Reflectie

De zomerperiode is een mooi moment om terug te kijken op een bewogen studiejaar. Terwijl ik staar naar helder zwembadwater, hou ik mijzelf een spiegel voor om stil te staan bij wat het afgelopen jaar mij gebracht heeft.

Allereerst een karrevracht aan studiepunten. Heb nooit eerder -tijdens mijn vorige studies- meer punten in één jaar gehaald dan deze keer. Naast alle eerstejaarsvakken – heb er overigens één helemaal “geskipt”, te weten Europese Rechtsgeschiedenis – heb ik ook een paar derdejaarsvakken gehaald. Dit alles heeft uiteindelijk geleid tot een score van 66 échte studiepunten (één studiejaar = 60 punten) plus nog een vrijstelling voor 30 studiepunten op basis van m’n eerdere studies ter invulling van de vrije keuzeruimte. Kortom: heb m’n BSA (“bindend studieadvies”) ruim gehaald en mag dus rechten blijven studeren aan de UvA. Voor wat het waard is…

Heb er bewust voor gekozen om als voltijdstudent de studie aan te vliegen in de meest intensieve vorm. Nu dat heb ik geweten. Tegenwoordig word je wekelijks geconfronteerd met “harde deadlines”. Inleveren van je huiswerk, schrijven van korte essays, reviewen van je medestudenten, je eigen beoordeling op tijd teruglezen etc. Merk dat je continu iets “moet”, het stopt nooit. Ik ben nog van het studeren oude stijl (25 tot 30 jaar geleden dus), waarbij je eerst 8 weken volledig in relax-modus zat om tenslotte de laatste twee weken bikkelhard te studeren om de benodigde resultaten te halen. Die manier van studeren zie ik niet meer terug.

Nu er bijna drie keer zoveel mensen studeren als destijds (98.809 zijn er dit studiejaar gestart, waarvan bijna de helft met een universitaire studie) is er bij studenten absoluut besef dat je iets moet presteren tijdens je studie om carrièreperspectief te hebben. Zo ook bij de 5.500 eerstejaars rechtenstudenten, waarvan circa 500 bij “mijn” UvA.

Ik kan je zeggen, er zitten echt wat “bright guys” bij, waarvan ongeveer 60% dames overigens. Voor mij als “oudere jongere”, die een beduidend grotere inspanning moet leveren om dezelfde lappen stof tot zich te nemen, dan ook een hele uitdaging om deze slimmeriken bij te benen. Hoewel alle tentamens gehaald, kan ik niet zeggen dat ik dat op honours-niveau heb gedaan tenzij je mijn lijst ondersteboven houdt. Zijn de kids tegenwoordig dan allemaal zo slim geworden? Ik denk van niet, maar uit de grote hoeveelheid studenten komen de beste snel bovendrijven. Je moet echt wel gedisciplineerd zijn om deze (schoolse) druk van presteren aan te kunnen. De faculteit kan zich eigenlijk (financieel) geen hoge uitval permitteren, maar ook de kwaliteit blijft belangrijk. Het draait dan ook om “studiesucces”, een door de faculteit gebruikte term (ook als in “Studiesuccesbeleid” – mooi woord voor galgje). Om dit te bevorderen (ruim 60% stroomt nu door naar het tweede jaar) heeft de faculteit een streng regime. Toen ik een medestudente, die zich namens de rechtenstudenten voor de studentenraad verkiesbaar had gesteld, vroeg waarvoor haar partij “OpRecht” staat, antwoordde zij “wij zijn tegen verdere verschoolsing van het onderwijs” en liet zij ook het zinsnede “te paternalistisch” vallen. Mijn stem had ze direct.

De beperking van je vrijheid en het ontbreken van autonomie is wat mij het meest frustreerde het afgelopen jaar. Als “eeuwige student” meende ik mij toch te herinneren dat studeren juist het ultieme gevoel van vrijheid betekende. Je was pas echt een “koning” als je op de goede momenten wist de voor jezelf juiste keuzes te maken. Die zelfredzaamheid wordt nu niet meer verlangd. Je wordt simpelweg aan een lijntje meegenomen. Je geest krijgt continu prikkels van Blackboard; dit is de digitale omgeving voor studenten (vergelijkbaar met Magister voor middelbare scholieren, zo weet ik van m’n kinderen). Op Blackboard vind je bijna van minuut tot minuut alle relevante informatie: wat je moet doen, waar je moet zijn, alle hoorcolleges (digitaal terug te luisteren), opdrachten, tentamennummers, oude tentamens, extra stof, cijfers, voortgang etc. Al binnen een paar dagen had ik dit dus in mijn browser als homepage ingesteld, maar het gaat verder. Er is ook een appversie van met meldingen die -als je het zo instelt- de hele tijd op het scherm van je smartphone oplichten. Het wordt een onlosmakelijk deel van je leven. Checkte net ook nog even de whatsapp van m’n studiegroepjes; er zijn ruim 7.500 (onderlinge) berichten verstuurd afgelopen jaar. Daar heb ik zelf ieder geval bovengemiddelde bijdrage aan geleverd. Zo’n digibeet ben ik nu ook weer niet…

Maar wat maakt dan nu een goede jurist? En dan bedoel ik rechten studeren en advocaat worden, en in mijn geval de ambitie van strafrechtadvocaat. Ik denk dat naast de kennis ook zeker kunde van belang is, zoals nauwkeurigheid, taalvaardigheid, rechtvaardigheidsgevoel, kritisch en logisch denkvermogen, analytisch inzicht en ook gedrevenheid. Hoewel ik meen op al deze vlakken wel over ruim voldoende vaardigheden te beschikken, ben ik tot het inzicht gekomen dat er géén groot juridisch denker in mij schuilt. Ik blijf toch de pragmaticus, die meer interesse heeft in wat bruikbaar is, dan wat waar is. In mijn zakelijke activiteiten probeer ik op creatieve manier dingen anders te doen, veranderingen in gang te zetten. Of het nu het realiseren van een ondergronds kinderspeelpark is, of het financieren van (startende) bedrijven, of het steunen van maatschappelijke initiatieven, ik zoek naar vernieuwende en onderscheidende zaken. Daarmee maak ik een verschil.

Als strafrechtadvocaat in spé met in ieder geval nog twee jaar studie -afronding bachelor en master- en stage te gaan, vrees ik niet snel méér “verschil” te gaan maken, dan dat ik nu al doe. Dit heeft mij doen besluiten om met deze studie te stoppen. Dit betekent overigens niet dat het geen waardevol jaar is geweest voor mij.

Integendeel zelfs, ik heb mijzelf in vele opzichten beter leren kennen. Naast het “verschil” dat ik al denk te maken, hecht ik ook veel waarde aan de vrijheid om eigen keuzes te kunnen maken, of dit nu zakelijk of privé is. Afgelopen jaar kon dit regelmatig niet en werd ik er soms -ondanks de vele extra uren thuis- niet gezelliger op. M’n vrouw en kinderen maakten de grap “je wordt grijs” en zagen me afentoe ploeteren en hoorden me morren als er weer van alles “moest”. Big Brother was watching me (niet alléén in 1984, maar ook in 2017)…

Ook heb ik meer begrip gekregen voor wat m’n eigen dochters wellicht binnenkort te wachten staat, als zij hun eigen keuzes gaan maken, zoals bijvoorbeeld studeren. Zij zijn het die al in beginsel tegen mij zeiden: “papa, bloggen is echt ouderwets, je moet gaan vloggen”. Nou, daar ligt voor mij als blogger nog een mooie uitdaging (hier mijn voorland).

