de·mo·cra·tie (de; v; meervoud: democratieën)

1. staat(svorm) die aan het hele volk invloed op de regering toekent

Als je er de online-versie van de Van Dale op “naslaat” vind je deze definitie. Voordat Wikipedia ontstond had je nog gewoon een Winkler Prins encyclopedie thuis en heette de Van Dale nog “Dikke van Dale” vooral ook omdat het zo’n mooi enorm driedelig boekwerk was. Tijden zijn in veel opzichten veranderd. Zeker ook wat betreft hetgeen we ondertussen verstaan onder democratie.

Wij leven in een democratische rechtsstaat. Volgens het studieboek (volg nu vak Constitutioneel Recht) is democratie een staatsvorm die de gelijkwaardigheid van mensen als uitgangspunt neemt, zowel wat betreft hun invloed op het staatsbestuur als wat betreft hun bescherming tegen de staat. Een staat waarvan de organisatie erop gericht is dat burgers beschermd zijn tegen machtsmisbruik door de staat zelf noemen wij een “rechtsstaat”.

Op dit moment lijkt democratie meer te zijn verworden tot een omgeving waar men denkt dat iedereen maar van alles mag roepen, onder het mom van “vrijheid van meningsuiting”. Hierbij speelt al decennia lang massa media een belangrijke rol, maar sinds deze eeuw met name ook “social media”.

Nu is het politieke debat een compleet geregisseerd spektakel geworden, waarbij opponenten onder begeleiding van professionele experts in overredingstechnieken tegen elkaar ten strijde trekken in de arena. Hoe “sociaal” zijn de Facebook’s en Twitters van deze wereld eigenlijk. Netals de commerciële TV zenders zijn zij ook (onderdeel van) beurgenoteerde bedrijven, die als enige doel hebben om de advertentie-inkomsten te maximaliseren. Dat lukt natuurlijk het beste als opmerkelijke zaken zoveel en vaak mogelijk “likes” of “retweets” krijgen. Alles is van seconde tot seconde te volgen, je kan erop reageren en ook nog anderen mobiliseren. De politicus moet dus met zijn ideeën en voorstellen direct in de smaak vallen om zieltjes te winnen. Hierdoor is de hele politiek bijna een “soap” geworden, waarbij de politici zelf als acteurs fungeren, vaak tweederangs… Het gaat steeds minder over de inhoud, maar meer over de vorm.

Mooi voorbeeld hiervan is Donald Trumps overwinning in de Verenigde Staten. “Make America great again” en “Grab them by the pussy” gingen hand in hand. Het populisme heeft weer voedingsbodem gekregen. Zeggen dat je namens het hele (ontevreden) volk spreekt, werkt. Het heeft echter geen zin om alléén de populistische leiders aan te vallen, zonder naar de populistische kiezers te kijken. Ook is het te makkelijk om dit zomaar toe te schrijven aan de kloof tussen de elite en laaggeschoolden. Het gaat er mijns inziens om dat kiezers weer echt gaan meedoen en zichzelf vertegenwoordigd voelen door mensen, waarin zij zichzelf kunnen herkennen.

Zowel de Brexit, de verkiezing van Trump als vorige week Renzi’s referendum in Italië laten op pijnlijke wijze zien dat Westerse democratieën zijn gereduceerd tot ”platte” stemmingen. De uitwassen hiervan zijn allerlei referenda (zoals voor het associatieverdrag met Oekraïne), machteloze regeringen, steeds verder versplinterend partijenlandschap (bijna zestig geregistreerde partijen in Nederland) en de opkomst van het populisme in heel Europa. Het partijlidmaatschap ligt overigens op een historisch dieptepunt, dus jaarlijks een tientje bijdragen is nog te veel voor de zogenaamde achterban van deze partijen.

In de ogen van veel mensen heeft democratie dan ook zijn beste tijd gehad. Het probleem is mijns inziens niet zozeer de democratie zelf (het volk is echt wel betrokken bij wat er speelt), maar meer de primitieve manier van stemmen. Er zijn al ideeën om naast verkiezingen met verkozen volksvertegenwoordigers ook burgers uit te nodigen (middels loting en daardoor écht representatief) om mee te laten praten over de te volgen koers. Dit zou ook de bestaande kloof tussen burgers en bestuurders kunnen verkleinen.

