Virus

Hiermee doel ik niet op het griepvirus dat de afgelopen maanden veel mensen compleet “knock-out” sloeg, maar op het Olympische virus. Sinds 1992 ben ik hiermee besmet geraakt, toen ik m’n eerste Olympische Spelen bijwoonde.

Hoe ging dat? Rechtstreeks vanuit Groningen, waar ik toen studeerde, reden we met vier vrienden in m’n eerste autootje – een rood Golfje, hij kon best “hard” – richting Albertville. We maakten eerst nog een tussenstop (overnachting) bij bekenden in Grenoble. Een leuke stad, zeker ‘s-avonds. Het avondje uit aldaar staat nog bijna net zo goed in mijn geheugen gegrift als de grote dag zelf, we gingen naar de 5 kilometer schaatsen voor Heren. Het laatste deel reisden we met de trein. We waren goed uitgedost, denk aan een compleet oranje overall, vlaggen op het gezicht geschilderd, vuurpijlen om af te steken (tegenwoordig verboden in elk stadion!) en oranje drankjes (voorgemengd, dus een soort breezer “avant la lettre”). In een grote stoet liepen we met veel Nederlanders naar het open lucht ijsstadion. Ja dat waren nog eens tijden. Het langebaan schaatsen vond plaats op afgelegen ijsbanen in vaak de meest winderige omgeving.

Terwijl wij ons nestelden op de tribune (free seating) naast de ouders van Hein Vergeer en Leo Visser – ja, dat waren onze helden toen – waren de eerste rijders al van start gegaan. Grote schermen in het stadion om mee te kijken, waren er nog niet. Je moest gewoon opletten; dat hadden wij dus niet gedaan. Op deze koude dag in februari schaatste de Noor Geir Karlstad vrij onbedreigd naar het goud. Vergeer was in geen velden of wegen te bekennen, maar Falko Zandstra – in bloedvorm dat jaar – schaatste naar het zilver. De grootste verrassing was de bronzen medaille van Leo Visser, die hij ook nog behaalde op de 1.500 meter met 9/100ste achterstand Johann Olav Koss. Na deze Spelen beëindigde de man uit Haastrecht zijn schaatscarrière.  Wij vierden deze zilveren en bronzen medailles als ware het goud; het bleef nog lang onrustig in Albertville en omstreken. Ik had de smaak vanaf dat moment flink te pakken.

In 2006 werd ik uitgenodigd om naar de Winterspelen van Turijn te gaan. In deze jaren voor de crisis was het voor grote bedrijven nog “ussance” om goede klanten uit te nodigen voor dit soort tripjes. Dat was later (na oktober 2008) snel voorbij. Ik herinner me de bijzondere race op de 10 kilometer voor mannen in een bijna ontploffend (overdekt) stadion in Turijn, Bob de Jong won in een ongekend spannende race goud. Met wel 10.000 Nederlandse fans op de tribune leek het stadion wel bijna te exploderen. Zowel in 2010 en 2014 wist De Jong nog brons te winnen op deze afstand, maar dit was echt de race van zijn leven. Voor de ondertussen schaatsbelg Bart Veldkamp waren het de laatste spelen; hij werd 14e. We stonden na afloop met deze schaatsers aan de bar in het Holland Heineken House. Bijzondere momenten, ik was erbij! Naast schaatsen keken we ook naar Kunstrijden en woonden we de IJshockeyfinale bij. In een verrassende Scandinavische finale tussen Finland en Zweden (normaliter zou je Amerika, Canada en Rusland verwachten) wonnen de Zweden in een meer spannende dan hoogstaande pot met 3-2.

In 2010 twijfelde ik dan ook niet om naar de Winterspelen in Vancouver te gaan. Deze keer had ik zelf wat gezellige vrienden opgetrommeld om naar Canada af te reizen. Het werd een legendarische trip. We zagen Sven Kramer winnen op de 5 kilometer. Iedereen zal zich van die spelen nog wel z’n verkeerde wissel op de 10 kilometer herinneren (toen waren we alweer thuis). Vancouver, gelegen tussen de bergen en de Stille Oceaan, wordt niet voor niks regelmatig gekozen tot de mooiste stad ter wereld. De dynamiek van deze stad is ontzettend groot; er wonen allemaal sportgekke Canadezen, de keuken is Frans georiënteerd en daarom gewoon écht goed. We liepen zelf paraderend door deze stad met onze opvallende witte Parka-jassen als ware wij het Nederlandse Curlingteam (hebben zich in werkelijkheid nog nooit geplaatst voor de Spelen). Zo zijn we in veel foto-albums terecht gekomen en haalden zelfs de roddelpagina van de wakkere krant van Nederland. Altijd fijn als je daar een weddenschap voor bubbels over hebt afgesloten (proost!). Naast sportwedstrijden hebben we hier ook veel uitspanningen meegepikt. Denk daarbij ook aan het unieke radio-interview van Erica Terpstra bij Radio 538. We hadden daarvoor met haar aan dezelfde feestborrel gestaan. Door het tijdsverschil met NL ging het soms een beetje mis…

In Sotsji waren we er natuurlijk ook bij. Hoewel iedereen in rep en roer was over de Zwarte weduwe (onderdeel uitmakend van groep terroristen uit de Kaukasus) die van plan zou zijn om een aanslag te plegen tijdens deze Winterspelen, lieten wij ons niet weerhouden om af te reizen naar deze badplaats aan de Zwarte Zee. Vergelijk het maar met Scheveningen. En inderdaad liepen de temperaturen tijdens deze Spelen hoog op, letterlijk (bijna 20 graden) en figuurlijk (op alle andere vlakken). Het begon al met mooie wandeling naar het hotel, waar bij binnenkomst de kamernummers nog op de deur geplakt moesten worden. Het was net op tijd klaar allemaal. Zelf kwamen we te laat bij de openingsceremonie binnen, want de voorafgaande lunch met wat Russen was iets te gezellig geworden. Daarbij werd op weg naar de het stadion ook nog de weg compleet afgezet voor president Poetin. Uiteindelijk konden we nog net Team NL zien binnenkomen om vervolgens tijdens het openingsspektakel van de ene verbazing in de andere te vallen. En dat was nog naar het begin. Onze eerste wedstrijd was de 5 kilometer van de mannen, daar pakten Kramer, Blokhuijsen en Bergsma de plekken 1, 2 en 3. Ireen Wüst pakte vervolgens goud op de 3 kilometer. Voor ons was het hoogtepunt de 1 – 2 – 3 op de 500 meter sprint. Niemand zal ooit vergeten hoe in een zinderende strijd (op honderden van seconden) uiteindelijk Michel Mulder op één honderdste seconde won. Hiermee gaf hij Smeekens en zijn broer Ronald het nakijken.

De feesten in het Holland Heineken House waren die dagen van ongeëvenaard niveau. Niet zo verwonderlijk als je beseft dat de Nederlandse equipe een record aantal medailles haalde (tijdens de Winterspelen); om precies te zijn 24 stuks (8x goud, 7x zilver en 9x brons). Het was dan ook bijna “begrijpelijk” dat Poetin, de man die de facto al sinds 2000 de machthebber in Rusland is, even kwam buurten daar. Als je vervolgens een vriend hebt, die één mooi zinnetje Russisch spreek, “wat een mooie spelen, meneer Poetin!”  dan weet je dat je een kus van hem krijgt. Deze staat nu nog steeds te boek als de “Kus des Doods”…  Over de persoon Poetin zal ik hier niet verder uitweiden. Ook dit blijft een onvergetelijk moment.

Ondertussen zijn de Winterspelen in PyeongChang in volle gang. Ben er deze keer niet bij, maar ik volg het op de voet. We hebben nu al na twee dagen een 1 – 2 – 3’tje te pakken op de 3 kilometer dames. Daarnaast heeft de man met het “telescoopbeen” Sjinkie – Frieser dan Fries, als je ‘m hoort praten – ook al een zilveren medaille gewonnen. Ik denk dat hij er nog wel één gaat halen. Niet onvermeld mag blijven dat de (bijna) meest succesvolste Nederlandse sporter op de Winterspelen, Sven Kramer, ook alweer goud heeft. Ook hij is besmet, maar dan nog met het niet ontdekte “winnaars-virus”!

Schaamteloos

We leven in een tijd waarin schaamteloosheid troef is. Het lijkt er soms op alsof we allemaal een bandeloos leven leiden tegenwoordig. Het woord kent “gelukkig” vele gedaanten. Dat laat ik graag zien aan de hand van wat voorbeelden uit het dagelijks leven.

