Holleeder = big business

Op dit moment lees ik het boek “Judas” geschreven door de zus van… Mocht blij zijn dat iemand het mij cadeau gaf, want 80.000 exemplaren waren binnen een dag uitverkocht. Holleeder is dus nog steeds “big business”.

In de jaren tachtig was het ontvoeren van mensen redelijk “gewoon”. Nog niet gehinderd door alle moderne GPS-trackers werden we regelmatig opgeschrikt door ontvoeringen, die overigens vaak heel amateuristisch oogden. Kan me als eerste nog die van de Amsterdamse zakenman Maup Caransa herinneren en natuurlijk in 1983 de nog steeds spraakmakende ontvoering van Alfred Heineken en zijn chauffeur Ab Doderer. Tot op de dag van vandaag houdt Willem Holleeder de gemoederen bezig.

Als middelbare scholier begin jaren tachtig moest ik het doen met twee zenders op televisie (Nederland 1 en 2). Je keek samen met de rest van Nederland (miljoenen kijkers dus) naar dezelfde programma’s zoals “Avro’s Wie-kent-kwis”, gepresenteerd door Fred Oster, maar bovenal met een stel cavia’s in de hoofdrol luisterend naar illustere namen als Jos Brink, André van Duin, Simon Tahamata, Sjakie Swart en Mieke Telkamp. Ook de 1-2-3 show van Ted de Braak met het populaire onderdeel, waarbij je stokjes moest vangen, was toen een “must see”.

Zeer begrijpelijk dus dat de Heineken ontvoering en alle ontwikkelingen daarbij veel aandacht kregen van de media. Dat was geen spelshow, maar echte “reality”. Als opgroeiende puber volgde ik alle ontwikkelingen, en met name ook de triviale zaken eromheen, met spanning en interesse. Het losgeld van 35 miljoen gulden (circa 16 miljoen euro, ter info voor de jeugdige lezers) werd verdeeld over vijf zakken met kleine coupures via een dolle “autorally” -voor de ontvoerders succesvol- overgedragen bij een viaduct in Maarsbergen. Ben er ooit weleens gestopt om te kijken, waar het precies was.

Iedereen herinnert zich ook nog de publieke communicatie tussen politie en ontvoerders via krantenadvertenties -in de krant van wakker Nederland natuurlijk- met “gecodeerde” boodschappen, zoals: “wacht op telefoon van de Adelaar” en “het eiland is groen voor de Haas”. Mobieltjes bestonden toen natuurlijk nog niet. Zo weet ik sinds die tijd hoe een Romneyloods eruit ziet (met zo’n rond dak zonder muren); hierin werden Heineken en Doderer namelijk verborgen gehouden en later uit bevrijd. Zelfs tot enkele jaren geleden was deze loods nog onderdeel van de “Heineken Kidnap Tour”. Een nogal bijzondere vorm van “donker” toerisme, waar men een bustour maakte langs alle locaties, die een rol speelden bij de Heineken ontvoering. Tegenwoordig schijnt de ontvoering in “Escape Rooms” nagespeeld te worden; aan dat nieuwe fenomeen heb ik me eerlijk gezegd nog niet gewaagd.

Na de ontknoping destijds begon de klopjacht op de ontvoerders (vijf in totaal), waarbij al snel de eerste twee werden gearresteerd, nummer drie gaf zichzelf aan (maar ontsnapte later weer), terwijl Cor van Hout en Willem Holleeder vluchtten naar Frankrijk. Hier werden zij enkele maanden later gearresteerd. Op advies van hun advocaat Max Moszkowicz sr. stemden zij echter niet in met overbrenging naar Nederland. Een juridisch interessante zaak toen aangezien er geen uitleveringsverdrag bestond tussen Nederland en Frankrijk. Dit leidde er zelfs toe dat de heren een “Hotelarrest” zouden krijgen op het tropische eiland Sint Maarten (in Franse deel daarvan), maar daar waren ze als criminelen niet welkom. Na enige omzwervingen zijn ze uiteindelijk wel uitgeleverd aan Nederland.