Wellicht wordt het tijd dat de democratie zichzelf hernieuwt. Hopelijk lezen we in de toekomst een nieuwe definitie ervan. Was wel blij toen een trouwe bloglezer mij erop wees dat ook een rechtenstudent zichzelf al jurist mag noemen (dus niet in spé). Het staat in de Van Dale, dus klopt het. Maar je vindt het zo alléén in de complete papieren versie!

 

De feiten

Tegenwoordig vragen vrienden vaak aan mij wat ik van een bepaalde uitspraak vind. Als jurist (in spé) heb ik in korte tijd al geleerd dat je je antwoord moet beginnen met: “Ik ken niet alle feiten”.

Wellicht denk je daarbij direct aan een te voorzichtige jurist, die niks durft te zeggen uit angst voor het “verkeerde” beweren, maar niks is minder waar… Vaak heeft een buitenstaander maar beperkte dossierkennis. Ook journalisten baseren hun stemming makende berichtgeving regelmatig op gebrekkige informatie en geven daardoor een onvolledig beeld. Iets is pas nieuws als het afwijkt van het normale, dus (straf-) zaken worden vaak breed uitgemeten in de media.

Recentelijk was er veel aandacht voor de “Doodrijder A2”, de 46-jarige Neil van der L. uit Amsterdam. U weet wel, de man die ’s-ochtends -met nog een behoorlijke hoeveelheid drugs in z’n lichaam- in een krankzinnige dodemansrit met ruim 200 km/uur ter hoogte van Maarssen crashte op een auto met daarin een (samengesteld) gezin van zeven personen. Ze waren onderweg naar wat ze dachten een vrolijk dagje Efteling zou worden. Vreselijk genoeg is de vader hierbij overleden en een aantal kinderen heeft blijvend letsel opgelopen.

De dader is hiervoor in eerste aanleg (dat wil zeggen bij de Rechtbank) op basis van “dood door schuld” veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een rijontzegging van vier jaar. Dit is op het eerste oog een milde straf en zeker géén genoegdoening voor de nabestaanden gebleken. In deze zaak heb ik mij (studiematig) verdiept. Ons rechtssysteem (in het bijzonder het Wetboek van Strafrecht) kent een “menukaart” met betrekking tot de maximaal op te leggen straffen. In de Wegenverkeerswet 1994 wordt een en ander nog nader gepreciseerd voor zover het zaken in het verkeer betreft.

In dit geval is het van belang of er sprake is van voorwaardelijke opzet of bewuste schuld. Voorwaardelijk opzet is de “lichtste” vorm van opzet. Het wil zeggen dat de dader geen opzet heeft op het doden van iemand, maar dat het hem niets uitmaakt als dat wel gebeurt bij zijn actie. Hij wilde zijn actie uitvoeren, wist dat er een aanmerkelijke kans was dat het verkeerd zou aflopen en aanvaardde die kans.

Ergens tussen voorwaardelijk opzet en bewuste schuld in wordt opzet in schuld veranderd en doodslag of moord in “dood door schuld”. Bewuste schuld is aan de orde wanneer de dader wist dat er een kans was dat het verkeerd zou gaan, maar dacht dat dat toch niet zou gebeuren. Zo is hier door de rechter geoordeeld.

Tsja, zolang je niet in iemands hoofd kan kijken, is deze “nuance” moeilijk te maken. Er is echter nog een gradatie, die op de scheidslijn van opzet en schuld ligt, te weten “schuld door roekeloosheid”. Naar mijn mening kan de verdachte daarvoor in casu veroordeeld worden. De maximum gevangenisstraf voor roekeloosheid bedraagt 6 jaar (bij een dodelijk verkeersongeval), welke in geval van rijden onder invloed (geldt ook voor drugs) nog eens met de helft verhoogd kan worden.

Zowel het Openbaar Ministerie als ook de verdediging (bij monde van mr Spong) zijn in hoger beroep gegaan in deze zaak, die dus sowieso een vervolg krijgt. Na een uitspraak van het Hof kunnen partijen nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Ongetwijfeld zal dit nog een flink staartje krijgen.

