Beroepsdeformatie

Hoewel de definitie in het woordenboek waarschijnlijk anders zal zijn, zie ik dit als het fenomeen dat je je gaat gedragen naar gelijkgestemden. Je zou kunnen zeggen dat je omgeving een vormende werking heeft. In ons taalgebruik hangt er een negatieve connotatie aan het woord, maar is dit wel terecht. Je zou wellicht ook kunnen spreken van beroepsformatie.

Ik merk in ieder geval dat ik er zelf ook gevoelig voor ben. Zo ben ik absoluut beïnvloed door m’n recente rechtenstudie-periode, en in het bijzonder m’n interesse in het strafrecht. Ik volg tegenwoordig strafzaken via twitter. Verfrissend is de wijze waarop de Telegraaf Rechtbankverslaggever, Saskia Belleman, dit op uiterst secure wijze doet. Zo volgde ik via haar afgelopen week het hoger beroep (bij het Hof) in de Doodrijder A2 zaak. U weet wel, de zaak van de man, die onder invloed van drugs, ’s-ochtends met bijna 230 km/uur inreed op de auto van een gezin, waarvan de vader om het leven kwam en vijf mensen gewond raakten. De kinderen zijn voor de rest van hun leven gehandicapt. Ik schreef hier uitgebreid over in mijn blog “De feiten“.

De verdachte wordt verdedigd door de bekende strafpleiter Gerard Spong. Je kunt veel van de man vinden (sinds dit jaar weten we bijvoorbeeld dat hij ook een zoon heeft; ra, ra hoe doet-ie dat?), maar dat hij z’n vak goed verstaat, durf ik wel te zeggen. Z’n boek “De uitvaartbezorger” -fictie, maar geïnspireerd door een bestaand dossier- heb ik deze zomer dan ook in één adem uitgelezen. De uitvaartverzorger wordt verdacht van moord op z’n vrouw. Hij zou haar in 1995 bewust met een auto de haven ingereden hebben en laten verdrinken. Het boek is gebaseerd op dit waar gebeurde verhaal. Spong beschrijft het mysterieuze proces, zoals hij het zelf noemt, van de vorming van de rechterlijke overtuiging over de schuld of onschuld van een verdachte. Formeel mag deze overtuiging uitsluitend op wettig bewijsmateriaal gebaseerd zijn. Maar werkt het ook altijd zo? Een fascinerende zaak, waarin Spong uiteindelijk vrijspraak voor de verdachte verkrijgt.

Hij trekt overigens ook weleens aan het kortste eind. De verdachte van de moord op z’n eigen nichtje Vivica (Spong) is namelijk vrijgesproken. Voor wie deze zaak misschien niet kent. Vivica was hoogzwanger en werd in 2012 op een zomerse dag dood onderaan de trap gevonden. Justitie verdacht haar vriend Mark van D. vanwege allerlei tegenstrijdige verklaringen over haar dood. Hier vind je een reconstructie. Hij is in 2016 definitief vrijgesproken. De nabestaanden proberen nu alsnog via de burgerlijke rechter hun gelijk te krijgen om een schadevergoeding te kunnen eisen.

Nu is Spong ook de advocaat die Neil van der L. (de “Doodrijder A2”) verdedigt. In eerste aanleg bij de Rechtbank is de veroordeling beperkt gebleven tot drie jaar onvoorwaardelijke celstraf en vier jaar rijontzegging (er was door het OM acht jaar geëist). Nu in hoger beroep heeft het OM zes jaar cel geëist. Het OM was het niet eens met de rechter, die oordeelde dat er geen sprake is van zogeheten voorwaardelijke opzet. De verdachte heeft volgens justitie namelijk het risico genomen dat er een botsing met een mogelijk dodelijke afloop kon plaatsvinden. Hij bleef, bleek uit onderzoek, ook vol gas geven. In mijn blog “Roekeloos” heb ik aangegeven dat ik vind dat aan bepaalde gedragingen (“objectief” te benoemen) direct een bepaalde strafmaat verbonden zou moeten worden. Dit en andere zaken laten mij niet meer los.

Zo heb ik ook alles gevolgd en gelezen over de Deventer Moordzaak; u weet wel de moord op weduwe Wittenberg in 1999, waarvoor Ernest Louwes een celstraf van twaalf jaar heeft uitgezeten. Nog steeds zijn er mogelijk nieuwe ontwikkelingen in deze zaak. Aan de wijze, waarop ik dit aan het papier toevertrouw, is af te leiden hoe ik over de (on)schuld van Louwes denk. Ik refereerde hier ook al aan in mijn blog “Dwaling”.

Niet eerder heb ik de zaak van Maddie McCann genoemd; het meisje dat iets meer dan tien jaar geleden uit het vakantieappartement, waar ze met haar ouders verbleef, is verdwenen. Vanaf het begin heb ik de reactie van de ouders (beide arts), die vanaf de eerste seconde grootschalige media-aandacht vroegen, vreemd gevonden. Later bleek dat de ouders hun kinderen regelmatig een slaapmiddel gaven om zelf rustig avondje uit eten te kunnen. Misschien hebben zij per ongeluk een keertje iets teveel gegeven? Ook in deze zaak doen nog steeds verschillende theorieën de ronde.

Voor diegene, die tijdens dit soort herfstige dagen afentoe een verloren uurtje heeft, kan ik de serie Bloodline op Netflix aanbevelen. Over verdwijningen en intriges gesproken; de familie Rayburn blijft niks bespaard. In het derde seizoen zijn afleveringen 29 en 30 (jawel, er is “kijkwerk” aan de winkel) ijzersterk als het gaat om de rol van de advocaat in de rechtszaal.

Waarom vind ik dit allemaal zo interessant? Van echte beroepsdeformatie kan hier géén sprake zijn, want strafrechtadvocaat zal ik voorlopig niet worden (ik zeg niet
“nooit”). Bij mij werkt het -lijkt wel- omgekeerd. Eerst de “deformatie” en dan pas het passende beroep erbij vinden. Ik blijf zoeken!

Waarheidsvinding

“De waarheid vinden” klinkt een stuk eenvoudiger dan het is. In het licht van het strafprocesrecht is het belang van waarheidsvinding evident.

Om te beginnen zijn over de hele wereld de systemen in het strafrecht in te delen in twee “soorten”. Landen als Amerika en Engeland hebben “common law”. Hier wordt een accusatoir proces gevolgd waarbij partijen tegenover elkaar staan voor een rechter en/of jury. De rechter treedt in eerste instantie op als een soort scheidsrechter. Hiertegenover staat de “civil law” van bijvoorbeeld de landen in continentaal Europa. Deze landen kennen een inquisitoire procesvorming. De rechter speelt hierbij een actieve rol – op zoek naar de waarheid. In dit systeem wordt meer gebruik gemaakt van schriftelijke bewijsstukken, gebaseerd op uitgebreid vooronderzoek. De rol van de strafrechtadvocaat is in het accusatoir proces beduidend groter. In zo’n proces staat de botsing der meningen centraal. De verdediging en de aanklager proberen beiden de beslissende partij -in Amerika is dat de jury- van hun versie van de waarheid te overtuigen. Zo kunnen zij inspelen op de emoties van de jury.

Om verschillende redenen zijn allebei genoemde systemen feilbaar. Zo worden er in het accusatoir systeem -in Amerika dus- door advocaten vaak onrealistische aannames gemaakt om de jury te overtuigen. Er is altijd een relatie tussen gerechtigheid en waarheidsvinding. Hoe groter de rol van een jury, hoe groter de kans dat een dader wegkomt met zijn daad. De wijze waarop bewijs gewaardeerd wordt, kan sterk afhangen van de manier waarop het gepresenteerd wordt. Tenslotte hoeft de jury, die ook een beetje gezien kan worden als “blackbox”, geen verantwoording af te leggen voor hun beslissing. Een jury is niet bedoeld om te functioneren als waarheidsvinder en functioneert daarom ook niet als zodanig.