De mensen die mij goed kennen, weten dat ik natuurlijk al een “Plan B” heb. Misschien nog wel een stuk interessanter en hipper dan m’n studie-avonturen. Blijf mij dus volgen, dan beloof ik te blijven reflecteren!

Roekeloos

Als mens -en zeker als student- kan je onnadenkend en onbezonnen zijn, maar in juridische zin ben je dat niet zo snel. Zo blijkt een veroordeling voor schuld door roekeloosheid in het verkeer vrij zeldzaam te zijn. Dit levert veel onvrede op en krijgt ook de nodige media-aandacht. Heel recent lazen we in het NRC nog dat “de auto zelden een wapen is”.

Je kunt in Nederland namelijk straalbezopen in een auto stappen (7x de toegestane hoeveelheid), met bijna 50 km/uur de maximale snelheid overschrijden, de controle over het stuur verliezen (rijdend in een voor de beginnende bestuurder onbekende auto), daarmee iemand volledig in kreukels rijden (gelukkig deze keer niet dood) en toch niet veroordeeld worden voor “roekeloos” rijden. Deze uitspraak is hier te vinden. De voorbeelden in de rechtspraak hiervan zijn helaas legio.

Dit is als buitenstaander ongetwijfeld moeilijk te begrijpen, maar denk zeker ook eens aan slachtoffers en/of nabestaanden. In Nederland kan je voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeluk een straf krijgen, die kan variëren van een boete, een taakstraf, ontzegging van de rijbevoegdheid tot een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Gaat het om een overtreding (zoals bellen of appen tijdens het rijden), dan volgt een relatief lichte straf: hoogstens twee maanden hechtenis en €3.900 euro boete. De maximale ontzegging van de rijbevoegdheid is twee jaar.

Is de bestuurder schuldig en gaat het om een misdrijf, dan kan de rechter een beduidend zwaardere straf opleggen: maximaal 9 jaar gevangenisstraf en €20.250 euro boete. Bij roekeloos rijgedrag is het strafmaximum voor een dodelijk ongeluk hoger dan bij lagere categorieën van schuld: 6 jaar gevangenisstraf in plaats van 3 jaar. De rechter kan een verdachte ook vrijspreken, als hij vindt dat de verdachte geen enkele blaam treft. Bijvoorbeeld wanneer hij goed in zijn autospiegels keek, maar een groot bord zijn zicht belemmerde. Kortom: de straf hangt – netals in iedere rechtszaak – sterk af van de omstandigheden en feiten.

Mag in ieder geval duidelijk zijn dat er bij moord of doodslag veel zwaarder gestraft wordt. Het grote verschil is dat in zo’n geval iemand met opzet de ander heeft gedood. Om hiervoor tot een veroordeling te komen, moet deze opzet wel bewezen worden. Bij een dodelijk verkeersongeval is van opzet meestal géén sprake. Wel een poging tot doodslag is bijvoorbeeld het inrijden op een persoon met 25 km/uur. Op basis van de onderzoeksgegevens wordt daarin de kans op een dodelijke afloop bij zo’n snelheid gesteld op in zijn algemeenheid 5%.

Even terug naar de “gewone” automobilist. Deze zal vrijwel nooit de intentie hebben om een ongeluk te veroorzaken, laat staan om iemand te doden. We maken natuurlijk wel fouten in het verkeer (iedereen weet toch dat bellen of appen tijdens het rijden niet veilig is), waarmee we ongewild de dood van een ander kunnen veroorzaken. Toch worden hiervoor aanzienlijk lagere straffen opgelegd dan wanneer er opzet in het spel is. Een bekend voorbeeld is de Poolse man, die in 2013 door behoorlijke onoplettendheid drie mensen doodreed. De uitspraak is hier te vinden met een toelichting erop. De man kreeg een taakstraf van 120 uur.

Het zal niemand verwonderen dat er over lage straffen bij dodelijke verkeersongevallen veel te doen is. Niet alleen de gewone burger begrijpt het vaak niet – het komt veel in het nieuws – maar ook de geleerden vinden dat er iets kan of moet veranderen.

Zonder al teveel in te gaan op de juridische details – heb net een annotatie (zeg maar juridische notitie) geschreven over dit onderwerp – denk ik dat de wetgever hier z’n doel voorbij geschoten is. Door heel specifiek een categorie te creëren voor schuld door roekeloosheid in het verkeer met alle vereisten, die daaraan verbonden zijn, wordt uiteindelijk zelden iemand daarvoor veroordeeld. In het algemeen zal bij roekeloosheid sprake moeten zijn van bewustheid van het risico van ernstige gevolgen, waarbij op zeer lichtzinnige wijze ervan wordt uitgegaan dat deze risico’s zich niet zullen realiseren. Uit de jurisprudentie – het geheel van uitspraken van alle rechters – blijkt dat dit slechts wordt aangenomen in wedstrijdachtige situaties (kat-en-muisspel, achtervolging e.d.) in het verkeer. Zolang je nog de intentie en idee hebt dat je wel goed kunt rijden en/of ontwijken, dan is dit niet “roekeloos” in de zin van de wet. Dat is nu precies het probleem van mensen, die met veel teveel drank op in de auto stappen. Zij denken natuurlijk altijd dat ze nog goed kunnen rijden. Netals de snelheidsmaniak, die steeds net op tijd – totdat het één keer misgaat – de andere weggebruikers weet te ontwijken en denkt dat ie Max Verstappen “himself” is.

In mijn ogen zou het beter zijn om bepaalde gedragingen te benoemen (“objectief”) en daaraan direct een bepaalde strafmaat verbinden (cumulatief bij meerdere misdragingen) ongeacht intenties en/of bijzondere omstandigheden. Het lichte straffen is overigens géén vrijbrief om nu dan maar bellend en whatsappend te blijven rijden – ben daar zelf ook zeker niet heilig in – maar met drank op én ook nog veel te hard scheurend, is écht een schande. Uber heeft immers een taxi voor iedereen, ook voor studenten, betaalbaar gemaakt.

Tip voor al die mensen die nu na alle toetsen, examens en tentamens of om wat voor een reden dan ook eens een avondje los willen gaan, blijf toch altijd een beetje nadenken. Dan doe ik dat ook!

Vergeet me (niet)!

Wellicht niet bij iedereen bekend, maar er bestaat een ”vergeet-mij-recht” bij Google. Dit hebben we te danken aan een arrest van het Europees Hof uit 2014, waarin het recht om vergeten te worden voor het eerst werd bekrachtigd. Sindsdien heeft in principe iedereen de mogelijkheid om zoekmachines zoals Google te vragen om links uit de zoekresultaten te verwijderen.

Via een online formulier kan je een verzoek indienen. Er worden vooral links verwijderd naar zaken die in het verleden speelden en nu niet meer relevant zijn. Denk aan links naar die gênante foto’s uit je studententijd. Dat kiekje van je, waar je met je mond onder een trechter hing, die door vrienden tegelijkertijd continu met drank werd gevuld. De daaropvolgende foto laat zich raden, niemand kan dat binnen houden. Je wilt dat beeld niet eeuwig blijven terugzien… Daar kan je dus tegenwoordig iets aan doen, behalve als je een publiek persoon bent. Dan mag men meer van je weten, vindt men. Zo heeft Google een verzoek afgewezen van een publiek persoon, die links naar artikelen verwijderd wilde hebben waarin werd geschreven dat hij uitkeringsfraude pleegt. Er zijn nog veel meer van dit soort voorbeelden. Google blijkt aan iets meer dan de helft van de verzoeken gehoor te geven.