Dichter bij huis dan het strafrecht -althans dat hoop ik voor alle lezers- ligt het aansprakelijkheidsrecht.  Zo is het interessant om te weten waar de aansprakelijkheid ligt voor onze (jonge) kinderen. De wet heeft daar een aantal leeftijdsgrenzen gesteld met bijzondere voorwaarden voor aansprakelijkheid. Een kind tot 14 jaar kan volgens de wet nooit een onrechtmatige daad worden toegerekend. Wel kunnen de ouders in zo’n geval aansprakelijk zijn voor schade, die door hun kind is veroorzaakt. Iets anders is het voor kinderen van 14 en 15 jaar (je kunt je afvragen, waarom de grens precies daar ligt). Hiervoor geldt dat kinderen zelf een onrechtmatige daad kan worden toegerekend, maar ook hier kunnen de ouders aansprakelijk zijn, tenzij hun niet kan worden verweten dat zij de gedraging niet hebben belet. Mag duidelijk zijn dat je kinderen van deze leeftijd niet continu huisarrest kan geven, dus er zal weleens iets “goed” misgaan. Bij kinderen vanaf 16 jaar staat de eigen onrechtmatige daad voorop.

Een ander apart geval is de aansprakelijkheid voor dieren, in het bijzonder paarden. Die kunnen rare sprongen maken. In de wet staat dit mooi omschreven als “het gevaar dat schuilt in de eigen energie van het dier en het daarin opgesloten onberekenbare element”. Aangezien je moeilijk het paard aansprakelijk kan stellen, is de paardeneigenaar zelf meestal het “haasje”.

Maak me dan ook beetje zorgen over m’n vijftienjarige dochter met haar eigen paard, waarmee ze regelmatig de openbare weg op gaat; dat mag zij met haar ruiterbewijs. Gelukkig gaat de tijd snel en is ze zo volwassen (lees: 18 jaar). Dat is een feit, om heel precies te zijn zelfs een “bloot rechtsfeit”.*


*Feit waaraan rechtsgevolgen worden verbonden zonder dat van een actieve gedraging sprake is (bijv. geboorte, overlijden, meerderjarigheid).

Comfortzone

“Je leven begint aan het einde van je comfortzone.” Deze tegeltjeswijsheid kwam ik recent tegen en denk dat er flinke kern van waarheid inzit. In ieder geval voor mijzelf.

Heb een heerlijk leven met een fantastische vrouw (maar zeker ook een grote stimulans voor mij om dingen aan te pakken of anders te doen), met drie prachtige tienerdochters, met een nog kerngezonde lieve moeder (weliswaar op leeftijd) en een beestenboel om mij heen in een mooie omgeving. Kortom heel weinig te klagen. Toch kan het erg nuttig zijn om iets te veranderen in je leven. En dan doel ik niet op een midlife crisis, waarbij mannen hun vrouw inruilen voor een jonger exemplaar, een sportauto of snelle boot kopen. Zie om mij heen dat dit kortstondig een verandering brengt, maar op termijn met name een mooi verdienmodel is voor echtscheidingsadvocaten, mediators en andere lieden. Heb overigens geen ambitie om mij te verdiepen op het vlak van personen- en familierecht.

Zodra je het gevoel hebt, dat je iets wilt veranderen in je leven, moet je het ook écht doen. De pyramide van Maslow (wie kent hem niet?) laat weliswaar helder zien dat voordat de mens op zoek gaat naar andere behoeften eerst aan de basisbehoeften moet worden voldaan. De allereerste behoefte is eten en drinken. Zodra je dat hebt, kun je denken aan andere dingen zoals veiligheid en zelfontplooiing. Eten en drinken zijn gewoon te koop, net als een dak boven je hoofd. Daar heb je wel eerst geld voor nodig.

Merkte bij mijzelf echter dat ik niet nog eens twintig jaar in voornamelijk de financiële wereld actief wilde zijn, nadat in de eerste levensbehoeftes goed is voorzien. Met nog zeker twintig werkende jaren voor de boeg -moet absoluut niet aan een bestaan op de golfbaan denken- zocht ik iets om middenin de maatschappij te staan en impact te hebben voor individu en omgeving. Aangezien ik nooit een écht vak heb geleerd -m’n eerdere studies bedrijfskunde en financiële economie waren behoorlijk breed georiënteerd en algemeen- moest ik sowieso aan de slag om de nodige kennis te vergaren.

