Reflectie

De zomerperiode is een mooi moment om terug te kijken op een bewogen studiejaar. Terwijl ik staar naar helder zwembadwater, hou ik mijzelf een spiegel voor om stil te staan bij wat het afgelopen jaar mij gebracht heeft.

Allereerst een karrevracht aan studiepunten. Heb nooit eerder -tijdens mijn vorige studies- meer punten in één jaar gehaald dan deze keer. Naast alle eerstejaarsvakken – heb er overigens één helemaal “geskipt”, te weten Europese Rechtsgeschiedenis – heb ik ook een paar derdejaarsvakken gehaald. Dit alles heeft uiteindelijk geleid tot een score van 66 échte studiepunten (één studiejaar = 60 punten) plus nog een vrijstelling voor 30 studiepunten op basis van m’n eerdere studies ter invulling van de vrije keuzeruimte. Kortom: heb m’n BSA (“bindend studieadvies”) ruim gehaald en mag dus rechten blijven studeren aan de UvA. Voor wat het waard is…

Heb er bewust voor gekozen om als voltijdstudent de studie aan te vliegen in de meest intensieve vorm. Nu dat heb ik geweten. Tegenwoordig word je wekelijks geconfronteerd met “harde deadlines”. Inleveren van je huiswerk, schrijven van korte essays, reviewen van je medestudenten, je eigen beoordeling op tijd teruglezen etc. Merk dat je continu iets “moet”, het stopt nooit. Ik ben nog van het studeren oude stijl (25 tot 30 jaar geleden dus), waarbij je eerst 8 weken volledig in relax-modus zat om tenslotte de laatste twee weken bikkelhard te studeren om de benodigde resultaten te halen. Die manier van studeren zie ik niet meer terug.

Nu er bijna drie keer zoveel mensen studeren als destijds (98.809 zijn er dit studiejaar gestart, waarvan bijna de helft met een universitaire studie) is er bij studenten absoluut besef dat je iets moet presteren tijdens je studie om carrièreperspectief te hebben. Zo ook bij de 5.500 eerstejaars rechtenstudenten, waarvan circa 500 bij “mijn” UvA.

Ik kan je zeggen, er zitten echt wat “bright guys” bij, waarvan ongeveer 60% dames overigens. Voor mij als “oudere jongere”, die een beduidend grotere inspanning moet leveren om dezelfde lappen stof tot zich te nemen, dan ook een hele uitdaging om deze slimmeriken bij te benen. Hoewel alle tentamens gehaald, kan ik niet zeggen dat ik dat op honours-niveau heb gedaan tenzij je mijn lijst ondersteboven houdt. Zijn de kids tegenwoordig dan allemaal zo slim geworden? Ik denk van niet, maar uit de grote hoeveelheid studenten komen de beste snel bovendrijven. Je moet echt wel gedisciplineerd zijn om deze (schoolse) druk van presteren aan te kunnen. De faculteit kan zich eigenlijk (financieel) geen hoge uitval permitteren, maar ook de kwaliteit blijft belangrijk. Het draait dan ook om “studiesucces”, een door de faculteit gebruikte term (ook als in “Studiesuccesbeleid” – mooi woord voor galgje). Om dit te bevorderen (ruim 60% stroomt nu door naar het tweede jaar) heeft de faculteit een streng regime. Toen ik een medestudente, die zich namens de rechtenstudenten voor de studentenraad verkiesbaar had gesteld, vroeg waarvoor haar partij “OpRecht” staat, antwoordde zij “wij zijn tegen verdere verschoolsing van het onderwijs” en liet zij ook het zinsnede “te paternalistisch” vallen. Mijn stem had ze direct.

De beperking van je vrijheid en het ontbreken van autonomie is wat mij het meest frustreerde het afgelopen jaar. Als “eeuwige student” meende ik mij toch te herinneren dat studeren juist het ultieme gevoel van vrijheid betekende. Je was pas echt een “koning” als je op de goede momenten wist de voor jezelf juiste keuzes te maken. Die zelfredzaamheid wordt nu niet meer verlangd. Je wordt simpelweg aan een lijntje meegenomen. Je geest krijgt continu prikkels van Blackboard; dit is de digitale omgeving voor studenten (vergelijkbaar met Magister voor middelbare scholieren, zo weet ik van m’n kinderen). Op Blackboard vind je bijna van minuut tot minuut alle relevante informatie: wat je moet doen, waar je moet zijn, alle hoorcolleges (digitaal terug te luisteren), opdrachten, tentamennummers, oude tentamens, extra stof, cijfers, voortgang etc. Al binnen een paar dagen had ik dit dus in mijn browser als homepage ingesteld, maar het gaat verder. Er is ook een appversie van met meldingen die -als je het zo instelt- de hele tijd op het scherm van je smartphone oplichten. Het wordt een onlosmakelijk deel van je leven. Checkte net ook nog even de whatsapp van m’n studiegroepjes; er zijn ruim 7.500 (onderlinge) berichten verstuurd afgelopen jaar. Daar heb ik zelf ieder geval bovengemiddelde bijdrage aan geleverd. Zo’n digibeet ben ik nu ook weer niet…