Om te beginnen heeft bijna de helft van Nederland ook de afgelopen weken weer zonder schaamte -schaamteloos dus- gelogen over de Goedheiligman. Doen we dit wellicht omdat dit het enige typische Nederlandse feestje (naast Koningsdag) is, dat wij kennen. Moesten we altijd al net doen dat de Sint bestaat (soms met behulp van een Hulp-Sint), nu moeten we ook nog iets verzinnen op die Zwarte Pieten, die niet eens allemaal meer zwart mogen zijn. Doet me denken aan de blauwe smurfen van Vader Abraham (de Fluitsmurf begint…) totdat op een gegeven moment de hele familie om de hoek kwam kijken: Grote smurf, brilsmurf, lolsmurf, moppersmurf enzo verder. Gelukkig was er dan uiteindelijk ook Smurfin. Over emancipatie gesproken.

Zo gaat het nu ook met Zwarte Piet, als je een keertje naar het Sinterklaasjournaal hebt gekeken, komen ze allemaal voorbij: Hoofdpiet, Huispiet, Wellespiet (Nietespiet?), Pietje Precies, Boekpiet, Luisterpiet, Malle Pietje, Zielepiet en Vlogpiet. Je kunt zeggen dat het alleen maar “het in de maling nemen” is van je kinderen, maar we zijn er zelf ooit ook slachtoffer van geweest (#metoo). Die schijnheilige… Over onkuis -ook schaamteloos dus- gesproken, kijk nog maar eens naar deze Sinterklaas-sketch uit Jiskefet (nog steeds een Klassieker). Hans Teeuwen heeft trouwens het genre schaamteloze grappen bijna uitgevonden.

Heel schandelijk -écht schaamteloos dus- was de recente actie van de Radio 538 DJ Frank Dane. Hij is overigens de broer van die andere onbetamelijke -ook schaamteloze dus- grappenmaker Robert Jensen; jawel die met de slechtste sidekick allertijden Jan Paparazzi. Frank Dane liet een paar weken geleden in de 538 radiostudio tijdens een optreden van zangeres Maan (een kindersterretje die een aardig “moppie” kan zingen) een streaker wellustig -schaamteloos dus- met z’n blote pik voor haar neus dansen. Jullie zullen denken, dat dit een te slechte grap is om waar te zijn. Niet dus, zie hier de beelden. Gerucht gaat trouwens dat Gordon ‘m (laat even in het midden wat of wie) direct herkende. Over iemand gesproken zonder schaamtegevoel. Dane lijkt ermee weg te komen omdat hij daarna nogmaals met Maan het live op de radio heeft uitgepraat. Het arme meisje was natuurlijk bang dat niemand ooit meer haar plaatjes zou draaien. Muzikanten zijn blijkbaar nog steeds erg afhankelijk van het pluggen op de radio. Sommige dingen veranderen dus blijkbaar nooit.

Gelukkig zijn mijn eigen kinderen de “Sinterklaasleeftijd” al enige tijd voorbij. Met drie puberende tieners krijg je te maken met ongegeneerd -schaamteloos dus- liegen over allerlei zaken. Of het nu het ontkennen van thuis jatten van chocolade is, of de ongewenste bezoekjes aan de supermarkt voor fris en onfris (pinpassen verklappen veel), met het grootste gemak worden er mooie verhalen bij verzonnen. En dan hebben we het nog niet eens over het wel of niet gezoend hebben met vriendjes. Daar ontbreken totnutoe nog de bewijzen voor. Gelukkig maar, ik weet niet of ik daar al aan toe ben (waarschijnlijk is het al gebeurd)…

We herkennen deze dilemma’s allemaal (alléén van vroeger natuurlijk!). Waggelend en overal tegenaan botsend de trap op lopen en vervolgens bij hoog en laag beweren dat je echt niet teveel hebt gedronken. Een naar drank ruikende mond proberen te verhullen door een hele bus Mentos “Adje te trekken”. Dat laatste kan je ook lezen als een ontuchtige -dus schaamteloze- handeling, maar zo is het niet bedoeld.

Jullie zullen je ondertussen wel afvragen, waarom ik hier over dit soort bandeloze (schaamteloze dus) praktijken schrijf. De reden is dat ik zelf hier ook even zónder beleefde terughoudendheid -schaamteloos dus- reclame wil maken voor eigen parochie. Zoals tussen de regels al eens te lezen was, ben ik sinds deze zomer nauw betrokken geraakt bij de Spaghetteria’s. Dit is een nu nog kleine keten van pasta-restaurants. Afgelopen maand is de vijfde vestiging geopend in Amsterdam aan het Olympiaplein. Wat is hier zo bijzonder aan?

Twee jonge kerels met Italiaanse affiniteit hebben een échte Italiaanse pastabar weten te creëren met goeie Italiaanse koks en knappe jongens in de bediening. Zij gebruiken producten, die zij rechtstreeks uit Italië halen, onder andere het meel, waar zij zelf pasta’s en ravioli’s van maken in hun Laboratorio. Omdat in de Spaghetteria’s dagelijks slechts keuze is uit zes gerechten (wel regelmatig wisselend), is alles absoluut vers, maar belangrijker nog, er wordt niks weggegooid. Kortom: ook nog erg duurzaam.

Tenslotte zijn alle zaken heel sfeervol op z’n Italiaans ingericht, met grote tafels, waar je kunt aanschuiven (ook in je ééntje), met voldoende verlichting en bovenal aan het eind van de avond een espresso voor € 1,50 (cappuccino kan je niet bestellen, want die drinkt een Italiaan ’s-avonds niet). Het zijn dan ook de jonge Amsterdamse en Utrechtse (ook daar al één vestiging) hipsters, die de Spaghetteria’s flink omarmd hebben.

Precies, schaamteloosheid is ook mij niet vreemd, bon appetit (spaghetti alle vongole veraci)!

September feestmaand

Een al oude beurswijsheid klinkt: “Sell in May and go away, but remember to come back in September.” Dit slaat uiteraard op het feit dat je vlak voor het zomerreces uit aandelen zou moeten stappen om pas na het genieten van een fijne vakantie weer in te stappen. De rendementen in de tussenliggende zomerperiode schijnen lager te liggen dan daarbuiten. De geleerden zijn het daar echter niet over eens. Emoties spelen bij beleggers trouwens een grote rol. Een vriend van mij schreef daar al eens eerder een interessante en herkenbare blog over.

Zelf ben ik in ieder geval weer helemaal terug (in september!). Toen het voor sommigen -bleek achteraf- verrassende bericht binnen was gekomen dat ik stopte met m’n studie, wist “iedereen” me weer te vinden. Het sociale isolement was in één keer voorbij. Zo liet ik mij met de wetenschap van een wat meer flexibele agenda al vlug strikken om het bestuur van de lokale hockeyclub te komen versterken. Ik mag mij daar als “chef evenementen” gaan inspannen om de terugloop van het aantal leden te beperken. Hoewel zowel de hockeydames en de hockeyheren (met eigen ogen gezien!) zich recent konden laten huldigen tot de nieuwe Europese Kampioenen, moet hockey (met name voor meiden) ook concurreren met de toenemende populariteit van damesvoetbal. Behalve dat voetbal een meidensport is geworden – veel gehoord grapje – vraag ik me af of je als jongetje nog zin hebt om achter zo’n balletje aan te rennen, als je ziet dat je helden als Sneijder en Van Persie als kleine jongetjes voorbij gelopen worden door sterkere Franse mannen. Wanneer krijgen we trouwens de eerste échte dopingschandalen in de voetballerij, want die in het wielrennen (nu met Van Moorsel) zullen toch voor niemand meer verrassend zijn.

Van de (zomerse) sport naar de gezelligheid. September lijkt bij uitstek de feestmaand, zeker als één van je grote maten gaat trouwen (eerste keer overigens!). Kom net terug van z’n “one day” bachelor party in Ibiza. Daar kwam m’n jaartje studie weer goed van pas. Draaide met gemak mee in deze wereld van gekkigheid; dat kan overigens ook gewoon zonder een pil. De Lio Club Restaurant Cabaret kan ik daar zeker aanraden; full entertainment, geloof me. Begin wel op tijd met je spaarplan voor die avond… De voetjes gingen uiteraard van de vloer.