Ook in het inquisitoire systeem (zoals in Nederland) wordt erkend dat het zoeken naar substantieve waarheid -zeg maar de échte waarheid, in tegenstelling tot de procedurele waarheid-  z’n beperkingen kent. Het blijft vaak gissen naar feiten en het zoeken naar de waarheid is vaak niet het einddoel. Je bent ook niet verplicht om te getuigen tegen familie, dit heet het “verschoningsrecht”. Het interpreteren van de feiten kan in moeilijke gevallen op verschillende manieren. Je kunt namelijk beweren dat rechters een grote mate van discretie (lees: vrijheid) hebben om in de wirwar van al het juridische materiaal hun eigen interpretatiemethode te kiezen. Het mag helder zijn; rechterswerk is “mensenwerk” en er zullen dus altijd missers tussenzitten.

Aan de andere kant van de oceaan vinden we toch de meest “spraakmakende zaken”. Voor iedereen, die deze zomer even de tijd heeft, raad ik aan -voor zover niet al gezien- de “real life thriller serie” Making a Murderer op Netflix te bekijken. Dit is het verhaal van Steven Avery, een arme en “simpele” man uit een arm stukje in Amerika (Wisconsin), die in 1985 op toen 22-jarige leeftijd onterecht veroordeeld is voor verkrachting van een toen 36-jarige vrouw. Hij werd destijds schuldig bevonden en kreeg 32 jaar cel. Later werd een DNA analyse gedaan op een gevonden haar en bleek hij onschuldig te zijn (de echte dader werd gevonden op basis van dit DNA). Hij had inmiddels al wel onterecht 18 jaar in de gevangenis gezeten. Hij kwam vrij in 2003 en eiste een schadevergoeding van 36 miljoen dollar. Op 11 november 2005 werd hij vervolgens aangeklaagd voor de moord op een 25-jarige fotografe, Teresa Halbach, die op 31 oktober 2005 vermist werd nadat ze een afspraak had met Steven Avery bij zijn autosloperij. Nadat hij was opgepakt voor de moord op Teresa Halbach, gaf Avery direct aan dat hij vond dat hij erin geluisd was. Avery en zijn advocaten beweren dat het bewijs allemaal door de politie neergelegd kan zijn om hem erin te luizen, zodat de schadevergoeding niet betaald hoefde te worden en Avery levenslang in de gevangenis zou verdwijnen. Ondanks dit is hij op maart 2007 schuldig bevonden aan moord en illegaal wapenbezit en voor levenslang veroordeeld. Het verhaal loopt dan ook nog steeds door; een tweede deel van de serie is in de maak en zou nog dit jaar moeten uitkomen. Ik kan niet wachten.

Een andere documentaire “The Promise” laat ook een zaak zien, die meeslepend is. In de staat Virginia ontmoet in 1985 de slimme 18-jarige student Jens Soering uit Duitsland de iets oudere Elizabeth Haysom en valt als een blok voor haar. Een paar maanden later worden haar ouders, Nancy en Derek Haysom, op gruwelijke wijze vermoord. Jens en Elizabeth beschuldigen elkaar. Wat is de waarheid? In een twee keer 1,5 uur durende documentaire, die zo boeiend is dat je ‘m met gemak in één keer kijkt, wordt met veel archiefbeelden geprobeerd te achterhalen wat er precies is gebeurd. Helaas zijn deze uitzendingen (nu) niet meer online te bekijken, maar hier kan je in ieder geval alvast de trailer zien. Mocht “The Promise” nog een keer ergens voorbij komen, zal ik waarschuwen. Het is het schokkende relaas van een tot over z’n oren verliefde puber die op basis van flinterdun bewijs (onder andere een sokafdruk in bloed) levenslang wordt veroordeeld door de jury. Hoewel óók ik niet durf te zeggen wat er precies die avond in 1985 heeft plaatsgevonden, is het gemak waarmee wordt aangenomen dat hij het wél heeft gedaan behoorlijk twijfelachtig.

Ook de moeite waard is de recente documentaire (van een Nederlandse maker, Jessica Villerius). Deze documentaire gaat ook over een 18-jarige tiener in Amerika -in dit geval zeker géén al te slimme- die samen met een paar “gangleden” een avondje op stap gaat in de auto om wat drugs te halen. Hoe dit allemaal afloopt is gelukkig nog wel terug te kijken in “Deal met de dood”. Clinton Young is destijds ter dood veroordeeld en wacht nu al 16 jaar lang in zijn dodencel op zijn executie. Ik ben er in dit geval wel van overtuigd dat hij het niet gedaan heeft, hoewel hij absoluut géén lieverdje was. In deze zaak is destijds absoluut prutswerk geleverd door de toegewezen advocaten. Vanuit Nederland is er zelfs een stichting opgericht, die zich nog continu inzet voor deze jongen. Absoluut een zaak om aandachtig te blijven volgen, zeker ook vanwege het bijzondere speurwerk wat door de Nederlandse maakster is gedaan.

Tenslotte nog een paar tips voor het geval dat je zelf boeven wilt grijpen of op “boevenpad” gaat. In Nederland mag iedere gewone burger iemand aan houden in geval van een “heterdaadje”; voor een strafbaar feit, hoe klein ook. De gestolen spulletjes mogen zelfs ingenomen worden, maar wat echt niet mag is het onderzoeken aan lichaam of kleding. Dat is in bijzondere gevallen alleen toegestaan aan opsporingsambtenaren. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als iemand zijn identiteit niet wil geven. Verder is het zo dat als u aangehouden wordt voor een verkeerscontrole (bijvoorbeeld checken van het rijbewijs) en er wordt gevraagd of de politie even in uw achterbak mag kijken, dan hoeft u daar geen toestemming voor te geven. Het is natuurlijk wel verdacht, maar voor hetzelfde geld ligt uw hele kofferbak vol met blote barbies, die met hun kont aan elkaar vastgelijmd zijn…  Ik verzin het niet, je zult zo’n fetish maar hebben. Toch een beetje gênant en leg dat maar eens uit.

In het genre van aanhoudingen zijn er een aantal “standaard” arresten, die in elk studieboek terugkomen, zoals bijvoorbeeld de “Hollende Kleurling” (uit 1977!). De naam alleen al vertelt het complete verhaal bijna. De “Hollende Kleurling” die uit een drugscafé komt en tijdens de aanhouding continu zijn handen in zijn broekzak houdt. Hij weigert mee te werken. Uit zijn broekzak wordt later een wikkel met heroïne gevist. Omdat op dat moment nog onvoldoende reden was voor verdenking, had hij niet aangehouden mogen worden. Zie het als “etnische profilering” avant la lettre. Sinds kort is er een nieuw TV programma “De kleine lettertjes”, waar in quizvorm allerlei wet gerelateerde zaken besproken worden. In deze aflevering vind je (rond minuut 11:30) een leuke uitleg in Jip & Janneke taal van deze zaak.

