Virus

Hiermee doel ik niet op het griepvirus dat de afgelopen maanden veel mensen compleet “knock-out” sloeg, maar op het Olympische virus. Sinds 1992 ben ik hiermee besmet geraakt, toen ik m’n eerste Olympische Spelen bijwoonde.

Hoe ging dat? Rechtstreeks vanuit Groningen, waar ik toen studeerde, reden we met vier vrienden in m’n eerste autootje – een rood Golfje, hij kon best “hard” – richting Albertville. We maakten eerst nog een tussenstop (overnachting) bij bekenden in Grenoble. Een leuke stad, zeker ‘s-avonds. Het avondje uit aldaar staat nog bijna net zo goed in mijn geheugen gegrift als de grote dag zelf, we gingen naar de 5 kilometer schaatsen voor Heren. Het laatste deel reisden we met de trein. We waren goed uitgedost, denk aan een compleet oranje overall, vlaggen op het gezicht geschilderd, vuurpijlen om af te steken (tegenwoordig verboden in elk stadion!) en oranje drankjes (voorgemengd, dus een soort breezer “avant la lettre”). In een grote stoet liepen we met veel Nederlanders naar het open lucht ijsstadion. Ja dat waren nog eens tijden. Het langebaan schaatsen vond plaats op afgelegen ijsbanen in vaak de meest winderige omgeving.

Terwijl wij ons nestelden op de tribune (free seating) naast de ouders van Hein Vergeer en Leo Visser – ja, dat waren onze helden toen – waren de eerste rijders al van start gegaan. Grote schermen in het stadion om mee te kijken, waren er nog niet. Je moest gewoon opletten; dat hadden wij dus niet gedaan. Op deze koude dag in februari schaatste de Noor Geir Karlstad vrij onbedreigd naar het goud. Vergeer was in geen velden of wegen te bekennen, maar Falko Zandstra – in bloedvorm dat jaar – schaatste naar het zilver. De grootste verrassing was de bronzen medaille van Leo Visser, die hij ook nog behaalde op de 1.500 meter met 9/100ste achterstand Johann Olav Koss. Na deze Spelen beëindigde de man uit Haastrecht zijn schaatscarrière.  Wij vierden deze zilveren en bronzen medailles als ware het goud; het bleef nog lang onrustig in Albertville en omstreken. Ik had de smaak vanaf dat moment flink te pakken.

In 2006 werd ik uitgenodigd om naar de Winterspelen van Turijn te gaan. In deze jaren voor de crisis was het voor grote bedrijven nog “ussance” om goede klanten uit te nodigen voor dit soort tripjes. Dat was later (na oktober 2008) snel voorbij. Ik herinner me de bijzondere race op de 10 kilometer voor mannen in een bijna ontploffend (overdekt) stadion in Turijn, Bob de Jong won in een ongekend spannende race goud. Met wel 10.000 Nederlandse fans op de tribune leek het stadion wel bijna te exploderen. Zowel in 2010 en 2014 wist De Jong nog brons te winnen op deze afstand, maar dit was echt de race van zijn leven. Voor de ondertussen schaatsbelg Bart Veldkamp waren het de laatste spelen; hij werd 14e. We stonden na afloop met deze schaatsers aan de bar in het Holland Heineken House. Bijzondere momenten, ik was erbij! Naast schaatsen keken we ook naar Kunstrijden en woonden we de IJshockeyfinale bij. In een verrassende Scandinavische finale tussen Finland en Zweden (normaliter zou je Amerika, Canada en Rusland verwachten) wonnen de Zweden in een meer spannende dan hoogstaande pot met 3-2.

