Ontmurwen

Soms ben je murw. Je bent zacht gemaakt. Je hebt gestreden. Je bent het vechten moe. Je valt soms letterlijk stil. En dat gebeurde mij bij het schrijven van m’n blogs. Blijkbaar kostte het telkens praten over onze ‘onzichtbare vijand‘ mij zoveel energie, dat ik even niet meer de pen goed op het papier kreeg.

Nu is het ook zo dat wat zacht en week is, zich weer opent. Je laat het binnenste van jezelf zien. Na de overgave komt de acceptatie. Dat het niet anders is. Als je voorbij het proces bent van murw geraken, dan kan je ontmurwen. Voor mij is dit het woord voor deze tijd. De afgelopen periode heeft ons als mens weer zachter gemaakt. We waren even prikkelarm. We moeten hartstikke blij zijn met wat we allemaal hebben.

Maar wat nu? De energie vloeit langzaam terug bij iedereen. Bijna direct gaan we weer over tot de orde van de dag. Zo staat de stikstofproblematiek weer hoog op de agenda. De discussie over het gebruik van biomassa laait weer op. Toch bijzonder om te zien hoe geleerden al jaren zo kunnen verschillen in hun mening over energiewinning. De klimaatdoelen lijken op deze manier verder weg dan ooit.

Ook de redding van de nationale trots KLM helpt daarin niet. Er zijn weinig voorwaarden aan de steun verbonden anders dan salariskorting voor de aanzienlijk fors beloonde piloten en vermindering van het aantal nachtvluchten. ‘Groene’ voorwaarden stellen aan de steun voor KLM zou ook niet fair zijn. Ook in de luchtvaart moet natuurlijk wel sprake zijn van een ‘level playing field’. In de volksmond wordt dit ook wel ‘gelijke kansen’ voor ondernemingen genoemd. Zo is het voor de Europese interne markt nu eenmaal met elkaar afgesproken. Hoe dan verder?

Naast BTW op tickets en accijns op kerosine heffen (gebeurt nu niet) zouden alle maatschappelijke kosten doorberekend moeten worden in de ticketprijs. In mijn ogen zouden om te beginnen de grote Europese luchthavens, waaronder Schiphol, hierin het voortouw kunnen nemen. Dus alleen landingsrechten krijgen als je als luchtvaartmaatschappij voldoet aan allerlei vereisten op het gebied van duurzaamheid. Denk aan zuinigere vliegtuigen. Synthetische kerosine. Optimalisatie van vliegroutes. Een Europees luchtruim (we vliegen nu jaarlijks miljoenen kilometers om).

En wat schetst mijn verbazing, toen ik toch eens ging kijken voor een najaarstripje richting het zonnige Zuiden. Want ook de vakantieplannen zijn tegenwoordig weer een veelbesproken onderwerp. ‘Blijf je in Nederland?’ ‘Ga je vliegen?’ Nu zullen wij zelf deze zomerperiode ‘netjes’ met de auto gaan reizen, maar dat zal niet voor eeuwigheid een blijvertje zijn… Ja, ook ik koester de vrijheid die vliegen biedt. Daar wil ik niet al te hypocriet over zijn.

In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten na corona zijn de ticketprijzen voorlopig alleen maar lager geworden (gemiddeld zo’n 20%). Om het vertrouwen van de consument terug te winnen (denk ik), wordt er op allerlei manieren gestunt met prijzen. De torenhoge leningen die verstrekt zijn aan luchtvaartmaatschappijen kunnen alleen maar terugverdiend worden als de bezettingsgraad weer richting de 100% stijgt door vooral de toeristen industrie. De zakelijke reiziger zal nog wel even wegblijven. Bedrijven hebben de (mogelijke) kostenbesparing gezien en zelfs de ‘executives’ zijn het ‘Zoomen’ gaan waarderen boven de continue jet lag en kans op allerlei vervelende virussen en ziektes.

Welke ‘veranderingen’ bespeur ik bij mijzelf? Elkaar drie zoenen geven was al behoorlijk veel. Las ergens dat vrouwen daar ook niet altijd op zitten te wachten. En dat kan ik me voorstellen als ze zo’n half geschoren ‘baardmannetje’ als ik tegen het lijf lopen.

Ik ga het daarom voortaan houden bij een knuffel of één zoen. Het nieuwe drie is één zo lijkt! Gaan we straks weer terug naar de handdruk of blijft het een ‘elleboogje’? De handdruk kent z’n origine in het sluiten van een overeenkomst, en is pas in de 17e eeuw een begroetingsgebaar geworden. Hoewel tegenwoordig diep geworteld, ben ik benieuwd of het snel terugkomt. Ik laat het handen schudden voorlopig nog even achterwege. Ben er nooit helemaal gerust op geweest waar mensen met hun handjes allemaal áán hebben gezeten…

Waar heb ik de afgelopen maanden van genoten? Veel in en rondom het huis zijn. Heerlijk in de natuur, op de heide, in het bos of op het water. Wekenlang mooi weer hielp daar natuurlijk wel bij. En een bijna lege agenda. Veel tijd met het gezin doorgebracht. Van spel- en filmavondjes tot de gebruikelijke onderlinge irritaties met als gevolg goede gesprekken daarover.