Kreeg daar in Ibiza tegelijkertijd ook steeds beter de industrie van de plastische chirurgie door, misschien toch eens kijken of er aandelen te koop zijn van bedrijven die daar vol op inspelen. In de zomerperiode kan je dus zomaar wel tegen een mooie belegging aanlopen. Zo heeft ook m’n Plan B vorm gekregen. Kan hier alvast een kleine tip van de sluier oplichten. Zeker de jongere lezers – de in Amsterdam studerende hipsters dus – zou ik aanraden om eens bij een Spaghetteria te gaan eten.

Dit “ketentje” van nu vier restaurants, waarvan drie in Amsterdam en één in Utrecht gaat flink aan de weg timmeren de komende tijd. Met erg veel plezier en grote zin ga ik ze daarbij ondersteunen. Hoe ze heerlijke pasta’s maken hoef ik ze niet te vertellen, maar de gedachte is dat er op steeds meer plekken van deze leuke en sfeervolle Spaghetteria’s gaan verrijzen. Een nieuwe vestiging is al voorzien aan het Olympiaplein in Amsterdam-Zuid. Mochten jullie eens lekker gaan eten in een Spaghetteria, dan hoor ik achteraf graag jullie bevindingen. Natuurlijk staan we ook open voor suggesties. Ontdek het zelf zou ik zeggen!

Naast een feestmaand lijkt september voor mij ook de fietsmaand te gaan worden. Ik heb nog wat serieuze fietstochten van circa 200 kilometer elk voor de boeg. Om daar extra sterk voor de dag te komen, heb ik mij laten verleiden – door mijzelf – tot een hele efficiënte manier van trainen. Tijden een EMS training (staat voor Elektro Musculaire Stimulatie) word je in een pak gehesen met allerlei elektroden. Er worden dan naar al je spieren en zenuwen signaaltjes verzonden, zodat alle spieren en spiervezels zich tegelijkertijd aanspannen. Van al je acht spiergroepen – wist niet eens dat ik ze had. Zo’n training van 20 minuten heeft hetzelfde effect als drie uur krachttraining. Of het écht gezond is, durf ik niet te zeggen… Het werkt echter behoorlijk op m’n lachspieren (je verliest beetje de controle over je eigen lichaam) en is wel heel efficiënt. Dat je er drie dagen bijna ondraaglijke spierpijn voor over moet hebben, hoort er schijnbaar bij.

In september is dus niks te dol voor mij. Hoe ik dit alles nog had moeten combineren met een studie, weet ik niet. Wens m’n oud studiegenoten aan de UvA ieder geval een goed vervolg met hun rechtenstudie en met name veel studiepunten. Mijn boeken heb ik ieder geval even aan de kant geschoven.

Reflectie

De zomerperiode is een mooi moment om terug te kijken op een bewogen studiejaar. Terwijl ik staar naar helder zwembadwater, hou ik mijzelf een spiegel voor om stil te staan bij wat het afgelopen jaar mij gebracht heeft.

Allereerst een karrevracht aan studiepunten. Heb nooit eerder -tijdens mijn vorige studies- meer punten in één jaar gehaald dan deze keer. Naast alle eerstejaarsvakken – heb er overigens één helemaal “geskipt”, te weten Europese Rechtsgeschiedenis – heb ik ook een paar derdejaarsvakken gehaald. Dit alles heeft uiteindelijk geleid tot een score van 66 échte studiepunten (één studiejaar = 60 punten) plus nog een vrijstelling voor 30 studiepunten op basis van m’n eerdere studies ter invulling van de vrije keuzeruimte. Kortom: heb m’n BSA (“bindend studieadvies”) ruim gehaald en mag dus rechten blijven studeren aan de UvA. Voor wat het waard is…

Heb er bewust voor gekozen om als voltijdstudent de studie aan te vliegen in de meest intensieve vorm. Nu dat heb ik geweten. Tegenwoordig word je wekelijks geconfronteerd met “harde deadlines”. Inleveren van je huiswerk, schrijven van korte essays, reviewen van je medestudenten, je eigen beoordeling op tijd teruglezen etc. Merk dat je continu iets “moet”, het stopt nooit. Ik ben nog van het studeren oude stijl (25 tot 30 jaar geleden dus), waarbij je eerst 8 weken volledig in relax-modus zat om tenslotte de laatste twee weken bikkelhard te studeren om de benodigde resultaten te halen. Die manier van studeren zie ik niet meer terug.

Nu er bijna drie keer zoveel mensen studeren als destijds (98.809 zijn er dit studiejaar gestart, waarvan bijna de helft met een universitaire studie) is er bij studenten absoluut besef dat je iets moet presteren tijdens je studie om carrièreperspectief te hebben. Zo ook bij de 5.500 eerstejaars rechtenstudenten, waarvan circa 500 bij “mijn” UvA.

Ik kan je zeggen, er zitten echt wat “bright guys” bij, waarvan ongeveer 60% dames overigens. Voor mij als “oudere jongere”, die een beduidend grotere inspanning moet leveren om dezelfde lappen stof tot zich te nemen, dan ook een hele uitdaging om deze slimmeriken bij te benen. Hoewel alle tentamens gehaald, kan ik niet zeggen dat ik dat op honours-niveau heb gedaan tenzij je mijn lijst ondersteboven houdt. Zijn de kids tegenwoordig dan allemaal zo slim geworden? Ik denk van niet, maar uit de grote hoeveelheid studenten komen de beste snel bovendrijven. Je moet echt wel gedisciplineerd zijn om deze (schoolse) druk van presteren aan te kunnen. De faculteit kan zich eigenlijk (financieel) geen hoge uitval permitteren, maar ook de kwaliteit blijft belangrijk. Het draait dan ook om “studiesucces”, een door de faculteit gebruikte term (ook als in “Studiesuccesbeleid” – mooi woord voor galgje). Om dit te bevorderen (ruim 60% stroomt nu door naar het tweede jaar) heeft de faculteit een streng regime. Toen ik een medestudente, die zich namens de rechtenstudenten voor de studentenraad verkiesbaar had gesteld, vroeg waarvoor haar partij “OpRecht” staat, antwoordde zij “wij zijn tegen verdere verschoolsing van het onderwijs” en liet zij ook het zinsnede “te paternalistisch” vallen. Mijn stem had ze direct.

De beperking van je vrijheid en het ontbreken van autonomie is wat mij het meest frustreerde het afgelopen jaar. Als “eeuwige student” meende ik mij toch te herinneren dat studeren juist het ultieme gevoel van vrijheid betekende. Je was pas echt een “koning” als je op de goede momenten wist de voor jezelf juiste keuzes te maken. Die zelfredzaamheid wordt nu niet meer verlangd. Je wordt simpelweg aan een lijntje meegenomen. Je geest krijgt continu prikkels van Blackboard; dit is de digitale omgeving voor studenten (vergelijkbaar met Magister voor middelbare scholieren, zo weet ik van m’n kinderen). Op Blackboard vind je bijna van minuut tot minuut alle relevante informatie: wat je moet doen, waar je moet zijn, alle hoorcolleges (digitaal terug te luisteren), opdrachten, tentamennummers, oude tentamens, extra stof, cijfers, voortgang etc. Al binnen een paar dagen had ik dit dus in mijn browser als homepage ingesteld, maar het gaat verder. Er is ook een appversie van met meldingen die -als je het zo instelt- de hele tijd op het scherm van je smartphone oplichten. Het wordt een onlosmakelijk deel van je leven. Checkte net ook nog even de whatsapp van m’n studiegroepjes; er zijn ruim 7.500 (onderlinge) berichten verstuurd afgelopen jaar. Daar heb ik zelf ieder geval bovengemiddelde bijdrage aan geleverd. Zo’n digibeet ben ik nu ook weer niet…

Maar wat maakt dan nu een goede jurist? En dan bedoel ik rechten studeren en advocaat worden, en in mijn geval de ambitie van strafrechtadvocaat. Ik denk dat naast de kennis ook zeker kunde van belang is, zoals nauwkeurigheid, taalvaardigheid, rechtvaardigheidsgevoel, kritisch en logisch denkvermogen, analytisch inzicht en ook gedrevenheid. Hoewel ik meen op al deze vlakken wel over ruim voldoende vaardigheden te beschikken, ben ik tot het inzicht gekomen dat er géén groot juridisch denker in mij schuilt. Ik blijf toch de pragmaticus, die meer interesse heeft in wat bruikbaar is, dan wat waar is. In mijn zakelijke activiteiten probeer ik op creatieve manier dingen anders te doen, veranderingen in gang te zetten. Of het nu het realiseren van een ondergronds kinderspeelpark is, of het financieren van (startende) bedrijven, of het steunen van maatschappelijke initiatieven, ik zoek naar vernieuwende en onderscheidende zaken. Daarmee maak ik een verschil.