Toen in 1987 het boek “De ontvoering van Alfred Heineken” van Peter R. De Vries verscheen, werd dat door mij dan ook verslonden. Dit boek is overigens eindeloos herdrukt en aangevuld; het wordt tot op de dag van vandaag nog verkocht (27e druk – ruim 500.00 exemplaren). Met de vuistregel dat een schrijver zo’n 15% van nettoprijs (winkelprijs minus 6% Btw) krijgt (en bij bestsellers neemt dit percentage snel toe) heeft dit Peter R. de Vries geen windeieren gelegd. Kan iemand mij trouwens uitleggen waar die “magische R.” in z’n naam voor staat, of is dat slechts om de meest voorkomende achternaam enig cachet te geven? Van marketing heeft Peter R. wel kaas gegeten, ook het zinnetje in zijn Misdaadprogramma is legendarisch: “Zorg dat u klaar zit, dan heeft u altijd een alibi”…

Nadat we in 2012 nog Willem Holleeder als een soort “knuffelcrimineel” bij College Tour te gast was (de persiflage hierop van Koefnoen is trouwens nog briljanter dan de echte uitzending, zeker moeite waard om op Youtube even te bekijken), zit hij nu al weer sinds eind 2014 vast op verdenking van menige liquidatie. Astrid, zijn zus, schrijver van het boek “Judas” en bovendien zelf strafrechtadvocate heeft in die jaren meerdere gesprekken met haar broer opgenomen en verklaringen bij de politie afgelegd. Nu heeft zij dit alles op indringende wijze aan het papier toevertrouwd. Hoorde net trouwens dat er nu een documentaire over hem uitkomt. Blijft nog wel even “big business” dus…

De Zutphense Juffrouw

Zo langzamerhand is het nieuwe van mijn “studentenleven 3.0” er wel beetje af. Het bloggen heeft daarbij wel goed geholpen. Allereerst een prima manier om mijn “frustratie” (waarom lukt het niet wat hogere cijfers te halen?) van mij af te schrijven, daarnaast is het ook een hele efficiënte manier om iedereen die graag over mijn belevenissen wil horen te informeren. De vele positieve reacties worden erg gewaardeerd.

Ik begin al beetje last te krijgen van “beroepsdeformatie”. Daarmee doel ik niet op het student zijn (dat bevalt goed), maar meer op mijn ambitie om advocaat te worden. Met meer interesse dan ooit (die was er natuurlijk al) duik ik op al het nieuws, zéker wanneer het strafrechtzaken betreft. Gelukkig krijg je in deze studie aan de lopende band arresten te lezen. Dit studieblok kent onder andere het vak Aansprakelijkheidsrecht met allerlei “herkenbare” situaties, waarin een mens verzeild kan raken.

Natuurlijk ga ik jullie niet lastigvallen met allerlei juridisch prietpraat, daar mogen jullie mij als jurist later juist voor inhuren. Dat gaat je geld kosten. Wel heb ik ontdekt dat belangrijke arresten (ook wel “baanbrekend” genoemd) meestal een eigen naam of omschrijving hebben gekregen, zodat deze voor iedere jurist direct herkenbaar zijn. “De Zutphense Juffrouw” is dan ook helaas geen woest aantrekkelijke dame, die ons college geeft, maar de benaming van een belanghebbend arrest uit 1909 (inderdaad géén typefout).

Ruim honderd jaar geleden werd in Zutphen mejuffrouw Margrietje de Vries middenin de nacht wakker gebeld door haar buurman meneer Nijhof met het verzoek of zij bereid was de hoofdkraan, die zich in haar bovenwoning bevond, dicht te draaien. De waterleiding in het pakhuis van Nijhof, waar hij een grote hoeveelheid leer had opgeslagen, was gesprongen door de strenge vorst. Margrietje weigerde dit, zij vond dat Nijhof haar een beetje ’s-nachts aan het “stalken” was…

Om een lang verhaal kort te maken. Destijds besliste de Hoge Raad dat Margrietje niet onrechtmatig had gehandeld naar de letter van de wet. Nergens stond dat zij de plicht had dit te doen. Tegenwoordig spreken we vaak wel van een onrechtmatige daad als iemand iets doet in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. In normaal Nederlands de “zorgvuldigheidseis”. Voor de juristen onder u; deze verruiming is er sinds een ander arrest, te weten Lindenbaum-Cohen, ook een klassieker.