In 2010 twijfelde ik dan ook niet om naar de Winterspelen in Vancouver te gaan. Deze keer had ik zelf wat gezellige vrienden opgetrommeld om naar Canada af te reizen. Het werd een legendarische trip. We zagen Sven Kramer winnen op de 5 kilometer. Iedereen zal zich van die spelen nog wel z’n verkeerde wissel op de 10 kilometer herinneren (toen waren we alweer thuis). Vancouver, gelegen tussen de bergen en de Stille Oceaan, wordt niet voor niks regelmatig gekozen tot de mooiste stad ter wereld. De dynamiek van deze stad is ontzettend groot; er wonen allemaal sportgekke Canadezen, de keuken is Frans georiënteerd en daarom gewoon écht goed. We liepen zelf paraderend door deze stad met onze opvallende witte Parka-jassen als ware wij het Nederlandse Curlingteam (hebben zich in werkelijkheid nog nooit geplaatst voor de Spelen). Zo zijn we in veel foto-albums terecht gekomen en haalden zelfs de roddelpagina van de wakkere krant van Nederland. Altijd fijn als je daar een weddenschap voor bubbels over hebt afgesloten (proost!). Naast sportwedstrijden hebben we hier ook veel uitspanningen meegepikt. Denk daarbij ook aan het unieke radio-interview van Erica Terpstra bij Radio 538. We hadden daarvoor met haar aan dezelfde feestborrel gestaan. Door het tijdsverschil met NL ging het soms een beetje mis…

In Sotsji waren we er natuurlijk ook bij. Hoewel iedereen in rep en roer was over de Zwarte weduwe (onderdeel uitmakend van groep terroristen uit de Kaukasus) die van plan zou zijn om een aanslag te plegen tijdens deze Winterspelen, lieten wij ons niet weerhouden om af te reizen naar deze badplaats aan de Zwarte Zee. Vergelijk het maar met Scheveningen. En inderdaad liepen de temperaturen tijdens deze Spelen hoog op, letterlijk (bijna 20 graden) en figuurlijk (op alle andere vlakken). Het begon al met mooie wandeling naar het hotel, waar bij binnenkomst de kamernummers nog op de deur geplakt moesten worden. Het was net op tijd klaar allemaal. Zelf kwamen we te laat bij de openingsceremonie binnen, want de voorafgaande lunch met wat Russen was iets te gezellig geworden. Daarbij werd op weg naar de het stadion ook nog de weg compleet afgezet voor president Poetin. Uiteindelijk konden we nog net Team NL zien binnenkomen om vervolgens tijdens het openingsspektakel van de ene verbazing in de andere te vallen. En dat was nog naar het begin. Onze eerste wedstrijd was de 5 kilometer van de mannen, daar pakten Kramer, Blokhuijsen en Bergsma de plekken 1, 2 en 3. Ireen Wüst pakte vervolgens goud op de 3 kilometer. Voor ons was het hoogtepunt de 1 – 2 – 3 op de 500 meter sprint. Niemand zal ooit vergeten hoe in een zinderende strijd (op honderden van seconden) uiteindelijk Michel Mulder op één honderdste seconde won. Hiermee gaf hij Smeekens en zijn broer Ronald het nakijken.

De feesten in het Holland Heineken House waren die dagen van ongeëvenaard niveau. Niet zo verwonderlijk als je beseft dat de Nederlandse equipe een record aantal medailles haalde (tijdens de Winterspelen); om precies te zijn 24 stuks (8x goud, 7x zilver en 9x brons). Het was dan ook bijna “begrijpelijk” dat Poetin, de man die de facto al sinds 2000 de machthebber in Rusland is, even kwam buurten daar. Als je vervolgens een vriend hebt, die één mooi zinnetje Russisch spreek, “wat een mooie spelen, meneer Poetin!”  dan weet je dat je een kus van hem krijgt. Deze staat nu nog steeds te boek als de “Kus des Doods”…  Over de persoon Poetin zal ik hier niet verder uitweiden. Ook dit blijft een onvergetelijk moment.

Ondertussen zijn de Winterspelen in PyeongChang in volle gang. Ben er deze keer niet bij, maar ik volg het op de voet. We hebben nu al na twee dagen een 1 – 2 – 3’tje te pakken op de 3 kilometer dames. Daarnaast heeft de man met het “telescoopbeen” Sjinkie – Frieser dan Fries, als je ‘m hoort praten – ook al een zilveren medaille gewonnen. Ik denk dat hij er nog wel één gaat halen. Niet onvermeld mag blijven dat de (bijna) meest succesvolste Nederlandse sporter op de Winterspelen, Sven Kramer, ook alweer goud heeft. Ook hij is besmet, maar dan nog met het niet ontdekte “winnaars-virus”!