Maar wat maakt dan nu een goede jurist? En dan bedoel ik rechten studeren en advocaat worden, en in mijn geval de ambitie van strafrechtadvocaat. Ik denk dat naast de kennis ook zeker kunde van belang is, zoals nauwkeurigheid, taalvaardigheid, rechtvaardigheidsgevoel, kritisch en logisch denkvermogen, analytisch inzicht en ook gedrevenheid. Hoewel ik meen op al deze vlakken wel over ruim voldoende vaardigheden te beschikken, ben ik tot het inzicht gekomen dat er géén groot juridisch denker in mij schuilt. Ik blijf toch de pragmaticus, die meer interesse heeft in wat bruikbaar is, dan wat waar is. In mijn zakelijke activiteiten probeer ik op creatieve manier dingen anders te doen, veranderingen in gang te zetten. Of het nu het realiseren van een ondergronds kinderspeelpark is, of het financieren van (startende) bedrijven, of het steunen van maatschappelijke initiatieven, ik zoek naar vernieuwende en onderscheidende zaken. Daarmee maak ik een verschil.

Als strafrechtadvocaat in spé met in ieder geval nog twee jaar studie -afronding bachelor en master- en stage te gaan, vrees ik niet snel méér “verschil” te gaan maken, dan dat ik nu al doe. Dit heeft mij doen besluiten om met deze studie te stoppen. Dit betekent overigens niet dat het geen waardevol jaar is geweest voor mij.

Integendeel zelfs, ik heb mijzelf in vele opzichten beter leren kennen. Naast het “verschil” dat ik al denk te maken, hecht ik ook veel waarde aan de vrijheid om eigen keuzes te kunnen maken, of dit nu zakelijk of privé is. Afgelopen jaar kon dit regelmatig niet en werd ik er soms -ondanks de vele extra uren thuis- niet gezelliger op. M’n vrouw en kinderen maakten de grap “je wordt grijs” en zagen me afentoe ploeteren en hoorden me morren als er weer van alles “moest”. Big Brother was watching me (niet alléén in 1984, maar ook in 2017)…

Ook heb ik meer begrip gekregen voor wat m’n eigen dochters wellicht binnenkort te wachten staat, als zij hun eigen keuzes gaan maken, zoals bijvoorbeeld studeren. Zij zijn het die al in beginsel tegen mij zeiden: “papa, bloggen is echt ouderwets, je moet gaan vloggen”. Nou, daar ligt voor mij als blogger nog een mooie uitdaging (hier mijn voorland).

De mensen die mij goed kennen, weten dat ik natuurlijk al een “Plan B” heb. Misschien nog wel een stuk interessanter en hipper dan m’n studie-avonturen. Blijf mij dus volgen, dan beloof ik te blijven reflecteren!

Roekeloos

Als mens -en zeker als student- kan je onnadenkend en onbezonnen zijn, maar in juridische zin ben je dat niet zo snel. Zo blijkt een veroordeling voor schuld door roekeloosheid in het verkeer vrij zeldzaam te zijn. Dit levert veel onvrede op en krijgt ook de nodige media-aandacht. Heel recent lazen we in het NRC nog dat “de auto zelden een wapen is”.

Je kunt in Nederland namelijk straalbezopen in een auto stappen (7x de toegestane hoeveelheid), met bijna 50 km/uur de maximale snelheid overschrijden, de controle over het stuur verliezen (rijdend in een voor de beginnende bestuurder onbekende auto), daarmee iemand volledig in kreukels rijden (gelukkig deze keer niet dood) en toch niet veroordeeld worden voor “roekeloos” rijden. Deze uitspraak is hier te vinden. De voorbeelden in de rechtspraak hiervan zijn helaas legio.