Zo lijken er in het recht meer uitzonderingen te zijn dan regels. Dat maakt het waarschijnlijk ook zo’n boeiende materie. Nu zie ik in bepaalde zin ook wel gelijkenissen met het ondernemerschap. Men zegt weleens dat kennis (in het algemeen) ondernemerschap hindert, omdat een ondernemer (in de dop) uit angst voor alles dat er kan misgaan, daardoor niet écht durft te gaan ondernemen. Bij het verkrijgen van steeds meer juridische bagage ziet men ook steeds meer de risico’s en gevaren van wat er allemaal kan gebeuren.

Zo is bekend dat ongeveer 50% van de automobilisten in Nederland (zo’n 8 miljoen) weleens de telefoon gebruikt in z’n auto. Naar schatting vallen er jaarlijks 10 à 15 doden doordat automobilisten zitten te bellen of te appen. We weten allemaal dat het verboden is om in de auto te bellen met de telefoon in de hand. Als de mobiele in de houder zit, is appen of sms’en op zichzelf niet strafbaar (heb het nog even nagezocht in wet). Maar als de bestuurder de veiligheid in gevaar brengt, dan is hij wél strafbaar. Ik maak me er zelf ook regelmatig schuldig aan. De pakkans is klein, zie agenten al niet eens meer raar opkijken, als ze je zien bellen. Waarschijnlijk doen zij het zelf ook buiten werktijd. Toch kunnen de gevolgen van onoplettendheid in het verkeer voor alle betrokken partijen verschrikkelijk zijn. Ga op dit vlak proberen m’n leven te beteren!

Terwijl het water met bakken uit de hemel komt, pak ik de studieboeken er maar weer eens bij. Het vak Constitutioneel Recht kent behoorlijk wat saaie kost. Ook dat hoort erbij, maar mocht je binnenkort dus toevallig met een jurist (ongeacht van welke generatie) aan een borrel staan, begin dan nonchalant over de Zutphense Juffrouw. Zeker weten dat je indruk maakt. Misschien was zij overigens wel een aantrekkelijke dame, maar dat vertelt de geschiedenis niet. Heb haar in ieder geval niet op Facebook kunnen terugvinden. Dat waren honderd jaar geleden nog eens rustige tijden.

Back to reality

Ondertussen een studieblok en een tentamen verder ben ik weer “back to reality”. Eerst was er voor Nederlandse begrippen een ongekende “Indian Summer”. Kan ook uit betrouwbare bronnen (lees: eigen bronnen) verklappen dat studentes welhaast rokjes moeten hebben uitgevonden. Het was in Amsterdam een fleurige bedoeling en de terrassen hadden grote aantrekkingskracht. Een verleiding die ook ik niet altijd kon weerstaan.

Om de eerstejaars rechtenstudenten – zoals ik – alvast te laten wennen, was er na 3 weken al een deeltentamen ingepland. De verschillen tussen normatief en beschrijvend rechtspositivisme en andere elementaire gedachtes uit het recht moesten goed bestudeerd worden. Na dit (deel-) tentamen was ik al een eerste illusie armer. Om een multiple choice tentamen met bovengemiddeld goed gevolg af te leggen dien je de stof écht goed te beheersen. M’n makkelijke excuus hiervoor – MC is niet mijn ding – telt natuurlijk niet.

Ondertussen vlogen de werkgroep-opdrachten mij om de oren. Ondanks m’n lage eindexamencijfers (minimaal een zesje was destijds de norm) ben ik wel “toegelaten” tot de Triple-A werkgroep voor de ambitieuzere student. Een mooi, gevarieerd en gemotiveerd gezelschap. In de whatsapp van deze werkgroep komen de leukste uitnodigingen langs, zoals voor een “Motherfucking Vet Hiphop Feest” en ook voor gezellige borrels op het terras na de vrijdagcolleges. Ik heb het nog niet aangedurfd, en dat lijkt me voorlopig beter ook. Het leeftijdsverschil is evident. De jongste medestudent is 17 jaar, de oudste is 24 jaar, en dan komt deze “Opa”…. Hoewel ik ondertussen géén “meneer” meer wordt genoemd. Dat gat is in ieder geval gedicht.

