Back to reality

Ondertussen een studieblok en een tentamen verder ben ik weer “back to reality”. Eerst was er voor Nederlandse begrippen een ongekende “Indian Summer”. Kan ook uit betrouwbare bronnen (lees: eigen bronnen) verklappen dat studentes welhaast rokjes moeten hebben uitgevonden. Het was in Amsterdam een fleurige bedoeling en de terrassen hadden grote aantrekkingskracht. Een verleiding die ook ik niet altijd kon weerstaan.

Om de eerstejaars rechtenstudenten – zoals ik – alvast te laten wennen, was er na 3 weken al een deeltentamen ingepland. De verschillen tussen normatief en beschrijvend rechtspositivisme en andere elementaire gedachtes uit het recht moesten goed bestudeerd worden. Na dit (deel-) tentamen was ik al een eerste illusie armer. Om een multiple choice tentamen met bovengemiddeld goed gevolg af te leggen dien je de stof écht goed te beheersen. M’n makkelijke excuus hiervoor – MC is niet mijn ding – telt natuurlijk niet.

Ondertussen vlogen de werkgroep-opdrachten mij om de oren. Ondanks m’n lage eindexamencijfers (minimaal een zesje was destijds de norm) ben ik wel “toegelaten” tot de Triple-A werkgroep voor de ambitieuzere student. Een mooi, gevarieerd en gemotiveerd gezelschap. In de whatsapp van deze werkgroep komen de leukste uitnodigingen langs, zoals voor een “Motherfucking Vet Hiphop Feest” en ook voor gezellige borrels op het terras na de vrijdagcolleges. Ik heb het nog niet aangedurfd, en dat lijkt me voorlopig beter ook. Het leeftijdsverschil is evident. De jongste medestudent is 17 jaar, de oudste is 24 jaar, en dan komt deze “Opa”…. Hoewel ik ondertussen géén “meneer” meer wordt genoemd. Dat gat is in ieder geval gedicht.

Het (wekelijkse) huiswerk dient via een digitaal werkboek “ingeleverd” te worden. Van enig rustmoment is dan ook géén sprake, dus met alle colleges en werkcolleges erbij ben ik iedere dag zeker drie uur “aan de studie”. Dat verklaart waarschijnlijk ook de term “voltijdstudie”, denk ik. Had ik dit wel helemaal voorzien? Mijn dagelijkse werkzaamheden vragen nog steeds ook de nodige tijd en aandacht. Zo heb ik nog steeds TunFun Speelpark en ook mijn andere investeringen lopen door, hoewel ik die aan het afbouwen ben.

Planning en discipline zijn weer het toverwoord geworden. Zo zit ik regelmatig op zondag tegelijkertijd met m’n drie dochters (allen middelbare scholieren) aan de eettafel voor het maken van het huiswerk. Met m’n dikke wetboeken op tafel maak ik altijd nog een beetje indruk: “Papa, moet je die boeken ook leren?”

Ook mijn huiswerk wordt nagekeken door de docent. Wist niet dat ik nog echt blij kon worden van opmerkingen, als “sterke annotatie” (annotatie = geschreven juridisch commentaar op een rechterlijke uitspraak) of “uitstekende inleiding”. Naar de werkgroepen ga ik dan ook met plezier. Dit zijn overigens gewoon klassen (met 25 studenten) en niet de werkgroepen van vroeger, waar je met drie, soms maximaal vier studenten samen iets moest uitwerken. Ook dat was toen al een hele opgave, zeker omdat alle hedendaagse communicatiemiddelen ontbraken.

De colleges (3x twee uur per week) zijn vaak wat langdradig, hoewel de docenten meer dan hun best doen (soms teveel dus) om het levendig te houden. Ondertussen heb ik uitgevonden dat je deze colleges ook versneld op je eigen computer integraal kunt terugluisteren, een hele verbetering ten opzichte van vroeger. Dat werkt voor mij uitstekend en scheelt de nodige (reis-)tijd.

Een gastcollege, dat ik persé niet wilde missen, was van de bekende strafpleiter Peter Plasman. Hij wist wederom zeer boeiend over zijn vak te praten “het gaat om overtuiging” en blijft de persoon, waardoor ikzelf mede sterk geïnspireerd ben geraakt om deze mooie uitdaging aan te gaan.

Nu is net het eerste studieblok afgesloten met het eindtentamen. Ondanks al mijn studie-ervaring (mag ik toch zeggen bij derde studie) blijft het moeilijk om precies het goede te doen, met als gevolg een in mijn ogen te marginaal resultaat. Ben dan ook zeker géén model-student, en zal dat ook nooit worden. De eerste studiepunten zijn in ieder geval binnen, kortom ”de kop is eraf”.