In dit kader is een recente uitspraak van de Hoge Raad interessant. Het recht op privacy blijkt in beginsel toch zwaarder te wegen. Even in het kort deze casus. Een man werd vijf jaar geleden veroordeeld tot zes jaar cel vanwege poging tot uitlokken van een huurmoord. Artikelen rondom de strafzaak, waarin de man wordt aangeduid met een afkorting van zijn naam, verschijnen in verschillende zoekresultaten van Google. De man wil dat de zoekmachine deze links naar de desbetreffende artikelen uit de zoekresultaten verwijdert. Google weigert het verzoek van de man in te willigen en stelt zich op het standpunt dat het publieke belang op informatie prevaleert. Google kreeg in eerste aanleg (bij de rechtbank) en in hoger beroep (bij het Hof) gelijk. Op vrijdag 24 februari 2017 oordeelde de Hoge Raad echter dat het recht op privacy in de regel zwaarder weegt dan het recht van burgers om zich te informeren. Tot nu toe hadden rechters vaak het belang van vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie net zo zwaar laten wegen als het recht op privacy van het individu.

Ook tijdens je studie word je goed in de gaten gehouden. Niet alleen dien je voor de meeste vakken wekelijks digitaal je huiswerk in te leveren, maar ook het (achteraf) bekijken van de gemiste colleges blijkt toch niet geheel vrijblijvend. Een paar weken geleden -vlak voor de tentamens- wist m’n juf te melden aan de hele werkgroep, dat wij toch ook écht naar de “B” Hoorcolleges moesten kijken, want dat behoorde ook tot de verplichte tentamenstof. Zij voegde er nog even vlug aan toe, dat ze ook precies kon zien, wie wel en wie niet een bepaald college had teruggekeken. Hetzelfde geldt voor het (digitaal) ingeleverde huiswerk. Bij bijna iedere les krijg je te horen of je nog wel voldoet aan de eisen; het niet inleveren van het huiswerk kan namelijk tot sancties leiden, dit kan variëren van uitgesloten worden voor het volgen van het intensieve werkgroep onderwijs tot aan in het uiterste geval het tentamen niet meer mogen maken (dus daarmee het vak niet kunnen halen).

Men kan ook precies zien in welke tempo online testvragen door de student gemaakt worden; doe je dit te snel dan zal je de antwoorden wel niet “zelf” bedacht hebben of ga je te langzaam, dan ben je géén hoogvlieger. In praktijk zorgt dit ervoor dat studenten op creatieve wijze op zoek gaan naar de goede antwoorden op de opdrachtvragen. Online wordt dit allemaal gefaciliteerd tegen betaling; dat is “booming business” waarover ik eerder schreef. De luie student neemt het goede antwoord letterlijk over en valt dan meestal direct door de mand bij de docent. Deze ziet meerdere studenten exact hetzelfde antwoord geven of gebruikt wellicht zelfs een plagiaatscanner daarbij (heb ik van horen zeggen). En ook ik, als brave student, maak me natuurlijk af en toe schuldig aan het “lenen” van andermans werk, maar ben nog net snugger genoeg om het zodanig te herschrijven, dat het niet in de gaten loopt. Dit alles zorgt er natuurlijk wel voor dat we met z’n alleen een soort kat-en-muisspel spelen.

Het feit dat de mens continu in de gaten gehouden worden, zorgt ervoor dat we afwijkend en non-conformistisch gedrag zoveel mogelijk proberen te vermijden. Door overal onze “digitale sporen” achter te laten zijn we permanent zichtbaar. Volgens één van de grootste filosofen uit de tweede helft van vorige eeuw Michiel Foucault (een Fransman) leidt dit ertoe dat we onszelf gaan disciplineren. Dat zou een inbreuk op onze vrijheid van denken en handelen betekenen. Het is een andere Amerikaanse filosoof Jeffrey Reiman (geboren in 1942) die een aantal risico’s ziet voor onze privacy, als gevolg van de mogelijkheid dat anderen een gedetailleerd beeld van ons privéleven kunnen krijgen. We worden kwetsbaar voor sociale druk, controle of manipulatie. Het kan ook leiden tot een beperking van onze vrijheid. Zelfs zodanig dat we bijna een soort signaal krijgen dat we niet aan onszelf, maar aan anderen toebehoren. Reiman omschrijft het ook als een psychopolitieke metamorfose; permanente surveillance leidt op den duur tot een verarming van het innerlijke leven, namelijk dat je je niet meer vrij voelt om te denken en te doen wat je wilt. Daadwerkelijke observatie is daarvoor niet eens meer nodig, alléén het idee van zichtbaarheid is al voldoende.

Hoop dat m’n (jonge) studiegenoten zich nog voldoende kunnen ontwikkelen tot vrije en onafhankelijke denkers. Zo moet een mens afentoe dingen kunnen doen, die een ander niet hoeft te weten of maar snel moet vergeten. Dat laatste is ondertussen gelukkig een recht geworden dus.

Zelfoverschatting

Toen ik met redelijk gemak, terwijl ik gemiddeld zo’n 2 tot 3 uur per dag aan m’n studie besteedde, de eerste tentamens haalde (over de cijfers heb ik eerder geschreven), dacht ik direct dat ik wel het tempo van de studie een beetje kon opvoeren. Ondertussen ben ik een illusie armer. Ik heb nu voor het eerst een tentamen niet gehaald. Een extra vak, twee tentamens op een dag… Typisch een geval van zelfoverschatting.

Naast de reguliere eerstejaars vakken ben ik in het vorige blok ook met derdejaars vakken begonnen. Hoewel ik nu al beduidend meer tijd aan m’n studie besteed dan ik ooit in het verleden op regelmatige basis in enige studie heb gestopt, heb ik mijn dagelijkse studie-inspanning opgevoerd naar zo’n 4 uur gemiddeld per dag. Dit is inclusief de verplichte contacturen (6 uur per week in de vorm van werkgroepen) en het online terugluisteren van alle gemiste hoorcolleges. Deze online-faciliteit is uitstekend geregeld. Interessante stukken kunnen in alle rust nog even teruggespoeld worden, maar nog vaker worden de minder boeiende delen met verhoogde snelheid (factor 2) afgeluisterd. Hoorde laatst overigens een docent zeggen dat de faculteit erover nadenkt om deze service weer op te heffen. Terug in de tijd lijkt mij. Je zou juist verwachten dat de -met talent voor het geven van aansprekende colleges – begenadigde docenten in de toekomst hun toedrachten in een inspirerende omgeving of zelfs studio zullen gaan opnemen. In Amerika is dit al gemeengoed. Hiermee kunnen professoren veel meer studenten over een periode van jaren boeien. Zo zijn de colleges van de Amerikaanse professor Michael Sandel echt de moeite waard, zie hier.

De werkgroepen zijn verplicht. In deze intensieve werkgroepen, zoals ze omschreven worden, is er plaats voor verdieping en verbreding. Zo’n groep bestaat tegenwoordig uit circa 25 studenten, dus je zou ook gewoon van een “klas” kunnen spreken. De eerste blokken hadden we zelfs een (goeie!) klassenvertegenwoordiger. M’n kinderen zouden er zeker van “huiveren” als ik ze dit vertel. Zij denken nu nog dat het door hun geaspireerde studentenleven er ééntje wordt van veel vrijheid. Ik kan ze uit de droom helpen. De tijden zijn echt veranderd. Het is een soort “hoge school” geworden. Big Brother (in de vorm van Blackboard; zeg maar het magister voor studenten) is watching you. Continu deadlines voor het inleveren van je huiswerk. Soms het reviewen van het werk van je medestudenten. Het vermogen tot zelfwerkzaamheid van studenten wordt niet echt meer ontwikkeld. Je wordt simpelweg aan de hand meegenomen. Ieder moment van de dag is duidelijk wat er van je verwacht wordt.