Het (wekelijkse) huiswerk dient via een digitaal werkboek “ingeleverd” te worden. Van enig rustmoment is dan ook géén sprake, dus met alle colleges en werkcolleges erbij ben ik iedere dag zeker drie uur “aan de studie”. Dat verklaart waarschijnlijk ook de term “voltijdstudie”, denk ik. Had ik dit wel helemaal voorzien? Mijn dagelijkse werkzaamheden vragen nog steeds ook de nodige tijd en aandacht. Zo heb ik nog steeds TunFun Speelpark en ook mijn andere investeringen lopen door, hoewel ik die aan het afbouwen ben.

Planning en discipline zijn weer het toverwoord geworden. Zo zit ik regelmatig op zondag tegelijkertijd met m’n drie dochters (allen middelbare scholieren) aan de eettafel voor het maken van het huiswerk. Met m’n dikke wetboeken op tafel maak ik altijd nog een beetje indruk: “Papa, moet je die boeken ook leren?”

Ook mijn huiswerk wordt nagekeken door de docent. Wist niet dat ik nog echt blij kon worden van opmerkingen, als “sterke annotatie” (annotatie = geschreven juridisch commentaar op een rechterlijke uitspraak) of “uitstekende inleiding”. Naar de werkgroepen ga ik dan ook met plezier. Dit zijn overigens gewoon klassen (met 25 studenten) en niet de werkgroepen van vroeger, waar je met drie, soms maximaal vier studenten samen iets moest uitwerken. Ook dat was toen al een hele opgave, zeker omdat alle hedendaagse communicatiemiddelen ontbraken.

De colleges (3x twee uur per week) zijn vaak wat langdradig, hoewel de docenten meer dan hun best doen (soms teveel dus) om het levendig te houden. Ondertussen heb ik uitgevonden dat je deze colleges ook versneld op je eigen computer integraal kunt terugluisteren, een hele verbetering ten opzichte van vroeger. Dat werkt voor mij uitstekend en scheelt de nodige (reis-)tijd.

Een gastcollege, dat ik persé niet wilde missen, was van de bekende strafpleiter Peter Plasman. Hij wist wederom zeer boeiend over zijn vak te praten “het gaat om overtuiging” en blijft de persoon, waardoor ikzelf mede sterk geïnspireerd ben geraakt om deze mooie uitdaging aan te gaan.

Nu is net het eerste studieblok afgesloten met het eindtentamen. Ondanks al mijn studie-ervaring (mag ik toch zeggen bij derde studie) blijft het moeilijk om precies het goede te doen, met als gevolg een in mijn ogen te marginaal resultaat. Ben dan ook zeker géén model-student, en zal dat ook nooit worden. De eerste studiepunten zijn in ieder geval binnen, kortom ”de kop is eraf”.

Het volgen van deze studie kost trouwens best een paar centen, want voor mij is collegegeld niet meer van toepassing. Volgens het Wettelijk Collegegeld (staat écht in de wet, heb het gecheckt), moet ik het veel hogere instellingsgeld betalen. En dat terwijl ik ook al géén StuFi meer krijg… Met de alsmaar stijgende huurprijzen in Amsterdam (arme studenten!) is medelijden met mij nog niet nodig.

