Recessiebestendig

Ben jij recessiebestendig? De definitie van een recessie is volgens onze eigen Dikke van Dale (online) “een periode van economische achteruitgang”.

Wat betekent dat nu precies? Een recessie is een conjunctuurfase die gekenmerkt wordt door een terugval van de groei van economische activiteiten gedurende een periode van tenminste twee opeenvolgende kwartalen. Is dat nu achteruitgang? Het is in feite het ‘stoppen’ van de groei, die we allemaal verwachten of hopen… Hoe ernstig is dat? Misschien is het wel ‘gezond’ om niet telkens meer te willen. Bij een recessie daalt het nationale inkomen van een land. Wat was ‘nationaal inkomen’ ook alweer precies? Ik pak even de economieboeken van één van m’n dochters erbij. Ze liggen al een tijdje onaangeroerd op tafel; maar dat is even een andere zorg. Bij Nationaal Inkomen kijken we naar hoeveel inkomen verdiend wordt met Nederlandse productiefactoren. Dat kan dus ook de winst van een Nederlands bedrijf dat in China produceert zijn. Denk aan alle spulletjes, die we – gezien de waarde van het bedrijf – graag bij de Action kopen. Hoe duurzaam de zeeschepen met containers zijn, die dit allemaal hiernaar toe brengen, zal ik hier niet opnieuw ter discussie stellen. Daar maak ik niet iedereen gelukkig mee.

Aan de ander kant telt het (steeds stijgende) salaris – als beloning voor z’n ongekend goede spel – van de Ajacied Ziyech, die in Nederland werkt, nu juist weer niet mee. Hij is Marokkaan, althans speelt voor het Marokkaanse elftal. Gelukkig tellen de door Matthijs de Ligt – ik noemde hem al eens ‘de Komeet’ – verdiende eurootjes bij Juventus wel weer mee voor ‘ons’ Nationale Inkomen. Het gaat dus om het totaal verdiende geld (loon, huur, interest, winst) door het gebruik van Nederlandse productiefactoren. Als we spreken over Binnenlands Inkomen – dat is iets anders dus – dan bedoelen we alle primaire inkomens die in een jaar op Nederlands grondgebied zijn ontstaan. Tot zover even een korte economieles. Hopelijk doet m’n dochter haar boeken binnenkort weer eens open.

Als je de kranten moet geloven is de vraag niet zo zeer of er een recessie komt, maar wanneer… Hun advies is om een spaarpotje aan te houden. Interessanter is het misschien om te kijken welke psychologie achter het fenomeen ‘recessie’ zit. Ik denk namelijk dat we het elkaar voor een groot deel aanpraten. Het lijkt mij overigens altijd goed en verstandig om een spaarpotje aan te houden.

Het woord ‘recessie’ lijkt echter ook ons gedrag extra te beïnvloeden. We gaan nog minder uitgeven, bedrijven verdienen daardoor minder en gaan vervolgens hun mensen minder belonen of zelfs ontslaan met een stijgende werkloosheid tot gevolg. Tsja, zo wordt de angst voor een recessie een ‘self fulfilling prophecy’. Hoe werkt dat? In de economie gaan veel verhalen de ronde. Sommige verhalen gaan ‘viral’ en gaan in de hoofden van mensen zitten. Een eeuwenoud voorbeeld is de angst dat machines onze banen inpikken. Dit speelt al sinds de jaren 1830 toen de eerste machines de taken van landarbeiders overnamen. Op dit moment denken we dat Artificial Intelligence dezelfde gevolgen zal hebben.

Ook zo’n verhaal is het idee dat we aan een vooravond staan van een recessie. Mensen worden gegrepen door de ‘conjunctuur’. Ze zeggen dat het nu tijd is voor een recessie. Uiteindelijk komt deze er omdat mensen denken dat het gaat gebeuren.

Nog een voorbeeld van zo’n verhaal: Tarieven en handelsoorlogen zijn slecht voor de wereldeconomie. Dit verhaal heeft zich door de eeuwen heen zo ontwikkeld, terwijl het daarvóór nog een manier was om geld te verdienen. Die Trump snapt óók dat laatste principe prima.

