceten naar huis en parkeerden razendsnel de auto in de onderliggende garage van het appartementencomplex. Verstopten ons vervolgens vliegensvlug achter de gordijnen van het raam van ons appartement. Met een hartslag van bijna 200 konden we door een kiertje nog net zien dat politieagenten in de garage de motorkappen van auto’s bevoelden (voor de warmte) om te kijken of zich daar in de buurt misschien nog lieden bevonden. Gelukkig liep het goed voor ons af. Onze verstopplek werd niet ontdekt.

Wist je trouwens dat als je bij ‘Google afbeeldingen’ zoekt op ‘241543903’ je foto’s ziet van mensen die hun hoofd in de koelkast stoppen. Kunst of nietZo kan je je afkoelen en verstoppen!

Talent

Talent lijkt het toverwoord te zijn. Of we nu denken dat ons kind de nieuwe Frenkie de Jong is (er zijn genoeg vaders langs de voetbalvelden, die het denken), of de nieuwe Einstein (voldoende kids met een wiskundeknobbel)…

Tuurlijk is het fijn als iemand tegen je zegt dat je talent hebt voor iets. Zo voelde ik mijzelf ook gevleid toen ik laatst hoorde dat ik geschikt zou zijn als mediator (bemiddelaar). Sinds gisteren is dat overigens een feit; geslaagd voor het laatste examen, een live assessment. Nu mag ik mij officieel MfN registermediator noemen. Jullie mogen me bellen.

Maar waar hebben we het bij talent nu precies over? Is talent aangeboren of aangeleerd? Als we weer eens de Dikke van Dale erbij pakken, dan lezen we de volgende definitie: natuurlijke begaafdheid, iemand met veel aanleg. Taalkundig wordt talent dus gezien als aangeboren.

Wetenschappers zijn het hier echter (nog) niet over eens. De discussie tussen ‘nature’ of ‘nurture’ woedt al decennialang voort. Op z’n Nederlands gezegd: “Zit het in de genen, of ligt het aan de opvoeding?” De vraag is of we wel zo ‘zwart-wit’ moeten willen denken. Er zijn ondertussen talloze onderzoeken, die aantonen dat omgevingsfactoren wel degelijk ook bepalend zijn. In een grootscheeps onderzoek op IJsland werd aangetoond dat de leerprestaties van kinderen niet alleen worden bepaald door genen, die ze van hun ouders krijgen, maar ook door genen die ze níet krijgen. De conclusie is dat het in eerste aanleg gaat om aanleg, en de laatste is omgeving. Alles wat daar tussenin zit wordt ‘genetic nurture’ genoemd. Het gaat niet om je eigen genen, maar om je genetische achtergrond. Erfelijkheid is géén natuurlijk gegeven, maar afhankelijk van omgevingsfactoren. Intelligentie is in rijke landen meer erfelijk bepaald dan in arme. Dat komt omdat in rijke landen vrijwel iedereen voldoende te eten, goede zorg en gezonde leefomstandigheden. Dat zijn precies de factoren, die in arme landen het verschil tussen mensen kunnen maken.

Recentelijk heb ik dan ook met fascinatie naar de documentaire ‘Three identical strangers’ zitten kijken. Het is het bizarre verhaal van drie identieke broers, die gescheiden opgroeien en twintig jaar later bij toeval worden herenigd. Wanneer de ene broer (Robert) begin jaren tachtig nietsvermoedend zijn nieuwe school binnenloopt, wordt hij daar door een klasgenoot voor volstrekt iemand anders aangezien. Niet zo vreemd, want op diezelfde school blijkt zijn identieke tweelingbroer (Edward – what’s in the name?) rond te hebben lopen. Wanneer het verhaal de media haalt, blijkt er ook nog een derde broer (David) in het spel. En dat terwijl geen van de broers überhaupt van elkaars bestaan afwist. Ze krijgen als jongens van 19 jaar zelfs een klein rolletje in de film ‘Desperately Seeking Susan’. Jawel, de debuutfilm van een toen écht nog jonge Madonna. Zij ziet er voor haar leeftijd (61 ondertussen) nog ‘verdacht’ goed uit. Dat zit bij haar niet in de genen, maar in de ‘hulpmiddelen’. Verder zal ik niks ‘spoilen’ over deze documentaire. Kijken is de moeite waard, zie hier de trailer.

Ook het gedachtengoed van de beroemdste Nederlandse neurobioloog Dick Swaab is in dit kader interessant. Hij stelt dat bij de geboorte van een mens zijn/haar mogelijkheden en beperkingen al onwrikbaar vastliggen. Slechts in de allereerste kinderjaren valt nog iets te sleutelen aan de bouw van de hersenen. Het komt er eigenlijk op neer dat “als je voor een dubbeltje geboren bent, je nooit een kwartje zult worden”.

Wil jonge ouders verder niet ontmoedigen, maar uit recente studie (verschenen in het vakblad ‘Behavior Genetics’) is gebleken dat ‘brave kinderen hebben’ géén grote verdienste is van de ouders, die systematisch goed gedrag belonen en dus zouden versterken. Er blijkt namelijk een belangrijke genetische component in te zitten. Kinderen kunnen uit zichzelf braaf zijn, zonder dat ze het hoeven te worden. Toch erfelijk dus, maar niet alles bepalend. Genen zorgen voor het potentieel om zich op een bepaalde manier te gedragen, maar kinderen  kunnen beslissen  het anders te doen onder druk van ervaringen of omgevingsfactoren. ‘Opvoeding is vaak niet meer dan vermomde genetica’ luidt de titel van het artikel, waarin ik dit alles las.

Tsja, dat maakt het allemaal niet makkelijker. Met ondertussen nog steeds twee pubers hier thuis – de oudste is uitgevlogen – proberen wij te blijven praten met onze meiden én grenzen te stellen. Er zijn hele boekenkasten volgeschreven over pubers. Je vindt overal tips.

Terug naar mijn eigen talent (-en). Welke dan? Natuurlijk kan je ook goed ergens in zijn of worden zonder talent. Je bent dan gewoon een ‘expert’ die door iets heel vaak te doen of te trainen ergens goed in is geworden. Over de vele uurtjes, die ik in het edele schaakspel heb gestoken, vertelde ik al eens. Ben bang dat het toch onvoldoende was voor een serieuze schaakcarrière. Ik schreef eerder over de 10.000 uren regel. Oefening is wel degelijk lonend, maar niet alles bepalend.

Zelf schaar ik mij achter het idee dat het een combinatie is van erfelijkheid en omgevingsfactoren. Erfelijke aanleg zorgt waarschijnlijk voor de grenzen van wat haalbaar is. Verder is het gewoon ‘oefening baart kunst’. Kortom: een mens moet zich blijven ontwikkelen. Leren doe je je hele leven…

Genen of opvoeding? Goethe schijnt het ooit mooi gezegd te hebben: “Behandel iemand zoals hij is en hij zal zo blijven. Behandel iemand zoals hij kan zijn en hij zal zo worden”.