Dit is als buitenstaander ongetwijfeld moeilijk te begrijpen, maar denk zeker ook eens aan slachtoffers en/of nabestaanden. In Nederland kan je voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeluk een straf krijgen, die kan variëren van een boete, een taakstraf, ontzegging van de rijbevoegdheid tot een (voorwaardelijke) gevangenisstraf. Gaat het om een overtreding (zoals bellen of appen tijdens het rijden), dan volgt een relatief lichte straf: hoogstens twee maanden hechtenis en €3.900 euro boete. De maximale ontzegging van de rijbevoegdheid is twee jaar.

Is de bestuurder schuldig en gaat het om een misdrijf, dan kan de rechter een beduidend zwaardere straf opleggen: maximaal 9 jaar gevangenisstraf en €20.250 euro boete. Bij roekeloos rijgedrag is het strafmaximum voor een dodelijk ongeluk hoger dan bij lagere categorieën van schuld: 6 jaar gevangenisstraf in plaats van 3 jaar. De rechter kan een verdachte ook vrijspreken, als hij vindt dat de verdachte geen enkele blaam treft. Bijvoorbeeld wanneer hij goed in zijn autospiegels keek, maar een groot bord zijn zicht belemmerde. Kortom: de straf hangt – netals in iedere rechtszaak – sterk af van de omstandigheden en feiten.

Mag in ieder geval duidelijk zijn dat er bij moord of doodslag veel zwaarder gestraft wordt. Het grote verschil is dat in zo’n geval iemand met opzet de ander heeft gedood. Om hiervoor tot een veroordeling te komen, moet deze opzet wel bewezen worden. Bij een dodelijk verkeersongeval is van opzet meestal géén sprake. Wel een poging tot doodslag is bijvoorbeeld het inrijden op een persoon met 25 km/uur. Op basis van de onderzoeksgegevens wordt daarin de kans op een dodelijke afloop bij zo’n snelheid gesteld op in zijn algemeenheid 5%.

Even terug naar de “gewone” automobilist. Deze zal vrijwel nooit de intentie hebben om een ongeluk te veroorzaken, laat staan om iemand te doden. We maken natuurlijk wel fouten in het verkeer (iedereen weet toch dat bellen of appen tijdens het rijden niet veilig is), waarmee we ongewild de dood van een ander kunnen veroorzaken. Toch worden hiervoor aanzienlijk lagere straffen opgelegd dan wanneer er opzet in het spel is. Een bekend voorbeeld is de Poolse man, die in 2013 door behoorlijke onoplettendheid drie mensen doodreed. De uitspraak is hier te vinden met een toelichting erop. De man kreeg een taakstraf van 120 uur.

Het zal niemand verwonderen dat er over lage straffen bij dodelijke verkeersongevallen veel te doen is. Niet alleen de gewone burger begrijpt het vaak niet – het komt veel in het nieuws – maar ook de geleerden vinden dat er iets kan of moet veranderen.

Zonder al teveel in te gaan op de juridische details – heb net een annotatie (zeg maar juridische notitie) geschreven over dit onderwerp – denk ik dat de wetgever hier z’n doel voorbij geschoten is. Door heel specifiek een categorie te creëren voor schuld door roekeloosheid in het verkeer met alle vereisten, die daaraan verbonden zijn, wordt uiteindelijk zelden iemand daarvoor veroordeeld. In het algemeen zal bij roekeloosheid sprake moeten zijn van bewustheid van het risico van ernstige gevolgen, waarbij op zeer lichtzinnige wijze ervan wordt uitgegaan dat deze risico’s zich niet zullen realiseren. Uit de jurisprudentie – het geheel van uitspraken van alle rechters – blijkt dat dit slechts wordt aangenomen in wedstrijdachtige situaties (kat-en-muisspel, achtervolging e.d.) in het verkeer. Zolang je nog de intentie en idee hebt dat je wel goed kunt rijden en/of ontwijken, dan is dit niet “roekeloos” in de zin van de wet. Dat is nu precies het probleem van mensen, die met veel teveel drank op in de auto stappen. Zij denken natuurlijk altijd dat ze nog goed kunnen rijden. Netals de snelheidsmaniak, die steeds net op tijd – totdat het één keer misgaat – de andere weggebruikers weet te ontwijken en denkt dat ie Max Verstappen “himself” is.

In mijn ogen zou het beter zijn om bepaalde gedragingen te benoemen (“objectief”) en daaraan direct een bepaalde strafmaat verbinden (cumulatief bij meerdere misdragingen) ongeacht intenties en/of bijzondere omstandigheden. Het lichte straffen is overigens géén vrijbrief om nu dan maar bellend en whatsappend te blijven rijden – ben daar zelf ook zeker niet heilig in – maar met drank op én ook nog veel te hard scheurend, is écht een schande. Uber heeft immers een taxi voor iedereen, ook voor studenten, betaalbaar gemaakt.