Natuurlijk realiseer ik me dat ik de advocatuur -en in het bijzonder mijn wens om strafrechtadvocaat te worden- romantiseer. Zeker met de ambitie om de studie rechtsgeleerdheid in kortere tijd dan nominaal af te ronden, de gedachte om tegelijkertijd al stage te lopen bij een gerenommeerd kantoor en snel aansluitend daarop als advocaat beëdigd te worden, heb ik de lat voor mijzelf hoog gelegd. Uit de comfortzone ben ik in ieder geval, maar wat heb ik te verliezen…

Of ik voel me straks als net afgestudeerde jurist een “oudere jongere”. Van Kooten & De Bie (een legendarisch duo in mijn ogen) hebben deze term ooit geïntroduceerd voor een persoon die officieel gezien geen jongere meer is, maar zich nog wel zo voelt. Begin al aardig in die rol te groeien merk ik. Heb direct een paar ouwe kroegschoenen en spijkerbroek uit de kast gepakt; voor een paar dagen feest achter elkaar draai ik mijn hand nu al niet meer om.

Ben ook eerder regelmatig uit m’n comfortzone gekomen. Op aanraden van m’n ega (ja, nog steeds diezelfde fantastische) ben ik ooit mee gaan doen aan een yogaklasje met voornamelijk dames. Ik heb het doorstaan en ondertussen rekken en strekken we al meer dan vier jaar met een vast club van tien mannen (de “yoga bro’s”) onder leiding van onze energieke yogajuf. Trouwens, wil je je écht oncomfortabel voelen, probeer dan eens een hotyoga klasje. Sta je 1,5 uur onafgebroken in 40 graden in één ruimte met zo’n 50 andere van een oksel tot hun reet zwetende lieden.

Nu kan ik er zelf ook goed “onaantrekkelijk” uitzien. Hijs mezelf sinds enige jaren met grote regelmaat in een strak onooglijk wielrenpakje. Het prototype van een “MAMIL” dus. Voor wie deze term niet kent: “Middle Aged Man In Lycra”. Je ziet ze tegenwoordig in grote zwermen langs onze wegen razen. Begint voor mij ook beetje dwangmatig te worden. Moet nog zo’n 600 km om m’n streefafstand voor dit jaar te halen. Binnenkort -als de weg niet meer glad ligt (zoals de oude wielercoryfee Henk Lubberding ‘t zegt)- maar weer eens op de racefiets naar college.

Aan het eind van de comfortzone begint bij mij de energie te stromen. Je krijgt nieuwe interesses, je ziet allemaal nieuwe mogelijkheden en je blijft mooie momenten verzamelen…

 

Holleeder = big business

Op dit moment lees ik het boek “Judas” geschreven door de zus van… Mocht blij zijn dat iemand het mij cadeau gaf, want 80.000 exemplaren waren binnen een dag uitverkocht. Holleeder is dus nog steeds “big business”.

In de jaren tachtig was het ontvoeren van mensen redelijk “gewoon”. Nog niet gehinderd door alle moderne GPS-trackers werden we regelmatig opgeschrikt door ontvoeringen, die overigens vaak heel amateuristisch oogden. Kan me als eerste nog die van de Amsterdamse zakenman Maup Caransa herinneren en natuurlijk in 1983 de nog steeds spraakmakende ontvoering van Alfred Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer. Tot op de dag van vandaag houdt Willem Holleeder de gemoederen bezig.

Als middelbare scholier begin jaren tachtig moest ik het doen met twee zenders op televisie (Nederland 1 en 2). Je keek samen met de rest van Nederland (miljoenen kijkers dus) naar dezelfde programma’s zoals “Avro’s Wie-kent-kwis”, gepresenteerd door Fred Oster, maar bovenal met een stel cavia’s in de hoofdrol luisterend naar illustere namen als Jos Brink, André van Duin, Simon Tahamata, Sjakie Swart en Mieke Telkamp. Ook de 1-2-3 show van Ted de Braak met het populaire onderdeel, waarbij je stokjes moest vangen, was toen een “must see”.

Zeer begrijpelijk dus dat de Heineken ontvoering en alle ontwikkelingen daarbij veel aandacht kregen van de media. Dat was geen spelshow, maar echte “reality”. Als opgroeiende puber volgde ik alle ontwikkelingen, en met name ook de triviale zaken eromheen, met spanning en interesse. Het losgeld van 35 miljoen gulden (circa 16 miljoen euro, ter info voor de jeugdige lezers) werd verdeeld over vijf zakken met kleine coupures via een dolle “autorally” -voor de ontvoerders succesvol- overgedragen bij een viaduct in Maarsbergen. Ben er ooit weleens gestopt om te kijken, waar het precies was.

