Ode aan de Mingvaas

U zult wel denken “Wat heeft een Mingvaas nu met de Rechtenstudie te merken?” Dat zal ik vertellen… Op dit moment volg ik het vak Contractenrecht en bij elke (wekelijkse) opdracht verschijnt er weer een casus over zo’n bijzondere porseleinen vaas. Een zeer geliefd voorwerp bij de docenten, die hier in allerlei vormen vragen omheen hebben bedacht. Heb me trouwens laten vertellen dat het leven van een docent niet over rozen gaat, nog afgezien van de naar zeggen karige beloning. Het nakijken van honderden tentamens van veelal mondige studenten is voor hen een hele klus. Helaas “vlucht” men daarom uit efficiëntie in sommige gevallen naar -in mijn ogen gruwelijke- MC vragen (“multiple choice”) aangezien dat een stuk sneller nakijkt voor ruim 600 eerstejaars rechtenstudenten (alléén al aan de UvA). Sowieso is het continu bedenken van nieuwe opgaven voor werkcolleges en tentamens in dit digitale tijdperk ook géén sinecure voor de docenten.

Al eerder memoreerde ik dat bijna alles qua “oud” studiemateriaal op internet te vinden is. Ofwel door de Universiteit zelf geopenbaard, ofwel achter de gesloten deur van een (betaald) portaal. Hier gaat dan ook een goed business model achter schuil. Zelfs venture capital maatschappijen zijn al gretig op deze bedrijven, die op dit gebied actief zijn, gedoken. In Amerika noemen ze dat soort bedrijven euphemistisch “companies collaborating with the educational ecosystem”. Het wordt gezien als een veelbelovend en groeiend segment in de digitale wereld. Mijn eigen financiële achtergrond in combinatie met m’n nieuwe rol als jurist dwingt mij te zeggen dat er voor wat betreft deze platforms, die deze studievragen en alles wat daarmee samenhangt verspreiden, nog wel ergens een auteursrechtelijk risico kan liggen. Ben echter nog niet zo ver in m’n studie gevorderd dat ik daar nu al écht iets zinnigs over durf te zeggen.

Voorlopig profiteer ik dan ook gretig van het gemak dat alles te vinden is. In mijn tijd (lees: vroeger) moest ik als ik “wat” colleges had gemist naarstig op zoek naar een ijverig studiegenootje – meestal meisje waar je stilletjes verliefd op was – om alle collegeaantekeningen te kopiëren. Voor studieopdrachten restte een slopende gang naar de bibliotheek en een eindeloze zoektocht om de juiste informatie te bemachtigen. Verder werd er meer uitgegaan van zelfwerkzaamheid. Nu zijn er dagelijkse digitale deadlines om je huiswerk in te leveren, waarbij een belangrijk onderdeel bestaat uit de “peer review”; het beoordelen van het werk van een medestudent. Alles binnen de gestelde tijd. Je ziet de klok nog net niet in de bovenhoek van je scherm aftikken, maar per e-mail ontvang je wel aan de lopende band reminders…

Maar nu terug naar de Mingvaas. Er schijnen wereldwijd écht heel veel liefhebbers van dit Chinese porselein uit de tijden van de Ming dynastie te zijn. Stelt u zich de volgende casus voor (uit het boekje):

U kocht op 1 september een prachtige Mingvaas voor het lieve sommetje van €90.000 bij een gerenommeerde antiquair. Dat is géén gering bedrag, maar u bent zowel een liefhebber als een kenner. U heeft er uw hele leven voor gespaard. Afgesproken is dat de vaas op 1 december wordt geleverd. Wat is er vlak daarvoor gebeurd? De Mingvaas is door de antiquair uit de vitrine weggeborgen in het magazijn achter de winkel. Daarvan is nu net in november bij een verraderlijke herfststorm en grote hoosbui het dakje ingestort, waardoor de Mingvaas compleet aan gruzelementen is. Daarbij had u via een bevriende expert, die bij een veilinghuis werkt, gehoord dat voor uw vaas op dat moment zeker €100.000 betaald zou worden bij een veiling.

Tsja, wat nu? Stel dat u al een (aan-)betaling hebt gedaan. U wilt de overeenkomst graag ontbinden. Kan dat? Kunt u in dat geval ook schadevergoeding vragen?

Of iets anders. U bent vergeten op 1 december de vaas op te halen bij de antiquair. Op 2 december gaat de vaas compleet aan diggelen door grote stommiteit van een van de medewerkers van de antiquair. Heeft u nu recht op schadevergoeding?

U begrijpt het al. Ineens wordt zo’n mooie Mingvaas best een “dingetje”. In het eerste geval is het inderdaad mogelijk om de overeenkomst te ontbinden aangezien nakoming zonder tekortkoming (vaas is namelijk onherstelbaar beschadigd) door de antiquair niet meer mogelijk is. Schadevergoeding is echter niet mogelijk, ook al was de vaas eigenlijk meer waard en had er een winstje in gezeten.  Zal u niet “verwennen” met de wetsartikelen, die dit onderbouwen. Dan moet u straks maar een jurist inhuren.

In het tweede geval heeft u zelf een probleem. Hier is namelijk sprake van “schuldeisersverzuim”; u heeft zelf de vaas niet opgehaald, terwijl dit zo afgesproken was.

Uiteraard wordt hier een hypothetische situatie geschetst en kent iedere casus zijn eigen merites. In elk geval zou ik iedereen willen aanraden om – eenmaal iets gekocht – goed te bedenken dat u zelf het risico loopt voor het vervolg… Dus gewoon die antieke Mingvaas op het afgesproken moment ophalen!

Europa

Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht voel ik de vrijheid om een iets meer politiek getinte blog te schrijven. Wees gerust ik kom niet met een stemadvies. Eerlijk gezegd weet ik voor eerst sinds ik mag stemmen – dat heb ik tot nu toe m’n hele leven overigens bij elke gelegenheid gedaan met uitzondering van referenda – niet op welke partij mijn keuze gaat vallen, of word ik één van de vele strategische stemmers?

Misschien eerst nog even een toelichting waarom ik pertinent tégen referenda ben. Allereerst creëert het altijd twee kampen. Denk dat het Brexit-referendum hier wel een duidelijk bewijs van is. De tegenwerping is “standaard” dat het heel democratisch is. In mijn ogen is de voorlichting vaak incompleet (lees: leugenachtig) en ontberen wij als burgers de kennis om daar doorheen te prikken. Na de Brexit was de meest ingetypte zoekopdracht in google: “What is the EU?”