Even terug naar de verhalen, die we elkaar vertellen. Roddelen is daar ook een mooi voorbeeld van. We associëren roddelen allereerst met iets negatiefs, maar het kan ook iets constructiefs zijn. Zo kan het kletsen ook over positieve zaken gaan en is het niet altijd bedoeld om elkaar zwart te maken. Mensen die veel over elkaar praten, hebben in ieder geval enige interesse in elkaar (‘top of mind’). Het kan dus ook zorgen voor een hechtere band, als het vertrouwen daarvoor al niet teveel beschadigd is door negatieve roddels. Het roddelen is natuurlijk ook een vorm van sociaal vermaak. Het blijkt overigens dat we – uit angst dat er over ons gesproken wordt – ons gedrag aanpassen. Het kan motiverend werken om je beter te gedragen en minder of géén normoverschrijdend gedrag te vertonen. Zo kan het er in deze tijden toe leiden, dat we met z’n allen iets bewuster en duurzamer worden. Dus je inderdaad afvragen of Zwarte Pieten (in de oude vorm) eigenlijk niet je reinste racisme was. Jullie weten al wat ik van dat hele Sinterklaasfeest vind. En dat we bij het kopen en gebruiken van allerlei spulletjes wat beter zouden moeten nadenken hoe het tot stand is gekomen en welke impact dat heeft.

Hierin schuilt ook direct het grootste gevaar. We denken dat onze overtuigingen en waarden bepalen wie we zijn. Ik spreek hier overigens voor mijzelf. Mijn woorden en daden volgen regelmatig verschillende wegen en blijft het uiteindelijk bij niets meer dan goede bedoelingen. Vaak zeg ik meer dan wat ik doe. Een blog schrijven over wat je denkt dat je bent, is heel gemakkelijk; het moeilijkste is om het uit te voeren. Het blijft regelmatig bij grootse woorden of goede bedoelingen.

Ook ik heb de neiging om in m’n comfortzone te blijven, hoewel ik wel eens anders heb beweerd. Het zijn juist onze angsten, die ervoor zorgen dat we onze gedachtes niet omzetten in daden. Een dokter in de psychologie – Walter Riso – zei het eens zo:

“Het maakt niet uit wat je zegt of hoe je jezelf rechtvaardigt; je bent wat je doet. Je gedrag spreekt voor je, het verraadt je, het wijst naar jou.” 

Als we dan toch jaren van grauwe economisch middelmaat voor de boeg hebben, zoals ik vandaag in de krant las, dan kunnen we er beter maar een mooiere en duurzamere wereld van maken. Wél of géén recessie? In ieder geval persoonlijke groei en ‘rijkdom’…   

Ho ho ho

Dit is niet de lokroep van de Kerstman, die met bassende stem en gulle lach ons tegemoet komt sleeën. Het is meer het geluid in onze maatschappij, waarin de mens zich blijft verzetten tegen veranderingen.

En natuurlijk wordt ons kinderfeest niet om zeep geholpen door een paar roetveegpieten. Kinderen hebben weinig moeite met al deze schepsels, zolang de cadeaus maar binnen blijven stromen. De pro-Zwarte Piet activisten, die maar krampachtig blijven vasthouden aan het traditionele Sintfeest, zijn waarschijnlijk bejaarden… “die hebben pret voor tien als ze Ronnie Tober zien”… Paul de Leeuw heeft daar in z’n goeie jaren – da’s wel lang geleden – nog eens een grappig liedje over gemaakt.

Kinderen hebben de roetveegpieten al lang geaccepteerd. Geloof het of niet, maar dat is natuurlijk al onderzocht door allerlei geleerden. En zelfs mijn eigen moeder, die toch echt wel de bejaarde leeftijd heeft bereikt, geeft aan dat er veel belangrijkere dingen in de wereld zijn om over te discussiëren. Dat ik slecht kan omgaan met het schaamteloze liegen over het Sinterklaasfeest in het algemeen heb ik al eerder hier aan jullie toevertrouwd. Het hoofdstuk Sint & Piet lijkt me hiermee aan de vooravond van het heerlijk avondje afgesloten.

Er zijn in de wereld grotere uitdagingen. Ben zelf net in een interessant boek begonnen, ‘De Tovenaar en de Profeet’ van Charles Mann (63). De vraag die hierin centraal staat is: “Hoe houden we deze planeet leefbaar?” Moeten we radicaal kiezen voor besparing, of voor technologisch optimisme? Als m’n kinderen net zo oud zijn als ik nu, dan wonen er naar verwachting tien miljard mensen op aarde. Dit brengt enorme uitdagingen met zich mee. Hoe gaan we in 2050 tien miljard monden voeden? Hoe gaan we het probleem van de opwarming van de aarde, met grote kans op blijvend natte voeten in ons landje door stijging van de zeespiegel, aanpakken? Hoe komen we af van vervuilende fossiele brandstoffen zonder al teveel in te hoeven leveren van onze huidige luxe leventjes?