Hoop niet dat er ooit een arrest de naam “De bloggende student” krijgt, maar het is wel een manier om geschiedenis te schrijven…

Spreekrecht

Wat een goede advocaat is, kan ik niet beoordelen, want heb er gelukkig weinig ervaring mee en ben zelf nog lang géén advocaat. Wel volg ik verschillende spraakmakende zaken en kijk daarbij met bovenmatige interesse naar de rol van de advocaten. Zo durf ik nu te zeggen dat voor een goede advocaat niet alleen de vakinhoudelijke kennis bepalend is, maar zeker ook andere zaken, zoals het vermogen om je goed in te leven in de zaak en alert te reageren op wat er gezegd wordt door de officier van justitie. Je moet de rechter als het ware aan de hand meenemen in je verhaal. Rechters zijn immers ook maar gewoon mensen, net als de slachtoffers en hun nabestaanden. Deze hebben sinds 1 juli 2016 onbeperkt spreekrecht in de rechtszaal.

In Nederland is het nu dus wettelijk vastgelegd dat slachtoffers en nabestaanden dit spreekrecht hebben bij misdrijven waar acht jaar of meer gevangenisstraf op staat. Moesten zij zich vroeger beperken tot de gevolgen die het misdrijf voor hun had, nu mogen zij zich ook uitlaten over de mogelijke bewezenverklaring, het strafbare feit, de schuld van de verdachte en de hoogte van de straf. Hier wordt veelvuldig gebruik van gemaakt. Zo ook in de recente zaak over de dood van Koen Everink; u weet wel de nét niet vriend van Badr Hari, die zich overigens recent gemeld heeft om het resterende deel van z’n gevangenisstraf uit te zitten. Daarvoor was-ie nog een beetje aan het “chillen” in Marrakech.

In de zaak Everink staat de tenniscoach Mark de J. (zijn advocaat sprak bij het NOS journaal overigens gewoon over Mark de Jong) terecht voor moord. Voor meer details in deze zaak verwijs ik graag naar een artikel in Trouw van gisteren. De nabestaanden hebben in deze zaak ruim gebruik gemaakt van hun spreekrecht en in niet mis te verstane woorden  uitgesproken over deze verdachte, die in hun ogen met zekerheid de moordenaar is. De behoefte bij nabestaanden om gehoord te willen worden, is in mijn ogen heel begrijpelijk. Er wordt gedacht dat dit helpt bij het verwerkingsproces. Dit is overigens niet wetenschappelijk aangetoond. Een ander element bestaat uit het krijgen van genoegdoening of leed toevoeging aan de verdachte.

Interessanter vind ik de vraag of dit spreekrecht ook bijdraagt aan de “waarheidsvinding”. Dat is immers waarom het te doen is in de rechtszaal. De geleerden – er is uitgebreid gedebatteerd over bovengenoemd wetsvoorstel – zijn het daar niet over eens. Je kan beweren dat slachtoffers en nabestaanden meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de ernst van de feiten en de omstandigheden. Aan de andere kant kan het zo zijn dat deze “verruwing” van het strafproces ertoe leidt dat rechters beïnvloed worden. Feit is dat hiermee weer een “extra” partij in de rechtszaal is verschenen met alle gevoeligheden…

Dan de rol van de advocaat in de zaak Everink; hier heeft zich iets bijzonders voorgedaan. De advocaat van de verdachte – Pieter Hoogendam – heeft op de tweede zittingsdag (er waren vijf dagen voorzien) de verdediging van zijn cliënt neergelegd. Hij is van mening dat de rechtbank onvoldoende DNA-onderzoek heeft gedaan. Zonder te diep op deze complexe materie in te gaan, waarvoor de kennis mij simpelweg ontbreekt, deel ik wel graag kort mijn gedachte hierover. Waar vroeger heel veel DNA-materiaal nodig was om een goed DNA-profiel te kunnen maken, kan men nu uit een heel klein beetje DNA al veel informatie halen. Er is tegenwoordig zo weinig materiaal nodig, dat zelfs het op kleine afstand met elkaar spreken (“mét consumptie” zoals we dat vroeger noemden) voldoende kan zijn om dit over te brengen. Aanraking is dus in sommige gevallen niet eens nodig. Dit betekent dat er natuurlijk ongelooflijk veel meer DNA-materiaal op allerlei (gebruiks-) voorwerpen terecht komt. In mijn ogen leiden deze verbeterde technieken er dan ook toe dat DNA als bewijsmateriaal minder bruikbaar is geworden. Bij verkrachting, waar slechts één DNA spoor wordt gevonden is het bewijs natuurlijk vaak wel onomstotelijk, maar bij vele andere gevallen kunnen enorme bergen aan DNA sporen zorgen voor vertroebeling van het beeld en vloeit daaruit verwarring voort. In genoemde zaak Everink is dit volgens mij de tactiek van de verdediging. Er is namelijk een “vrachtlading” bewijs tegen de verdachte, maar deze probeert zich te redden met een “fantastisch” verhaal over dat hij ontvoerd zou zijn en dat juist deze ontvoerders de moord zouden hebben gepleegd.

In ieder geval is het nu zo dat de verdachte géén verdediging meer heeft, waar hij natuurlijk wel recht op heeft. De zaak zal hierdoor aanzienlijk vertraagd worden. En wat ik hierbij helemaal niet begrijp is dat deze zelfde advocaat over paar weken mag besluiten om gewoon weer de verdediging van Mark de J. op zich te nemen. Hoe kan dat? Duidelijk mag zijn dat het gedrag van Hoogendam veel kwaad bloed heeft gezet bij de nabestaanden, maar ook de rechters noemden het “onverkwikkelijk”. Vraag mij ook af of de verdachte hier écht mee gediend is, hetgeen de advocaat natuurlijk wel denkt én roept. Kan me voorstellen dat rechters hierdoor (onbedoeld) negatief beïnvloed kunnen worden, terwijl deze advocaat er ook voor had kunnen kiezen om pas in hoger beroep met deze eis tot aanvullend onderzoek te komen.

Ons rechtssysteem is gelukkig zo opgebouwd dat als je het niet eens bent met de uitspraak van de rechter, je in hoger beroep kunt gaan bij het Hof en in latere instantie ook nog in cassatie bij de Hoge Raad. Vaak geldt voor de strafpleiter en dat lijkt mij bijzonder boeiend, wel iets waarnemen, maar er verder nog even niets van zeggen tot het juiste moment daar is: “horen, zien en zwijgen” dus…

Voetstuk

Met het vak Rechtsgeschiedenis begeef ik mij momenteel op het terrein van de oude Romeinse Keizers. We zitten dan in het midden van de 5e eeuw. Een belangrijk grondlegger voor het Romeinse recht was Keizer Justinianus, die met de codificatie van het recht – letterlijk “het maken van een boek”, op schrift gesteld recht, waaraan de overheid uitsluitende gelding of exclusieve werking verleent – een belangrijke stap heeft gezet voor ons moderne recht.

We kunnen met het recht als we willen nog veel verder terug naar de 4e eeuw voor Christus in de tijd van de Griekse Aristoteles, die ons het natuurrecht bracht. Natuurrecht is het idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden omdat ze door de “natuur” zijn gegeven. Ze zijn aangeboren en onvervreemdbaar. Het natuurrecht wordt onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd.

Zonder hier de complete Rechtsgeschiedenis in twee alinea’s te willen samenvatten biedt rechtshistorie een vorm van rechtsvergelijking, relativering en relatering in de tijd.  Van de Keizerdynastieën beweeg ik met het grootste gemak in de richting van onze eigen “Moszkowicz dynastie”. Van je voetstuk kan je ook vallen. Eind jaren negentig werden we voor het eerst “massaal geconfronteerd” met vader en zoon Moszkowicz in de briljante “Even Apeldoorn bellen” reclame met de joyrijdende jongen, die op de stilstaande Jaguar van de Moszkowiczen botst. Denk zelfs dat het pijnlijk wrijven in de nek tot op de dag van vandaag met deze reclame (alleen op PC te zien) geassocieerd wordt. Toen keken we nog met z’n allen naar de televisie.