Moet direct toegeven dat ik eigenlijk ook vrij weinig wist van wat de EU precies voor ons betekent, anders dan dat ik een stelletje bemoeials in Brussel voor me zie. Veel mensen denken dat er een paar honderdduizend mensen (lees: ambtenaren) in grauwe grijze torens in Brussel een beetje de dienst uitmaken over Europa. Niks is minder waar. In het totaal werken er 55.000 mensen bij Europese instellingen, waarvan ongeveer 33.000 bij de Europese Commissie. De 28 leden van de Commissie, die in principe geen politieke kleur hebben – althans zonder last kunnen beslissen – dienen wel verantwoording af te leggen aan het Europees Parlement (nu 751 leden). Hier werken in totaal 6.000 ambtenaren. Iedere vijf jaar kiezen wij onze kandidaten (Nederland heeft recht op 26 zetels) voor het Europees Parlement, waarbij de opkomst de laatste keer (in 2014) in Europa gemiddeld 42,5% bedroeg (in NL: 37,3%). Hiernaast hebben de Europese instituties nog 16.000 medewerkers. Even ter vergelijking. Alléén bij de gemeente Amsterdam werken al bijna 14.000 ambtenaren.

Als jullie echt een inkijkje willen hebben van het werk in Brussel, raad ik aan om de recent uitgebrachte documentaire “The European” met onze eigen Frans Timmermans hier eens te bekijken. Ik heb afentoe tenenkrommend zitten kijken naar de kneuterigheid van zowel de persoon Timmermans als de achterkamertjes politiek in Brussel, maar ik heb ook zeker waardering en sympathie gekregen voor het intellect en de menselijke kant van de man zelf. Ook bewonderenswaardig als je er in deze tijd nog openlijk voor uit durft te komen dat je voor Roda JC bent…

Vanwaar ineens mijn interesse voor Europa? Op dit moment zit ik “middenin” het vak Europees Recht, waarin uiteraard een belangrijke plaats is ingeruimd voor de werking van de EU en het EU recht. Het mag duidelijk zijn dat de EU zwaar onder vuur ligt. In meer Europese landen zijn er geluiden om de EU te verlaten. Dat kan een land relatief makkelijk beslissen, althans het “eruit” stappen, dat is namelijk een eenzijdige beslissing van een lidstaat. Daarna komt echter artikel 50 van het EU verdrag om de hoek kijken. Na het starten van een artikel 50 procedure dient binnen twee jaar (er bestaat mogelijkheid tot verlenging) overeenstemming te zijn over een uittredingsverdrag. Alle lidstaten van de EU dienen daar echter over te beslissen. De Britse bevolking zelf heeft daar niks meer over te zeggen. Hun lot ligt dus straks in handen van de overige lidstaten. Lijkt me niet prettig. Het verbaast dan misschien ook niet dat de Britten deze procedure nog niet hebben gestart.

Belangrijker is wellicht dat we ons allemaal de waarde van de EU realiseren. Trump ziet het in ieder geval niet, maar hopelijk wij wel. Bedenk dat 100 jaar geleden 20% van de wereldbevolking gevormd werd door Europeanen. Op dit moment is dat nog 11% en naar verwachting aan het eind van dit millennium 4%. Vanuit die optiek zou enige samenwerking dus best zinvol kunnen zijn. In heel Europa neemt de scepsis met betrekking tot de EU zienderogen toe. Menig politieke partij – ik noem geen namen – maakt er een speerpunt van. Meer verontrustend is wellicht dat in Nederland geen enkele politieke partij pro Europa blijkt te zijn, althans als je de laatste verkiezingsprogramma’s bekijkt. Het is duidelijk géén populair gedachtegoed.

Wat heeft de EU ons gebracht? In beginsel langdurige vrede en stabiliteit na eeuwen van vaak verwoestende oorlogen. Een grotere welvaart door het wegvallen van interne grenzen, waar Nederland als handelsland mooi van profiteert. Het samen met andere Europese landen beter in staat zijn om grensoverschrijdende en wereldomvattende problemen het hoofd te bieden, zoals recentelijk de vluchtelingencrisis, terrorisme en klimaatverandering. Bovendien brengt het praktische voordelen, zoals het vrij kunnen reizen, wonen en werken.

Natuurlijk kost het veel geld (280€ per inwoner per jaar om precies te zijn), hebben we een stuk van onze macht ingeleverd en zitten we met een “zwakke” euromunt opgezadeld, maar toch hebben we er een groot deel van onze huidige en hopelijk toekomstige welvaart aan te danken. Denk dat we eerdergenoemde problemen als klein landje niet alleen gaan oplossen. Toch spijtig dat géén enkele politieke partij hier aandacht voor heeft. Iedereen gaat voor z’n eigen belang. Je zou bijna gaan denken aan “niet-stemmen”…

Menselijk

Nu in mijn omgeving iedereen wel gehoord heeft van mijn “nieuwe” student zijn, krijg ik natuurlijk vaak de vraag wat mijn motivatie is. Al eerder heb ik aangegeven mij te willen richten op het strafrecht. Wat mij daarin het meeste fascineert is het bij strafrecht gaat over mensen: menselijke tragedies, menselijke conflicten en vooral veel emoties. Doordat in strafzaken het proces grotendeels nog mondeling wordt gevoerd, namelijk op zitting, lijkt het vak van strafpleiter mij uitdagend. Je staat daarbij midden in de maatschappij.

Realiseer me heel goed dat er ethische dilemma’s bij komen kijken. Juist in deze tijd waarin de rechtsstaat onder druk lijkt te staan door steeds complexer wordende vormen van criminaliteit, is het van belang om de juridische implicaties daarvan goed te doorgronden. De rechter dient in de rechtsstaat een centrale rol te vervullen. Hij waarborgt de naleving van het legaliteitsbeginsel. Hij is een van de drie zelfstandige en onafhankelijke staatsmachten in de machtenscheiding. De rechter waarborgt de naleving van grondrechten. De burger moet op dit rechtszekerheidsbeginsel kunnen vertrouwen.

Ondertussen gebeuren er aan de overkant van de oceaan best vreemde dingen. Trump is een slechte acteur in een B-film, een compleet losgeslagen gek of een dictator (doorstrepen wat niet van toepassing is). Je kunt -zoals op alles- ook wedden op Trump’s “impeachment”. Hoe werkt zo’n afzettingsprocedure? Eerst moet blijken dat Trump de wet heeft overtreden. Met al z’n dubieuze activiteiten, waaronder de Trump Foundation, een liefdadigheidsinstelling waarvan hij het geld gebruikte voor persoonlijke doeleinden, moet dat vroeg of laat toch niet moeilijk zijn. Die zelfverrijking, waar Trump goed in is, kan hem weleens duur komen te staan. Dan is het natuurlijk nog zo dat het Congres (republikeinen) deze procedure moeten starten, maar dat kan. Het gerucht gaat al dat Trump eigenlijk helemaal geen president had willen worden, maar zijn kandidatuur meer als een publiciteitsstunt zag om z’n “marktwaarde” bij de TV zenders te verhogen.