Moeilijkheid bij het oplossen van deze wereldwijde vraagstukken, waarover ik ook thuis regelmatig in discussie ga met m’n ega, is dat er twee kampen lijnrecht tegenover elkaar lijken te staan. Aan de ene kant heb je de techno-optimisten (door Mann in z’n boek Tovenaars genoemd) die geloven in het vernuft van de mens om problemen te overwinnen met hoogwaardig technologische oplossingen. Dat is eerlijk gezegd de groep, waartoe ik mijzelf reken. Aan de andere kant heb je de ecologen (Profeten) die waarschuwen dat de mens druk bezig is de aarde compleet uit te putten. Zij willen grenzen aan de groei en leggen de nadruk op soberheid en duurzaamheid. Krijg hier thuis steeds minder vlees, mag al bijna niet meer vliegen, en bijna alle groenten komt al uit eigen (onbespoten) kas. Mag duidelijk zijn, wie hier thuis de broek aan heeft. In hergebruik van spullen kunnen wij elkaar overigens wel goed vinden. Het zijn de uitdagingen, die bij een goed huwelijk horen. Zo las ik laatst deze geestige spreuk over het huwelijk: “samen problemen oplossen, die je in je eentje niet zou hebben…”

Mann bespreekt in z’n boek de tegenstellingen aan de hand van twee mannen, die ieder aan de wieg hebben gestaan van de geboorte van deze twee kampen. Norman Borlaug (1914 – 2009), die gezien wordt als de grondlegger van de ‘Groene Revolutie’. Het grootschalig gebruik van kunstmest, pesticiden en verbeterde zaden zorgde voor hogere opbrengst in de landbouw, waardoor tientallen miljoenen mensen gevoed konden worden en in leven bleven. Het betekende overigens ook schade aan bodem en water. De andere man William Vogt (1902 – 1968), die ook een Amerikaanse ecoloog was, stelde z’n leven in dienst van pleidooien om mensen te overtuigen een stapje terug te laten doen. Welvaart is niet onze grootste verdienste, maar het grootste probleem. Waar Borlaug riep ‘meer, meer, meer’, pleitte Vogt voor ‘minder, minder, minder’. Waar kennen we dat ook alweer van?

En als het allemaal niet over het lot van onze kinderen zou gaan, dan zouden we er ons misschien niet eens zo druk over maken. Tovenaars en Profeten zijn ook niet zo zeer twee scherpe tegengestelde uiteinden van het continuüm, maar zouden elkaar theoretisch in het midden kunnen raken. Merk hier thuis wel dat dat nog een hele uitdaging is. Heftig aan de botsing tussen de twee zienswijzen is dat het niet zozeer gaat over feiten, maar over waarden. Ideeën over de wereld en de plek van de mens daarin. Voor Profeten is de wereld eindig, en zijn mensen onderworpen aan het milieu. In de ogen van de Tovenaars zijn de mogelijkheden onbegrensd, en zijn mensen sluwe beheerders van onze planeet. Het is geen kwestie van goed tegenover kwaad, maar van verschillende opvattingen over het goede leven. Het boek gaat over de manier waarop mensen met verstand van zaken zich kunnen bezinnen op toekomstige keuzes. Niet over wat er in dit of dat scenario gebeurt. Er worden geen voorspellingen gedaan in het boek. Mijn vrouw en ik hebben afgesproken het boek allebei ‘parallel’ te lezen. Als we het boek uit hebben, zijn we zeer waarschijnlijk nog meer in verwarring. Wordt ongetwijfeld en hopelijk vervolgd.

Ondertussen is in de Alpen de eerste sneeuw gevallen. Klimaatverandering, één van grote toekomstige uitdagingen, zal ik hier nu nog niet bespreken. Hierover kunnen de meningsverschillen enorm hoog oplopen. Voor de wintersportliefhebbers, die de komende tijd weer als kuddedieren de berg opkruipen, is het in ieder geval een fijne gedachte dat er in de Alpen een witte Kerst zit aan te komen.

Nog even over de Kerstman gesproken. Heb laatst gehoord dat we ook moeten vrezen voor de toekomst van deze altijd blanke en mannelijke figuur, die deze mannelijkheid ook nog eens versterkt door z’n ‘versieringen’ – een piek en ballen – altijd in de kerstboom te hangen om er vervolgens ook behoorlijk wat wit spul overheen te spuiten. Oei, oei, oei!