Iedereen herinnert zich ook nog de publieke communicatie tussen politie en ontvoerders via krantenadvertenties -in de krant van wakker Nederland natuurlijk- met “gecodeerde” boodschappen, zoals: “wacht op telefoon van de Adelaar” en “het eiland is groen voor de Haas”. Mobieltjes bestonden toen natuurlijk nog niet. Zo weet ik sinds die tijd hoe een Romneyloods eruit ziet (met zo’n rond dak zonder muren); hierin werden Heineken en Doderer namelijk verborgen gehouden en later uit bevrijd. Zelfs tot enkele jaren geleden was deze loods nog onderdeel van de “Heineken Kidnap Tour”. Een nogal bijzondere vorm van “donker” toerisme, waar men een bustour maakte langs alle locaties, die een rol speelden bij de Heineken ontvoering. Tegenwoordig schijnt de ontvoering in “Escape Rooms” nagespeeld te worden; aan dat nieuwe fenomeen heb ik me eerlijk gezegd nog niet gewaagd.

Na de ontknoping destijds begon de klopjacht op de ontvoerders (vijf in totaal), waarbij al snel de eerste twee werden gearresteerd, nummer drie gaf zichzelf aan (maar ontsnapte later weer), terwijl Cor van Hout en Willem Holleeder vluchtten naar Frankrijk. Hier werden zij enkele maanden later gearresteerd. Op advies van hun advocaat Max Moszkowicz sr. stemden zij echter niet in met overbrenging naar Nederland. Een juridisch interessante zaak toen aangezien er geen uitleveringsverdrag bestond tussen Nederland en Frankrijk. Dit leidde er zelfs toe dat de heren een “Hotelarrest” zouden krijgen op het tropische eiland Sint Maarten (in Franse deel daarvan), maar daar waren ze als criminelen niet welkom. Na enige omzwervingen zijn ze uiteindelijk wel uitgeleverd aan Nederland.

Toen in 1987 het boek “De ontvoering van Alfred Heineken” van Peter R. De Vries verscheen, werd dat door mij dan ook verslonden. Dit boek is overigens eindeloos herdrukt en aangevuld; het wordt tot op de dag van vandaag nog verkocht (27e druk – ruim 500.00 exemplaren). Met de vuistregel dat een schrijver zo’n 15% van nettoprijs (winkelprijs minus 6% Btw) krijgt (en bij bestsellers neemt dit percentage snel toe) heeft dit Peter R. de Vries geen windeieren gelegd. Kan iemand mij trouwens uitleggen waar die “magische R.” in z’n naam voor staat, of is dat slechts om de meest voorkomende achternaam enig cachet te geven? Van marketing heeft Peter R. wel kaas gegeten, ook het zinnetje in zijn Misdaadprogramma is legendarisch: “Zorg dat u klaar zit, dan heeft u altijd een alibi”…

Nadat we in 2012 nog Willem Holleeder als een soort “knuffelcrimineel” bij College Tour te gast was (de persiflage hierop van Koefnoen is trouwens nog briljanter dan de echte uitzending, zeker moeite waard om op Youtube even te bekijken), zit hij nu al weer sinds eind 2014 vast op verdenking van menige liquidatie. Astrid, zijn zus, schrijver van het boek “Judas” en bovendien zelf strafrechtadvocate heeft in die jaren meerdere gesprekken met haar broer opgenomen en verklaringen bij de politie afgelegd. Nu heeft zij dit alles op indringende wijze aan het papier toevertrouwd. Hoorde net trouwens dat er nu een documentaire over hem uitkomt. Blijft nog wel even “big business” dus…

Back to reality

Ondertussen een studieblok en een tentamen verder ben ik weer “back to reality”. Eerst was er voor Nederlandse begrippen een ongekende “Indian Summer”. Kan ook uit betrouwbare bronnen (lees: eigen bronnen) verklappen dat studentes welhaast rokjes moeten hebben uitgevonden. Het was in Amsterdam een fleurige bedoeling en de terrassen hadden grote aantrekkingskracht. Een verleiding die ook ik niet altijd kon weerstaan.

Om de eerstejaars rechtenstudenten – zoals ik – alvast te laten wennen, was er na 3 weken al een deeltentamen ingepland. De verschillen tussen normatief en beschrijvend rechtspositivisme en andere elementaire gedachtes uit het recht moesten goed bestudeerd worden. Na dit (deel-) tentamen was ik al een eerste illusie armer. Om een multiple choice tentamen met bovengemiddeld goed gevolg af te leggen dien je de stof écht goed te beheersen. M’n makkelijke excuus hiervoor – MC is niet mijn ding – telt natuurlijk niet.