Tip voor al die mensen die nu na alle toetsen, examens en tentamens of om wat voor een reden dan ook eens een avondje los willen gaan, blijf toch altijd een beetje nadenken. Dan doe ik dat ook!

Zelfoverschatting

Toen ik met redelijk gemak, terwijl ik gemiddeld zo’n 2 tot 3 uur per dag aan m’n studie besteedde, de eerste tentamens haalde (over de cijfers heb ik eerder geschreven), dacht ik direct dat ik wel het tempo van de studie een beetje kon opvoeren. Ondertussen ben ik een illusie armer. Ik heb nu voor het eerst een tentamen niet gehaald. Een extra vak, twee tentamens op een dag… Typisch een geval van zelfoverschatting.

Naast de reguliere eerstejaars vakken ben ik in het vorige blok ook met derdejaars vakken begonnen. Hoewel ik nu al beduidend meer tijd aan m’n studie besteed dan ik ooit in het verleden op regelmatige basis in enige studie heb gestopt, heb ik mijn dagelijkse studie-inspanning opgevoerd naar zo’n 4 uur gemiddeld per dag. Dit is inclusief de verplichte contacturen (6 uur per week in de vorm van werkgroepen) en het online terugluisteren van alle gemiste hoorcolleges. Deze online-faciliteit is uitstekend geregeld. Interessante stukken kunnen in alle rust nog even teruggespoeld worden, maar nog vaker worden de minder boeiende delen met verhoogde snelheid (factor 2) afgeluisterd. Hoorde laatst overigens een docent zeggen dat de faculteit erover nadenkt om deze service weer op te heffen. Terug in de tijd lijkt mij. Je zou juist verwachten dat de -met talent voor het geven van aansprekende colleges – begenadigde docenten in de toekomst hun toedrachten in een inspirerende omgeving of zelfs studio zullen gaan opnemen. In Amerika is dit al gemeengoed. Hiermee kunnen professoren veel meer studenten over een periode van jaren boeien. Zo zijn de colleges van de Amerikaanse professor Michael Sandel echt de moeite waard, zie hier.

De werkgroepen zijn verplicht. In deze intensieve werkgroepen, zoals ze omschreven worden, is er plaats voor verdieping en verbreding. Zo’n groep bestaat tegenwoordig uit circa 25 studenten, dus je zou ook gewoon van een “klas” kunnen spreken. De eerste blokken hadden we zelfs een (goeie!) klassenvertegenwoordiger. M’n kinderen zouden er zeker van “huiveren” als ik ze dit vertel. Zij denken nu nog dat het door hun geaspireerde studentenleven er ééntje wordt van veel vrijheid. Ik kan ze uit de droom helpen. De tijden zijn echt veranderd. Het is een soort “hoge school” geworden. Big Brother (in de vorm van Blackboard; zeg maar het magister voor studenten) is watching you. Continu deadlines voor het inleveren van je huiswerk. Soms het reviewen van het werk van je medestudenten. Het vermogen tot zelfwerkzaamheid van studenten wordt niet echt meer ontwikkeld. Je wordt simpelweg aan de hand meegenomen. Ieder moment van de dag is duidelijk wat er van je verwacht wordt.

Voor m’n gevoel ben ik op dit moment écht “full-time” aan het studeren. Heb amper tijd voor m’n zakelijke beslommeringen. Ook dat leven gaat door. Stel je voor dat ik daarnaast -net als m’n studiematties- nog de partner van m’n leven zou moeten “vinden”, dan weet ik niet of ik daar wel voldoende tijd voor zou hebben. Wat een geluk dat ik toen al de vrouw van m’n leven heb gevonden. Deze week zijn we overigens precies 17 jaar “Happily Married”, de tijd vliegt…

Zoals gezegd sta ik weer even met beide benen op de grond. M’n ouwe studievrienden, waarvan een groot aantal rechten studeerde (overigens wel allen “netjes” in zes jaar) hebben mij even hard uitgelachen. Word nu ook regelmatig “om de oren geslagen” met m’n eigen uitspraak (ik studeerde zelf economie): “Het moeilijkste van je rechtenstudie is het halen van je VWO diploma”…

Zelfoverschatting is gelukkig iets, waar meer mensen last van hebben. We hadden tot voor kort een (voetbal-) bondscoach, genaamd Blind, die dacht dat-ie het allemaal wél goed zag. Niet dus. Wij denken nog steeds dat ons Oranje (bijna wereldkampioen) het beste team van de hele wereld en omstreken is. En ook een stel voetballers uit het Amsterdamse én fans van deze Godenzonen dachten na een paar steengoede wedstrijden (was er zelf bij) nog wel kampioen te worden. Niet dus.