Ooit bestond deze dynastie uit vader Max en z’n vier zonen David, Max jr, Robert (Baruch) en Bram. Pater familias Max – inmiddels 90 jaar – moest na een beroerte al jaren geleden stoppen. Van zijn zonen mag alleen Max jr het vak (hij doet civiele zaken) nog uitoefenen, want de andere drie zijn vanwege allerlei gerommel en gedoe van het tableau geschrapt. Dat betekent dat zij het vak van advocaat niet meer uitoefenen. Er zijn dus een paar functies als strafpleiter vacant. Voor mij geldt even rap doorstuderen dus…

Neef Yehudi (zoon van Robert) is op dit moment de enige strafpleiter in de familie met een eigen kantoor. In het verleden probeerden zijn ooms hem te verbieden zijn eigen achternaam op de gevel te zetten. IJdelheid is troef binnen de familie. Hij schreef er ook een boek over. De oudste zoon van deze Robert, ook Max geheten – “what’s in the name” – maakte een hele openhartige documentaire “Wij Moszkowicz” over het leven van zijn vader en z’n familie. Het is shockerend om te zien hoe de hele dynastie uit elkaar valt na het functioneel wegvallen van de oude Max. Absoluut de moeite van het bekijken waard. De documentaire is hier te vinden.

Bram geniet waarschijnlijk de meeste bekendheid wat gezien zijn clientèle en escapades niet zal verwonderen. Zo kennen we de beelden van Bram zij aan zij dansend met Desi Bouterse. Vervolgens ging hij Endstra en Holleeder verdedigen. Een lastige combinatie gezien hun tegenstrijdige belangen zullen we maar zeggen. Fietste zelf in het begin van deze eeuw regelmatig over de Herengracht langs het opvallende kantoor van Bram, maar nadat ik aldaar een keer op straat Moszkowicz en Holleeder zag praten, koos ik in het vervolg toch liever voor een andere route. Er werd in die tijd regelmatig iemand omgelegd in dat circuit. Zo was ook de later vermoorde Cor van Hout (werd ook eens op de gracht beschoten) een cliënt van Bram. Toen vervolgens Jort Kelder – als hoofdredacteur van het societyblaadje Quote – Bram en Holleeder maffiamaatjes ging noemen, ging het rap achteruit met z’n onberispelijke imago als gerenommeerd strafpleiter.

Een mooi charmeoffensief van Bram was het TV programma “De nieuwe Moszkowicz”, waarin hij een geschikte opvolger zocht onder studenten. Ook Trump had in die tijd zo’n programma “The Apprentice” waarin hij een nieuwe business man zocht. Iedereen herinnert zich nog wel de woorden “you’re fired”, waarmee Trump de kandidaten liet afvallen. Nu zouden we zeggen “it’s great!” Schitterende televisie in die tijd. In Bram’s TV programma werd de winnaar de toenmalig studente Nienke Hoogervorst. Het zal niet verbazen dat Bram daar recentelijk nog een publiekelijk vastgelegde relatie mee heeft gehad. Deze zelfde Nienke is nu trouwens de advocaat van Dave Roelvink. De beelden, die daarbij horen, laat ik hier even niet zien. Spreekt voor zich…

Vanaf dat moment had Bram de smaak van televisie te pakken. Zo was hij jarenlang “expert” aan tafel bij RTL Boulevard en rommelde hij er vrolijk op los met presentatrice “Oh oh, Boobies!” Eva Jinek. Ook die beelden van het NOS journaal zijn legendarisch.

Zal hier niet alle relaties van Bram gaan bespreken, maar wil wel wijzen op de bijna on-Nederlands goed gemaakte dramaserie “De Maatschap”. Deze gaat over de Moszkowiczen (oh, sorry, het familie imperium Meyer). Na allerlei dreigementen en pogingen om deze serie tegen te houden van de Moszkowiczen, hebben de makers veiligheidshalve voor een andere familienaam gekozen, maar de gelijkenis is 100%. Er wordt ook géén enkele moeite gedaan om de overeenkomsten te verbergen. Op grootse wijze speelt Pierre Bokma de oude Meyer. Op dit moment is Bokma wat mij betreft overigens qua spel verheven boven alle andere Nederlandse acteurs. Ben ook groot fan van zijn vertolking van de leraar Duits Heinrich in de satireserie Rundfunk. Mijn kinderen smullen ervan, zeker als ik zelf m’n beste imitatie van Heinrich probeer te doen. De Maatschap is gelukkig hier nog te bekijken. Ik durf te zeggen “a must-see”!

Ondertussen bewoont de échte Bram in een nabijgelegen dorpje een zolderkamer boven een oud (gesloten en verlaten) dorpscafé en doet z’n boodschappen hier bij de lokale supermarkt. Pijnlijk daarbij is hoe hij nog steeds door iedereen wordt aangestaard als een soort melaatse. Wat roem en daarop volgende neergang allemaal kan doen met iemand. Ik heb een beetje medelijden hem. Hij rekent overigens gewoon nog steeds cash af. Dat was vroeger niet anders.

Naast de Moszkowiczen die van hun voetstuk zijn gevallen, is er voor de oudere jongeren – om in de woorden van Van Kooten & De Bie te spreken – nog zo’n sprekend voorbeeld. Wie herinnert zich niet Frank Masmeijer, die in de jaren tachtig en negentig jarenlang het TV gezicht van de brave NCRV was met spraakmakend spelprogramma’s als de Holidayshow. Een paar jaar geleden werd Masmeijer opgepakt – uiteraard breed uitgemeten in de wakkere krant van Nederland – op verdenking van de smokkel van een partij cocaïne en vastgezet in de gevangenis van Antwerpen om vorig jaar op vrije voeten gesteld te worden met huisarrest en een enkelband. Recent zagen we hem – met letterlijk en figuurlijk wat extra kilo’s aan het lijf – als trots vader van z’n zingende dochter figureren in de Voice of Holland. Wat voor genante televisie dit kan opleveren, is hier (op 1:00) te zien. Auw!

Ode aan de Mingvaas

U zult wel denken “Wat heeft een Mingvaas nu met de Rechtenstudie te merken?” Dat zal ik vertellen… Op dit moment volg ik het vak Contractenrecht en bij elke (wekelijkse) opdracht verschijnt er weer een casus over zo’n bijzondere porseleinen vaas. Een zeer geliefd voorwerp bij de docenten, die hier in allerlei vormen vragen omheen hebben bedacht. Heb me trouwens laten vertellen dat het leven van een docent niet over rozen gaat, nog afgezien van de naar zeggen karige beloning. Het nakijken van honderden tentamens van veelal mondige studenten is voor hen een hele klus. Helaas “vlucht” men daarom uit efficiëntie in sommige gevallen naar -in mijn ogen gruwelijke- MC vragen (“multiple choice”) aangezien dat een stuk sneller nakijkt voor ruim 600 eerstejaars rechtenstudenten (alléén al aan de UvA). Sowieso is het continu bedenken van nieuwe opgaven voor werkcolleges en tentamens in dit digitale tijdperk ook géén sinecure voor de docenten.