Voor m’n gevoel ben ik op dit moment écht “full-time” aan het studeren. Heb amper tijd voor m’n zakelijke beslommeringen. Ook dat leven gaat door. Stel je voor dat ik daarnaast -net als m’n studiematties- nog de partner van m’n leven zou moeten “vinden”, dan weet ik niet of ik daar wel voldoende tijd voor zou hebben. Wat een geluk dat ik toen al de vrouw van m’n leven heb gevonden. Deze week zijn we overigens precies 17 jaar “Happily Married”, de tijd vliegt…

Zoals gezegd sta ik weer even met beide benen op de grond. M’n ouwe studievrienden, waarvan een groot aantal rechten studeerde (overigens wel allen “netjes” in zes jaar) hebben mij even hard uitgelachen. Word nu ook regelmatig “om de oren geslagen” met m’n eigen uitspraak (ik studeerde zelf economie): “Het moeilijkste van je rechtenstudie is het halen van je VWO diploma”…

Zelfoverschatting is gelukkig iets, waar meer mensen last van hebben. We hadden tot voor kort een (voetbal-) bondscoach, genaamd Blind, die dacht dat-ie het allemaal wél goed zag. Niet dus. Wij denken nog steeds dat ons Oranje (bijna wereldkampioen) het beste team van de hele wereld en omstreken is. En ook een stel voetballers uit het Amsterdamse én fans van deze Godenzonen dachten na een paar steengoede wedstrijden (was er zelf bij) nog wel kampioen te worden. Niet dus.

Om dit alles te verwerken heb ik mijzelf deze week even onttrokken aan het studieregime. M’n kinderen hebben mei-vakantie en willen er ook wel eens op uit. Allemaal leuk en aardig dat studeren van papa, maar gezinsvakanties zijn heilig, zeker ook voor mij. Straks maar weer een weekje inhalen, voor studenten is het nog lang géén vakantie.

Komende week rep ik mij weer naar de Oudemanhuispoort; nu nog het episch centrum van Amsterdam én de Rechtenfaculteit. Helaas verhuist deze volgend jaar naar het Roeterseiland (in het ietwat rustieke Oost gelegen). Hoop daar slechts een paar jaar rond te hoeven lopen – mijn ambitieuze studieschema is nog ongewijzigd – of is dat wederom of beter gezegd nog steeds zelfoverschatting?

Voetstuk

Met het vak Rechtsgeschiedenis begeef ik mij momenteel op het terrein van de oude Romeinse Keizers. We zitten dan in het midden van de 5e eeuw. Een belangrijk grondlegger voor het Romeinse recht was Keizer Justinianus, die met de codificatie van het recht – letterlijk “het maken van een boek”, op schrift gesteld recht, waaraan de overheid uitsluitende gelding of exclusieve werking verleent – een belangrijke stap heeft gezet voor ons moderne recht.

We kunnen met het recht als we willen nog veel verder terug naar de 4e eeuw voor Christus in de tijd van de Griekse Aristoteles, die ons het natuurrecht bracht. Natuurrecht is het idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden omdat ze door de “natuur” zijn gegeven. Ze zijn aangeboren en onvervreemdbaar. Het natuurrecht wordt onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd.

Zonder hier de complete Rechtsgeschiedenis in twee alinea’s te willen samenvatten biedt rechtshistorie een vorm van rechtsvergelijking, relativering en relatering in de tijd.  Van de Keizerdynastieën beweeg ik met het grootste gemak in de richting van onze eigen “Moszkowicz dynastie”. Van je voetstuk kan je ook vallen. Eind jaren negentig werden we voor het eerst “massaal geconfronteerd” met vader en zoon Moszkowicz in de briljante “Even Apeldoorn bellen” reclame met de joyrijdende jongen, die op de stilstaande Jaguar van de Moszkowiczen botst. Denk zelfs dat het pijnlijk wrijven in de nek tot op de dag van vandaag met deze reclame (alleen op PC te zien) geassocieerd wordt. Toen keken we nog met z’n allen naar de televisie.

Ooit bestond deze dynastie uit vader Max en z’n vier zonen David, Max jr, Robert (Baruch) en Bram. Pater familias Max – inmiddels 90 jaar – moest na een beroerte al jaren geleden stoppen. Van zijn zonen mag alleen Max jr het vak (hij doet civiele zaken) nog uitoefenen, want de andere drie zijn vanwege allerlei gerommel en gedoe van het tableau geschrapt. Dat betekent dat zij het vak van advocaat niet meer uitoefenen. Er zijn dus een paar functies als strafpleiter vacant. Voor mij geldt even rap doorstuderen dus…

Neef Yehudi (zoon van Robert) is op dit moment de enige strafpleiter in de familie met een eigen kantoor. In het verleden probeerden zijn ooms hem te verbieden zijn eigen achternaam op de gevel te zetten. IJdelheid is troef binnen de familie. Hij schreef er ook een boek over. De oudste zoon van deze Robert, ook Max geheten – “what’s in the name” – maakte een hele openhartige documentaire “Wij Moszkowicz” over het leven van zijn vader en z’n familie. Het is shockerend om te zien hoe de hele dynastie uit elkaar valt na het functioneel wegvallen van de oude Max. Absoluut de moeite van het bekijken waard. De documentaire is hier te vinden.

Bram geniet waarschijnlijk de meeste bekendheid wat gezien zijn clientèle en escapades niet zal verwonderen. Zo kennen we de beelden van Bram zij aan zij dansend met Desi Bouterse. Vervolgens ging hij Endstra en Holleeder verdedigen. Een lastige combinatie gezien hun tegenstrijdige belangen zullen we maar zeggen. Fietste zelf in het begin van deze eeuw regelmatig over de Herengracht langs het opvallende kantoor van Bram, maar nadat ik aldaar een keer op straat Moszkowicz en Holleeder zag praten, koos ik in het vervolg toch liever voor een andere route. Er werd in die tijd regelmatig iemand omgelegd in dat circuit. Zo was ook de later vermoorde Cor van Hout (werd ook eens op de gracht beschoten) een cliënt van Bram. Toen vervolgens Jort Kelder – als hoofdredacteur van het societyblaadje Quote – Bram en Holleeder maffiamaatjes ging noemen, ging het rap achteruit met z’n onberispelijke imago als gerenommeerd strafpleiter.

Een mooi charmeoffensief van Bram was het TV programma “De nieuwe Moszkowicz”, waarin hij een geschikte opvolger zocht onder studenten. Ook Trump had in die tijd zo’n programma “The Apprentice” waarin hij een nieuwe business man zocht. Iedereen herinnert zich nog wel de woorden “you’re fired”, waarmee Trump de kandidaten liet afvallen. Nu zouden we zeggen “it’s great!” Schitterende televisie in die tijd. In Bram’s TV programma werd de winnaar de toenmalig studente Nienke Hoogervorst. Het zal niet verbazen dat Bram daar recentelijk nog een publiekelijk vastgelegde relatie mee heeft gehad. Deze zelfde Nienke is nu trouwens de advocaat van Dave Roelvink. De beelden, die daarbij horen, laat ik hier even niet zien. Spreekt voor zich…

Vanaf dat moment had Bram de smaak van televisie te pakken. Zo was hij jarenlang “expert” aan tafel bij RTL Boulevard en rommelde hij er vrolijk op los met presentatrice “Oh oh, Boobies!” Eva Jinek. Ook die beelden van het NOS journaal zijn legendarisch.

