Dokter Bibberrrrr

Dat spelletje hebben we vroeger ongetwijfeld allemaal wel eens gespeeld. Zonder te bibberen moest je ‘opereren’ anders ging de onverbiddelijke zoemer en was je af.

Op een of andere manier voelen we ons tegenwoordig allemaal een beetje dokter. En dat is niet omdat ik regelmatig de Komedieshow ‘Komt een man bij de dokter’ heb bekeken of het boek ‘Komt een vrouw bij de dokter’ van Kluun heb gelezen, maar vanwege de mogelijkheid om van alles online op te zoeken.

We proberen er al googelend achter te komen wat ons mankeert. Zo gaan in het TV programma ‘Dokters vs Internet’ iedere aflevering een drietal huisartsen de strijd aan tegen een drietal leken, bestaand uit een team van BN’ers. Zij doen een wedstrijdje diagnosticeren. De leken hebben het hele internet tot hun beschikking, terwijl de dokters het moeten doen met hun parate kennis. ‘Gelukkig’ werden bijna alle afleveringen gewonnen door de dokters (1x gelijkspel, 1x wonnen de leken). Hier zie je hoe de Radio DJ’s het deden.

Ook ik maak mij soms ‘schuldig’ aan zelfdokteren. Naast het internet afstruinen zijn er ook allerlei appjes (er zijn wel 300.000 nooit gescreende apps die diagnoses stellen). Zo meet ik regelmatig zelf mijn hartslag door m’n wijsvinger even op de lens van m’n mobiel te leggen.

Dit is nog kinderspel, maar professionals en beleidsmakers verwachten dat robotisering op termijn diep gaat ingrijpen op zorg en samenleving. Technologische ontwikkelingen gaan het dagelijks leven en daarmee ook de zorg volledig transformeren. Daarbij zullen robots binnen afzienbare tijd niet meer weg te denken zijn. In Nederland heeft de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) met ‘fictieve’ minidocumentaires een beeld geschetst van de praktische dilemma’s rond dit soort robottechnologie. Vraag me af of we hier ‘gelukkig’ van gaan worden, of juist van in paniek raken.

Ik schrok zelf wel even toen ik laatst de documentaire ‘Bleeding Edge’ zag. Hierin richtte men zich vooral op medische hulpmiddelen. Kunstheupen, pacemakers en buikmatjes zijn voor veel mensen belangrijk. In deze industrie gaan miljarden om, terwijl er in tegenstelling tot medicijnen weinig kritische gekeken wordt naar de hulpmiddelenbranche. Het winstbejag is enorm. Er worden allerlei medische apparaten getoond, die al heel veel levens hebben verwoest. Je ziet dat mensen doodziek worden van zulke producten, of dat de hoofdprijs wordt gevraagd voor nieuwe producten die niet beter zijn dan de oudere versie. Wat baart mij zorgen? Ik zal zelf ooit nog aan de kunstknie moeten. Ruim tien jaar geleden scheurde ik mijn voorste kruisband. In eerste instantie bij een potje voetballen met een paar maten in het Amsterdamse Bos (dat is dus niet verstandig), maar het laatste definitieve ‘tikkie’ kreeg m’n knie bij een oefening van mij en onze hond bij puppycursus. Graag niet te hard lachen daarover. Bij de operatie, waarin de dokter mij via de hamstringtechniek van een nieuwe kruisband voorzag, bleek dat ik bij mijn beide knieën al sprake is van vergaande kraakbeenslijtage (artrose dus). Om de pijnklachten die dat naar verwachting in toenemende mate met zich mee zou brengen voor te zijn, werd besloten tot een standbeencorrectie (aan één knie). Dat was overigens een behoorlijk serieuze operatie. Ze maken met een zaag een open wig (bij mij zo’n 8 graden) in je onderbeen, die vervolgens met een stevige plaat schroeven weer in de goede stand wordt vastgezet. Hierdoor wordt de belasting in de knie veranderd, zodat de buitenzijde, het goede deel, van de knie de meeste kracht opvangt. De gedachte hierachter was, en daar ben ik tot op de dag van vandaag nog gelukkig mee, om nog zolang mogelijk pijnvrij zonder kunstknie te kunnen bewegen.

Het betekende wel dat ik per direct het einde van m’n 30 jarige ‘hockeycarrière’. Dus géén hockey met een stokkie meer. Daarvoor is dus de racefiets in de plaats gekomen. De belasting voor de knie is daarbij relatief laag, en in principe is het ook geen contactsport (totdat je elkaar een keertje in de wielen rijdt). Vooralsnog zie ik dit fietsen maar even als het veilige en bovendien ‘goedkope’ medicijn voor mij. Je kunt overigens behoorlijk wat geld spenderen aan fiets gerelateerde spulletjes, een ultralichte carbon fiets voor de zomer, een schokbestendige fiets voor de winter, een reisfiets ‘Randonneur’ voor de lange afstanden. En wat dacht je van de lycra pakjes in alle maten en soorten. Natuurlijk zoveel van ademend materiaal en bestendig tegen weer en wind. Gelukkig ben ik bijna jarig…

Dat de farmaceutische industrie valsspeelt door ons kapitalen te laten betalen voor medicijnen, zal niemand verbazen. Dat dit wel heel ver kan gaan, zag ik in de aflevering ‘Drug short’ van de Netflix documentaire reeks ‘Dirty Money’. Relatief kleine spelers op de markt, die veel hebben geïnvesteerd in research en soms het monopolie op een medicijn hebben, worden opgekocht door grote bedrijven, die onmiddellijk het dure laboratorium sluiten en de prijs van het medicijn zonder met de ogen te knipperen vertienvoudigen, of nog erger. De patiënten kunnen géén kant op. Voor veel mensen betekent het de dood, of bankroet en dan alsnog dood.

Het is onderzocht dat een dokter zichzelf veel minder medicatie zou voorschrijven dan hij doet voor z’n patiënten. Hij of zij weet wel beter. Van veel medicijnen is helemaal niet bekend wat de (bij-) werkingen zijn. Toch verwacht de patiënt bij de dokter naar buiten te lopen met het recept voor een wonderpilletje. We willen toch allemaal ‘oud worden’. Overigens niet ‘oud zijn’ merk ik aan oudere mensen in mijn omgeving.

Zo lijkt het wel of er door de farmaceutische industrie met ons het spelletje ‘Dokter Bibber’ wordt gespeeld. Voordat je het weet is het ‘game over’ en gaat keihard de zoemer…