Bij de bookmakers zijn de “odds” op dit moment in ieder geval 2:1 dat de president voor het einde van z’n eerste termijn het veld moet ruimen (voor de inauguratie was dit nog 4:1). Je kunt overigens ook op meer zaken wedden, zoals in welk jaar hij het veld moet ruimen, tot aan het feit of z’n derde huwelijk het eind van het jaar haalt (“odds” 16:1). Zelf vrees ik voor iets veel ergers…

Abraham Lincoln was destijds (in 1865) de eerste president van de Verenigde Staten die tijdens zijn ambtsperiode werd vermoord. Lincoln wordt beschouwd als een van de grootste Amerikaanse presidenten. Hij wordt geprezen om zijn leiderschap tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, de afschaffing van de slavernij, de versterking van de nationale overheid en de modernisering van de economie. Wist u overigens dat John F. Kennedy de laatste, maar ook al de vierde president was die werd vermoord.

Waarom plegen mensen een moord? Waarom doen mensen bepaalde dingen? Ook weldenkende mensen maken keuzes en doen zichzelf daarmee iets aan. Moet hierbij denken aan burgemeester Eberhard van der Laan, die vorige week in een nuchtere, openhartige brief aan alle Amsterdammers liet weten dat er uitgezaaide longkanker bij hem is geconstateerd. De wijze waarop hij dit bekend maakte, vond ik moedig en zorgde ook voor veel hartverwarmend reakties. Hier zit echter ook iets heel ander menselijks in, namelijk tegen beter weten in je hele leven lang verstokt blijven roken. Niemand is vrij van zonde. Zelf rook ik weliswaar niet, maar ben absoluut niet vies van een goed glas. Het leven is te kort om slechte wijn te drinken, zegt een van m’n beste vrienden altijd. Het is inderdaad zo dat je het leven moet nemen, zoals het komt. Dat gaat overigens nooit volgens het perfecte plaatje.

Zo denk ik ook iets vreselijks te kunnen doen. Als ik iemand onzedelijk aan één van mijn dochters zou zien zitten en ik zou bij toeval een zware hockeystick in mijn handen zou hebben, dan zou ik deze persoon gemakkelijk uit woede een dodelijke klap kunnen verkopen. Mensen die mij beter kennen, weten dat ik écht niet snel kwaad word, dus als dat wél gebeurt, berg je dan maar. Eén van de meest geciteerde uitspraken van Abraham Lincoln is dan ook:

“When I do good, I feel good. When I do bad, I feel bad. That’s my religion.”

Dwaling

Gerechtelijke dwalingen komen vaker voor dan je denkt. In Nederland is er een aantal bekende zaken: de zaken-De Berk en -Ina Post, de Puttense moordzaak, de Schiedammer parkmoord en de Showbizzmoord. Regelmatig zitten er dus mensen jarenlang onschuldig vast.

Naast al het werk op dit gebied van onze nationale speurneus Peter R. de Vries -hij speelde onder andere cruciale rol in de Puttense moordzaak, waar hij gedurende acht jaar in bijna veertig TV uitzendingen aandacht schonk met het bekende resultaat, vrijspraak voor de veroordeelden- wordt er ook op meer wetenschappelijke manier naar gekeken.

Recent heeft de heer Ton Derksen hier een interessant boek over geschreven, waar niet iedereen (lees: OM en rechters) blij mee is. Derksen is emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie en schreef in 2006 het boek “Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling”, dat mede leidde tot een herziening van de veroordeling van Lucia de Berk wegens meervoudige moord en haar vrijlating in 2010. Hierna raakte hij betrokken bij andere herzieningsverzoeken, waarover hij nog diverse boeken schreef.

Zo denken wij weleens minachtend over het Amerikaanse jury systeem, maar we realiseren ons niet dat onze eigen rechtssysteem eerder uitzonderlijk is. Zo hebben in West-Europa heel veel landen jury’s, waaronder beschaafde landen als Denemarken, Noorwegen, Zweden, België, Zwitserland, Engeland, Wales, Portugal, Spanje en Ierland. Dan zijn er ook landen, die een meerderheid van leken betrekken bij hun rechtbanken, zoals Duitsland, Frankrijk, Finland en Italië. Nederland is dan ook uniek te noemen met louter professionele rechters. Kan je het als democratisch land eigenlijk wel rechtvaardigen om het in de rechtspraak zonder de stem van het volk te stellen? Uit Amerikaanse onderzoeken blijkt dat jury’s niet méér fouten bij veroordelingen maken dan rechters.

Waarom gaat het bij rechters regelmatig volledig mis? Foutloze systemen bestaan nergens, net zomin als feilloos opererende politiemensen, officieren of rechters. Is het dan onkunde, domheid of kwade trouw? Met name bij ernstige misdrijven zoals moord of zedendelicten zien wij natuurlijk niet graag dat de mogelijke dader later nog vrij rondloopt. Er is justitie in dat soorten zaken veel aan gelegen om iemand te veroordelen. Een belangrijk element daarbij is het “primacy effect”; wat als eerste binnenkomt, heeft een groot effect op hoe we navolgende dingen beoordelen. Uit het dagelijkse leven weten we hoezeer “eerste indrukken” blijven hangen. In de Nederlandse rechtspraak leidt de volgorde waarin de rechter wordt geïnformeerd – eerst het dossier dan de officier –ertoe dat belastend bewijsmateriaal serieuzer wordt genomen.

Derksen zegt hierover: “Het verschil tussen passend bewijs en discriminerend bewijs is feitelijk onbekend in de strafrechtpraktijk. Om discriminerend bewijs te vinden moet er echt gezocht worden naar potentieel ontlastende informatie – en daar heeft de politie een ingebakken afkeer van. Discriminerend bewijs maakt het waarschijnlijker dat het ene is gebeurd en juist niet het andere. Met ‘passend bewijs’ kun je twee kanten op– dus ook naar schuldig, wat veel beter uitkomt als je de schuldige al denkt te hebben.”