Als strafrechtadvocaat in spé met in ieder geval nog twee jaar studie -afronding bachelor en master- en stage te gaan, vrees ik niet snel méér “verschil” te gaan maken, dan dat ik nu al doe. Dit heeft mij doen besluiten om met deze studie te stoppen. Dit betekent overigens niet dat het geen waardevol jaar is geweest voor mij.

Integendeel zelfs, ik heb mijzelf in vele opzichten beter leren kennen. Naast het “verschil” dat ik al denk te maken, hecht ik ook veel waarde aan de vrijheid om eigen keuzes te kunnen maken, of dit nu zakelijk of privé is. Afgelopen jaar kon dit regelmatig niet en werd ik er soms -ondanks de vele extra uren thuis- niet gezelliger op. M’n vrouw en kinderen maakten de grap “je wordt grijs” en zagen me afentoe ploeteren en hoorden me morren als er weer van alles “moest”. Big Brother was watching me (niet alléén in 1984, maar ook in 2017)…

Ook heb ik meer begrip gekregen voor wat m’n eigen dochters wellicht binnenkort te wachten staat, als zij hun eigen keuzes gaan maken, zoals bijvoorbeeld studeren. Zij zijn het die al in beginsel tegen mij zeiden: “papa, bloggen is echt ouderwets, je moet gaan vloggen”. Nou, daar ligt voor mij als blogger nog een mooie uitdaging (hier mijn voorland).

De mensen die mij goed kennen, weten dat ik natuurlijk al een “Plan B” heb. Misschien nog wel een stuk interessanter en hipper dan m’n studie-avonturen. Blijf mij dus volgen, dan beloof ik te blijven reflecteren!

Roekeloos

Als mens -en zeker als student- kan je onnadenkend en onbezonnen zijn, maar in juridische zin ben je dat niet zo snel. Zo blijkt een veroordeling voor schuld door roekeloosheid in het verkeer vrij zeldzaam te zijn. Dit levert veel onvrede op en krijgt ook de nodige media-aandacht. Heel recent lazen we in het NRC nog dat “de auto zelden een wapen is”.

Je kunt in Nederland namelijk straalbezopen in een auto stappen (7x de toegestane hoeveelheid), met bijna 50 km/uur de maximale snelheid overschrijden, de controle over het stuur verliezen (rijdend in een voor de beginnende bestuurder onbekende auto), daarmee iemand volledig in kreukels rijden (gelukkig deze keer niet dood) en toch niet veroordeeld worden voor “roekeloos” rijden. Deze uitspraak is hier te vinden. De voorbeelden in de rechtspraak hiervan zijn helaas legio.

Dit is als buitenstaander ongetwijfeld moeilijk te begrijpen, maar denk zeker ook eens aan slachtoffers en/of nabestaanden. In Nederland kan je voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeluk een straf krijgen, die kan variëren van een boete, een taakstraf, ontzegging van de rijbevoegdheid tot een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Gaat het om een overtreding (zoals bellen of appen tijdens het rijden), dan volgt een relatief lichte straf: hoogstens twee maanden hechtenis en €3.900 euro boete. De maximale ontzegging van de rijbevoegdheid is twee jaar.

Is de bestuurder schuldig en gaat het om een misdrijf, dan kan de rechter een beduidend zwaardere straf opleggen: maximaal 9 jaar gevangenisstraf en €20.250 euro boete. Bij roekeloos rijgedrag is het strafmaximum voor een dodelijk ongeluk hoger dan bij lagere categorieën van schuld: 6 jaar gevangenisstraf in plaats van 3 jaar. De rechter kan een verdachte ook vrijspreken, als hij vindt dat de verdachte geen enkele blaam treft. Bijvoorbeeld wanneer hij goed in zijn autospiegels keek, maar een groot bord zijn zicht belemmerde. Kortom: de straf hangt – netals in iedere rechtszaak – sterk af van de omstandigheden en feiten.

Mag in ieder geval duidelijk zijn dat er bij moord of doodslag veel zwaarder gestraft wordt. Het grote verschil is dat in zo’n geval iemand met opzet de ander heeft gedood. Om hiervoor tot een veroordeling te komen, moet deze opzet wel bewezen worden. Bij een dodelijk verkeersongeval is van opzet meestal géén sprake. Wel een poging tot doodslag is bijvoorbeeld het inrijden op een persoon met 25 km/uur. Op basis van de onderzoeksgegevens wordt daarin de kans op een dodelijke afloop bij zo’n snelheid gesteld op in zijn algemeenheid 5%.

Even terug naar de “gewone” automobilist. Deze zal vrijwel nooit de intentie hebben om een ongeluk te veroorzaken, laat staan om iemand te doden. We maken natuurlijk wel fouten in het verkeer (iedereen weet toch dat bellen of appen tijdens het rijden niet veilig is), waarmee we ongewild de dood van een ander kunnen veroorzaken. Toch worden hiervoor aanzienlijk lagere straffen opgelegd dan wanneer er opzet in het spel is. Een bekend voorbeeld is de Poolse man, die in 2013 door behoorlijke onoplettendheid drie mensen doodreed. De uitspraak is hier te vinden met een toelichting erop. De man kreeg een taakstraf van 120 uur.

Het zal niemand verwonderen dat er over lage straffen bij dodelijke verkeersongevallen veel te doen is. Niet alleen de gewone burger begrijpt het vaak niet – het komt veel in het nieuws – maar ook de geleerden vinden dat er iets kan of moet veranderen.

Zonder al teveel in te gaan op de juridische details – heb net een annotatie (zeg maar juridische notitie) geschreven over dit onderwerp – denk ik dat de wetgever hier z’n doel voorbij geschoten is. Door heel specifiek een categorie te creëren voor schuld door roekeloosheid in het verkeer met alle vereisten, die daaraan verbonden zijn, wordt uiteindelijk zelden iemand daarvoor veroordeeld. In het algemeen zal bij roekeloosheid sprake moeten zijn van bewustheid van het risico van ernstige gevolgen, waarbij op zeer lichtzinnige wijze ervan wordt uitgegaan dat deze risico’s zich niet zullen realiseren. Uit de jurisprudentie – het geheel van uitspraken van alle rechters – blijkt dat dit slechts wordt aangenomen in wedstrijdachtige situaties (kat-en-muisspel, achtervolging e.d.) in het verkeer. Zolang je nog de intentie en idee hebt dat je wel goed kunt rijden en/of ontwijken, dan is dit niet “roekeloos” in de zin van de wet. Dat is nu precies het probleem van mensen, die met veel teveel drank op in de auto stappen. Zij denken natuurlijk altijd dat ze nog goed kunnen rijden. Netals de snelheidsmaniak, die steeds net op tijd – totdat het één keer misgaat – de andere weggebruikers weet te ontwijken en denkt dat ie Max Verstappen “himself” is.

In mijn ogen zou het beter zijn om bepaalde gedragingen te benoemen (“objectief”) en daaraan direct een bepaalde strafmaat verbinden (cumulatief bij meerdere misdragingen) ongeacht intenties en/of bijzondere omstandigheden. Het lichte straffen is overigens géén vrijbrief om nu dan maar bellend en whatsappend te blijven rijden – ben daar zelf ook zeker niet heilig in – maar met drank op én ook nog veel te hard scheurend, is écht een schande. Uber heeft immers een taxi voor iedereen, ook voor studenten, betaalbaar gemaakt.

Tip voor al die mensen die nu na alle toetsen, examens en tentamens of om wat voor een reden dan ook eens een avondje los willen gaan, blijf toch altijd een beetje nadenken. Dan doe ik dat ook!

Vergeet me (niet)!

Wellicht niet bij iedereen bekend, maar er bestaat een ”vergeet-mij-recht” bij Google. Dit hebben we te danken aan een arrest van het Europees Hof uit 2014, waarin het recht om vergeten te worden voor het eerst werd bekrachtigd. Sindsdien heeft in principe iedereen de mogelijkheid om zoekmachines zoals Google te vragen om links uit de zoekresultaten te verwijderen.