Al eerder memoreerde ik dat bijna alles qua “oud” studiemateriaal op internet te vinden is. Ofwel door de Universiteit zelf geopenbaard, ofwel achter de gesloten deur van een (betaald) portaal. Hier gaat dan ook een goed business model achter schuil. Zelfs venture capital maatschappijen zijn al gretig op deze bedrijven, die op dit gebied actief zijn, gedoken. In Amerika noemen ze dat soort bedrijven euphemistisch “companies collaborating with the educational ecosystem”. Het wordt gezien als een veelbelovend en groeiend segment in de digitale wereld. Mijn eigen financiële achtergrond in combinatie met m’n nieuwe rol als jurist dwingt mij te zeggen dat er voor wat betreft deze platforms, die deze studievragen en alles wat daarmee samenhangt verspreiden, nog wel ergens een auteursrechtelijk risico kan liggen. Ben echter nog niet zo ver in m’n studie gevorderd dat ik daar nu al écht iets zinnigs over durf te zeggen.

Voorlopig profiteer ik dan ook gretig van het gemak dat alles te vinden is. In mijn tijd (lees: vroeger) moest ik als ik “wat” colleges had gemist naarstig op zoek naar een ijverig studiegenootje – meestal meisje waar je stilletjes verliefd op was – om alle collegeaantekeningen te kopiëren. Voor studieopdrachten restte een slopende gang naar de bibliotheek en een eindeloze zoektocht om de juiste informatie te bemachtigen. Verder werd er meer uitgegaan van zelfwerkzaamheid. Nu zijn er dagelijkse digitale deadlines om je huiswerk in te leveren, waarbij een belangrijk onderdeel bestaat uit de “peer review”; het beoordelen van het werk van een medestudent. Alles binnen de gestelde tijd. Je ziet de klok nog net niet in de bovenhoek van je scherm aftikken, maar per e-mail ontvang je wel aan de lopende band reminders…

Maar nu terug naar de Mingvaas. Er schijnen wereldwijd écht heel veel liefhebbers van dit Chinese porselein uit de tijden van de Ming dynastie te zijn. Stelt u zich de volgende casus voor (uit het boekje):

U kocht op 1 september een prachtige Mingvaas voor het lieve sommetje van €90.000 bij een gerenommeerde antiquair. Dat is géén gering bedrag, maar u bent zowel een liefhebber als een kenner. U heeft er uw hele leven voor gespaard. Afgesproken is dat de vaas op 1 december wordt geleverd. Wat is er vlak daarvoor gebeurd? De Mingvaas is door de antiquair uit de vitrine weggeborgen in het magazijn achter de winkel. Daarvan is nu net in november bij een verraderlijke herfststorm en grote hoosbui het dakje ingestort, waardoor de Mingvaas compleet aan gruzelementen is. Daarbij had u via een bevriende expert, die bij een veilinghuis werkt, gehoord dat voor uw vaas op dat moment zeker €100.000 betaald zou worden bij een veiling.

Tsja, wat nu? Stel dat u al een (aan-)betaling hebt gedaan. U wilt de overeenkomst graag ontbinden. Kan dat? Kunt u in dat geval ook schadevergoeding vragen?

Of iets anders. U bent vergeten op 1 december de vaas op te halen bij de antiquair. Op 2 december gaat de vaas compleet aan diggelen door grote stommiteit van een van de medewerkers van de antiquair. Heeft u nu recht op schadevergoeding?

U begrijpt het al. Ineens wordt zo’n mooie Mingvaas best een “dingetje”. In het eerste geval is het inderdaad mogelijk om de overeenkomst te ontbinden aangezien nakoming zonder tekortkoming (vaas is namelijk onherstelbaar beschadigd) door de antiquair niet meer mogelijk is. Schadevergoeding is echter niet mogelijk, ook al was de vaas eigenlijk meer waard en had er een winstje in gezeten.  Zal u niet “verwennen” met de wetsartikelen, die dit onderbouwen. Dan moet u straks maar een jurist inhuren.

In het tweede geval heeft u zelf een probleem. Hier is namelijk sprake van “schuldeisersverzuim”; u heeft zelf de vaas niet opgehaald, terwijl dit zo afgesproken was.

Uiteraard wordt hier een hypothetische situatie geschetst en kent iedere casus zijn eigen merites. In elk geval zou ik iedereen willen aanraden om – eenmaal iets gekocht – goed te bedenken dat u zelf het risico loopt voor het vervolg… Dus gewoon die antieke Mingvaas op het afgesproken moment ophalen!

Europa

Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht voel ik de vrijheid om een iets meer politiek getinte blog te schrijven. Wees gerust ik kom niet met een stemadvies. Eerlijk gezegd weet ik voor eerst sinds ik mag stemmen – dat heb ik tot nu toe m’n hele leven overigens bij elke gelegenheid gedaan met uitzondering van referenda – niet op welke partij mijn keuze gaat vallen, of word ik één van de vele strategische stemmers?

Misschien eerst nog even een toelichting waarom ik pertinent tégen referenda ben. Allereerst creëert het altijd twee kampen. Denk dat het Brexit-referendum hier wel een duidelijk bewijs van is. De tegenwerping is “standaard” dat het heel democratisch is. In mijn ogen is de voorlichting vaak incompleet (lees: leugenachtig) en ontberen wij als burgers de kennis om daar doorheen te prikken. Na de Brexit was de meest ingetypte zoekopdracht in google: “What is the EU?”

Moet direct toegeven dat ik eigenlijk ook vrij weinig wist van wat de EU precies voor ons betekent, anders dan dat ik een stelletje bemoeials in Brussel voor me zie. Veel mensen denken dat er een paar honderdduizend mensen (lees: ambtenaren) in grauwe grijze torens in Brussel een beetje de dienst uitmaken over Europa. Niks is minder waar. In het totaal werken er 55.000 mensen bij Europese instellingen, waarvan ongeveer 33.000 bij de Europese Commissie. De 28 leden van de Commissie, die in principe geen politieke kleur hebben – althans zonder last kunnen beslissen – dienen wel verantwoording af te leggen aan het Europees Parlement (nu 751 leden). Hier werken in totaal 6.000 ambtenaren. Iedere vijf jaar kiezen wij onze kandidaten (Nederland heeft recht op 26 zetels) voor het Europees Parlement, waarbij de opkomst de laatste keer (in 2014) in Europa gemiddeld 42,5% bedroeg (in NL: 37,3%). Hiernaast hebben de Europese instituties nog 16.000 medewerkers. Even ter vergelijking. Alléén bij de gemeente Amsterdam werken al bijna 14.000 ambtenaren.

Als jullie echt een inkijkje willen hebben van het werk in Brussel, raad ik aan om de recent uitgebrachte documentaire “The European” met onze eigen Frans Timmermans hier eens te bekijken. Ik heb afentoe tenenkrommend zitten kijken naar de kneuterigheid van zowel de persoon Timmermans als de achterkamertjes politiek in Brussel, maar ik heb ook zeker waardering en sympathie gekregen voor het intellect en de menselijke kant van de man zelf. Ook bewonderenswaardig als je er in deze tijd nog openlijk voor uit durft te komen dat je voor Roda JC bent…

Vanwaar ineens mijn interesse voor Europa? Op dit moment zit ik “middenin” het vak Europees Recht, waarin uiteraard een belangrijke plaats is ingeruimd voor de werking van de EU en het EU recht. Het mag duidelijk zijn dat de EU zwaar onder vuur ligt. In meer Europese landen zijn er geluiden om de EU te verlaten. Dat kan een land relatief makkelijk beslissen, althans het “eruit” stappen, dat is namelijk een eenzijdige beslissing van een lidstaat. Daarna komt echter artikel 50 van het EU verdrag om de hoek kijken. Na het starten van een artikel 50 procedure dient binnen twee jaar (er bestaat mogelijkheid tot verlenging) overeenstemming te zijn over een uittredingsverdrag. Alle lidstaten van de EU dienen daar echter over te beslissen. De Britse bevolking zelf heeft daar niks meer over te zeggen. Hun lot ligt dus straks in handen van de overige lidstaten. Lijkt me niet prettig. Het verbaast dan misschien ook niet dat de Britten deze procedure nog niet hebben gestart.