Een zaak die mij in dit kader vanaf het begin enorm geïntrigeerd heeft is de Deventer Moordzaak, de naam die gegeven is aan de rechtszaak na de moord op de weduwe Wittenberg in 1999 te Deventer, een van de langst lopende zaken uit de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht. De vraag die altijd centraal heeft gestaan is of hier sprake is geweest van een justitiële dwaling met betrekking tot het bewijsmateriaal op grond waarvan de veronderstelde dader, Ernest Louwes, in aantal fases (in eerste instantie vrijgesproken, in hoger beroep veroordeeld, ook na herziening) is veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Louwes is in 2009 na het uitzitten van 2/3 van zijn straf (“vervroegde invrijheidstelling” is in NL gewoonte) vrijgekomen.

Hoewel ik géén groot fan ben van de wijze, waarop de bekende opiniepeiler Maurice de Hond, ook de man die ons deed geloven dat wereld zou vergaan bij de millenniumwissel, met veel “lawaai” (géén onschuldigen vast!) deze zaak onder de aandacht heeft gebracht, zit ik wel op zijn lijn; namelijk ook ik geloof in de onschuld van Louwes en de gerede verdenking tegen Michaël de Jong, de klusjesman.

Het belangrijkste bewijsmateriaal tegen Louwes was zijn DNA op de blouse van weduwe Wittenberg. Deze vondst werd overigens pas vier jaar (!) later gedaan. Nu lijkt het met nieuwe DNA technieken alleen maar makkelijker om misdrijven te bewijzen (lees: dat er minder fouten worden gemaakt bij veroordelingen), maar dat is een misvatting. Juist door de verfijning van de DNA technieken is er voor een goed DNA profiel zo weinig DNA vereist dat het DNA van de verdachte -op de plaats delict- niet altijd misdaadgerelateerd hoeft te zijn. Dit vormt een bron van nieuwe fouten. Dat Louwes, als boekhouder, die ochtend bij de weduwe Wittenberg op bezoek is geweest, heeft hij nooit ontkend… Kortom: Zorg dat u een goed alibi heeft!

Werkelijkheid

“Niks zo onwaarschijnlijk als de werkelijkheid” is een door mij vaak gebezigde uitspraak. Ik heb overigens géén idee van wie het origineel is… Alles wat je kunt bedenken, gebeurt ook weleens. Vaak krijg je een ingrijpende kijk in iemands leven. Dit verklaart voor een groot deel mijn fascinatie voor documentaires.

Eén van de eerste “docu’s” die ik mij nog kan herinneren, was een rapportage van Zembla (1988) over het leven in de Magneet, een wijk in Scheveningen met nogal “bijzondere” inwoners. Legendarisch waren onder andere de woorden van de sportleider in het buurthuis Jan Nutbey, die nooit verder was gekomen dan de vierde klas lagere school en vertelde over z’n buurtwerk en over zijn brieven aan de gemeente: “ik schrijf misschien kut met een “d”, maar jij ken hem wel van mij lezen…” Het taalgebruik is uniek, kijk zelf maar.

Ook m’n eerste bezoek aan de IDFA, het ondertussen zeer bekende documentaire festival, in 1999 staat mij nog goed bij. Met een groep studievrienden bezochten wij de première van de documentaire over Andre Hazes – “Zij gelooft in mij” gemaakt door John Appel. Na afloop was er zowel waardering voor de maker met een staand applaus, als ook totale verwarring bij de échte Hazes fans, die beteuterd in hun stoel bleven zitten. Denk dat iedereen nog veel scenes voor de geest kan halen, zoals het rijmwoordenboek bij het schrijven van zijn liedjes of het kopen van een auto met z’n vrouw. Het aardige is dat de hele documentaire online staat, dus je kunt ‘m hier nog een keer bekijken. Blijft uniek beeldmateriaal van onze grootste volkszanger. Ook het beeld van zijn uitvaartdienst in 2004 met vijftigduizend fans in de Arena staat in mijn geheugen gegrift. Over dingen gesproken, die je je eigenlijk niet kunt voorstellen. Ook deze “staatsuitvaart” is terug te zien (alleen op PC). Ga er maar even voor zitten.

Tegenwoordig is er voor de documentaire liefhebber, zoals ik, nog veel meer te genieten. Er worden veel meerdelige docu’s gemaakt en we danken aan het bestaan van Netflix een nieuw fenomeen, te weten “binge-watching”. Dit is op één dag bekijken van meerdere delen van een docu of TV serie. Ideaal voor de student. Vroeger moest je nog iedere week op een bepaald tijdstip voor de buis gaan zitten om het volgende deel te zien. Dat is een stuk lastiger te combineren met “kroegavondjes”.

Heb dan afgelopen weekend (het was nog net vakantie voor de student!) in één ruk de vijfdelige documentaire “O.J.: Made in America” getackeld. Deze vijf keer anderhalf uur is de komende paar weken (tot 17/1) nog op Uitzendinggemist te vinden. Met in gedachte mijn ambitie om strafrechtadvocaat te worden heb ik met grote interesse gekeken naar de advocaten “het dreamteam”, die O.J. -ook vaak “the juice” genoemd- om zich heen had verzameld. Hiertegenover stonden natuurlijk de aanklagers. In deze zaak, waar de feiten redelijk voor zich spraken, heeft de verdediging op magistrale, manipulatieve en bijna onoorbare wijze vrijspraak gekregen voor O.J. Simpson. In zijn slotpleidooi durft Johnnie Cochran, de hoofdadvocaat van O.J., de LAPD rechercheur Mark Fuhrman zelfs met Adolf Hitler te vergelijken.

Alle betrokkenen komen in deze -in mijn ogen- zeer zorgvuldig en goed gemaakte documentaire, waarin alle maatschappelijke vooroordelen belicht worden, opnieuw aan het woord. Zo is er één van de advocaten uit O.J. verdediging, die hardop lachend vertelt over hoe de leden van het “dreamteam” zonder goede argumenten het gevonden DNA in twijfel trokken, het huis en de reputatie van zijn cliënt zwarter maakten dan hij eigenlijk was door allerlei foto’s die aan de wand hingen te veranderen. De aanklagers maakten zelf ook grote missers, zoals het O.J. laten aantrekken van de gevonden handschoen zonder te weten of deze zou passen als er latex handschoentje onder zit. Ook hebben zij de racistische troefkaart, die de verdediging speelde, onvoldoende gecounterd met betrouwbare getuigen (rechercheur Fuhrman bleek uiteindelijk de zwakke schakel). De kern van de zaak is echter de onderdrukking van zwarten door blanken en de rol van de politie daarin. Dit is nog steeds een actueel onderwerp, ook in Nederland. We noemen het nu alleen etnische profilering.