Via een online formulier kan je een verzoek indienen. Er worden vooral links verwijderd naar zaken die in het verleden speelden en nu niet meer relevant zijn. Denk aan links naar die gênante foto’s uit je studententijd. Dat kiekje van je, waar je met je mond onder een trechter hing, die door vrienden tegelijkertijd continu met drank werd gevuld. De daaropvolgende foto laat zich raden, niemand kan dat binnen houden. Je wilt dat beeld niet eeuwig blijven terugzien… Daar kan je dus tegenwoordig iets aan doen, behalve als je een publiek persoon bent. Dan mag men meer van je weten, vindt men. Zo heeft Google een verzoek afgewezen van een publiek persoon, die links naar artikelen verwijderd wilde hebben waarin werd geschreven dat hij uitkeringsfraude pleegt. Er zijn nog veel meer van dit soort voorbeelden. Google blijkt aan iets meer dan de helft van de verzoeken gehoor te geven.

In dit kader is een recente uitspraak van de Hoge Raad interessant. Het recht op privacy blijkt in beginsel toch zwaarder te wegen. Even in het kort deze casus. Een man werd vijf jaar geleden veroordeeld tot zes jaar cel vanwege poging tot uitlokken van een huurmoord. Artikelen rondom de strafzaak, waarin de man wordt aangeduid met een afkorting van zijn naam, verschijnen in verschillende zoekresultaten van Google. De man wil dat de zoekmachine deze links naar de desbetreffende artikelen uit de zoekresultaten verwijdert. Google weigert het verzoek van de man in te willigen en stelt zich op het standpunt dat het publieke belang op informatie prevaleert. Google kreeg in eerste aanleg (bij de rechtbank) en in hoger beroep (bij het Hof) gelijk. Op vrijdag 24 februari 2017 oordeelde de Hoge Raad echter dat het recht op privacy in de regel zwaarder weegt dan het recht van burgers om zich te informeren. Tot nu toe hadden rechters vaak het belang van vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie net zo zwaar laten wegen als het recht op privacy van het individu.

Ook tijdens je studie word je goed in de gaten gehouden. Niet alleen dien je voor de meeste vakken wekelijks digitaal je huiswerk in te leveren, maar ook het (achteraf) bekijken van de gemiste colleges blijkt toch niet geheel vrijblijvend. Een paar weken geleden -vlak voor de tentamens- wist m’n juf te melden aan de hele werkgroep, dat wij toch ook écht naar de “B” Hoorcolleges moesten kijken, want dat behoorde ook tot de verplichte tentamenstof. Zij voegde er nog even vlug aan toe, dat ze ook precies kon zien, wie wel en wie niet een bepaald college had teruggekeken. Hetzelfde geldt voor het (digitaal) ingeleverde huiswerk. Bij bijna iedere les krijg je te horen of je nog wel voldoet aan de eisen; het niet inleveren van het huiswerk kan namelijk tot sancties leiden, dit kan variëren van uitgesloten worden voor het volgen van het intensieve werkgroep onderwijs tot aan in het uiterste geval het tentamen niet meer mogen maken (dus daarmee het vak niet kunnen halen).

Men kan ook precies zien in welke tempo online testvragen door de student gemaakt worden; doe je dit te snel dan zal je de antwoorden wel niet “zelf” bedacht hebben of ga je te langzaam, dan ben je géén hoogvlieger. In praktijk zorgt dit ervoor dat studenten op creatieve wijze op zoek gaan naar de goede antwoorden op de opdrachtvragen. Online wordt dit allemaal gefaciliteerd tegen betaling; dat is “booming business” waarover ik eerder schreef. De luie student neemt het goede antwoord letterlijk over en valt dan meestal direct door de mand bij de docent. Deze ziet meerdere studenten exact hetzelfde antwoord geven of gebruikt wellicht zelfs een plagiaatscanner daarbij (heb ik van horen zeggen). En ook ik, als brave student, maak me natuurlijk af en toe schuldig aan het “lenen” van andermans werk, maar ben nog net snugger genoeg om het zodanig te herschrijven, dat het niet in de gaten loopt. Dit alles zorgt er natuurlijk wel voor dat we met z’n alleen een soort kat-en-muisspel spelen.

Het feit dat de mens continu in de gaten gehouden worden, zorgt ervoor dat we afwijkend en non-conformistisch gedrag zoveel mogelijk proberen te vermijden. Door overal onze “digitale sporen” achter te laten zijn we permanent zichtbaar. Volgens één van de grootste filosofen uit de tweede helft van vorige eeuw Michiel Foucault (een Fransman) leidt dit ertoe dat we onszelf gaan disciplineren. Dat zou een inbreuk op onze vrijheid van denken en handelen betekenen. Het is een andere Amerikaanse filosoof Jeffrey Reiman (geboren in 1942) die een aantal risico’s ziet voor onze privacy, als gevolg van de mogelijkheid dat anderen een gedetailleerd beeld van ons privéleven kunnen krijgen. We worden kwetsbaar voor sociale druk, controle of manipulatie. Het kan ook leiden tot een beperking van onze vrijheid. Zelfs zodanig dat we bijna een soort signaal krijgen dat we niet aan onszelf, maar aan anderen toebehoren. Reiman omschrijft het ook als een psychopolitieke metamorfose; permanente surveillance leidt op den duur tot een verarming van het innerlijke leven, namelijk dat je je niet meer vrij voelt om te denken en te doen wat je wilt. Daadwerkelijke observatie is daarvoor niet eens meer nodig, alléén het idee van zichtbaarheid is al voldoende.

Hoop dat m’n (jonge) studiegenoten zich nog voldoende kunnen ontwikkelen tot vrije en onafhankelijke denkers. Zo moet een mens afentoe dingen kunnen doen, die een ander niet hoeft te weten of maar snel moet vergeten. Dat laatste is ondertussen gelukkig een recht geworden dus.

Waarheidsvinding

“De waarheid vinden” klinkt een stuk eenvoudiger dan het is. In het licht van het strafprocesrecht is het belang van waarheidsvinding evident.

Om te beginnen zijn over de hele wereld de systemen in het strafrecht in te delen in twee “soorten”. Landen als Amerika en Engeland hebben “common law”. Hier wordt een accusatoir proces gevolgd waarbij partijen tegenover elkaar staan voor een rechter en/of jury. De rechter treedt in eerste instantie op als een soort scheidsrechter. Hiertegenover staat de “civil law” van bijvoorbeeld de landen in continentaal Europa. Deze landen kennen een inquisitoire procesvorming. De rechter speelt hierbij een actieve rol – op zoek naar de waarheid. In dit systeem wordt meer gebruik gemaakt van schriftelijke bewijsstukken, gebaseerd op uitgebreid vooronderzoek. De rol van de strafrechtadvocaat is in het accusatoir proces beduidend groter. In zo’n proces staat de botsing der meningen centraal. De verdediging en de aanklager proberen beiden de beslissende partij -in Amerika is dat de jury- van hun versie van de waarheid te overtuigen. Zo kunnen zij inspelen op de emoties van de jury.

Om verschillende redenen zijn allebei genoemde systemen feilbaar. Zo worden er in het accusatoir systeem -in Amerika dus- door advocaten vaak onrealistische aannames gemaakt om de jury te overtuigen. Er is altijd een relatie tussen gerechtigheid en waarheidsvinding. Hoe groter de rol van een jury, hoe groter de kans dat een dader wegkomt met zijn daad. De wijze waarop bewijs gewaardeerd wordt, kan sterk afhangen van de manier waarop het gepresenteerd wordt. Tenslotte hoeft de jury, die ook een beetje gezien kan worden als “blackbox”, geen verantwoording af te leggen voor hun beslissing. Een jury is niet bedoeld om te functioneren als waarheidsvinder en functioneert daarom ook niet als zodanig.

Ook in het inquisitoire systeem (zoals in Nederland) wordt erkend dat het zoeken naar substantieve waarheid -zeg maar de échte waarheid, in tegenstelling tot de procedurele waarheid-  z’n beperkingen kent. Het blijft vaak gissen naar feiten en het zoeken naar de waarheid is vaak niet het einddoel. Je bent ook niet verplicht om te getuigen tegen familie, dit heet het “verschoningsrecht”. Het interpreteren van de feiten kan in moeilijke gevallen op verschillende manieren. Je kunt namelijk beweren dat rechters een grote mate van discretie (lees: vrijheid) hebben om in de wirwar van al het juridische materiaal hun eigen interpretatiemethode te kiezen. Het mag helder zijn; rechterswerk is “mensenwerk” en er zullen dus altijd missers tussenzitten.