Zal hier niet alle relaties van Bram gaan bespreken, maar wil wel wijzen op de bijna on-Nederlands goed gemaakte dramaserie “De Maatschap”. Deze gaat over de Moszkowiczen (oh, sorry, het familie imperium Meyer). Na allerlei dreigementen en pogingen om deze serie tegen te houden van de Moszkowiczen, hebben de makers veiligheidshalve voor een andere familienaam gekozen, maar de gelijkenis is 100%. Er wordt ook géén enkele moeite gedaan om de overeenkomsten te verbergen. Op grootse wijze speelt Pierre Bokma de oude Meyer. Op dit moment is Bokma wat mij betreft overigens qua spel verheven boven alle andere Nederlandse acteurs. Ben ook groot fan van zijn vertolking van de leraar Duits Heinrich in de satireserie Rundfunk. Mijn kinderen smullen ervan, zeker als ik zelf m’n beste imitatie van Heinrich probeer te doen. De Maatschap is gelukkig hier nog te bekijken. Ik durf te zeggen “a must-see”!

Ondertussen bewoont de échte Bram in een nabijgelegen dorpje een zolderkamer boven een oud (gesloten en verlaten) dorpscafé en doet z’n boodschappen hier bij de lokale supermarkt. Pijnlijk daarbij is hoe hij nog steeds door iedereen wordt aangestaard als een soort melaatse. Wat roem en daarop volgende neergang allemaal kan doen met iemand. Ik heb een beetje medelijden hem. Hij rekent overigens gewoon nog steeds cash af. Dat was vroeger niet anders.

Naast de Moszkowiczen die van hun voetstuk zijn gevallen, is er voor de oudere jongeren – om in de woorden van Van Kooten & De Bie te spreken – nog zo’n sprekend voorbeeld. Wie herinnert zich niet Frank Masmeijer, die in de jaren tachtig en negentig jarenlang het TV gezicht van de brave NCRV was met spraakmakend spelprogramma’s als de Holidayshow. Een paar jaar geleden werd Masmeijer opgepakt – uiteraard breed uitgemeten in de wakkere krant van Nederland – op verdenking van de smokkel van een partij cocaïne en vastgezet in de gevangenis van Antwerpen om vorig jaar op vrije voeten gesteld te worden met huisarrest en een enkelband. Recent zagen we hem – met letterlijk en figuurlijk wat extra kilo’s aan het lijf – als trots vader van z’n zingende dochter figureren in de Voice of Holland. Wat voor genante televisie dit kan opleveren, is hier (op 1:00) te zien. Auw!

Vive le vin!

De “tentamenweek” is weer voorbij. Best stressvol, zeker als je tijdens je eerste tentamen even een compleet moment van verstandsverbijstering hebt en een paar dagen later – op één dag – nog twee keer een drie uur durend tentamen hebt. Maar ja, ik heb er zelf voor gekozen…

Eén ander examen heb ik in ieder geval met zekerheid gehaald. Na bijna een jaar maandelijks met een stel hele gezellige dorpsgenoten allerlei mooie wijnen te hebben geproefd, mag ik me sinds gisteren (nu nog onofficieel) geslaagd noemen voor het internationale wijnbrevet WSET2. Daar moet je je overigens niet teveel bij voorstellen. Het was wél erg gezellig.

Tijdens al onze “lessen” kregen we de meest mooie verhalen en anekdotes over wijn te horen van één van de twee Masters of Wine – één van de meest prestigieuze titels in de wijnwereld – die ons land rijk is (wereldwijd enkele honderden). Daarom weten wij nu alles over de kwaliteit van druiven in verschillende klimaten, het productieproces, de belangrijkste wijnstreken, maar bovenal hebben we heel veel mooie wijnen geproefd.

En wellicht verrassend, dat hoeft niet persé kostbaar te zijn. Graag laat ik jullie eerst een rekensommetje zien. Neem bijvoorbeeld de student, die bij AH één van de goedkoopste flessen wijn koopt en daarvoor €2,49 betaalt. Als je daar eerst de BTW component (21%) aftrekt, blijft er nog €2,05 over. Daarvan moet ook nog de accijns afgetrokken worden van 66 cent (per fles), en natuurlijk de verpakkingskosten van circa 1 euro (fles, etiket, kurk), dan blijft er 39 cent over. De winkelier -AH in dit geval- en de producent moeten hier ook nog iets aan verdienen. Laten we zeggen dat ze ieder een dubbeltje (ieder een kwart) hieraan over willen houden. Dan blijft er slechts 19 cent over als waarde voor de inhoud van deze fles wijn. Gemakshalve heb ik dan de transportkosten nog maar even buiten beschouwing gelaten. Kortom: van de verkoopprijs in de winkel blijft nog maar een fractie (minder dan 8%) aan waarde over voor het “bocht” zelf.

Je kunt dus beter een iets duurdere wijn kopen. Als je uitgaat van €7,50 winkelprijs voor een fles (drie keer zo duur dus), dan leert dezelfde rekensom als hierboven dat de waarde van de inhoud uiteindelijk circa €2,26 bedraagt (let op: verpakkingskosten en accijns zijn vaste bedragen per fles onafhankelijk van de inhoud). In dit uiteraard fictieve voorbeeld vertegenwoordigt een drie keer zo dure wijn, dus een waarde voor de inhoud die ruim 10 keer zo groot is (vergelijk 19 cent met €2,26). Wijn van betere kwaliteit vanzelfsprekend. Het loont dus al snel om iets meer voor je wijn te betalen. De vraag is dan natuurlijk of dit zelfde sommetje opgaat voor nog veel duurdere wijnen. Uiteraard krijg je dan te maken met reputaties, want daar betaal je natuurlijk ook voor. Zeker in de bekende gebieden als Bordeaux en Bourgogne betaal je voor de naam. Wijngebieden zijn daar zelfs in de wet vastgelegd. Geografische grenzen bepalen daarom de omvang van het gebied, waarmee het aanbod sterk beperkt wordt. Het bekende “vraag en aanbod” principe, zo creëer je dus schaarste (en daarmee hoge prijs). Onze “Master of Wine” zei daar het volgende over: “het is géén kunst om dure wijn te kopen, maar wel om goede (en lekkere!) wijn te kopen”…

Dat doet me denken aan een fantastische documentaire, die ik recent heb gezien. “Sour Grapes” gaat over Rudy Kurniawan, de grootste wijnoplichter ooit, die bekroonde kwaliteitswijnen van gerenommeerde wijnhuizen namaakt en voor exorbitant hoge prijzen verkoopt, maar uiteindelijk toch wordt ontmaskerd. Hoe heeft deze “rockstar of wine tasting” de rijke wijnhandelaren en -verzamelaars jarenlang kunnen misleiden? De traditionele, gerespecteerde wijnwereld wordt omstreeks het jaar 2000 geconfronteerd met de nieuwe rijken, bij wie het niet om verfijnde smaak gaat maar die dure wijnen voornamelijk als lucratieve beleggingsobjecten zien. De prijzen schieten omhoog: in 2000 brengen wijnveilingen wereldwijd 92 miljoen dollar op. In 2008 is dat al vervijfvoudigd tot 478 miljoen dollar. In dit speelveld overspoelt de jonge enthousiaste Indonesische Rudy Kurniawan aan de vooravond van de economische crisis van 2008 de Amerikaanse markt met zijn zelfgemaakte wijnen, zogenaamd van befaamde wijnhuizen. Kurniawans pluspunten: een goede neus, verfijnde smaakpupillen, een goede wijnkennis van ’s werelds meest schaarse wijnen én een goed verhaal. Hij zou namelijk een telg zijn uit een gefortuneerde familie in Indonesië. Helaas is de documentaire niet meer (gratis) online te bekijken, maar gelukkig nog wel hier op Netflix. Het meest fascinerend vond ik nog de excentrieke verzamelaar, die voor tonnen is opgelicht, maar zelfs na de ontmaskering nog steeds blijft geloven in Rudy’s verhaal. Ontkenning in de reinste zin van het woord.