Om dit alles te verwerken heb ik mijzelf deze week even onttrokken aan het studieregime. M’n kinderen hebben mei-vakantie en willen er ook wel eens op uit. Allemaal leuk en aardig dat studeren van papa, maar gezinsvakanties zijn heilig, zeker ook voor mij. Straks maar weer een weekje inhalen, voor studenten is het nog lang géén vakantie.

Komende week rep ik mij weer naar de Oudemanhuispoort; nu nog het episch centrum van Amsterdam én de Rechtenfaculteit. Helaas verhuist deze volgend jaar naar het Roeterseiland (in het ietwat rustieke Oost gelegen). Hoop daar slechts een paar jaar rond te hoeven lopen – mijn ambitieuze studieschema is nog ongewijzigd – of is dat wederom of beter gezegd nog steeds zelfoverschatting?

Vive le vin!

De “tentamenweek” is weer voorbij. Best stressvol, zeker als je tijdens je eerste tentamen even een compleet moment van verstandsverbijstering hebt en een paar dagen later – op één dag – nog twee keer een drie uur durend tentamen hebt. Maar ja, ik heb er zelf voor gekozen…

Eén ander examen heb ik in ieder geval met zekerheid gehaald. Na bijna een jaar maandelijks met een stel hele gezellige dorpsgenoten allerlei mooie wijnen te hebben geproefd, mag ik me sinds gisteren (nu nog onofficieel) geslaagd noemen voor het internationale wijnbrevet WSET2. Daar moet je je overigens niet teveel bij voorstellen. Het was wél erg gezellig.

Tijdens al onze “lessen” kregen we de meest mooie verhalen en anekdotes over wijn te horen van één van de twee Masters of Wine – één van de meest prestigieuze titels in de wijnwereld – die ons land rijk is (wereldwijd enkele honderden). Daarom weten wij nu alles over de kwaliteit van druiven in verschillende klimaten, het productieproces, de belangrijkste wijnstreken, maar bovenal hebben we heel veel mooie wijnen geproefd.

En wellicht verrassend, dat hoeft niet persé kostbaar te zijn. Graag laat ik jullie eerst een rekensommetje zien. Neem bijvoorbeeld de student, die bij AH één van de goedkoopste flessen wijn koopt en daarvoor €2,49 betaalt. Als je daar eerst de BTW component (21%) aftrekt, blijft er nog €2,05 over. Daarvan moet ook nog de accijns afgetrokken worden van 66 cent (per fles), en natuurlijk de verpakkingskosten van circa 1 euro (fles, etiket, kurk), dan blijft er 39 cent over. De winkelier -AH in dit geval- en de producent moeten hier ook nog iets aan verdienen. Laten we zeggen dat ze ieder een dubbeltje (ieder een kwart) hieraan over willen houden. Dan blijft er slechts 19 cent over als waarde voor de inhoud van deze fles wijn. Gemakshalve heb ik dan de transportkosten nog maar even buiten beschouwing gelaten. Kortom: van de verkoopprijs in de winkel blijft nog maar een fractie (minder dan 8%) aan waarde over voor het “bocht” zelf.

Je kunt dus beter een iets duurdere wijn kopen. Als je uitgaat van €7,50 winkelprijs voor een fles (drie keer zo duur dus), dan leert dezelfde rekensom als hierboven dat de waarde van de inhoud uiteindelijk circa €2,26 bedraagt (let op: verpakkingskosten en accijns zijn vaste bedragen per fles onafhankelijk van de inhoud). In dit uiteraard fictieve voorbeeld vertegenwoordigt een drie keer zo dure wijn, dus een waarde voor de inhoud die ruim 10 keer zo groot is (vergelijk 19 cent met €2,26). Wijn van betere kwaliteit vanzelfsprekend. Het loont dus al snel om iets meer voor je wijn te betalen. De vraag is dan natuurlijk of dit zelfde sommetje opgaat voor nog veel duurdere wijnen. Uiteraard krijg je dan te maken met reputaties, want daar betaal je natuurlijk ook voor. Zeker in de bekende gebieden als Bordeaux en Bourgogne betaal je voor de naam. Wijngebieden zijn daar zelfs in de wet vastgelegd. Geografische grenzen bepalen daarom de omvang van het gebied, waarmee het aanbod sterk beperkt wordt. Het bekende “vraag en aanbod” principe, zo creëer je dus schaarste (en daarmee hoge prijs). Onze “Master of Wine” zei daar het volgende over: “het is géén kunst om dure wijn te kopen, maar wel om goede (en lekkere!) wijn te kopen”…