Aan de andere kant van de oceaan vinden we toch de meest “spraakmakende zaken”. Voor iedereen, die deze zomer even de tijd heeft, raad ik aan -voor zover niet al gezien- de “real life thriller serie” Making a Murderer op Netflix te bekijken. Dit is het verhaal van Steven Avery, een arme en “simpele” man uit een arm stukje in Amerika (Wisconsin), die in 1985 op toen 22-jarige leeftijd onterecht veroordeeld is voor verkrachting van een toen 36-jarige vrouw. Hij werd destijds schuldig bevonden en kreeg 32 jaar cel. Later werd een DNA analyse gedaan op een gevonden haar en bleek hij onschuldig te zijn (de echte dader werd gevonden op basis van dit DNA). Hij had inmiddels al wel onterecht 18 jaar in de gevangenis gezeten. Hij kwam vrij in 2003 en eiste een schadevergoeding van 36 miljoen dollar. Op 11 november 2005 werd hij vervolgens aangeklaagd voor de moord op een 25-jarige fotografe, Teresa Halbach, die op 31 oktober 2005 vermist werd nadat ze een afspraak had met Steven Avery bij zijn autosloperij. Nadat hij was opgepakt voor de moord op Teresa Halbach, gaf Avery direct aan dat hij vond dat hij erin geluisd was. Avery en zijn advocaten beweren dat het bewijs allemaal door de politie neergelegd kan zijn om hem erin te luizen, zodat de schadevergoeding niet betaald hoefde te worden en Avery levenslang in de gevangenis zou verdwijnen. Ondanks dit is hij op maart 2007 schuldig bevonden aan moord en illegaal wapenbezit en voor levenslang veroordeeld. Het verhaal loopt dan ook nog steeds door; een tweede deel van de serie is in de maak en zou nog dit jaar moeten uitkomen. Ik kan niet wachten.

Een andere documentaire “The Promise” laat ook een zaak zien, die meeslepend is. In de staat Virginia ontmoet in 1985 de slimme 18-jarige student Jens Soering uit Duitsland de iets oudere Elizabeth Haysom en valt als een blok voor haar. Een paar maanden later worden haar ouders, Nancy en Derek Haysom, op gruwelijke wijze vermoord. Jens en Elizabeth beschuldigen elkaar. Wat is de waarheid? In een twee keer 1,5 uur durende documentaire, die zo boeiend is dat je ‘m met gemak in één keer kijkt, wordt met veel archiefbeelden geprobeerd te achterhalen wat er precies is gebeurd. Helaas zijn deze uitzendingen (nu) niet meer online te bekijken, maar hier kan je in ieder geval alvast de trailer zien. Mocht “The Promise” nog een keer ergens voorbij komen, zal ik waarschuwen. Het is het schokkende relaas van een tot over z’n oren verliefde puber die op basis van flinterdun bewijs (onder andere een sokafdruk in bloed) levenslang wordt veroordeeld door de jury. Hoewel óók ik niet durf te zeggen wat er precies die avond in 1985 heeft plaatsgevonden, is het gemak waarmee wordt aangenomen dat hij het wél heeft gedaan behoorlijk twijfelachtig.

Ook de moeite waard is de recente documentaire (van een Nederlandse maker, Jessica Villerius). Deze documentaire gaat ook over een 18-jarige tiener in Amerika -in dit geval zeker géén al te slimme- die samen met een paar “gangleden” een avondje op stap gaat in de auto om wat drugs te halen. Hoe dit allemaal afloopt is gelukkig nog wel terug te kijken in “Deal met de dood”. Clinton Young is destijds ter dood veroordeeld en wacht nu al 16 jaar lang in zijn dodencel op zijn executie. Ik ben er in dit geval wel van overtuigd dat hij het niet gedaan heeft, hoewel hij absoluut géén lieverdje was. In deze zaak is destijds absoluut prutswerk geleverd door de toegewezen advocaten. Vanuit Nederland is er zelfs een stichting opgericht, die zich nog continu inzet voor deze jongen. Absoluut een zaak om aandachtig te blijven volgen, zeker ook vanwege het bijzondere speurwerk wat door de Nederlandse maakster is gedaan.

Tenslotte nog een paar tips voor het geval dat je zelf boeven wilt grijpen of op “boevenpad” gaat. In Nederland mag iedere gewone burger iemand aan houden in geval van een “heterdaadje”; voor een strafbaar feit, hoe klein ook. De gestolen spulletjes mogen zelfs ingenomen worden, maar wat echt niet mag is het onderzoeken aan lichaam of kleding. Dat is in bijzondere gevallen alleen toegestaan aan opsporingsambtenaren. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als iemand zijn identiteit niet wil geven. Verder is het zo dat als u aangehouden wordt voor een verkeerscontrole (bijvoorbeeld checken van het rijbewijs) en er wordt gevraagd of de politie even in uw achterbak mag kijken, dan hoeft u daar geen toestemming voor te geven. Het is natuurlijk wel verdacht, maar voor hetzelfde geld ligt uw hele kofferbak vol met blote barbies, die met hun kont aan elkaar vastgelijmd zijn…  Ik verzin het niet, je zult zo’n fetish maar hebben. Toch een beetje gênant en leg dat maar eens uit.

In het genre van aanhoudingen zijn er een aantal “standaard” arresten, die in elk studieboek terugkomen, zoals bijvoorbeeld de “Hollende Kleurling” (uit 1977!). De naam alleen al vertelt het complete verhaal bijna. De “Hollende Kleurling” die uit een drugscafé komt en tijdens de aanhouding continu zijn handen in zijn broekzak houdt. Hij weigert mee te werken. Uit zijn broekzak wordt later een wikkel met heroïne gevist. Omdat op dat moment nog onvoldoende reden was voor verdenking, had hij niet aangehouden mogen worden. Zie het als “etnische profilering” avant la lettre. Sinds kort is er een nieuw TV programma “De kleine lettertjes”, waar in quizvorm allerlei wet gerelateerde zaken besproken worden. In deze aflevering vind je (rond minuut 11:30) een leuke uitleg in Jip & Janneke taal van deze zaak.

Hoop niet dat er ooit een arrest de naam “De bloggende student” krijgt, maar het is wel een manier om geschiedenis te schrijven…

Zelfoverschatting

Toen ik met redelijk gemak, terwijl ik gemiddeld zo’n 2 tot 3 uur per dag aan m’n studie besteedde, de eerste tentamens haalde (over de cijfers heb ik eerder geschreven), dacht ik direct dat ik wel het tempo van de studie een beetje kon opvoeren. Ondertussen ben ik een illusie armer. Ik heb nu voor het eerst een tentamen niet gehaald. Een extra vak, twee tentamens op een dag… Typisch een geval van zelfoverschatting.

Naast de reguliere eerstejaars vakken ben ik in het vorige blok ook met derdejaars vakken begonnen. Hoewel ik nu al beduidend meer tijd aan m’n studie besteed dan ik ooit in het verleden op regelmatige basis in enige studie heb gestopt, heb ik mijn dagelijkse studie-inspanning opgevoerd naar zo’n 4 uur gemiddeld per dag. Dit is inclusief de verplichte contacturen (6 uur per week in de vorm van werkgroepen) en het online terugluisteren van alle gemiste hoorcolleges. Deze online-faciliteit is uitstekend geregeld. Interessante stukken kunnen in alle rust nog even teruggespoeld worden, maar nog vaker worden de minder boeiende delen met verhoogde snelheid (factor 2) afgeluisterd. Hoorde laatst overigens een docent zeggen dat de faculteit erover nadenkt om deze service weer op te heffen. Terug in de tijd lijkt mij. Je zou juist verwachten dat de -met talent voor het geven van aansprekende colleges – begenadigde docenten in de toekomst hun toedrachten in een inspirerende omgeving of zelfs studio zullen gaan opnemen. In Amerika is dit al gemeengoed. Hiermee kunnen professoren veel meer studenten over een periode van jaren boeien. Zo zijn de colleges van de Amerikaanse professor Michael Sandel echt de moeite waard, zie hier.

De werkgroepen zijn verplicht. In deze intensieve werkgroepen, zoals ze omschreven worden, is er plaats voor verdieping en verbreding. Zo’n groep bestaat tegenwoordig uit circa 25 studenten, dus je zou ook gewoon van een “klas” kunnen spreken. De eerste blokken hadden we zelfs een (goeie!) klassenvertegenwoordiger. M’n kinderen zouden er zeker van “huiveren” als ik ze dit vertel. Zij denken nu nog dat het door hun geaspireerde studentenleven er ééntje wordt van veel vrijheid. Ik kan ze uit de droom helpen. De tijden zijn echt veranderd. Het is een soort “hoge school” geworden. Big Brother (in de vorm van Blackboard; zeg maar het magister voor studenten) is watching you. Continu deadlines voor het inleveren van je huiswerk. Soms het reviewen van het werk van je medestudenten. Het vermogen tot zelfwerkzaamheid van studenten wordt niet echt meer ontwikkeld. Je wordt simpelweg aan de hand meegenomen. Ieder moment van de dag is duidelijk wat er van je verwacht wordt.