Na zijn vrijspraak voor de dubbele moord in 1994 is O.J. Simpson uiteindelijk in 2008 alsnog veroordeeld tot 33 jaar gevangenisstraf voor een reeks “sullige” zaken. Zo probeerde hij met een soort gewapende overval in een hotel in Las Vegas z’n memorabilia terug te krijgen. De blanke jury bij die rechtszaak heeft toen duidelijk “wraak” genomen. Nu blijkt hij onder bepaalde voorwaarden (mij is niet duidelijk welke) na 9 jaar weer vrij te komen. Dat is dit jaar dus…

Er gaan al verhalen dat hij dan bij Oprah Winfrey de dubbele moord zal gaan bekennen; doet me denken aan Lance Armstrong’s confessie bij haar. Over hem zijn trouwens ook briljante documentaires gemaakt, hier is bijvoorbeeld “Stop at Nothing” te zien. Gewoon spannend voor een wielerfanaat.

O.J. kan trouwens niet meer veroordeeld worden, vanwege het “ne bis in idem” rechtsbeginsel. Niemand mag voor een tweede keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Het is maar dat u het weet!

Hersencellen

De vraag is natuurlijk of ik er nog wel voldoende over heb om deze missie te volbrengen. Vaak willen vrienden van mij weten of het nu heel moeilijk is om lappen stof tot je te nemen als je “op hoge leeftijd” bent…

Nu dat zal blijken. De tentamenperiode is net achter de rug. Denk dat het wel goed ging, maar durf niets meer te zeggen over de cijfers. Voorgaande keren heb ik mij daar ook in vergist. Aangezien de vakken Constitutioneel Recht en Aansprakelijkheidsrecht (deels) open vragen bevatten, duurt het nog enige weken voordat de uitslag bekend is. Ik kan mijzelf deze keer dus niet indekken met m’n “multiple choice fobie”. Daarom heb ik me maar eens verdiept in hoeverre alcohol je hersencellen aantast.

In mijn vriendenkring was er de nodige paniek toen de leeftijdgrens voor het kopen van alcohol enige jaren geleden verhoogd werd naar 18 jaar. Hun kinderen waren in sommige gevallen net 16 geworden, dus mochten destijds iets drinken, maar toen ineens niet meer. Hoe hou je dat onder controle? Niet dus. Ook blijkt sinds het verhogen van de minimumleeftijd het drugsgebruik onder tieners sterk te zijn toegenomen. Maar hoe schadelijk zijn al die drankjes (japie’s, casnov’s) die ik destijds heb gedronken toen ik jong was?

Ondertussen weten we uit hersenonderzoek dat tieners onverantwoordelijk gedrag vertonen omdat hun brein nog niet is volgroeid. Dat is pas vanaf 25 jaar. Daarvoor zijn je hersenen heel plastisch; er worden heel gemakkelijk nieuwe hersenverbindingen gevormd, maar óók afgebroken. Vooral voor het jonge brein is alcohol een sluipmoordenaar. Deze stof zaagt rechtstreeks aan je intelligentieniveau – aan hoe slim je kan worden – zonder dat je het meteen merkt. Dit “snoeien” van je hersens is onder normale omstandigheden een belangrijk kenmerk van de hersenontwikkeling. Gebruik je bepaalde hersenverbindingen vaak, dan versterkt het brein deze verbindingen heel makkelijk en groeien er ook wat nieuwe bij. Hiermee vorm je “paden” in je geheugen; je leert gewoontes aan, je onthoudt dingen. Kortom: je wordt iedere keer een stukje slimmer zo.

Vervolgens verliezen onze hersenen gedurende ons leven nog 5 tot 10% van hun gewicht. Om precies te zijn, onze prefrontale cortex vermindert en dit is geassocieerd met achteruitgang van het werkgeheugen. Ai, dat helpt niet voor de student op leeftijd. Het is gelukkig niet allemaal ellende. Vanaf middelbare leeftijd (ik verzin het niet) zijn mensen door bepaalde ontwikkelingen in hun hersens beter in balans en beter in staat tot reflectie. En dat is nu misschien juist de reden dat ik weer ben gaan studeren.

Dus even terug naar de studie. De afgelopen week bekroop mij een nieuwe angst: “Is mijn handschrift nog wel leesbaar?” Sinds alles met mobiel en computer gaat, zet men nog maar weinig op schrift met pen en papier. Door zelf wat handgeschreven uittreksels te maken, heb ik m’n schrijven weer een beetje geoefend. Je hebt tegenwoordig overigens allerlei websites (eerst gratis, maar na paar maanden moet je ervoor betalen), waarop alle denkbare uittreksels, aantekeningen en oude tentamens voorhanden zijn. Hier is een hele nieuwe industrie ontstaan. Dus géén uittreksels meer op rood papier geprint, zodat kopiëren (destijds een uitvinding) niet mogelijk was. Uiteindelijk probeerde je het slimste meisje van de klas te verleiden, zodat je haar aantekeningen mocht lenen. Vervolgens stond je urenlang velletje voor velletje onder het kopieerapparaat te leggen. Aan de beschikbare studiematerialen kan het nu echter niet liggen.

Zelf geniet ik op dit moment na alle noeste studie-arbeid van een heerlijke Gin & tonic en troost mijzelf met de gedachte dat m’n studiematen op dit moment waarschijnlijk al ergens laveloos in de gordijnen hangen, zich pas morgen realiserend (als ze mijn blog hebben gelezen) dat ze weer flink hun hersens gesnoeid hebben. Ooit zullen onze hersenstammen dan toch van hetzelfde formaat zijn. Proost allemaal en fijne feestdagen!

de·mo·cra·tie (de; v; meervoud: democratieën)

1. staat(svorm) die aan het hele volk invloed op de regering toekent

Als je er de online-versie van de Van Dale op “naslaat” vind je deze definitie. Voordat Wikipedia ontstond had je nog gewoon een Winkler Prins encyclopedie thuis en heette de Van Dale nog “Dikke van Dale” vooral ook omdat het zo’n mooi enorm driedelig boekwerk was. Tijden zijn in veel opzichten veranderd. Zeker ook wat betreft hetgeen we ondertussen verstaan onder democratie.

Wij leven in een democratische rechtsstaat. Volgens het studieboek (volg nu vak Constitutioneel Recht) is democratie een staatsvorm die de gelijkwaardigheid van mensen als uitgangspunt neemt, zowel wat betreft hun invloed op het staatsbestuur als wat betreft hun bescherming tegen de staat. Een staat waarvan de organisatie erop gericht is dat burgers beschermd zijn tegen machtsmisbruik door de staat zelf noemen wij een “rechtsstaat”.