Zie het nu allemaal nog maar even als “warm lopen”, maar heb nog geen seconde spijt van mijn keuze. Het is net als bij investeren “de kunst is niet de sprint te winnen, maar juist om de marathon te volbrengen”. Nu heb ik echter deze keer wel één lange sprint in gedachte…
wetbundels

Back to school

Had nooit gedacht dat ik ooit nog een blog zou beginnen. Iemand (lees: mijn vrouw) zei: “al die dingen, die je nu weer gaat meemaken als student moet je bloggen”… Mijn kinderen hadden het trouwens over “vloggen”. Dat bloggen is hartstikke ouderwets…

Natuurlijk merkte ik in mijn omgeving al dat er met enige nieuwsgierigheid, afgunst en ook zeker afkeer gekeken werd naar mijn besluit om weer de studiebanken op te zoeken. “Hoezo ga je weer studeren?” “Wat?” Rechten… “Hoezo Rechten?” En al snel ging het daarna over “Kan je lekker weer op kamers gaan wonen?” ”Moet je weer lid worden!” totaan “Krijg je weer korting met je studentenpas…”

Het duurde even voordat de serieuze reacties kwamen met vragen als wat ik er precies mee wilde (Antwoord: “Strafpleiter worden!”) en hoe ik ertoe gekomen ben. Daarover zeker later meer.

Bij feesten en partijen is het in ieder geval een leuk onderwerp. Nu is het moment echter aangebroken dat het gaat beginnen. Terwijl in diverse steden de introweken volop aan de gang zijn – met mooie chillfeesten, zo staat te lezen op de wervende affiches – heb ik vandaag de onderwijsintroductiedag gehad. Ik heb m’n nieuwe studie matties ontmoet. Natuurlijk word ik nog regelmatig met U aangesproken, en zelfs “meneer” hoor ik afentoe fluisterend in mijn oor. Zo gek is dat niet… Deze jonge frisse (en waarschijnlijk slimme) scholieren zijn geboren rond 1997/1998.

Tsja, wat deed ik in dat jaar. Ik kan me in ieder geval nog het WK voetbal (1998) in Frankrijk herinneren. In Marseille was ik getuige van een soevereine 5-0 overwinning tegen Zuid-Korea. Dat zou het huidige Oranje niet meer lukken. Waarschijnlijk is het volgende WK waaraan wij morgen meedoen in 2030. Gelukkig is “lange afstand zwemmen” (doen maar weinig mensen) ook een mooie sport, zo weten we sinds deze Olympische Zomer in Rio. Wel een ongelooflijk gave stad!

Eind jaren negentig werd ik volwassen, vroeg ik mijn vrouw ten huwelijk en snel daarna werden onze kinderen geboren. Elders werden kinderen geboren, waarmee ik nu in de collegebanken zit. Na een paar weken kan ik al zeggen dat dit studeren mij nu al zo’n 15 jaar jonger maakt (lees: “doet voelen”)!

Ondertussen heb ik ook de boeken -een behoorlijke stapel, zeker ook met een paar dikke wetboeken-  bemachtigd voor het eerste blok en ik kan grappig genoeg bijna niet wachten om te beginnen. Dat is een gevoel dat ik bij m’n eerdere studies bedrijfskunde en economie nooit zo ervaren heb.

Heb het boek “Grondslagen van het Recht – Hoofdlijnen” al vrijwillig opengeslagen en voorzie dat ik mijn huiswerk – het lezen van de eerste drie hoofdstukken daarvan vóór het eerste college – ook ga volbrengen. Werkcolleges volgen snel daarna. Mentoruur om je wegwijs te maken als student. Tegenwoordig moet je je huiswerk digitaal inleveren, dus het ouderwetse overschrijven en later konden we ook kopiëren, is er niet meer bij…

Destijds was het studeren een doel op zich. Met de minimale inspanning het maximale resultaat behalen, dan was je goed bezig! In het totaal heb ik destijds zeven jaar van genoten van een fantastische studietijd. Nu ligt het ambitieniveau iets hoger, en zeker iets sneller.

Zonder de afleiding van kroegavonden, feesten & partijen, en een grote hoeveelheid vrienden en vriendinnen, die precies zo dachten, moet het mogelijk zijn om een studie in veel rapper tempo af te ronden. Het doel is nu niet het studeren, maar juist wat daarna komt. Deze man wil strafpleiter worden, en heeft z’n slogan al klaarliggen: Bel Eddie, je zou er een moord voor doen!