Voor m’n gevoel ben ik op dit moment écht “full-time” aan het studeren. Heb amper tijd voor m’n zakelijke beslommeringen. Ook dat leven gaat door. Stel je voor dat ik daarnaast -net als m’n studiematties- nog de partner van m’n leven zou moeten “vinden”, dan weet ik niet of ik daar wel voldoende tijd voor zou hebben. Wat een geluk dat ik toen al de vrouw van m’n leven heb gevonden. Deze week zijn we overigens precies 17 jaar “Happily Married”, de tijd vliegt…

Zoals gezegd sta ik weer even met beide benen op de grond. M’n ouwe studievrienden, waarvan een groot aantal rechten studeerde (overigens wel allen “netjes” in zes jaar) hebben mij even hard uitgelachen. Word nu ook regelmatig “om de oren geslagen” met m’n eigen uitspraak (ik studeerde zelf economie): “Het moeilijkste van je rechtenstudie is het halen van je VWO diploma”…

Zelfoverschatting is gelukkig iets, waar meer mensen last van hebben. We hadden tot voor kort een (voetbal-) bondscoach, genaamd Blind, die dacht dat-ie het allemaal wél goed zag. Niet dus. Wij denken nog steeds dat ons Oranje (bijna wereldkampioen) het beste team van de hele wereld en omstreken is. En ook een stel voetballers uit het Amsterdamse én fans van deze Godenzonen dachten na een paar steengoede wedstrijden (was er zelf bij) nog wel kampioen te worden. Niet dus.

Om dit alles te verwerken heb ik mijzelf deze week even onttrokken aan het studieregime. M’n kinderen hebben mei-vakantie en willen er ook wel eens op uit. Allemaal leuk en aardig dat studeren van papa, maar gezinsvakanties zijn heilig, zeker ook voor mij. Straks maar weer een weekje inhalen, voor studenten is het nog lang géén vakantie.

Komende week rep ik mij weer naar de Oudemanhuispoort; nu nog het episch centrum van Amsterdam én de Rechtenfaculteit. Helaas verhuist deze volgend jaar naar het Roeterseiland (in het ietwat rustieke Oost gelegen). Hoop daar slechts een paar jaar rond te hoeven lopen – mijn ambitieuze studieschema is nog ongewijzigd – of is dat wederom of beter gezegd nog steeds zelfoverschatting?

Voetstuk

Met het vak Rechtsgeschiedenis begeef ik mij momenteel op het terrein van de oude Romeinse Keizers. We zitten dan in het midden van de 5e eeuw. Een belangrijk grondlegger voor het Romeinse recht was Keizer Justinianus, die met de codificatie van het recht – letterlijk “het maken van een boek”, op schrift gesteld recht, waaraan de overheid uitsluitende gelding of exclusieve werking verleent – een belangrijke stap heeft gezet voor ons moderne recht.

We kunnen met het recht als we willen nog veel verder terug naar de 4e eeuw voor Christus in de tijd van de Griekse Aristoteles, die ons het natuurrecht bracht. Natuurrecht is het idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden omdat ze door de “natuur” zijn gegeven. Ze zijn aangeboren en onvervreemdbaar. Het natuurrecht wordt onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd.

Zonder hier de complete Rechtsgeschiedenis in twee alinea’s te willen samenvatten biedt rechtshistorie een vorm van rechtsvergelijking, relativering en relatering in de tijd.  Van de Keizerdynastieën beweeg ik met het grootste gemak in de richting van onze eigen “Moszkowicz dynastie”. Van je voetstuk kan je ook vallen. Eind jaren negentig werden we voor het eerst “massaal geconfronteerd” met vader en zoon Moszkowicz in de briljante “Even Apeldoorn bellen” reclame met de joyrijdende jongen, die op de stilstaande Jaguar van de Moszkowiczen botst. Denk zelfs dat het pijnlijk wrijven in de nek tot op de dag van vandaag met deze reclame (alleen op PC te zien) geassocieerd wordt. Toen keken we nog met z’n allen naar de televisie.

Ooit bestond deze dynastie uit vader Max en z’n vier zonen David, Max jr, Robert (Baruch) en Bram. Pater familias Max – inmiddels 90 jaar – moest na een beroerte al jaren geleden stoppen. Van zijn zonen mag alleen Max jr het vak (hij doet civiele zaken) nog uitoefenen, want de andere drie zijn vanwege allerlei gerommel en gedoe van het tableau geschrapt. Dat betekent dat zij het vak van advocaat niet meer uitoefenen. Er zijn dus een paar functies als strafpleiter vacant. Voor mij geldt even rap doorstuderen dus…

Neef Yehudi (zoon van Robert) is op dit moment de enige strafpleiter in de familie met een eigen kantoor. In het verleden probeerden zijn ooms hem te verbieden zijn eigen achternaam op de gevel te zetten. IJdelheid is troef binnen de familie. Hij schreef er ook een boek over. De oudste zoon van deze Robert, ook Max geheten – “what’s in the name” – maakte een hele openhartige documentaire “Wij Moszkowicz” over het leven van zijn vader en z’n familie. Het is shockerend om te zien hoe de hele dynastie uit elkaar valt na het functioneel wegvallen van de oude Max. Absoluut de moeite van het bekijken waard. De documentaire is hier te vinden.

Bram geniet waarschijnlijk de meeste bekendheid wat gezien zijn clientèle en escapades niet zal verwonderen. Zo kennen we de beelden van Bram zij aan zij dansend met Desi Bouterse. Vervolgens ging hij Endstra en Holleeder verdedigen. Een lastige combinatie gezien hun tegenstrijdige belangen zullen we maar zeggen. Fietste zelf in het begin van deze eeuw regelmatig over de Herengracht langs het opvallende kantoor van Bram, maar nadat ik aldaar een keer op straat Moszkowicz en Holleeder zag praten, koos ik in het vervolg toch liever voor een andere route. Er werd in die tijd regelmatig iemand omgelegd in dat circuit. Zo was ook de later vermoorde Cor van Hout (werd ook eens op de gracht beschoten) een cliënt van Bram. Toen vervolgens Jort Kelder – als hoofdredacteur van het societyblaadje Quote – Bram en Holleeder maffiamaatjes ging noemen, ging het rap achteruit met z’n onberispelijke imago als gerenommeerd strafpleiter.

Een mooi charmeoffensief van Bram was het TV programma “De nieuwe Moszkowicz”, waarin hij een geschikte opvolger zocht onder studenten. Ook Trump had in die tijd zo’n programma “The Apprentice” waarin hij een nieuwe business man zocht. Iedereen herinnert zich nog wel de woorden “you’re fired”, waarmee Trump de kandidaten liet afvallen. Nu zouden we zeggen “it’s great!” Schitterende televisie in die tijd. In Bram’s TV programma werd de winnaar de toenmalig studente Nienke Hoogervorst. Het zal niet verbazen dat Bram daar recentelijk nog een publiekelijk vastgelegde relatie mee heeft gehad. Deze zelfde Nienke is nu trouwens de advocaat van Dave Roelvink. De beelden, die daarbij horen, laat ik hier even niet zien. Spreekt voor zich…

Vanaf dat moment had Bram de smaak van televisie te pakken. Zo was hij jarenlang “expert” aan tafel bij RTL Boulevard en rommelde hij er vrolijk op los met presentatrice “Oh oh, Boobies!” Eva Jinek. Ook die beelden van het NOS journaal zijn legendarisch.

Zal hier niet alle relaties van Bram gaan bespreken, maar wil wel wijzen op de bijna on-Nederlands goed gemaakte dramaserie “De Maatschap”. Deze gaat over de Moszkowiczen (oh, sorry, het familie imperium Meyer). Na allerlei dreigementen en pogingen om deze serie tegen te houden van de Moszkowiczen, hebben de makers veiligheidshalve voor een andere familienaam gekozen, maar de gelijkenis is 100%. Er wordt ook géén enkele moeite gedaan om de overeenkomsten te verbergen. Op grootse wijze speelt Pierre Bokma de oude Meyer. Op dit moment is Bokma wat mij betreft overigens qua spel verheven boven alle andere Nederlandse acteurs. Ben ook groot fan van zijn vertolking van de leraar Duits Heinrich in de satireserie Rundfunk. Mijn kinderen smullen ervan, zeker als ik zelf m’n beste imitatie van Heinrich probeer te doen. De Maatschap is gelukkig hier nog te bekijken. Ik durf te zeggen “a must-see”!