Op dit moment lijkt democratie meer te zijn verworden tot een omgeving waar men denkt dat iedereen maar van alles mag roepen, onder het mom van “vrijheid van meningsuiting”. Hierbij speelt al decennia lang massa media een belangrijke rol, maar sinds deze eeuw met name ook “social media”.

Nu is het politieke debat een compleet geregisseerd spektakel geworden, waarbij opponenten onder begeleiding van professionele experts in overredingstechnieken tegen elkaar ten strijde trekken in de arena. Hoe “sociaal” zijn de Facebook’s en Twitters van deze wereld eigenlijk. Netals de commerciële TV zenders zijn zij ook (onderdeel van) beurgenoteerde bedrijven, die als enige doel hebben om de advertentie-inkomsten te maximaliseren. Dat lukt natuurlijk het beste als opmerkelijke zaken zoveel en vaak mogelijk “likes” of “retweets” krijgen. Alles is van seconde tot seconde te volgen, je kan erop reageren en ook nog anderen mobiliseren. De politicus moet dus met zijn ideeën en voorstellen direct in de smaak vallen om zieltjes te winnen. Hierdoor is de hele politiek bijna een “soap” geworden, waarbij de politici zelf als acteurs fungeren, vaak tweederangs… Het gaat steeds minder over de inhoud, maar meer over de vorm.

Mooi voorbeeld hiervan is Donald Trumps overwinning in de Verenigde Staten. “Make America great again” en “Grab them by the pussy” gingen hand in hand. Het populisme heeft weer voedingsbodem gekregen. Zeggen dat je namens het hele (ontevreden) volk spreekt, werkt. Het heeft echter geen zin om alléén de populistische leiders aan te vallen, zonder naar de populistische kiezers te kijken. Ook is het te makkelijk om dit zomaar toe te schrijven aan de kloof tussen de elite en laaggeschoolden. Het gaat er mijns inziens om dat kiezers weer echt gaan meedoen en zichzelf vertegenwoordigd voelen door mensen, waarin zij zichzelf kunnen herkennen.

Zowel de Brexit, de verkiezing van Trump als vorige week Renzi’s referendum in Italië laten op pijnlijke wijze zien dat Westerse democratieën zijn gereduceerd tot ”platte” stemmingen. De uitwassen hiervan zijn allerlei referenda (zoals voor het associatieverdrag met Oekraïne), machteloze regeringen, steeds verder versplinterend partijenlandschap (bijna zestig geregistreerde partijen in Nederland) en de opkomst van het populisme in heel Europa. Het partijlidmaatschap ligt overigens op een historisch dieptepunt, dus jaarlijks een tientje bijdragen is nog te veel voor de zogenaamde achterban van deze partijen.

In de ogen van veel mensen heeft democratie dan ook zijn beste tijd gehad. Het probleem is mijns inziens niet zozeer de democratie zelf (het volk is echt wel betrokken bij wat er speelt), maar meer de primitieve manier van stemmen. Er zijn al ideeën om naast verkiezingen met verkozen volksvertegenwoordigers ook burgers uit te nodigen (middels loting en daardoor écht representatief) om mee te laten praten over de te volgen koers. Dit zou ook de bestaande kloof tussen burgers en bestuurders kunnen verkleinen.

Wellicht wordt het tijd dat de democratie zichzelf hernieuwt. Hopelijk lezen we in de toekomst een nieuwe definitie ervan. Was wel blij toen een trouwe bloglezer mij erop wees dat ook een rechtenstudent zichzelf al jurist mag noemen (dus niet in spé). Het staat in de Van Dale, dus klopt het. Maar je vindt het zo alléén in de complete papieren versie!

 

De feiten

Tegenwoordig vragen vrienden vaak aan mij wat ik van een bepaalde uitspraak vind. Als jurist (in spé) heb ik in korte tijd al geleerd dat je je antwoord moet beginnen met: “Ik ken niet alle feiten”.

Wellicht denk je daarbij direct aan een te voorzichtige jurist, die niks durft te zeggen uit angst voor het “verkeerde” beweren, maar niks is minder waar… Vaak heeft een buitenstaander maar beperkte dossierkennis. Ook journalisten baseren hun stemming makende berichtgeving regelmatig op gebrekkige informatie en geven daardoor een onvolledig beeld. Iets is pas nieuws als het afwijkt van het normale, dus (straf-) zaken worden vaak breed uitgemeten in de media.

Recentelijk was er veel aandacht voor de “Doodrijder A2”, de 46-jarige Neil van der L. uit Amsterdam. U weet wel, de man die ’s-ochtends -met nog een behoorlijke hoeveelheid drugs in z’n lichaam- in een krankzinnige dodemansrit met ruim 200 km/uur ter hoogte van Maarssen crashte op een auto met daarin een (samengesteld) gezin van zeven personen. Ze waren onderweg naar wat ze dachten een vrolijk dagje Efteling zou worden. Vreselijk genoeg is de vader hierbij overleden en een aantal kinderen heeft blijvend letsel opgelopen.

De dader is hiervoor in eerste aanleg (dat wil zeggen bij de Rechtbank) op basis van “dood door schuld” veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en een rijontzegging van vier jaar. Dit is op het eerste oog een milde straf en zeker géén genoegdoening voor de nabestaanden gebleken. In deze zaak heb ik mij (studiematig) verdiept. Ons rechtssysteem (in het bijzonder het Wetboek van Strafrecht) kent een “menukaart” met betrekking tot de maximaal op te leggen straffen. In de Wegenverkeerswet 1994 wordt een en ander nog nader gepreciseerd voor zover het zaken in het verkeer betreft.

In dit geval is het van belang of er sprake is van voorwaardelijke opzet of bewuste schuld. Voorwaardelijk opzet is de “lichtste” vorm van opzet. Het wil zeggen dat de dader geen opzet heeft op het doden van iemand, maar dat het hem niets uitmaakt als dat wel gebeurt bij zijn actie. Hij wilde zijn actie uitvoeren, wist dat er een aanmerkelijke kans was dat het verkeerd zou aflopen en aanvaardde die kans.

Ergens tussen voorwaardelijk opzet en bewuste schuld in wordt opzet in schuld veranderd en doodslag of moord in “dood door schuld”. Bewuste schuld is aan de orde wanneer de dader wist dat er een kans was dat het verkeerd zou gaan, maar dacht dat dat toch niet zou gebeuren. Zo is hier door de rechter geoordeeld.

Tsja, zolang je niet in iemands hoofd kan kijken, is deze “nuance” moeilijk te maken. Er is echter nog een gradatie, die op de scheidslijn van opzet en schuld ligt, te weten “schuld door roekeloosheid”. Naar mijn mening kan de verdachte daarvoor in casu veroordeeld worden. De maximum gevangenisstraf voor roekeloosheid bedraagt 6 jaar (bij een dodelijk verkeersongeval), welke in geval van rijden onder invloed (geldt ook voor drugs) nog eens met de helft verhoogd kan worden.