Belangrijker is wellicht dat we ons allemaal de waarde van de EU realiseren. Trump ziet het in ieder geval niet, maar hopelijk wij wel. Bedenk dat 100 jaar geleden 20% van de wereldbevolking gevormd werd door Europeanen. Op dit moment is dat nog 11% en naar verwachting aan het eind van dit millennium 4%. Vanuit die optiek zou enige samenwerking dus best zinvol kunnen zijn. In heel Europa neemt de scepsis met betrekking tot de EU zienderogen toe. Menig politieke partij – ik noem geen namen – maakt er een speerpunt van. Meer verontrustend is wellicht dat in Nederland geen enkele politieke partij pro Europa blijkt te zijn, althans als je de laatste verkiezingsprogramma’s bekijkt. Het is duidelijk géén populair gedachtegoed.

Wat heeft de EU ons gebracht? In beginsel langdurige vrede en stabiliteit na eeuwen van vaak verwoestende oorlogen. Een grotere welvaart door het wegvallen van interne grenzen, waar Nederland als handelsland mooi van profiteert. Het samen met andere Europese landen beter in staat zijn om grensoverschrijdende en wereldomvattende problemen het hoofd te bieden, zoals recentelijk de vluchtelingencrisis, terrorisme en klimaatverandering. Bovendien brengt het praktische voordelen, zoals het vrij kunnen reizen, wonen en werken.

Natuurlijk kost het veel geld (280€ per inwoner per jaar om precies te zijn), hebben we een stuk van onze macht ingeleverd en zitten we met een “zwakke” euromunt opgezadeld, maar toch hebben we er een groot deel van onze huidige en hopelijk toekomstige welvaart aan te danken. Denk dat we eerdergenoemde problemen als klein landje niet alleen gaan oplossen. Toch spijtig dat géén enkele politieke partij hier aandacht voor heeft. Iedereen gaat voor z’n eigen belang. Je zou bijna gaan denken aan “niet-stemmen”…

Menselijk

Nu in mijn omgeving iedereen wel gehoord heeft van mijn “nieuwe” student zijn, krijg ik natuurlijk vaak de vraag wat mijn motivatie is. Al eerder heb ik aangegeven mij te willen richten op het strafrecht. Wat mij daarin het meeste fascineert is het bij strafrecht gaat over mensen: menselijke tragedies, menselijke conflicten en vooral veel emoties. Doordat in strafzaken het proces grotendeels nog mondeling wordt gevoerd, namelijk op zitting, lijkt het vak van strafpleiter mij uitdagend. Je staat daarbij midden in de maatschappij.

Realiseer me heel goed dat er ethische dilemma’s bij komen kijken. Juist in deze tijd waarin de rechtsstaat onder druk lijkt te staan door steeds complexer wordende vormen van criminaliteit, is het van belang om de juridische implicaties daarvan goed te doorgronden. De rechter dient in de rechtsstaat een centrale rol te vervullen. Hij waarborgt de naleving van het legaliteitsbeginsel. Hij is een van de drie zelfstandige en onafhankelijke staatsmachten in de machtenscheiding. De rechter waarborgt de naleving van grondrechten. De burger moet op dit rechtszekerheidsbeginsel kunnen vertrouwen.

Ondertussen gebeuren er aan de overkant van de oceaan best vreemde dingen. Trump is een slechte acteur in een B-film, een compleet losgeslagen gek of een dictator (doorstrepen wat niet van toepassing is). Je kunt -zoals op alles- ook wedden op Trump’s “impeachment”. Hoe werkt zo’n afzettingsprocedure? Eerst moet blijken dat Trump de wet heeft overtreden. Met al z’n dubieuze activiteiten, waaronder de Trump Foundation, een liefdadigheidsinstelling waarvan hij het geld gebruikte voor persoonlijke doeleinden, moet dat vroeg of laat toch niet moeilijk zijn. Die zelfverrijking, waar Trump goed in is, kan hem weleens duur komen te staan. Dan is het natuurlijk nog zo dat het Congres (republikeinen) deze procedure moeten starten, maar dat kan. Het gerucht gaat al dat Trump eigenlijk helemaal geen president had willen worden, maar zijn kandidatuur meer als een publiciteitsstunt zag om z’n “marktwaarde” bij de TV zenders te verhogen.

Bij de bookmakers zijn de “odds” op dit moment in ieder geval 2:1 dat de president voor het einde van z’n eerste termijn het veld moet ruimen (voor de inauguratie was dit nog 4:1). Je kunt overigens ook op meer zaken wedden, zoals in welk jaar hij het veld moet ruimen, tot aan het feit of z’n derde huwelijk het eind van het jaar haalt (“odds” 16:1). Zelf vrees ik voor iets veel ergers…

Abraham Lincoln was destijds (in 1865) de eerste president van de Verenigde Staten die tijdens zijn ambtsperiode werd vermoord. Lincoln wordt beschouwd als een van de grootste Amerikaanse presidenten. Hij wordt geprezen om zijn leiderschap tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, de afschaffing van de slavernij, de versterking van de nationale overheid en de modernisering van de economie. Wist u overigens dat John F. Kennedy de laatste, maar ook al de vierde president was die werd vermoord.

Waarom plegen mensen een moord? Waarom doen mensen bepaalde dingen? Ook weldenkende mensen maken keuzes en doen zichzelf daarmee iets aan. Moet hierbij denken aan burgemeester Eberhard van der Laan, die vorige week in een nuchtere, openhartige brief aan alle Amsterdammers liet weten dat er uitgezaaide longkanker bij hem is geconstateerd. De wijze waarop hij dit bekend maakte, vond ik moedig en zorgde ook voor veel hartverwarmend reakties. Hier zit echter ook iets heel ander menselijks in, namelijk tegen beter weten in je hele leven lang verstokt blijven roken. Niemand is vrij van zonde. Zelf rook ik weliswaar niet, maar ben absoluut niet vies van een goed glas. Het leven is te kort om slechte wijn te drinken, zegt een van m’n beste vrienden altijd. Het is inderdaad zo dat je het leven moet nemen, zoals het komt. Dat gaat overigens nooit volgens het perfecte plaatje.

Zo denk ik ook iets vreselijks te kunnen doen. Als ik iemand onzedelijk aan één van mijn dochters zou zien zitten en ik zou bij toeval een zware hockeystick in mijn handen zou hebben, dan zou ik deze persoon gemakkelijk uit woede een dodelijke klap kunnen verkopen. Mensen die mij beter kennen, weten dat ik écht niet snel kwaad word, dus als dat wél gebeurt, berg je dan maar. Eén van de meest geciteerde uitspraken van Abraham Lincoln is dan ook:

“When I do good, I feel good. When I do bad, I feel bad. That’s my religion.”

Dwaling

Gerechtelijke dwalingen komen vaker voor dan je denkt. In Nederland is er een aantal bekende zaken: de zaken-De Berk en -Ina Post, de Puttense moordzaak, de Schiedammer parkmoord en de Showbizzmoord. Regelmatig zitten er dus mensen jarenlang onschuldig vast.

Naast al het werk op dit gebied van onze nationale speurneus Peter R. de Vries -hij speelde onder andere cruciale rol in de Puttense moordzaak, waar hij gedurende acht jaar in bijna veertig TV uitzendingen aandacht schonk met het bekende resultaat, vrijspraak voor de veroordeelden- wordt er ook op meer wetenschappelijke manier naar gekeken.