Poreuze cirkel

De mensen -mag tegenwoordig géén mannen meer zeggen- die hun klassiekers kennen, zullen deze zinsnede direct herkennen van de Klisjeemannetjes, oftewel Van Kooten & de Bie.

In het TV programma “Mannen praten” klaagt Wim de Bie dat zijn seksleven niet je dat is. Kees van Kooten legt hem uit dat alles verankerd ligt in goed eten. Goed eten is je halve leven. Wanneer je niet goed eet kost alles meer inspanning. Daardoor raak je gefrustreerd en ga je nog meer roken en drinken én minder goed eten waardoor alles alleen nog maar zwaarder wordt.

Kees: Nee, maar dan zit jij waarschijnlijk in een poreuze cirkel. Wim: Zou jij denke? Kees: Jaa, ja, dat is waarschijnlijk psychisch. Wim: Ja, wat heb mijn jongeheer nou met psychisch te make? Kees: Fysiek is altijd psychisch! Wim: Oooh! Kees: Je eet teveel, zonder goed te kauwe, hè, dat wordt niet gelijkmatig opgenomen in je bloed…

Het mag duidelijk zijn dat we het hier hebben over een cirkel die niet helemaal dicht is. Er druppelt iets doorheen. Ik gebruik deze expressie zelf regelmatig om aan te geven dat ik -ondanks goeie bedoelingen- eigenlijk niet zo goed bezig ben. Om een voorbeeld te geven: je bent een ochtend heerlijk vol in “tiefschnee” aan het skiën, zodanig dat je écht merkt dat iets sportiefs aan het doen bent. Het voelt voor jezelf als “werken”… Vervolgens zie je bij je favoriete lunchstek een onweerstaanbare kaasfondue op de kaart staan. U snapt het al. Direct is alle inspanning tenietgedaan.

In deze donkere maanden heb ik vaker het gevoel dat ik in tegenstrijdige situaties terecht kom. Continu, die “ongewenste” verleidingen van eten en drinken, terwijl je weet dat je straks in januari weer “in shape” wilt geraken. Of het geven van cadeaus (maak je iemand wel gelukkig ermee?), of krijg je iets van een ander cadeau (ben je er wel gelukkig mee?). En dat ieder jaar weer. Het is allemaal zo’n gedoe, om nog maar eens in de woorden van Van Kooten & De Bie te spreken. Waarom herhalen dit soort zaken zich dan toch keer op keer? Zo zitten we uiteindelijk toch weer in een vicieuze cirkel.

Het doorbreken van zo’n cirkel is niet eenvoudig. De vraag is zelfs of het wenselijk is. Er bestaat namelijk naast een negatieve variant, ook een positieve versie. Zo merk ik bij mijzelf dat als ik eenmaal weer intensief ga sporten (lees: in mijn geval wielrennen), dan krijg ik daar zoveel energie van dat ik nog meer wil bewegen. Dit is voor veel mensen -mannen & vrouwen bedoel ik nu!- een herkenbaar fenomeen. Ons lichaam maakt dan namelijk endorfine aan. Je kunt het zien als een stofje dat je niet alleen aanmaakt bij sporten, maar ook bij verliefdheid, bij een orgasme of bij eten van bepaalde voeding, denk maar aan chocolade bijvoorbeeld. En ja, de voedingsmiddelenindustrie weet ook dat suikers en vetten endorfine aanmaken. Big business dus.  Voedingsbedrijven maken dus producten die ons een gelukzalig gevoel geven. Je eet dus vaak teveel ervan; ik denk alleen al even aan mijn kaasfondue van afgelopen week.