Verder een (tweede) dametje met een diploma. Ondanks de ‘coronaversie’ zijn we er toch trots op. Ook zij gaat snel uitvliegen. Iets wat ze nu al dag- en nacht doet. De behoefte bij de jeugd is blijkbaar héél groot. Zie ook de recente uitbarstingen van ‘onze’ jeugd in Knokke en Albufeira. Eigenlijk wil ik ‘t niet weten… We moeten het loslaten en vertrouwen hebben. Voor ons komt het complete ‘lege nest’ steeds dichterbij. Ik noemde het al eerder een ‘kantelmomentje‘.

Nu eerst maar verder ‘ontmurwen’! 

 

Prikkelarm

In deze tijden hoor je nog wel eens een ‘nieuw’ woord. Zo blijkt een prikkelarm uurtje winkelen bij de supermarkt al langer te bestaan. Juist voor mensen met  autisme is dat heel fijn. Zij zijn erg gevoelig voor geluid en licht. Dit heeft ook navolging gekregen bij musea, theatervoorstellingen en concerten.

Maar zijn we eigenlijk niet allemaal ‘overgevoelig’ voor alle prikkels, die we normaal krijgen? We willen continu ‘van alles’ maar nu kan of mag het simpelweg even niet. Alles is ineens compleet anders. Weg structuur en veel onzekerheid.

We zijn nu vaker alléén; in ieder geval niet op kantoor (met collegae) aan het werk. Dat biedt ruimte om naar andere dingen te kijken. Zo valt het mij op dat we al enkele weken van mooi lenteweer kunnen genieten met strakblauwe hemels. Af en toe gaat dit wel gepaard met een koude oostenwind. Nou komt dat redelijk vaak voor in deze tijd van het jaar. Maar zouden de stralende hemels en felle zon misschien veroorzaakt worden door de afname van het vliegverkeer? Het blijkt inderdaad zo te zijn dat vliegtuigen bijdragen aan wolkenvorming. Een en ander hangt wel af van de weersomstandigheden, maar vast staat dat vliegtuigen op grote hoogte zorgen voor extra waterdamp bij de verbranding van kerosine. De sluierwolken die vliegtuigen daarmee kunnen veroorzaken, noemt men ‘cirrus homogenitus’ (in het Nederlands: door de mens gemaakte sluierbewolking). Dit kan op grote hoogte zorgen voor een sluitend wolkendek, waardoor de zon niet meer te zien is. De invloed van het dagelijks weer is overigens veel groter.

Interessanter is de vraag of deze crisis tot grote hervormingen zal leiden. En zoals jullie weten uit eerdere blogs (“Gokje“, “De onzichtbare vijand“), ga ik hier niet proberen te voorspellen hoe de wereld er straks uitziet. Gelukkig hebben we al genoeg coronagoeroes. Weer zo’n mooi nieuw woord. Behoort zeker tot één van de kanshebbers naast het vorige keer al door mij getipte ‘groepsimmuniteit’. Iets waarvan we ondertussen kunnen afvragen of dat werkt.

Terug naar de coronagoeroes. Dit zijn mensen die precies weten hoe de wereld eruit gaat zien na de crisis. De centrale vragen daarbij lijken te zijn: “Wat gaat het met ons doen?” en “hoe gaat mijn leven er straks uitzien?”

Antwoord geven op de eerste vraag gaat veel mensen goed af als je alle orakels en voorspellers mag geloven. In veel gevallen gaat het om zelfbevestiging. Er komen weinig mensen voorbij die tot hun eigen grote verbazing moeten vaststellen dat de pandemie hun wereldbeeld totaal heeft veranderd, dat het virus al hun gedachten en idealen een flinke klap heeft gegeven. Niemand die zal zeggen dat hij of zij het nu echt even niet meer weet.

Ik geloof er zelf ook heilig in dat er dingen kunnen gaan veranderen, maar daarbij kan ik alléén maar voor mijzelf spreken. Ik denk dat de keuzes die ik zal maken ‘bewuster’ zullen zijn. Ik verwacht dat om ons heen mensen hun baan zullen verliezen of een belangrijk deel van hun inkomsten. Ook huwelijken en relaties kunnen onder druk komen te staan. Ik denk dat het goed is om daar de helpende hand toe te steken of open communicatie in stand te houden. Kortom: meer oog voor de medemens.

Natuurlijk zou ik ook willen bedenken – in vergezichten – hoe de hele wereld er na corona gaat uitzien, maar daar waag ik mij liever niet aan. Ik vind de veranderingen in mijn persoonlijke wereldbeeld al ingewikkeld genoeg.