Recent heeft de heer Ton Derksen hier een interessant boek over geschreven, waar niet iedereen (lees: OM en rechters) blij mee is. Derksen is emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie en schreef in 2006 het boek “Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling”, dat mede leidde tot een herziening van de veroordeling van Lucia de Berk wegens meervoudige moord en haar vrijlating in 2010. Hierna raakte hij betrokken bij andere herzieningsverzoeken, waarover hij nog diverse boeken schreef.

Zo denken wij weleens minachtend over het Amerikaanse jury systeem, maar we realiseren ons niet dat onze eigen rechtssysteem eerder uitzonderlijk is. Zo hebben in West-Europa heel veel landen jury’s, waaronder beschaafde landen als Denemarken, Noorwegen, Zweden, België, Zwitserland, Engeland, Wales, Portugal, Spanje en Ierland. Dan zijn er ook landen, die een meerderheid van leken betrekken bij hun rechtbanken, zoals Duitsland, Frankrijk, Finland en Italië. Nederland is dan ook uniek te noemen met louter professionele rechters. Kan je het als democratisch land eigenlijk wel rechtvaardigen om het in de rechtspraak zonder de stem van het volk te stellen? Uit Amerikaanse onderzoeken blijkt dat jury’s niet méér fouten bij veroordelingen maken dan rechters.

Waarom gaat het bij rechters regelmatig volledig mis? Foutloze systemen bestaan nergens, net zomin als feilloos opererende politiemensen, officieren of rechters. Is het dan onkunde, domheid of kwade trouw? Met name bij ernstige misdrijven zoals moord of zedendelicten zien wij natuurlijk niet graag dat de mogelijke dader later nog vrij rondloopt. Er is justitie in dat soorten zaken veel aan gelegen om iemand te veroordelen. Een belangrijk element daarbij is het “primacy effect”; wat als eerste binnenkomt, heeft een groot effect op hoe we navolgende dingen beoordelen. Uit het dagelijkse leven weten we hoezeer “eerste indrukken” blijven hangen. In de Nederlandse rechtspraak leidt de volgorde waarin de rechter wordt geïnformeerd – eerst het dossier dan de officier –ertoe dat belastend bewijsmateriaal serieuzer wordt genomen.

Derksen zegt hierover: “Het verschil tussen passend bewijs en discriminerend bewijs is feitelijk onbekend in de strafrechtpraktijk. Om discriminerend bewijs te vinden moet er echt gezocht worden naar potentieel ontlastende informatie – en daar heeft de politie een ingebakken afkeer van. Discriminerend bewijs maakt het waarschijnlijker dat het ene is gebeurd en juist niet het andere. Met ‘passend bewijs’ kun je twee kanten op– dus ook naar schuldig, wat veel beter uitkomt als je de schuldige al denkt te hebben.”

Een zaak die mij in dit kader vanaf het begin enorm geïntrigeerd heeft is de Deventer Moordzaak, de naam die gegeven is aan de rechtszaak na de moord op de weduwe Wittenberg in 1999 te Deventer, een van de langst lopende zaken uit de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht. De vraag die altijd centraal heeft gestaan is of hier sprake is geweest van een justitiële dwaling met betrekking tot het bewijsmateriaal op grond waarvan de veronderstelde dader, Ernest Louwes, in aantal fases (in eerste instantie vrijgesproken, in hoger beroep veroordeeld, ook na herziening) is veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Louwes is in 2009 na het uitzitten van 2/3 van zijn straf (“vervroegde invrijheidstelling” is in NL gewoonte) vrijgekomen.

Hoewel ik géén groot fan ben van de wijze, waarop de bekende opiniepeiler Maurice de Hond, ook de man die ons deed geloven dat wereld zou vergaan bij de millenniumwissel, met veel “lawaai” (géén onschuldigen vast!) deze zaak onder de aandacht heeft gebracht, zit ik wel op zijn lijn; namelijk ook ik geloof in de onschuld van Louwes en de gerede verdenking tegen Michaël de Jong, de klusjesman.

Het belangrijkste bewijsmateriaal tegen Louwes was zijn DNA op de blouse van weduwe Wittenberg. Deze vondst werd overigens pas vier jaar (!) later gedaan. Nu lijkt het met nieuwe DNA technieken alleen maar makkelijker om misdrijven te bewijzen (lees: dat er minder fouten worden gemaakt bij veroordelingen), maar dat is een misvatting. Juist door de verfijning van de DNA technieken is er voor een goed DNA profiel zo weinig DNA vereist dat het DNA van de verdachte -op de plaats delict- niet altijd misdaadgerelateerd hoeft te zijn. Dit vormt een bron van nieuwe fouten. Dat Louwes, als boekhouder, die ochtend bij de weduwe Wittenberg op bezoek is geweest, heeft hij nooit ontkend… Kortom: Zorg dat u een goed alibi heeft!

Werkelijkheid

“Niks zo onwaarschijnlijk als de werkelijkheid” is een door mij vaak gebezigde uitspraak. Ik heb overigens géén idee van wie het origineel is… Alles wat je kunt bedenken, gebeurt ook weleens. Vaak krijg je een ingrijpende kijk in iemands leven. Dit verklaart voor een groot deel mijn fascinatie voor documentaires.

Eén van de eerste “docu’s” die ik mij nog kan herinneren, was een rapportage van Zembla (1988) over het leven in de Magneet, een wijk in Scheveningen met nogal “bijzondere” inwoners. Legendarisch waren onder andere de woorden van de sportleider in het buurthuis Jan Nutbey, die nooit verder was gekomen dan de vierde klas lagere school en vertelde over z’n buurtwerk en over zijn brieven aan de gemeente: “ik schrijf misschien kut met een “d”, maar jij ken hem wel van mij lezen…” Het taalgebruik is uniek, kijk zelf maar.

Ook m’n eerste bezoek aan de IDFA, het ondertussen zeer bekende documentaire festival, in 1999 staat mij nog goed bij. Met een groep studievrienden bezochten wij de première van de documentaire over Andre Hazes – “Zij gelooft in mij” gemaakt door John Appel. Na afloop was er zowel waardering voor de maker met een staand applaus, als ook totale verwarring bij de échte Hazes fans, die beteuterd in hun stoel bleven zitten. Denk dat iedereen nog veel scenes voor de geest kan halen, zoals het rijmwoordenboek bij het schrijven van zijn liedjes of het kopen van een auto met z’n vrouw. Het aardige is dat de hele documentaire online staat, dus je kunt ‘m hier nog een keer bekijken. Blijft uniek beeldmateriaal van onze grootste volkszanger. Ook het beeld van zijn uitvaartdienst in 2004 met vijftigduizend fans in de Arena staat in mijn geheugen gegrift. Over dingen gesproken, die je je eigenlijk niet kunt voorstellen. Ook deze “staatsuitvaart” is terug te zien (alleen op PC). Ga er maar even voor zitten.

Tegenwoordig is er voor de documentaire liefhebber, zoals ik, nog veel meer te genieten. Er worden veel meerdelige docu’s gemaakt en we danken aan het bestaan van Netflix een nieuw fenomeen, te weten “binge-watching”. Dit is op één dag bekijken van meerdere delen van een docu of TV serie. Ideaal voor de student. Vroeger moest je nog iedere week op een bepaald tijdstip voor de buis gaan zitten om het volgende deel te zien. Dat is een stuk lastiger te combineren met “kroegavondjes”.