Dat doet me denken aan een fantastische documentaire, die ik recent heb gezien. “Sour Grapes” gaat over Rudy Kurniawan, de grootste wijnoplichter ooit, die bekroonde kwaliteitswijnen van gerenommeerde wijnhuizen namaakt en voor exorbitant hoge prijzen verkoopt, maar uiteindelijk toch wordt ontmaskerd. Hoe heeft deze “rockstar of wine tasting” de rijke wijnhandelaren en -verzamelaars jarenlang kunnen misleiden? De traditionele, gerespecteerde wijnwereld wordt omstreeks het jaar 2000 geconfronteerd met de nieuwe rijken, bij wie het niet om verfijnde smaak gaat maar die dure wijnen voornamelijk als lucratieve beleggingsobjecten zien. De prijzen schieten omhoog: in 2000 brengen wijnveilingen wereldwijd 92 miljoen dollar op. In 2008 is dat al vervijfvoudigd tot 478 miljoen dollar. In dit speelveld overspoelt de jonge enthousiaste Indonesische Rudy Kurniawan aan de vooravond van de economische crisis van 2008 de Amerikaanse markt met zijn zelfgemaakte wijnen, zogenaamd van befaamde wijnhuizen. Kurniawans pluspunten: een goede neus, verfijnde smaakpupillen, een goede wijnkennis van ’s werelds meest schaarse wijnen én een goed verhaal. Hij zou namelijk een telg zijn uit een gefortuneerde familie in Indonesië. Helaas is de documentaire niet meer (gratis) online te bekijken, maar gelukkig nog wel hier op Netflix. Het meest fascinerend vond ik nog de excentrieke verzamelaar, die voor tonnen is opgelicht, maar zelfs na de ontmaskering nog steeds blijft geloven in Rudy’s verhaal. Ontkenning in de reinste zin van het woord.

Ook Nederland kent nu z’n eigen “schandaal” in de wijnwereld. Op dit moment staan de gebroeders Eric en Joost de Bruijn van het roemruchte wijnhuis, P. de Bruijn Wijnkopers anno 1772 (naar zeggen het oudste familiebedrijf in Nederland) lijnrecht tegenover elkaar bij de Ondernemingskamer over de vraag hoe nu verder met het bedrijf. Wie koopt wie uit, en voor hoeveel? De heren houden namelijk zelf ook van een goed glas, maar gaan nu rollebollend met elkaar (wellicht niet alleen dat) over straat. Gelukkig blijft het drinken van een goed glas wijn onverminderd populair bij het Nederlandse volk, dus daar vinden ze wel een oplossing voor.

Ondertussen kan de rosé weer uit de koelkast getrokken worden; het is eindelijk lente. Ik zeg daarom graag, niet alleen omdat ik weer een diplomaatje rijker ben, maar zeker ook omdat de échte tentamens weer even voorbij zijn: “Santé”!

Ode aan de Mingvaas

U zult wel denken “Wat heeft een Mingvaas nu met de Rechtenstudie te merken?” Dat zal ik vertellen… Op dit moment volg ik het vak Contractenrecht en bij elke (wekelijkse) opdracht verschijnt er weer een casus over zo’n bijzondere porseleinen vaas. Een zeer geliefd voorwerp bij de docenten, die hier in allerlei vormen vragen omheen hebben bedacht. Heb me trouwens laten vertellen dat het leven van een docent niet over rozen gaat, nog afgezien van de naar zeggen karige beloning. Het nakijken van honderden tentamens van veelal mondige studenten is voor hen een hele klus. Helaas “vlucht” men daarom uit efficiëntie in sommige gevallen naar -in mijn ogen gruwelijke- MC vragen (“multiple choice”) aangezien dat een stuk sneller nakijkt voor ruim 600 eerstejaars rechtenstudenten (alléén al aan de UvA). Sowieso is het continu bedenken van nieuwe opgaven voor werkcolleges en tentamens in dit digitale tijdperk ook géén sinecure voor de docenten.