Zowel het Openbaar Ministerie als ook de verdediging (bij monde van mr Spong) zijn in hoger beroep gegaan in deze zaak, die dus sowieso een vervolg krijgt. Na een uitspraak van het Hof kunnen partijen nog in cassatie gaan bij de Hoge Raad. Ongetwijfeld zal dit nog een flink staartje krijgen.

Dichter bij huis dan het strafrecht -althans dat hoop ik voor alle lezers- ligt het aansprakelijkheidsrecht.  Zo is het interessant om te weten waar de aansprakelijkheid ligt voor onze (jonge) kinderen. De wet heeft daar een aantal leeftijdsgrenzen gesteld met bijzondere voorwaarden voor aansprakelijkheid. Een kind tot 14 jaar kan volgens de wet nooit een onrechtmatige daad worden toegerekend. Wel kunnen de ouders in zo’n geval aansprakelijk zijn voor schade, die door hun kind is veroorzaakt. Iets anders is het voor kinderen van 14 en 15 jaar (je kunt je afvragen, waarom de grens precies daar ligt). Hiervoor geldt dat kinderen zelf een onrechtmatige daad kan worden toegerekend, maar ook hier kunnen de ouders aansprakelijk zijn, tenzij hun niet kan worden verweten dat zij de gedraging niet hebben belet. Mag duidelijk zijn dat je kinderen van deze leeftijd niet continu huisarrest kan geven, dus er zal weleens iets “goed” misgaan. Bij kinderen vanaf 16 jaar staat de eigen onrechtmatige daad voorop.

Een ander apart geval is de aansprakelijkheid voor dieren, in het bijzonder paarden. Die kunnen rare sprongen maken. In de wet staat dit mooi omschreven als “het gevaar dat schuilt in de eigen energie van het dier en het daarin opgesloten onberekenbare element”. Aangezien je moeilijk het paard aansprakelijk kan stellen, is de paardeneigenaar zelf meestal het “haasje”.

Maak me dan ook beetje zorgen over m’n vijftienjarige dochter met haar eigen paard, waarmee ze regelmatig de openbare weg op gaat; dat mag zij met haar ruiterbewijs. Gelukkig gaat de tijd snel en is ze zo volwassen (lees: 18 jaar). Dat is een feit, om heel precies te zijn zelfs een “bloot rechtsfeit”.*


*Feit waaraan rechtsgevolgen worden verbonden zonder dat van een actieve gedraging sprake is (bijv. geboorte, overlijden, meerderjarigheid).

Comfortzone

“Je leven begint aan het einde van je comfortzone.” Deze tegeltjeswijsheid kwam ik recent tegen en denk dat er flinke kern van waarheid inzit. In ieder geval voor mijzelf.

Heb een heerlijk leven met een fantastische vrouw (maar zeker ook een grote stimulans voor mij om dingen aan te pakken of anders te doen), met drie prachtige tienerdochters, met een nog kerngezonde lieve moeder (weliswaar op leeftijd) en een beestenboel om mij heen in een mooie omgeving. Kortom heel weinig te klagen. Toch kan het erg nuttig zijn om iets te veranderen in je leven. En dan doel ik niet op een midlife crisis, waarbij mannen hun vrouw inruilen voor een jonger exemplaar, een sportauto of snelle boot kopen. Zie om mij heen dat dit kortstondig een verandering brengt, maar op termijn met name een mooi verdienmodel is voor echtscheidingsadvocaten, mediators en andere lieden. Heb overigens geen ambitie om mij te verdiepen op het vlak van personen- en familierecht.

Zodra je het gevoel hebt, dat je iets wilt veranderen in je leven, moet je het ook écht doen. De pyramide van Maslow (wie kent hem niet?) laat weliswaar helder zien dat voordat de mens op zoek gaat naar andere behoeften eerst aan de basisbehoeften moet worden voldaan. De allereerste behoefte is eten en drinken. Zodra je dat hebt, kun je denken aan andere dingen zoals veiligheid en zelfontplooiing. Eten en drinken zijn gewoon te koop, net als een dak boven je hoofd. Daar heb je wel eerst geld voor nodig.

Merkte bij mijzelf echter dat ik niet nog eens twintig jaar in voornamelijk de financiële wereld actief wilde zijn, nadat in de eerste levensbehoeftes goed is voorzien. Met nog zeker twintig werkende jaren voor de boeg -moet absoluut niet aan een bestaan op de golfbaan denken- zocht ik iets om middenin de maatschappij te staan en impact te hebben voor individu en omgeving. Aangezien ik nooit een écht vak heb geleerd -m’n eerdere studies bedrijfskunde en financiële economie waren behoorlijk breed georiënteerd en algemeen- moest ik sowieso aan de slag om de nodige kennis te vergaren.

Natuurlijk realiseer ik me dat ik de advocatuur -en in het bijzonder mijn wens om strafrechtadvocaat te worden- romantiseer. Zeker met de ambitie om de studie rechtsgeleerdheid in kortere tijd dan nominaal af te ronden, de gedachte om tegelijkertijd al stage te lopen bij een gerenommeerd kantoor en snel aansluitend daarop als advocaat beëdigd te worden, heb ik de lat voor mijzelf hoog gelegd. Uit de comfortzone ben ik in ieder geval, maar wat heb ik te verliezen…

Of ik voel me straks als net afgestudeerde jurist een “oudere jongere”. Van Kooten & De Bie (een legendarisch duo in mijn ogen) hebben deze term ooit geïntroduceerd voor een persoon die officieel gezien geen jongere meer is, maar zich nog wel zo voelt. Begin al aardig in die rol te groeien merk ik. Heb direct een paar ouwe kroegschoenen en spijkerbroek uit de kast gepakt; voor een paar dagen feest achter elkaar draai ik mijn hand nu al niet meer om.

Ben ook eerder regelmatig uit m’n comfortzone gekomen. Op aanraden van m’n ega (ja, nog steeds diezelfde fantastische) ben ik ooit mee gaan doen aan een yogaklasje met voornamelijk dames. Ik heb het doorstaan en ondertussen rekken en strekken we al meer dan vier jaar met een vast club van tien mannen (de “yoga bro’s”) onder leiding van onze energieke yogajuf. Trouwens, wil je je écht oncomfortabel voelen, probeer dan eens een hotyoga klasje. Sta je 1,5 uur onafgebroken in 40 graden in één ruimte met zo’n 50 andere van een oksel tot hun reet zwetende lieden.