Dus dan liever weer even terug naar het sporten. Dagelijks meer lichaamsbeweging. Daarvan is bekend dat het stress ontlaadt en het depressieve gevoelens minder ruimte biedt. Als je zoals ik een fietser bent geworden, dan kost het wel veel tijd. Iedere keer moet je een stukje verder gaan (lees: jezelf pijn doen) om hetzelfde gevoel te creëren. Na eerdere uitdagingen als de Suydersee Klassieker (320 km in één dag), de beklimming van de Mont Ventoux (21 kilometer aan één stuk omhoog), heb ik samen met wat fietsmaten het plan gevat om deze zomer -rond de langste dag- naar Parijs te fietsen. Om eerlijk te zijn, wél in twee dagen. Ons ontbreekt het namelijk aan acute astma-aanvallen, die het rechtvaardigen -althans bij Froome- om 32 pufjes te nemen. Als je tenminste nog zo naïef bent om te denken dat hij het zichzelf zo heeft toegediend; natuurlijk is dit oraal (met tabletten) gegaan. Het is minstens netzo onnozel te roepen dat andere topwielrenners wel zonder hulpmiddelen tot exceptionele -vaak onmenselijke- prestaties in staat zijn. Of zouden die masseuses echt zo goed zijn, dat er nog wat extra endorfine aangemaakt wordt. Ik waag het te betwijfelen. Het hele professionele wielrennen -een sport waar ik dus actief liefhebber van ben- is één groot kat-en-muisspel tussen de wielrenners en de dopingcontroleurs.

Uiteindelijk zullen er altijd sporters zijn (niet alléén wielrenners dus) die de kortste weg naar de top willen bewandelen en daarbij niet nalaten om vals te spelen. Jullie geloven toch niet dat onze zwemmers, atlete (zonder -n) en schaatsers alleen op een paar borden pasta tot zulke uitzonderlijke prestaties komen. De enige “sport” waar doping volgens mij gestimuleerd wordt, is darts. Destijds dronk Barney al een paar baco’s om een beetje rustig te blijven bij het pijltjes gooien. Tegenwoordig zien ze er allemaal uit als kale halve malloten. Blijft wel een spannend kijkspelletje. Je hebt pas gewonnen als de laatste pijl op de juiste plek in het dartbord is verdwenen.

En eigenlijk moet ik zelf afentoe een beetje grinniken om sommige dopingaffaires; zeker als sporters en verzorgers heel creatief worden. In de wielrennerij moet je dan denken aan mechanische doping. Dat is echter nog maar zelden bewezen; best ingenieus dus.

In de spraakmakende documentaire Icarus zien we hoe Poetin (althans, ik denk dat hij ervan wist) de sporters uit z’n eigen land op zijn winterspelen in Sotsji -ik was erbij- wil laten schitteren. Door ’s-nachts flesjes met plas via een luikje te laten verwisselen (géén grap) voor schone urinemonsters konden Russische sporters vol aan de verboden spulletjes. Dit dopingprogramma heeft ervoor gezorgd dat we binnenkort in PyeongChang (bijna) géén Russische sporters zullen zien op de komende Winterspelen. Op dit moment is Noord-Korea met zijn hoofdstad Pyongyang overigens meer in het nieuws. Donald Trump en Kim Jong-un zijn hun carnivalsact vroeg gestart dit jaar. Zelden zo’n clowneske vertoning gezien als tussen die twee. Trump heeft Kim Jong-un bespot op Twitter. De Noord-Koreaanse leider had Trump kennelijk ‘oud’ genoemd. “Waarom doet hij dat nou?”, twitterde Trump beledigd. “Ik noem hem toch ook niet ‘klein en dik’?” Ik vraag me af, waar gaat dit over? Stel kleine kinderen…

Goed om te weten dat je endorfine trouwens ook schijnt te kunnen aanmaken met een lachbui. We hebben het dan wel over 10 minuten goed lachen. Je voelt je daarna “top”. Mensen (sorry, ik bedoel met name mannen!), misschien helpt het toch even om direct de gehele sketch van de Klisjeemannetjes weer eens te beluisteren. Lach ze!