Al eerder memoreerde ik dat bijna alles qua “oud” studiemateriaal op internet te vinden is. Ofwel door de Universiteit zelf geopenbaard, ofwel achter de gesloten deur van een (betaald) portaal. Hier gaat dan ook een goed business model achter schuil. Zelfs venture capital maatschappijen zijn al gretig op deze bedrijven, die op dit gebied actief zijn, gedoken. In Amerika noemen ze dat soort bedrijven euphemistisch “companies collaborating with the educational ecosystem”. Het wordt gezien als een veelbelovend en groeiend segment in de digitale wereld. Mijn eigen financiële achtergrond in combinatie met m’n nieuwe rol als jurist dwingt mij te zeggen dat er voor wat betreft deze platforms, die deze studievragen en alles wat daarmee samenhangt verspreiden, nog wel ergens een auteursrechtelijk risico kan liggen. Ben echter nog niet zo ver in m’n studie gevorderd dat ik daar nu al écht iets zinnigs over durf te zeggen.

Voorlopig profiteer ik dan ook gretig van het gemak dat alles te vinden is. In mijn tijd (lees: vroeger) moest ik als ik “wat” colleges had gemist naarstig op zoek naar een ijverig studiegenootje – meestal meisje waar je stilletjes verliefd op was – om alle collegeaantekeningen te kopiëren. Voor studieopdrachten restte een slopende gang naar de bibliotheek en een eindeloze zoektocht om de juiste informatie te bemachtigen. Verder werd er meer uitgegaan van zelfwerkzaamheid. Nu zijn er dagelijkse digitale deadlines om je huiswerk in te leveren, waarbij een belangrijk onderdeel bestaat uit de “peer review”; het beoordelen van het werk van een medestudent. Alles binnen de gestelde tijd. Je ziet de klok nog net niet in de bovenhoek van je scherm aftikken, maar per e-mail ontvang je wel aan de lopende band reminders…

Maar nu terug naar de Mingvaas. Er schijnen wereldwijd écht heel veel liefhebbers van dit Chinese porselein uit de tijden van de Ming dynastie te zijn. Stelt u zich de volgende casus voor (uit het boekje):

U kocht op 1 september een prachtige Mingvaas voor het lieve sommetje van €90.000 bij een gerenommeerde antiquair. Dat is géén gering bedrag, maar u bent zowel een liefhebber als een kenner. U heeft er uw hele leven voor gespaard. Afgesproken is dat de vaas op 1 december wordt geleverd. Wat is er vlak daarvoor gebeurd? De Mingvaas is door de antiquair uit de vitrine weggeborgen in het magazijn achter de winkel. Daarvan is nu net in november bij een verraderlijke herfststorm en grote hoosbui het dakje ingestort, waardoor de Mingvaas compleet aan gruzelementen is. Daarbij had u via een bevriende expert, die bij een veilinghuis werkt, gehoord dat voor uw vaas op dat moment zeker €100.000 betaald zou worden bij een veiling.

Tsja, wat nu? Stel dat u al een (aan-)betaling hebt gedaan. U wilt de overeenkomst graag ontbinden. Kan dat? Kunt u in dat geval ook schadevergoeding vragen?

Of iets anders. U bent vergeten op 1 december de vaas op te halen bij de antiquair. Op 2 december gaat de vaas compleet aan diggelen door grote stommiteit van een van de medewerkers van de antiquair. Heeft u nu recht op schadevergoeding?

U begrijpt het al. Ineens wordt zo’n mooie Mingvaas best een “dingetje”. In het eerste geval is het inderdaad mogelijk om de overeenkomst te ontbinden aangezien nakoming zonder tekortkoming (vaas is namelijk onherstelbaar beschadigd) door de antiquair niet meer mogelijk is. Schadevergoeding is echter niet mogelijk, ook al was de vaas eigenlijk meer waard en had er een winstje in gezeten.  Zal u niet “verwennen” met de wetsartikelen, die dit onderbouwen. Dan moet u straks maar een jurist inhuren.

In het tweede geval heeft u zelf een probleem. Hier is namelijk sprake van “schuldeisersverzuim”; u heeft zelf de vaas niet opgehaald, terwijl dit zo afgesproken was.

Uiteraard wordt hier een hypothetische situatie geschetst en kent iedere casus zijn eigen merites. In elk geval zou ik iedereen willen aanraden om – eenmaal iets gekocht – goed te bedenken dat u zelf het risico loopt voor het vervolg… Dus gewoon die antieke Mingvaas op het afgesproken moment ophalen!