Ondertussen bewoont de échte Bram in een nabijgelegen dorpje een zolderkamer boven een oud (gesloten en verlaten) dorpscafé en doet z’n boodschappen hier bij de lokale supermarkt. Pijnlijk daarbij is hoe hij nog steeds door iedereen wordt aangestaard als een soort melaatse. Wat roem en daarop volgende neergang allemaal kan doen met iemand. Ik heb een beetje medelijden hem. Hij rekent overigens gewoon nog steeds cash af. Dat was vroeger niet anders.

Naast de Moszkowiczen die van hun voetstuk zijn gevallen, is er voor de oudere jongeren – om in de woorden van Van Kooten & De Bie te spreken – nog zo’n sprekend voorbeeld. Wie herinnert zich niet Frank Masmeijer, die in de jaren tachtig en negentig jarenlang het TV gezicht van de brave NCRV was met spraakmakend spelprogramma’s als de Holidayshow. Een paar jaar geleden werd Masmeijer opgepakt – uiteraard breed uitgemeten in de wakkere krant van Nederland – op verdenking van de smokkel van een partij cocaïne en vastgezet in de gevangenis van Antwerpen om vorig jaar op vrije voeten gesteld te worden met huisarrest en een enkelband. Recent zagen we hem – met letterlijk en figuurlijk wat extra kilo’s aan het lijf – als trots vader van z’n zingende dochter figureren in de Voice of Holland. Wat voor genante televisie dit kan opleveren, is hier (op 1:00) te zien. Auw!

Vive le vin!

De “tentamenweek” is weer voorbij. Best stressvol, zeker als je tijdens je eerste tentamen even een compleet moment van verstandsverbijstering hebt en een paar dagen later – op één dag – nog twee keer een drie uur durend tentamen hebt. Maar ja, ik heb er zelf voor gekozen…

Eén ander examen heb ik in ieder geval met zekerheid gehaald. Na bijna een jaar maandelijks met een stel hele gezellige dorpsgenoten allerlei mooie wijnen te hebben geproefd, mag ik me sinds gisteren (nu nog onofficieel) geslaagd noemen voor het internationale wijnbrevet WSET2. Daar moet je je overigens niet teveel bij voorstellen. Het was wél erg gezellig.

Tijdens al onze “lessen” kregen we de meest mooie verhalen en anekdotes over wijn te horen van één van de twee Masters of Wine – één van de meest prestigieuze titels in de wijnwereld – die ons land rijk is (wereldwijd enkele honderden). Daarom weten wij nu alles over de kwaliteit van druiven in verschillende klimaten, het productieproces, de belangrijkste wijnstreken, maar bovenal hebben we heel veel mooie wijnen geproefd.

En wellicht verrassend, dat hoeft niet persé kostbaar te zijn. Graag laat ik jullie eerst een rekensommetje zien. Neem bijvoorbeeld de student, die bij AH één van de goedkoopste flessen wijn koopt en daarvoor €2,49 betaalt. Als je daar eerst de BTW component (21%) aftrekt, blijft er nog €2,05 over. Daarvan moet ook nog de accijns afgetrokken worden van 66 cent (per fles), en natuurlijk de verpakkingskosten van circa 1 euro (fles, etiket, kurk), dan blijft er 39 cent over. De winkelier -AH in dit geval- en de producent moeten hier ook nog iets aan verdienen. Laten we zeggen dat ze ieder een dubbeltje (ieder een kwart) hieraan over willen houden. Dan blijft er slechts 19 cent over als waarde voor de inhoud van deze fles wijn. Gemakshalve heb ik dan de transportkosten nog maar even buiten beschouwing gelaten. Kortom: van de verkoopprijs in de winkel blijft nog maar een fractie (minder dan 8%) aan waarde over voor het “bocht” zelf.

Je kunt dus beter een iets duurdere wijn kopen. Als je uitgaat van €7,50 winkelprijs voor een fles (drie keer zo duur dus), dan leert dezelfde rekensom als hierboven dat de waarde van de inhoud uiteindelijk circa €2,26 bedraagt (let op: verpakkingskosten en accijns zijn vaste bedragen per fles onafhankelijk van de inhoud). In dit uiteraard fictieve voorbeeld vertegenwoordigt een drie keer zo dure wijn, dus een waarde voor de inhoud die ruim 10 keer zo groot is (vergelijk 19 cent met €2,26). Wijn van betere kwaliteit vanzelfsprekend. Het loont dus al snel om iets meer voor je wijn te betalen. De vraag is dan natuurlijk of dit zelfde sommetje opgaat voor nog veel duurdere wijnen. Uiteraard krijg je dan te maken met reputaties, want daar betaal je natuurlijk ook voor. Zeker in de bekende gebieden als Bordeaux en Bourgogne betaal je voor de naam. Wijngebieden zijn daar zelfs in de wet vastgelegd. Geografische grenzen bepalen daarom de omvang van het gebied, waarmee het aanbod sterk beperkt wordt. Het bekende “vraag en aanbod” principe, zo creëer je dus schaarste (en daarmee hoge prijs). Onze “Master of Wine” zei daar het volgende over: “het is géén kunst om dure wijn te kopen, maar wel om goede (en lekkere!) wijn te kopen”…

Dat doet me denken aan een fantastische documentaire, die ik recent heb gezien. “Sour Grapes” gaat over Rudy Kurniawan, de grootste wijnoplichter ooit, die bekroonde kwaliteitswijnen van gerenommeerde wijnhuizen namaakt en voor exorbitant hoge prijzen verkoopt, maar uiteindelijk toch wordt ontmaskerd. Hoe heeft deze “rockstar of wine tasting” de rijke wijnhandelaren en -verzamelaars jarenlang kunnen misleiden? De traditionele, gerespecteerde wijnwereld wordt omstreeks het jaar 2000 geconfronteerd met de nieuwe rijken, bij wie het niet om verfijnde smaak gaat maar die dure wijnen voornamelijk als lucratieve beleggingsobjecten zien. De prijzen schieten omhoog: in 2000 brengen wijnveilingen wereldwijd 92 miljoen dollar op. In 2008 is dat al vervijfvoudigd tot 478 miljoen dollar. In dit speelveld overspoelt de jonge enthousiaste Indonesische Rudy Kurniawan aan de vooravond van de economische crisis van 2008 de Amerikaanse markt met zijn zelfgemaakte wijnen, zogenaamd van befaamde wijnhuizen. Kurniawans pluspunten: een goede neus, verfijnde smaakpupillen, een goede wijnkennis van ’s werelds meest schaarse wijnen én een goed verhaal. Hij zou namelijk een telg zijn uit een gefortuneerde familie in Indonesië. Helaas is de documentaire niet meer (gratis) online te bekijken, maar gelukkig nog wel hier op Netflix. Het meest fascinerend vond ik nog de excentrieke verzamelaar, die voor tonnen is opgelicht, maar zelfs na de ontmaskering nog steeds blijft geloven in Rudy’s verhaal. Ontkenning in de reinste zin van het woord.

Ook Nederland kent nu z’n eigen “schandaal” in de wijnwereld. Op dit moment staan de gebroeders Eric en Joost de Bruijn van het roemruchte wijnhuis, P. de Bruijn Wijnkopers anno 1772 (naar zeggen het oudste familiebedrijf in Nederland) lijnrecht tegenover elkaar bij de Ondernemingskamer over de vraag hoe nu verder met het bedrijf. Wie koopt wie uit, en voor hoeveel? De heren houden namelijk zelf ook van een goed glas, maar gaan nu rollebollend met elkaar (wellicht niet alleen dat) over straat. Gelukkig blijft het drinken van een goed glas wijn onverminderd populair bij het Nederlandse volk, dus daar vinden ze wel een oplossing voor.

Ondertussen kan de rosé weer uit de koelkast getrokken worden; het is eindelijk lente. Ik zeg daarom graag, niet alleen omdat ik weer een diplomaatje rijker ben, maar zeker ook omdat de échte tentamens weer even voorbij zijn: “Santé”!