Ook Nederland kent nu z’n eigen “schandaal” in de wijnwereld. Op dit moment staan de gebroeders Eric en Joost de Bruijn van het roemruchte wijnhuis, P. de Bruijn Wijnkopers anno 1772 (naar zeggen het oudste familiebedrijf in Nederland) lijnrecht tegenover elkaar bij de Ondernemingskamer over de vraag hoe nu verder met het bedrijf. Wie koopt wie uit, en voor hoeveel? De heren houden namelijk zelf ook van een goed glas, maar gaan nu rollebollend met elkaar (wellicht niet alleen dat) over straat. Gelukkig blijft het drinken van een goed glas wijn onverminderd populair bij het Nederlandse volk, dus daar vinden ze wel een oplossing voor.

Ondertussen kan de rosé weer uit de koelkast getrokken worden; het is eindelijk lente. Ik zeg daarom graag, niet alleen omdat ik weer een diplomaatje rijker ben, maar zeker ook omdat de échte tentamens weer even voorbij zijn: “Santé”!

Ode aan de Mingvaas

U zult wel denken “Wat heeft een Mingvaas nu met de Rechtenstudie te merken?” Dat zal ik vertellen… Op dit moment volg ik het vak Contractenrecht en bij elke (wekelijkse) opdracht verschijnt er weer een casus over zo’n bijzondere porseleinen vaas. Een zeer geliefd voorwerp bij de docenten, die hier in allerlei vormen vragen omheen hebben bedacht. Heb me trouwens laten vertellen dat het leven van een docent niet over rozen gaat, nog afgezien van de naar zeggen karige beloning. Het nakijken van honderden tentamens van veelal mondige studenten is voor hen een hele klus. Helaas “vlucht” men daarom uit efficiëntie in sommige gevallen naar -in mijn ogen gruwelijke- MC vragen (“multiple choice”) aangezien dat een stuk sneller nakijkt voor ruim 600 eerstejaars rechtenstudenten (alléén al aan de UvA). Sowieso is het continu bedenken van nieuwe opgaven voor werkcolleges en tentamens in dit digitale tijdperk ook géén sinecure voor de docenten.

Al eerder memoreerde ik dat bijna alles qua “oud” studiemateriaal op internet te vinden is. Ofwel door de Universiteit zelf geopenbaard, ofwel achter de gesloten deur van een (betaald) portaal. Hier gaat dan ook een goed business model achter schuil. Zelfs venture capital maatschappijen zijn al gretig op deze bedrijven, die op dit gebied actief zijn, gedoken. In Amerika noemen ze dat soort bedrijven euphemistisch “companies collaborating with the educational ecosystem”. Het wordt gezien als een veelbelovend en groeiend segment in de digitale wereld. Mijn eigen financiële achtergrond in combinatie met m’n nieuwe rol als jurist dwingt mij te zeggen dat er voor wat betreft deze platforms, die deze studievragen en alles wat daarmee samenhangt verspreiden, nog wel ergens een auteursrechtelijk risico kan liggen. Ben echter nog niet zo ver in m’n studie gevorderd dat ik daar nu al écht iets zinnigs over durf te zeggen.

Voorlopig profiteer ik dan ook gretig van het gemak dat alles te vinden is. In mijn tijd (lees: vroeger) moest ik als ik “wat” colleges had gemist naarstig op zoek naar een ijverig studiegenootje – meestal meisje waar je stilletjes verliefd op was – om alle collegeaantekeningen te kopiëren. Voor studieopdrachten restte een slopende gang naar de bibliotheek en een eindeloze zoektocht om de juiste informatie te bemachtigen. Verder werd er meer uitgegaan van zelfwerkzaamheid. Nu zijn er dagelijkse digitale deadlines om je huiswerk in te leveren, waarbij een belangrijk onderdeel bestaat uit de “peer review”; het beoordelen van het werk van een medestudent. Alles binnen de gestelde tijd. Je ziet de klok nog net niet in de bovenhoek van je scherm aftikken, maar per e-mail ontvang je wel aan de lopende band reminders…

Maar nu terug naar de Mingvaas. Er schijnen wereldwijd écht heel veel liefhebbers van dit Chinese porselein uit de tijden van de Ming dynastie te zijn. Stelt u zich de volgende casus voor (uit het boekje):

U kocht op 1 september een prachtige Mingvaas voor het lieve sommetje van €90.000 bij een gerenommeerde antiquair. Dat is géén gering bedrag, maar u bent zowel een liefhebber als een kenner. U heeft er uw hele leven voor gespaard. Afgesproken is dat de vaas op 1 december wordt geleverd. Wat is er vlak daarvoor gebeurd? De Mingvaas is door de antiquair uit de vitrine weggeborgen in het magazijn achter de winkel. Daarvan is nu net in november bij een verraderlijke herfststorm en grote hoosbui het dakje ingestort, waardoor de Mingvaas compleet aan gruzelementen is. Daarbij had u via een bevriende expert, die bij een veilinghuis werkt, gehoord dat voor uw vaas op dat moment zeker €100.000 betaald zou worden bij een veiling.

Tsja, wat nu? Stel dat u al een (aan-)betaling hebt gedaan. U wilt de overeenkomst graag ontbinden. Kan dat? Kunt u in dat geval ook schadevergoeding vragen?

Of iets anders. U bent vergeten op 1 december de vaas op te halen bij de antiquair. Op 2 december gaat de vaas compleet aan diggelen door grote stommiteit van een van de medewerkers van de antiquair. Heeft u nu recht op schadevergoeding?

U begrijpt het al. Ineens wordt zo’n mooie Mingvaas best een “dingetje”. In het eerste geval is het inderdaad mogelijk om de overeenkomst te ontbinden aangezien nakoming zonder tekortkoming (vaas is namelijk onherstelbaar beschadigd) door de antiquair niet meer mogelijk is. Schadevergoeding is echter niet mogelijk, ook al was de vaas eigenlijk meer waard en had er een winstje in gezeten.  Zal u niet “verwennen” met de wetsartikelen, die dit onderbouwen. Dan moet u straks maar een jurist inhuren.

In het tweede geval heeft u zelf een probleem. Hier is namelijk sprake van “schuldeisersverzuim”; u heeft zelf de vaas niet opgehaald, terwijl dit zo afgesproken was.

Uiteraard wordt hier een hypothetische situatie geschetst en kent iedere casus zijn eigen merites. In elk geval zou ik iedereen willen aanraden om – eenmaal iets gekocht – goed te bedenken dat u zelf het risico loopt voor het vervolg… Dus gewoon die antieke Mingvaas op het afgesproken moment ophalen!

Menselijk

Nu in mijn omgeving iedereen wel gehoord heeft van mijn “nieuwe” student zijn, krijg ik natuurlijk vaak de vraag wat mijn motivatie is. Al eerder heb ik aangegeven mij te willen richten op het strafrecht. Wat mij daarin het meeste fascineert is het bij strafrecht gaat over mensen: menselijke tragedies, menselijke conflicten en vooral veel emoties. Doordat in strafzaken het proces grotendeels nog mondeling wordt gevoerd, namelijk op zitting, lijkt het vak van strafpleiter mij uitdagend. Je staat daarbij midden in de maatschappij.

Realiseer me heel goed dat er ethische dilemma’s bij komen kijken. Juist in deze tijd waarin de rechtsstaat onder druk lijkt te staan door steeds complexer wordende vormen van criminaliteit, is het van belang om de juridische implicaties daarvan goed te doorgronden. De rechter dient in de rechtsstaat een centrale rol te vervullen. Hij waarborgt de naleving van het legaliteitsbeginsel. Hij is een van de drie zelfstandige en onafhankelijke staatsmachten in de machtenscheiding. De rechter waarborgt de naleving van grondrechten. De burger moet op dit rechtszekerheidsbeginsel kunnen vertrouwen.