Hersencellen

De vraag is natuurlijk of ik er nog wel voldoende over heb om deze missie te volbrengen. Vaak willen vrienden van mij weten of het nu heel moeilijk is om lappen stof tot je te nemen als je “op hoge leeftijd” bent…

Nu dat zal blijken. De tentamenperiode is net achter de rug. Denk dat het wel goed ging, maar durf niets meer te zeggen over de cijfers. Voorgaande keren heb ik mij daar ook in vergist. Aangezien de vakken Constitutioneel Recht en Aansprakelijkheidsrecht (deels) open vragen bevatten, duurt het nog enige weken voordat de uitslag bekend is. Ik kan mijzelf deze keer dus niet indekken met m’n “multiple choice fobie”. Daarom heb ik me maar eens verdiept in hoeverre alcohol je hersencellen aantast.

In mijn vriendenkring was er de nodige paniek toen de leeftijdgrens voor het kopen van alcohol enige jaren geleden verhoogd werd naar 18 jaar. Hun kinderen waren in sommige gevallen net 16 geworden, dus mochten destijds iets drinken, maar toen ineens niet meer. Hoe hou je dat onder controle? Niet dus. Ook blijkt sinds het verhogen van de minimumleeftijd het drugsgebruik onder tieners sterk te zijn toegenomen. Maar hoe schadelijk zijn al die drankjes (japie’s, casnov’s) die ik destijds heb gedronken toen ik jong was?

Ondertussen weten we uit hersenonderzoek dat tieners onverantwoordelijk gedrag vertonen omdat hun brein nog niet is volgroeid. Dat is pas vanaf 25 jaar. Daarvoor zijn je hersenen heel plastisch; er worden heel gemakkelijk nieuwe hersenverbindingen gevormd, maar óók afgebroken. Vooral voor het jonge brein is alcohol een sluipmoordenaar. Deze stof zaagt rechtstreeks aan je intelligentieniveau – aan hoe slim je kan worden – zonder dat je het meteen merkt. Dit “snoeien” van je hersens is onder normale omstandigheden een belangrijk kenmerk van de hersenontwikkeling. Gebruik je bepaalde hersenverbindingen vaak, dan versterkt het brein deze verbindingen heel makkelijk en groeien er ook wat nieuwe bij. Hiermee vorm je “paden” in je geheugen; je leert gewoontes aan, je onthoudt dingen. Kortom: je wordt iedere keer een stukje slimmer zo.

Vervolgens verliezen onze hersenen gedurende ons leven nog 5 tot 10% van hun gewicht. Om precies te zijn, onze prefrontale cortex vermindert en dit is geassocieerd met achteruitgang van het werkgeheugen. Ai, dat helpt niet voor de student op leeftijd. Het is gelukkig niet allemaal ellende. Vanaf middelbare leeftijd (ik verzin het niet) zijn mensen door bepaalde ontwikkelingen in hun hersens beter in balans en beter in staat tot reflectie. En dat is nu misschien juist de reden dat ik weer ben gaan studeren.

Dus even terug naar de studie. De afgelopen week bekroop mij een nieuwe angst: “Is mijn handschrift nog wel leesbaar?” Sinds alles met mobiel en computer gaat, zet men nog maar weinig op schrift met pen en papier. Door zelf wat handgeschreven uittreksels te maken, heb ik m’n schrijven weer een beetje geoefend. Je hebt tegenwoordig overigens allerlei websites (eerst gratis, maar na paar maanden moet je ervoor betalen), waarop alle denkbare uittreksels, aantekeningen en oude tentamens voorhanden zijn. Hier is een hele nieuwe industrie ontstaan. Dus géén uittreksels meer op rood papier geprint, zodat kopiëren (destijds een uitvinding) niet mogelijk was. Uiteindelijk probeerde je het slimste meisje van de klas te verleiden, zodat je haar aantekeningen mocht lenen. Vervolgens stond je urenlang velletje voor velletje onder het kopieerapparaat te leggen. Aan de beschikbare studiematerialen kan het nu echter niet liggen.

Zelf geniet ik op dit moment na alle noeste studie-arbeid van een heerlijke Gin & tonic en troost mijzelf met de gedachte dat m’n studiematen op dit moment waarschijnlijk al ergens laveloos in de gordijnen hangen, zich pas morgen realiserend (als ze mijn blog hebben gelezen) dat ze weer flink hun hersens gesnoeid hebben. Ooit zullen onze hersenstammen dan toch van hetzelfde formaat zijn. Proost allemaal en fijne feestdagen!