Ondertussen vlogen de werkgroep-opdrachten mij om de oren. Ondanks m’n lage eindexamencijfers (minimaal een zesje was destijds de norm) ben ik wel “toegelaten” tot de Triple-A werkgroep voor de ambitieuzere student. Een mooi, gevarieerd en gemotiveerd gezelschap. In de whatsapp van deze werkgroep komen de leukste uitnodigingen langs, zoals voor een “Motherfucking Vet Hiphop Feest” en ook voor gezellige borrels op het terras na de vrijdagcolleges. Ik heb het nog niet aangedurfd, en dat lijkt me voorlopig beter ook. Het leeftijdsverschil is evident. De jongste medestudent is 17 jaar, de oudste is 24 jaar, en dan komt deze “Opa”…. Hoewel ik ondertussen géén “meneer” meer wordt genoemd. Dat gat is in ieder geval gedicht.

Het (wekelijkse) huiswerk dient via een digitaal werkboek “ingeleverd” te worden. Van enig rustmoment is dan ook géén sprake, dus met alle colleges en werkcolleges erbij ben ik iedere dag zeker drie uur “aan de studie”. Dat verklaart waarschijnlijk ook de term “voltijdstudie”, denk ik. Had ik dit wel helemaal voorzien? Mijn dagelijkse werkzaamheden vragen nog steeds ook de nodige tijd en aandacht. Zo heb ik nog steeds TunFun Speelpark en ook mijn andere investeringen lopen door, hoewel ik die aan het afbouwen ben.

Planning en discipline zijn weer het toverwoord geworden. Zo zit ik regelmatig op zondag tegelijkertijd met m’n drie dochters (allen middelbare scholieren) aan de eettafel voor het maken van het huiswerk. Met m’n dikke wetboeken op tafel maak ik altijd nog een beetje indruk: “Papa, moet je die boeken ook leren?”

Ook mijn huiswerk wordt nagekeken door de docent. Wist niet dat ik nog echt blij kon worden van opmerkingen, als “sterke annotatie” (annotatie = geschreven juridisch commentaar op een rechterlijke uitspraak) of “uitstekende inleiding”. Naar de werkgroepen ga ik dan ook met plezier. Dit zijn overigens gewoon klassen (met 25 studenten) en niet de werkgroepen van vroeger, waar je met drie, soms maximaal vier studenten samen iets moest uitwerken. Ook dat was toen al een hele opgave, zeker omdat alle hedendaagse communicatiemiddelen ontbraken.

De colleges (3x twee uur per week) zijn vaak wat langdradig, hoewel de docenten meer dan hun best doen (soms teveel dus) om het levendig te houden. Ondertussen heb ik uitgevonden dat je deze colleges ook versneld op je eigen computer integraal kunt terugluisteren, een hele verbetering ten opzichte van vroeger. Dat werkt voor mij uitstekend en scheelt de nodige (reis-)tijd.

Een gastcollege, dat ik persé niet wilde missen, was van de bekende strafpleiter Peter Plasman. Hij wist wederom zeer boeiend over zijn vak te praten “het gaat om overtuiging” en blijft de persoon, waardoor ikzelf mede sterk geïnspireerd ben geraakt om deze mooie uitdaging aan te gaan.

Nu is net het eerste studieblok afgesloten met het eindtentamen. Ondanks al mijn studie-ervaring (mag ik toch zeggen bij derde studie) blijft het moeilijk om precies het goede te doen, met als gevolg een in mijn ogen te marginaal resultaat. Ben dan ook zeker géén model-student, en zal dat ook nooit worden. De eerste studiepunten zijn in ieder geval binnen, kortom ”de kop is eraf”.

Het volgen van deze studie kost trouwens best een paar centen, want voor mij is collegegeld niet meer van toepassing. Volgens het Wettelijk Collegegeld (staat écht in de wet, heb het gecheckt), moet ik het veel hogere instellingsgeld betalen. En dat terwijl ik ook al géén StuFi meer krijg… Met de alsmaar stijgende huurprijzen in Amsterdam (arme studenten!) is medelijden met mij nog niet nodig.