Ondertussen gebeuren er aan de overkant van de oceaan best vreemde dingen. Trump is een slechte acteur in een B-film, een compleet losgeslagen gek of een dictator (doorstrepen wat niet van toepassing is). Je kunt -zoals op alles- ook wedden op Trump’s “impeachment”. Hoe werkt zo’n afzettingsprocedure? Eerst moet blijken dat Trump de wet heeft overtreden. Met al z’n dubieuze activiteiten, waaronder de Trump Foundation, een liefdadigheidsinstelling waarvan hij het geld gebruikte voor persoonlijke doeleinden, moet dat vroeg of laat toch niet moeilijk zijn. Die zelfverrijking, waar Trump goed in is, kan hem weleens duur komen te staan. Dan is het natuurlijk nog zo dat het Congres (republikeinen) deze procedure moeten starten, maar dat kan. Het gerucht gaat al dat Trump eigenlijk helemaal geen president had willen worden, maar zijn kandidatuur meer als een publiciteitsstunt zag om z’n “marktwaarde” bij de TV zenders te verhogen.

Bij de bookmakers zijn de “odds” op dit moment in ieder geval 2:1 dat de president voor het einde van z’n eerste termijn het veld moet ruimen (voor de inauguratie was dit nog 4:1). Je kunt overigens ook op meer zaken wedden, zoals in welk jaar hij het veld moet ruimen, tot aan het feit of z’n derde huwelijk het eind van het jaar haalt (“odds” 16:1). Zelf vrees ik voor iets veel ergers…

Abraham Lincoln was destijds (in 1865) de eerste president van de Verenigde Staten die tijdens zijn ambtsperiode werd vermoord. Lincoln wordt beschouwd als een van de grootste Amerikaanse presidenten. Hij wordt geprezen om zijn leiderschap tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog, de afschaffing van de slavernij, de versterking van de nationale overheid en de modernisering van de economie. Wist u overigens dat John F. Kennedy de laatste, maar ook al de vierde president was die werd vermoord.

Waarom plegen mensen een moord? Waarom doen mensen bepaalde dingen? Ook weldenkende mensen maken keuzes en doen zichzelf daarmee iets aan. Moet hierbij denken aan burgemeester Eberhard van der Laan, die vorige week in een nuchtere, openhartige brief aan alle Amsterdammers liet weten dat er uitgezaaide longkanker bij hem is geconstateerd. De wijze waarop hij dit bekend maakte, vond ik moedig en zorgde ook voor veel hartverwarmend reakties. Hier zit echter ook iets heel ander menselijks in, namelijk tegen beter weten in je hele leven lang verstokt blijven roken. Niemand is vrij van zonde. Zelf rook ik weliswaar niet, maar ben absoluut niet vies van een goed glas. Het leven is te kort om slechte wijn te drinken, zegt een van m’n beste vrienden altijd. Het is inderdaad zo dat je het leven moet nemen, zoals het komt. Dat gaat overigens nooit volgens het perfecte plaatje.

Zo denk ik ook iets vreselijks te kunnen doen. Als ik iemand onzedelijk aan één van mijn dochters zou zien zitten en ik zou bij toeval een zware hockeystick in mijn handen zou hebben, dan zou ik deze persoon gemakkelijk uit woede een dodelijke klap kunnen verkopen. Mensen die mij beter kennen, weten dat ik écht niet snel kwaad word, dus als dat wél gebeurt, berg je dan maar. Eén van de meest geciteerde uitspraken van Abraham Lincoln is dan ook:

“When I do good, I feel good. When I do bad, I feel bad. That’s my religion.”

Dwaling

Gerechtelijke dwalingen komen vaker voor dan je denkt. In Nederland is er een aantal bekende zaken: de zaken-De Berk en -Ina Post, de Puttense moordzaak, de Schiedammer parkmoord en de Showbizzmoord. Regelmatig zitten er dus mensen jarenlang onschuldig vast.

Naast al het werk op dit gebied van onze nationale speurneus Peter R. de Vries -hij speelde onder andere cruciale rol in de Puttense moordzaak, waar hij gedurende acht jaar in bijna veertig TV uitzendingen aandacht schonk met het bekende resultaat, vrijspraak voor de veroordeelden- wordt er ook op meer wetenschappelijke manier naar gekeken.

Recent heeft de heer Ton Derksen hier een interessant boek over geschreven, waar niet iedereen (lees: OM en rechters) blij mee is. Derksen is emeritus hoogleraar wetenschapsfilosofie en schreef in 2006 het boek “Lucia de B. Reconstructie van een gerechtelijke dwaling”, dat mede leidde tot een herziening van de veroordeling van Lucia de Berk wegens meervoudige moord en haar vrijlating in 2010. Hierna raakte hij betrokken bij andere herzieningsverzoeken, waarover hij nog diverse boeken schreef.

Zo denken wij weleens minachtend over het Amerikaanse jury systeem, maar we realiseren ons niet dat onze eigen rechtssysteem eerder uitzonderlijk is. Zo hebben in West-Europa heel veel landen jury’s, waaronder beschaafde landen als Denemarken, Noorwegen, Zweden, België, Zwitserland, Engeland, Wales, Portugal, Spanje en Ierland. Dan zijn er ook landen, die een meerderheid van leken betrekken bij hun rechtbanken, zoals Duitsland, Frankrijk, Finland en Italië. Nederland is dan ook uniek te noemen met louter professionele rechters. Kan je het als democratisch land eigenlijk wel rechtvaardigen om het in de rechtspraak zonder de stem van het volk te stellen? Uit Amerikaanse onderzoeken blijkt dat jury’s niet méér fouten bij veroordelingen maken dan rechters.

Waarom gaat het bij rechters regelmatig volledig mis? Foutloze systemen bestaan nergens, net zomin als feilloos opererende politiemensen, officieren of rechters. Is het dan onkunde, domheid of kwade trouw? Met name bij ernstige misdrijven zoals moord of zedendelicten zien wij natuurlijk niet graag dat de mogelijke dader later nog vrij rondloopt. Er is justitie in dat soorten zaken veel aan gelegen om iemand te veroordelen. Een belangrijk element daarbij is het “primacy effect”; wat als eerste binnenkomt, heeft een groot effect op hoe we navolgende dingen beoordelen. Uit het dagelijkse leven weten we hoezeer “eerste indrukken” blijven hangen. In de Nederlandse rechtspraak leidt de volgorde waarin de rechter wordt geïnformeerd – eerst het dossier dan de officier –ertoe dat belastend bewijsmateriaal serieuzer wordt genomen.

Derksen zegt hierover: “Het verschil tussen passend bewijs en discriminerend bewijs is feitelijk onbekend in de strafrechtpraktijk. Om discriminerend bewijs te vinden moet er echt gezocht worden naar potentieel ontlastende informatie – en daar heeft de politie een ingebakken afkeer van. Discriminerend bewijs maakt het waarschijnlijker dat het ene is gebeurd en juist niet het andere. Met ‘passend bewijs’ kun je twee kanten op– dus ook naar schuldig, wat veel beter uitkomt als je de schuldige al denkt te hebben.”