Heb dan afgelopen weekend (het was nog net vakantie voor de student!) in één ruk de vijfdelige documentaire “O.J.: Made in America” getackeld. Deze vijf keer anderhalf uur is de komende paar weken (tot 17/1) nog op Uitzendinggemist te vinden. Met in gedachte mijn ambitie om strafrechtadvocaat te worden heb ik met grote interesse gekeken naar de advocaten “het dreamteam”, die O.J. -ook vaak “the juice” genoemd- om zich heen had verzameld. Hiertegenover stonden natuurlijk de aanklagers. In deze zaak, waar de feiten redelijk voor zich spraken, heeft de verdediging op magistrale, manipulatieve en bijna onoorbare wijze vrijspraak gekregen voor O.J. Simpson. In zijn slotpleidooi durft Johnnie Cochran, de hoofdadvocaat van O.J., de LAPD rechercheur Mark Fuhrman zelfs met Adolf Hitler te vergelijken.

Alle betrokkenen komen in deze -in mijn ogen- zeer zorgvuldig en goed gemaakte documentaire, waarin alle maatschappelijke vooroordelen belicht worden, opnieuw aan het woord. Zo is er één van de advocaten uit O.J. verdediging, die hardop lachend vertelt over hoe de leden van het “dreamteam” zonder goede argumenten het gevonden DNA in twijfel trokken, het huis en de reputatie van zijn cliënt zwarter maakten dan hij eigenlijk was door allerlei foto’s die aan de wand hingen te veranderen. De aanklagers maakten zelf ook grote missers, zoals het O.J. laten aantrekken van de gevonden handschoen zonder te weten of deze zou passen als er latex handschoentje onder zit. Ook hebben zij de racistische troefkaart, die de verdediging speelde, onvoldoende gecounterd met betrouwbare getuigen (rechercheur Fuhrman bleek uiteindelijk de zwakke schakel). De kern van de zaak is echter de onderdrukking van zwarten door blanken en de rol van de politie daarin. Dit is nog steeds een actueel onderwerp, ook in Nederland. We noemen het nu alleen etnische profilering.

Na zijn vrijspraak voor de dubbele moord in 1994 is O.J. Simpson uiteindelijk in 2008 alsnog veroordeeld tot 33 jaar gevangenisstraf voor een reeks “sullige” zaken. Zo probeerde hij met een soort gewapende overval in een hotel in Las Vegas z’n memorabilia terug te krijgen. De blanke jury bij die rechtszaak heeft toen duidelijk “wraak” genomen. Nu blijkt hij onder bepaalde voorwaarden (mij is niet duidelijk welke) na 9 jaar weer vrij te komen. Dat is dit jaar dus…

Er gaan al verhalen dat hij dan bij Oprah Winfrey de dubbele moord zal gaan bekennen; doet me denken aan Lance Armstrong’s confessie bij haar. Over hem zijn trouwens ook briljante documentaires gemaakt, hier is bijvoorbeeld “Stop at Nothing” te zien. Gewoon spannend voor een wielerfanaat.

O.J. kan trouwens niet meer veroordeeld worden, vanwege het “ne bis in idem” rechtsbeginsel. Niemand mag voor een tweede keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Het is maar dat u het weet!

Hersencellen

De vraag is natuurlijk of ik er nog wel voldoende over heb om deze missie te volbrengen. Vaak willen vrienden van mij weten of het nu heel moeilijk is om lappen stof tot je te nemen als je “op hoge leeftijd” bent…

Nu dat zal blijken. De tentamenperiode is net achter de rug. Denk dat het wel goed ging, maar durf niets meer te zeggen over de cijfers. Voorgaande keren heb ik mij daar ook in vergist. Aangezien de vakken Constitutioneel Recht en Aansprakelijkheidsrecht (deels) open vragen bevatten, duurt het nog enige weken voordat de uitslag bekend is. Ik kan mijzelf deze keer dus niet indekken met m’n “multiple choice fobie”. Daarom heb ik me maar eens verdiept in hoeverre alcohol je hersencellen aantast.

In mijn vriendenkring was er de nodige paniek toen de leeftijdgrens voor het kopen van alcohol enige jaren geleden verhoogd werd naar 18 jaar. Hun kinderen waren in sommige gevallen net 16 geworden, dus mochten destijds iets drinken, maar toen ineens niet meer. Hoe hou je dat onder controle? Niet dus. Ook blijkt sinds het verhogen van de minimumleeftijd het drugsgebruik onder tieners sterk te zijn toegenomen. Maar hoe schadelijk zijn al die drankjes (japie’s, casnov’s) die ik destijds heb gedronken toen ik jong was?

Ondertussen weten we uit hersenonderzoek dat tieners onverantwoordelijk gedrag vertonen omdat hun brein nog niet is volgroeid. Dat is pas vanaf 25 jaar. Daarvoor zijn je hersenen heel plastisch; er worden heel gemakkelijk nieuwe hersenverbindingen gevormd, maar óók afgebroken. Vooral voor het jonge brein is alcohol een sluipmoordenaar. Deze stof zaagt rechtstreeks aan je intelligentieniveau – aan hoe slim je kan worden – zonder dat je het meteen merkt. Dit “snoeien” van je hersens is onder normale omstandigheden een belangrijk kenmerk van de hersenontwikkeling. Gebruik je bepaalde hersenverbindingen vaak, dan versterkt het brein deze verbindingen heel makkelijk en groeien er ook wat nieuwe bij. Hiermee vorm je “paden” in je geheugen; je leert gewoontes aan, je onthoudt dingen. Kortom: je wordt iedere keer een stukje slimmer zo.

Vervolgens verliezen onze hersenen gedurende ons leven nog 5 tot 10% van hun gewicht. Om precies te zijn, onze prefrontale cortex vermindert en dit is geassocieerd met achteruitgang van het werkgeheugen. Ai, dat helpt niet voor de student op leeftijd. Het is gelukkig niet allemaal ellende. Vanaf middelbare leeftijd (ik verzin het niet) zijn mensen door bepaalde ontwikkelingen in hun hersens beter in balans en beter in staat tot reflectie. En dat is nu misschien juist de reden dat ik weer ben gaan studeren.

Dus even terug naar de studie. De afgelopen week bekroop mij een nieuwe angst: “Is mijn handschrift nog wel leesbaar?” Sinds alles met mobiel en computer gaat, zet men nog maar weinig op schrift met pen en papier. Door zelf wat handgeschreven uittreksels te maken, heb ik m’n schrijven weer een beetje geoefend. Je hebt tegenwoordig overigens allerlei websites (eerst gratis, maar na paar maanden moet je ervoor betalen), waarop alle denkbare uittreksels, aantekeningen en oude tentamens voorhanden zijn. Hier is een hele nieuwe industrie ontstaan. Dus géén uittreksels meer op rood papier geprint, zodat kopiëren (destijds een uitvinding) niet mogelijk was. Uiteindelijk probeerde je het slimste meisje van de klas te verleiden, zodat je haar aantekeningen mocht lenen. Vervolgens stond je urenlang velletje voor velletje onder het kopieerapparaat te leggen. Aan de beschikbare studiematerialen kan het nu echter niet liggen.

Zelf geniet ik op dit moment na alle noeste studie-arbeid van een heerlijke Gin & tonic en troost mijzelf met de gedachte dat m’n studiematen op dit moment waarschijnlijk al ergens laveloos in de gordijnen hangen, zich pas morgen realiserend (als ze mijn blog hebben gelezen) dat ze weer flink hun hersens gesnoeid hebben. Ooit zullen onze hersenstammen dan toch van hetzelfde formaat zijn. Proost allemaal en fijne feestdagen!