Zie het nu allemaal nog maar even als “warm lopen”, maar heb nog geen seconde spijt van mijn keuze. Het is net als bij investeren “de kunst is niet de sprint te winnen, maar juist om de marathon te volbrengen”. Nu heb ik echter deze keer wel één lange sprint in gedachte…
wetbundels

Back to school

Had nooit gedacht dat ik ooit nog een blog zou beginnen. Iemand (lees: mijn vrouw) zei: “al die dingen, die je nu weer gaat meemaken als student moet je bloggen”… Mijn kinderen hadden het trouwens over “vloggen”. Dat bloggen is hartstikke ouderwets…

Natuurlijk merkte ik in mijn omgeving al dat er met enige nieuwsgierigheid, afgunst en ook zeker afkeer gekeken werd naar mijn besluit om weer de studiebanken op te zoeken. “Hoezo ga je weer studeren?” “Wat?” Rechten… “Hoezo Rechten?” En al snel ging het daarna over “Kan je lekker weer op kamers gaan wonen?” ”Moet je weer lid worden!” totaan “Krijg je weer korting met je studentenpas…”

Het duurde even voordat de serieuze reacties kwamen met vragen als wat ik er precies mee wilde (Antwoord: “Strafpleiter worden!”) en hoe ik ertoe gekomen ben. Daarover zeker later meer.

Bij feesten en partijen is het in ieder geval een leuk onderwerp. Nu is het moment echter aangebroken dat het gaat beginnen. Terwijl in diverse steden de introweken volop aan de gang zijn – met mooie chillfeesten, zo staat te lezen op de wervende affiches – heb ik vandaag de onderwijsintroductiedag gehad. Ik heb m’n nieuwe studie matties ontmoet. Natuurlijk word ik nog regelmatig met U aangesproken, en zelfs “meneer” hoor ik afentoe fluisterend in mijn oor. Zo gek is dat niet… Deze jonge frisse (en waarschijnlijk slimme) scholieren zijn geboren rond 1997/1998.

Tsja, wat deed ik in dat jaar. Ik kan me in ieder geval nog het WK voetbal (1998) in Frankrijk herinneren. In Marseille was ik getuige van een soevereine 5-0 overwinning tegen Zuid-Korea. Dat zou het huidige Oranje niet meer lukken. Waarschijnlijk is het volgende WK waaraan wij morgen meedoen in 2030. Gelukkig is “lange afstand zwemmen” (doen maar weinig mensen) ook een mooie sport, zo weten we sinds deze Olympische Zomer in Rio. Wel een ongelooflijk gave stad!

Eind jaren negentig werd ik volwassen, vroeg ik mijn vrouw ten huwelijk en snel daarna werden onze kinderen geboren. Elders werden kinderen geboren, waarmee ik nu in de collegebanken zit. Na een paar weken kan ik al zeggen dat dit studeren mij nu al zo’n 15 jaar jonger maakt (lees: “doet voelen”)!

Ondertussen heb ik ook de boeken -een behoorlijke stapel, zeker ook met een paar dikke wetboeken-  bemachtigd voor het eerste blok en ik kan grappig genoeg bijna niet wachten om te beginnen. Dat is een gevoel dat ik bij m’n eerdere studies bedrijfskunde en economie nooit zo ervaren heb.

Heb het boek “Grondslagen van het Recht – Hoofdlijnen” al vrijwillig opengeslagen en voorzie dat ik mijn huiswerk – het lezen van de eerste drie hoofdstukken daarvan vóór het eerste college – ook ga volbrengen. Werkcolleges volgen snel daarna. Mentoruur om je wegwijs te maken als student. Tegenwoordig moet je je huiswerk digitaal inleveren, dus het ouderwetse overschrijven en later konden we ook kopiëren, is er niet meer bij…

Destijds was het studeren een doel op zich. Met de minimale inspanning het maximale resultaat behalen, dan was je goed bezig! In het totaal heb ik destijds zeven jaar van genoten van een fantastische studietijd. Nu ligt het ambitieniveau iets hoger, en zeker iets sneller.

Zonder de afleiding van kroegavonden, feesten & partijen, en een grote hoeveelheid vrienden en vriendinnen, die precies zo dachten, moet het mogelijk zijn om een studie in veel rapper tempo af te ronden. Het doel is nu niet het studeren, maar juist wat daarna komt. Deze man wil strafpleiter worden, en heeft z’n slogan al klaarliggen: Bel Eddie, je zou er een moord voor doen!