Een zaak die mij in dit kader vanaf het begin enorm geïntrigeerd heeft is de Deventer Moordzaak, de naam die gegeven is aan de rechtszaak na de moord op de weduwe Wittenberg in 1999 te Deventer, een van de langst lopende zaken uit de geschiedenis van het Nederlandse strafrecht. De vraag die altijd centraal heeft gestaan is of hier sprake is geweest van een justitiële dwaling met betrekking tot het bewijsmateriaal op grond waarvan de veronderstelde dader, Ernest Louwes, in aantal fases (in eerste instantie vrijgesproken, in hoger beroep veroordeeld, ook na herziening) is veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Louwes is in 2009 na het uitzitten van 2/3 van zijn straf (“vervroegde invrijheidstelling” is in NL gewoonte) vrijgekomen.

Hoewel ik géén groot fan ben van de wijze, waarop de bekende opiniepeiler Maurice de Hond, ook de man die ons deed geloven dat wereld zou vergaan bij de millenniumwissel, met veel “lawaai” (géén onschuldigen vast!) deze zaak onder de aandacht heeft gebracht, zit ik wel op zijn lijn; namelijk ook ik geloof in de onschuld van Louwes en de gerede verdenking tegen Michaël de Jong, de klusjesman.

Het belangrijkste bewijsmateriaal tegen Louwes was zijn DNA op de blouse van weduwe Wittenberg. Deze vondst werd overigens pas vier jaar (!) later gedaan. Nu lijkt het met nieuwe DNA technieken alleen maar makkelijker om misdrijven te bewijzen (lees: dat er minder fouten worden gemaakt bij veroordelingen), maar dat is een misvatting. Juist door de verfijning van de DNA technieken is er voor een goed DNA profiel zo weinig DNA vereist dat het DNA van de verdachte -op de plaats delict- niet altijd misdaadgerelateerd hoeft te zijn. Dit vormt een bron van nieuwe fouten. Dat Louwes, als boekhouder, die ochtend bij de weduwe Wittenberg op bezoek is geweest, heeft hij nooit ontkend… Kortom: Zorg dat u een goed alibi heeft!

Werkelijkheid

“Niks zo onwaarschijnlijk als de werkelijkheid” is een door mij vaak gebezigde uitspraak. Ik heb overigens géén idee van wie het origineel is… Alles wat je kunt bedenken, gebeurt ook weleens. Vaak krijg je een ingrijpende kijk in iemands leven. Dit verklaart voor een groot deel mijn fascinatie voor documentaires.

Eén van de eerste “docu’s” die ik mij nog kan herinneren, was een rapportage van Zembla (1988) over het leven in de Magneet, een wijk in Scheveningen met nogal “bijzondere” inwoners. Legendarisch waren onder andere de woorden van de sportleider in het buurthuis Jan Nutbey, die nooit verder was gekomen dan de vierde klas lagere school en vertelde over z’n buurtwerk en over zijn brieven aan de gemeente: “ik schrijf misschien kut met een “d”, maar jij ken hem wel van mij lezen…” Het taalgebruik is uniek, kijk zelf maar.

Ook m’n eerste bezoek aan de IDFA, het ondertussen zeer bekende documentaire festival, in 1999 staat mij nog goed bij. Met een groep studievrienden bezochten wij de première van de documentaire over Andre Hazes – “Zij gelooft in mij” gemaakt door John Appel. Na afloop was er zowel waardering voor de maker met een staand applaus, als ook totale verwarring bij de échte Hazes fans, die beteuterd in hun stoel bleven zitten. Denk dat iedereen nog veel scenes voor de geest kan halen, zoals het rijmwoordenboek bij het schrijven van zijn liedjes of het kopen van een auto met z’n vrouw. Het aardige is dat de hele documentaire online staat, dus je kunt ‘m hier nog een keer bekijken. Blijft uniek beeldmateriaal van onze grootste volkszanger. Ook het beeld van zijn uitvaartdienst in 2004 met vijftigduizend fans in de Arena staat in mijn geheugen gegrift. Over dingen gesproken, die je je eigenlijk niet kunt voorstellen. Ook deze “staatsuitvaart” is terug te zien (alleen op PC). Ga er maar even voor zitten.

Tegenwoordig is er voor de documentaire liefhebber, zoals ik, nog veel meer te genieten. Er worden veel meerdelige docu’s gemaakt en we danken aan het bestaan van Netflix een nieuw fenomeen, te weten “binge-watching”. Dit is op één dag bekijken van meerdere delen van een docu of TV serie. Ideaal voor de student. Vroeger moest je nog iedere week op een bepaald tijdstip voor de buis gaan zitten om het volgende deel te zien. Dat is een stuk lastiger te combineren met “kroegavondjes”.

Heb dan afgelopen weekend (het was nog net vakantie voor de student!) in één ruk de vijfdelige documentaire “O.J.: Made in America” getackeld. Deze vijf keer anderhalf uur is de komende paar weken (tot 17/1) nog op Uitzendinggemist te vinden. Met in gedachte mijn ambitie om strafrechtadvocaat te worden heb ik met grote interesse gekeken naar de advocaten “het dreamteam”, die O.J. -ook vaak “the juice” genoemd- om zich heen had verzameld. Hiertegenover stonden natuurlijk de aanklagers. In deze zaak, waar de feiten redelijk voor zich spraken, heeft de verdediging op magistrale, manipulatieve en bijna onoorbare wijze vrijspraak gekregen voor O.J. Simpson. In zijn slotpleidooi durft Johnnie Cochran, de hoofdadvocaat van O.J., de LAPD rechercheur Mark Fuhrman zelfs met Adolf Hitler te vergelijken.

Alle betrokkenen komen in deze -in mijn ogen- zeer zorgvuldig en goed gemaakte documentaire, waarin alle maatschappelijke vooroordelen belicht worden, opnieuw aan het woord. Zo is er één van de advocaten uit O.J. verdediging, die hardop lachend vertelt over hoe de leden van het “dreamteam” zonder goede argumenten het gevonden DNA in twijfel trokken, het huis en de reputatie van zijn cliënt zwarter maakten dan hij eigenlijk was door allerlei foto’s die aan de wand hingen te veranderen. De aanklagers maakten zelf ook grote missers, zoals het O.J. laten aantrekken van de gevonden handschoen zonder te weten of deze zou passen als er latex handschoentje onder zit. Ook hebben zij de racistische troefkaart, die de verdediging speelde, onvoldoende gecounterd met betrouwbare getuigen (rechercheur Fuhrman bleek uiteindelijk de zwakke schakel). De kern van de zaak is echter de onderdrukking van zwarten door blanken en de rol van de politie daarin. Dit is nog steeds een actueel onderwerp, ook in Nederland. We noemen het nu alleen etnische profilering.

Na zijn vrijspraak voor de dubbele moord in 1994 is O.J. Simpson uiteindelijk in 2008 alsnog veroordeeld tot 33 jaar gevangenisstraf voor een reeks “sullige” zaken. Zo probeerde hij met een soort gewapende overval in een hotel in Las Vegas z’n memorabilia terug te krijgen. De blanke jury bij die rechtszaak heeft toen duidelijk “wraak” genomen. Nu blijkt hij onder bepaalde voorwaarden (mij is niet duidelijk welke) na 9 jaar weer vrij te komen. Dat is dit jaar dus…

Er gaan al verhalen dat hij dan bij Oprah Winfrey de dubbele moord zal gaan bekennen; doet me denken aan Lance Armstrong’s confessie bij haar. Over hem zijn trouwens ook briljante documentaires gemaakt, hier is bijvoorbeeld “Stop at Nothing” te zien. Gewoon spannend voor een wielerfanaat.

O.J. kan trouwens niet meer veroordeeld worden, vanwege het “ne bis in idem” rechtsbeginsel. Niemand mag voor een tweede keer worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds overeenkomstig de wet en het procesrecht van elk land bij einduitspraak is veroordeeld of waarvan hij is vrijgesproken. Het is maar dat u het weet!