Nu kan ik er zelf ook goed “onaantrekkelijk” uitzien. Hijs mezelf sinds enige jaren met grote regelmaat in een strak onooglijk wielrenpakje. Het prototype van een “MAMIL” dus. Voor wie deze term niet kent: “Middle Aged Man In Lycra”. Je ziet ze tegenwoordig in grote zwermen langs onze wegen razen. Begint voor mij ook beetje dwangmatig te worden. Moet nog zo’n 600 km om m’n streefafstand voor dit jaar te halen. Binnenkort -als de weg niet meer glad ligt (zoals de oude wielercoryfee Henk Lubberding ‘t zegt)- maar weer eens op de racefiets naar college.

Aan het eind van de comfortzone begint bij mij de energie te stromen. Je krijgt nieuwe interesses, je ziet allemaal nieuwe mogelijkheden en je blijft mooie momenten verzamelen…

 

Holleeder = big business

Op dit moment lees ik het boek “Judas” geschreven door de zus van… Mocht blij zijn dat iemand het mij cadeau gaf, want 80.000 exemplaren waren binnen een dag uitverkocht. Holleeder is dus nog steeds “big business”.

In de jaren tachtig was het ontvoeren van mensen redelijk “gewoon”. Nog niet gehinderd door alle moderne GPS-trackers werden we regelmatig opgeschrikt door ontvoeringen, die overigens vaak heel amateuristisch oogden. Kan me als eerste nog die van de Amsterdamse zakenman Maup Caransa herinneren en natuurlijk in 1983 de nog steeds spraakmakende ontvoering van Alfred Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer. Tot op de dag van vandaag houdt Willem Holleeder de gemoederen bezig.

Als middelbare scholier begin jaren tachtig moest ik het doen met twee zenders op televisie (Nederland 1 en 2). Je keek samen met de rest van Nederland (miljoenen kijkers dus) naar dezelfde programma’s zoals “Avro’s Wie-kent-kwis”, gepresenteerd door Fred Oster, maar bovenal met een stel cavia’s in de hoofdrol luisterend naar illustere namen als Jos Brink, André van Duin, Simon Tahamata, Sjakie Swart en Mieke Telkamp. Ook de 1-2-3 show van Ted de Braak met het populaire onderdeel, waarbij je stokjes moest vangen, was toen een “must see”.

Zeer begrijpelijk dus dat de Heineken ontvoering en alle ontwikkelingen daarbij veel aandacht kregen van de media. Dat was geen spelshow, maar echte “reality”. Als opgroeiende puber volgde ik alle ontwikkelingen, en met name ook de triviale zaken eromheen, met spanning en interesse. Het losgeld van 35 miljoen gulden (circa 16 miljoen euro, ter info voor de jeugdige lezers) werd verdeeld over vijf zakken met kleine coupures via een dolle “autorally” -voor de ontvoerders succesvol- overgedragen bij een viaduct in Maarsbergen. Ben er ooit weleens gestopt om te kijken, waar het precies was.

Iedereen herinnert zich ook nog de publieke communicatie tussen politie en ontvoerders via krantenadvertenties -in de krant van wakker Nederland natuurlijk- met “gecodeerde” boodschappen, zoals: “wacht op telefoon van de Adelaar” en “het eiland is groen voor de Haas”. Mobieltjes bestonden toen natuurlijk nog niet. Zo weet ik sinds die tijd hoe een Romneyloods eruit ziet (met zo’n rond dak zonder muren); hierin werden Heineken en Doderer namelijk verborgen gehouden en later uit bevrijd. Zelfs tot enkele jaren geleden was deze loods nog onderdeel van de “Heineken Kidnap Tour”. Een nogal bijzondere vorm van “donker” toerisme, waar men een bustour maakte langs alle locaties, die een rol speelden bij de Heineken ontvoering. Tegenwoordig schijnt de ontvoering in “Escape Rooms” nagespeeld te worden; aan dat nieuwe fenomeen heb ik me eerlijk gezegd nog niet gewaagd.

Na de ontknoping destijds begon de klopjacht op de ontvoerders (vijf in totaal), waarbij al snel de eerste twee werden gearresteerd, nummer drie gaf zichzelf aan (maar ontsnapte later weer), terwijl Cor van Hout en Willem Holleeder vluchtten naar Frankrijk. Hier werden zij enkele maanden later gearresteerd. Op advies van hun advocaat Max Moszkowicz sr. stemden zij echter niet in met overbrenging naar Nederland. Een juridisch interessante zaak toen aangezien er geen uitleveringsverdrag bestond tussen Nederland en Frankrijk. Dit leidde er zelfs toe dat de heren een “Hotelarrest” zouden krijgen op het tropische eiland Sint Maarten (in Franse deel daarvan), maar daar waren ze als criminelen niet welkom. Na enige omzwervingen zijn ze uiteindelijk wel uitgeleverd aan Nederland.

Toen in 1987 het boek “De ontvoering van Alfred Heineken” van Peter R. De Vries verscheen, werd dat door mij dan ook verslonden. Dit boek is overigens eindeloos herdrukt en aangevuld; het wordt tot op de dag van vandaag nog verkocht (27e druk – ruim 500.00 exemplaren). Met de vuistregel dat een schrijver zo’n 15% van nettoprijs (winkelprijs minus 6% Btw) krijgt (en bij bestsellers neemt dit percentage snel toe) heeft dit Peter R. de Vries geen windeieren gelegd. Kan iemand mij trouwens uitleggen waar die “magische R.” in z’n naam voor staat, of is dat slechts om de meest voorkomende achternaam enig cachet te geven? Van marketing heeft Peter R. wel kaas gegeten, ook het zinnetje in zijn Misdaadprogramma is legendarisch: “Zorg dat u klaar zit, dan heeft u altijd een alibi”…

Nadat we in 2012 nog Willem Holleeder als een soort “knuffelcrimineel” bij College Tour te gast was (de persiflage hierop van Koefnoen is trouwens nog briljanter dan de echte uitzending, zeker moeite waard om op Youtube even te bekijken), zit hij nu al weer sinds eind 2014 vast op verdenking van menige liquidatie. Astrid, zijn zus, schrijver van het boek “Judas” en bovendien zelf strafrechtadvocate heeft in die jaren meerdere gesprekken met haar broer opgenomen en verklaringen bij de politie afgelegd. Nu heeft zij dit alles op indringende wijze aan het papier toevertrouwd. Hoorde net trouwens dat er nu een documentaire over hem uitkomt. Blijft nog wel even “big business” dus…