Poreuze cirkel

De mensen -mag tegenwoordig géén mannen meer zeggen- die hun klassiekers kennen, zullen deze zinsnede direct herkennen van de Klisjeemannetjes, oftewel Van Kooten & de Bie.

In het TV programma “Mannen praten” klaagt Wim de Bie dat zijn seksleven niet je dat is. Kees van Kooten legt hem uit dat alles verankerd ligt in goed eten. Goed eten is je halve leven. Wanneer je niet goed eet kost alles meer inspanning. Daardoor raak je gefrustreerd en ga je nog meer roken en drinken én minder goed eten waardoor alles alleen nog maar zwaarder wordt.

Kees: Nee, maar dan zit jij waarschijnlijk in een poreuze cirkel. Wim: Zou jij denke? Kees: Jaa, ja, dat is waarschijnlijk psychisch. Wim: Ja, wat heb mijn jongeheer nou met psychisch te make? Kees: Fysiek is altijd psychisch! Wim: Oooh! Kees: Je eet teveel, zonder goed te kauwe, hè, dat wordt niet gelijkmatig opgenomen in je bloed…

Het mag duidelijk zijn dat we het hier hebben over een cirkel die niet helemaal dicht is. Er druppelt iets doorheen. Ik gebruik deze expressie zelf regelmatig om aan te geven dat ik -ondanks goeie bedoelingen- eigenlijk niet zo goed bezig ben. Om een voorbeeld te geven: je bent een ochtend heerlijk vol in “tiefschnee” aan het skiën, zodanig dat je écht merkt dat iets sportiefs aan het doen bent. Het voelt voor jezelf als “werken”… Vervolgens zie je bij je favoriete lunchstek een onweerstaanbare kaasfondue op de kaart staan. U snapt het al. Direct is alle inspanning tenietgedaan.

In deze donkere maanden heb ik vaker het gevoel dat ik in tegenstrijdige situaties terecht kom. Continu, die “ongewenste” verleidingen van eten en drinken, terwijl je weet dat je straks in januari weer “in shape” wilt geraken. Of het geven van cadeaus (maak je iemand wel gelukkig ermee?), of krijg je iets van een ander cadeau (ben je er wel gelukkig mee?). En dat ieder jaar weer. Het is allemaal zo’n gedoe, om nog maar eens in de woorden van Van Kooten & De Bie te spreken. Waarom herhalen dit soort zaken zich dan toch keer op keer? Zo zitten we uiteindelijk toch weer in een vicieuze cirkel.

Het doorbreken van zo’n cirkel is niet eenvoudig. De vraag is zelfs of het wenselijk is. Er bestaat namelijk naast een negatieve variant, ook een positieve versie. Zo merk ik bij mijzelf dat als ik eenmaal weer intensief ga sporten (lees: in mijn geval wielrennen), dan krijg ik daar zoveel energie van dat ik nog meer wil bewegen. Dit is voor veel mensen -mannen & vrouwen bedoel ik nu!- een herkenbaar fenomeen. Ons lichaam maakt dan namelijk endorfine aan. Je kunt het zien als een stofje dat je niet alleen aanmaakt bij sporten, maar ook bij verliefdheid, bij een orgasme of bij eten van bepaalde voeding, denk maar aan chocolade bijvoorbeeld. En ja, de voedingsmiddelenindustrie weet ook dat suikers en vetten endorfine aanmaken. Big business dus.  Voedingsbedrijven maken dus producten die ons een gelukzalig gevoel geven. Je eet dus vaak teveel ervan; ik denk alleen al even aan mijn kaasfondue van afgelopen week.

Dus dan liever weer even terug naar het sporten. Dagelijks meer lichaamsbeweging. Daarvan is bekend dat het stress ontlaadt en het depressieve gevoelens minder ruimte biedt. Als je zoals ik een fietser bent geworden, dan kost het wel veel tijd. Iedere keer moet je een stukje verder gaan (lees: jezelf pijn doen) om hetzelfde gevoel te creëren. Na eerdere uitdagingen als de Suydersee Klassieker (320 km in één dag), de beklimming van de Mont Ventoux (21 kilometer aan één stuk omhoog), heb ik samen met wat fietsmaten het plan gevat om deze zomer -rond de langste dag- naar Parijs te fietsen. Om eerlijk te zijn, wél in twee dagen. Ons ontbreekt het namelijk aan acute astma-aanvallen, die het rechtvaardigen -althans bij Froome- om 32 pufjes te nemen. Als je tenminste nog zo naïef bent om te denken dat hij het zichzelf zo heeft toegediend; natuurlijk is dit oraal (met tabletten) gegaan. Het is minstens netzo onnozel te roepen dat andere topwielrenners wel zonder hulpmiddelen tot exceptionele -vaak onmenselijke- prestaties in staat zijn. Of zouden die masseuses echt zo goed zijn, dat er nog wat extra endorfine aangemaakt wordt. Ik waag het te betwijfelen. Het hele professionele wielrennen -een sport waar ik dus actief liefhebber van ben- is één groot kat-en-muisspel tussen de wielrenners en de dopingcontroleurs.

Uiteindelijk zullen er altijd sporters zijn (niet alléén wielrenners dus) die de kortste weg naar de top willen bewandelen en daarbij niet nalaten om vals te spelen. Jullie geloven toch niet dat onze zwemmers, atlete (zonder -n) en schaatsers alleen op een paar borden pasta tot zulke uitzonderlijke prestaties komen. De enige “sport” waar doping volgens mij gestimuleerd wordt, is darts. Destijds dronk Barney al een paar baco’s om een beetje rustig te blijven bij het pijltjes gooien. Tegenwoordig zien ze er allemaal uit als kale halve malloten. Blijft wel een spannend kijkspelletje. Je hebt pas gewonnen als de laatste pijl op de juiste plek in het dartbord is verdwenen.

En eigenlijk moet ik zelf afentoe een beetje grinniken om sommige dopingaffaires; zeker als sporters en verzorgers heel creatief worden. In de wielrennerij moet je dan denken aan mechanische doping. Dat is echter nog maar zelden bewezen; best ingenieus dus.

In de spraakmakende documentaire Icarus zien we hoe Poetin (althans, ik denk dat hij ervan wist) de sporters uit z’n eigen land op zijn winterspelen in Sotsji -ik was erbij- wil laten schitteren. Door ’s-nachts flesjes met plas via een luikje te laten verwisselen (géén grap) voor schone urinemonsters konden Russische sporters vol aan de verboden spulletjes. Dit dopingprogramma heeft ervoor gezorgd dat we binnenkort in PyeongChang (bijna) géén Russische sporters zullen zien op de komende Winterspelen. Op dit moment is Noord-Korea met zijn hoofdstad Pyongyang overigens meer in het nieuws. Donald Trump en Kim Jong-un zijn hun carnivalsact vroeg gestart dit jaar. Zelden zo’n clowneske vertoning gezien als tussen die twee. Trump heeft Kim Jong-un bespot op Twitter. De Noord-Koreaanse leider had Trump kennelijk ‘oud’ genoemd. “Waarom doet hij dat nou?”, twitterde Trump beledigd. “Ik noem hem toch ook niet ‘klein en dik’?” Ik vraag me af, waar gaat dit over? Stel kleine kinderen…

Goed om te weten dat je endorfine trouwens ook schijnt te kunnen aanmaken met een lachbui. We hebben het dan wel over 10 minuten goed lachen. Je voelt je daarna “top”. Mensen (sorry, ik bedoel met name mannen!), misschien helpt het toch even om direct de gehele sketch van de Klisjeemannetjes weer eens te beluisteren. Lach ze!