Het volgen van deze studie kost trouwens best een paar centen, want voor mij is collegegeld niet meer van toepassing. Volgens het Wettelijk Collegegeld (staat écht in de wet, heb het gecheckt), moet ik het veel hogere instellingsgeld betalen. En dat terwijl ik ook al géén StuFi meer krijg… Met de alsmaar stijgende huurprijzen in Amsterdam (arme studenten!) is medelijden met mij nog niet nodig.

Zie het nu allemaal nog maar even als “warm lopen”, maar heb nog geen seconde spijt van mijn keuze. Het is net als bij investeren “de kunst is niet de sprint te winnen, maar juist om de marathon te volbrengen”. Nu heb ik echter deze keer wel één lange sprint in gedachte…
wetbundels

Back to school

Had nooit gedacht dat ik ooit nog een blog zou beginnen. Iemand (lees: mijn vrouw) zei: “al die dingen, die je nu weer gaat meemaken als student moet je bloggen”… Mijn kinderen hadden het trouwens over “vloggen”. Dat bloggen is hartstikke ouderwets…

Natuurlijk merkte ik in mijn omgeving al dat er met enige nieuwsgierigheid, afgunst en ook zeker afkeer gekeken werd naar mijn besluit om weer de studiebanken op te zoeken. “Hoezo ga je weer studeren?” “Wat?” Rechten… “Hoezo Rechten?” En al snel ging het daarna over “Kan je lekker weer op kamers gaan wonen?” ”Moet je weer lid worden!” totaan “Krijg je weer korting met je studentenpas…”

Het duurde even voordat de serieuze reacties kwamen met vragen als wat ik er precies mee wilde (Antwoord: “Strafpleiter worden!”) en hoe ik ertoe gekomen ben. Daarover zeker later meer.

Bij feesten en partijen is het in ieder geval een leuk onderwerp. Nu is het moment echter aangebroken dat het gaat beginnen. Terwijl in diverse steden de introweken volop aan de gang zijn – met mooie chillfeesten, zo staat te lezen op de wervende affiches – heb ik vandaag de onderwijsintroductiedag gehad. Ik heb m’n nieuwe studie matties ontmoet. Natuurlijk word ik nog regelmatig met U aangesproken, en zelfs “meneer” hoor ik afentoe fluisterend in mijn oor. Zo gek is dat niet… Deze jonge frisse (en waarschijnlijk slimme) scholieren zijn geboren rond 1997/1998.

Tsja, wat deed ik in dat jaar. Ik kan me in ieder geval nog het WK voetbal (1998) in Frankrijk herinneren. In Marseille was ik getuige van een soevereine 5-0 overwinning tegen Zuid-Korea. Dat zou het huidige Oranje niet meer lukken. Waarschijnlijk is het volgende WK waaraan wij morgen meedoen in 2030. Gelukkig is “lange afstand zwemmen” (doen maar weinig mensen) ook een mooie sport, zo weten we sinds deze Olympische Zomer in Rio. Wel een ongelooflijk gave stad!

Eind jaren negentig werd ik volwassen, vroeg ik mijn vrouw ten huwelijk en snel daarna werden onze kinderen geboren. Elders werden kinderen geboren, waarmee ik nu in de collegebanken zit. Na een paar weken kan ik al zeggen dat dit studeren mij nu al zo’n 15 jaar jonger maakt (lees: “doet voelen”)!

Ondertussen heb ik ook de boeken -een behoorlijke stapel, zeker ook met een paar dikke wetboeken-  bemachtigd voor het eerste blok en ik kan grappig genoeg bijna niet wachten om te beginnen. Dat is een gevoel dat ik bij m’n eerdere studies bedrijfskunde en economie nooit zo ervaren heb.

Heb het boek “Grondslagen van het Recht – Hoofdlijnen” al vrijwillig opengeslagen en voorzie dat ik mijn huiswerk – het lezen van de eerste drie hoofdstukken daarvan vóór het eerste college – ook ga volbrengen. Werkcolleges volgen snel daarna. Mentoruur om je wegwijs te maken als student. Tegenwoordig moet je je huiswerk digitaal inleveren, dus het ouderwetse overschrijven en later konden we ook kopiëren, is er niet meer bij…

Destijds was het studeren een doel op zich. Met de minimale inspanning het maximale resultaat behalen, dan was je goed bezig! In het totaal heb ik destijds zeven jaar van genoten van een fantastische studietijd. Nu ligt het ambitieniveau iets hoger, en zeker iets sneller.

Zonder de afleiding van kroegavonden, feesten & partijen, en een grote hoeveelheid vrienden en vriendinnen, die precies zo dachten, moet het mogelijk zijn om een studie in veel rapper tempo af te ronden. Het doel is nu niet het studeren, maar juist wat daarna komt. Deze man wil strafpleiter worden, en heeft z’n slogan al klaarliggen: Bel Eddie, je zou er een moord voor doen!