Elke dag en soms meerdere keren per dag moeten we als persoon beslissingen maken met vergaande gevolgen. Meestal blijft het beperkt tot beslissingen op het persoonlijke vlak. Gevolgen die bovendien vaak niet goed te overzien zijn. Ik zou op dit moment niet graag in de schoenen willen staan van Rutte en andere beleidsbepalers. Zij moeten nu beslissingen maken waarvan de gevolgen vele malen groter zijn en waardoor bijna alle mensen geraakt worden. Deze kleine groep moet gróte beslissingen maken met gróte gevolgen voor onze hele maatschappij. Voor ons dus.

Het lastige is dat we moeten accepteren dat deze ingrijpende beslissingen vóór ons gemaakt worden. We moeten daarbij vertrouwen op de experts. Maar wat nu als de experts met grote regelmaat elkaar tegenspreken. Ik kijk dan even specifiek naar de Zweedse corona-aanpak, waarbij de beleidsmakers een nuchtere kosten-baten analyse maken, ze sociaal-maatschappelijke belangen afwegen tegen economische, en dat ze dan tot rationele beslissingen komen. Kortom: niet ‘overreageren‘.

In Zweden kunnen de kinderen nog gewoon naar school (en de ouders naar hun werk), de sportievelingen naar de sportschool en zijn bovendien alle cafés nog open. Met dit mooie weer staan de terrassen daar buiten opgebouwd. Ik zie het helemaal voor me. Heerlijk samen in Göteborg aan de haven. Je kunt er nog dagelijks met de ondertussen zwaar steun behoevende KLM (ik vind daar iets van…) naartoe vliegen. Oh nee, dat is juist wat ik niet meer wil doen. Maar toch.

Wat zou ik mij daar graag even overgegeven aan alle prikkels…

“Wat van ver komt…”

Ze zeggen “wat van ver komt, is lekker”. Dit spreekwoord betekent dat men geneigd is om wat van ver komt als bijzonder aan te merken. Dat is waarschijnlijk ook de reden dat we tegenwoordig als gekken de hele wereld over vliegen. Er zijn volgens mij de afgelopen veertig jaar maar weinig dingen écht goedkoper geworden, maar vliegen is dat voor m’n gevoel wel.

Ondertussen klagen we steen en been dat ons eigen landje overspoeld wordt door rolkoffertoeristen, maar zelf kunnen we er ook wat van. Vroeger was het een statussymbool als je gebruind thuiskwam van vakantie, want dan was je ieder geval ‘rijk’ genoeg om een ticket te betalen naar zonnige oorden. Die tijden zijn wel veranderd. Als je dit jaar trouwens in Nederland bent gebleven, was dat ook net goed voor je huidje. De UV-straling van de zon blijkt nog nooit zo schadelijk te zijn geweest als hier de afgelopen maand, omdat er letterlijk géén wolkje aan de lucht was.

In ieder geval vliegen we tegenwoordig allemaal alsof het onze lust en leven is. Aan de andere kant maakt men ons steeds meer bewust van de enorme schadelijke effecten voor het milieu ervan. “Eén retourtje Amsterdam-New York is net zo schadelijk als het eten van duizend Big Macs.” volgens de Correspondent. Het zou dan ook een goede zaak zijn om ons milieuvervuilende gedrag te beperken of op z’n minst te compenseren.

Wij zijn daarom – da’s natuurlijk niet helemaal waar, of eigenlijk helemaal niet waar – deze zomer relatief dichtbij huis gebleven. Er is in ieder geval over nagedacht. Een mazzeltje daarbij was de zeldzame warme (en daarmee droge) zomer. Sinds we de temperaturen en dergelijke te meten en bijhouden (dat doen ze vanaf 1901) was zoiets nog bijna nooit voorgekomen. Het record uit 1976 dreigt verbroken te worden. Wat houden we toch van ranglijstjes! Het was in elk geval een on-Nederlands mooie zomer. We gaan nog vier ongewoon warme zomers tegemoet voorspellen de wetenschappers, althans als we de weerprofeet van de Volkskrant, meneer Drijfhout mogen geloven.

Ons als zuinige Hollanders kennende, zal er nu wel weer massaal het komende jaar een vakantie in eigen land geboekt worden. En ik durf te zeggen: “dat is sowieso de moeite waard”. Zo fietste ik in vier dagen 320 kilometer met m’n jongste dochter in lijn met het Pieterpad naar het noorden (gestart in Nijmegen) langs de meest schitterende (verlaten) plekjes. Plaatsen waar ik nog van had gehoord, laat staan dat ik er ooit was geweest. Ik waande me soms écht in het buitenland, al was het maar omdat sommige dialecten ook niet direct goed verstaanbaar waren. Of was dat niet de reden dat we per ongeluk in soort nudisten hotelletje terecht kwamen? We kwamen er in ieder geval achter dat Drenthe de fietsprovincie van Nederland is; waarschijnlijk door zichzelf zo benoemd, want ook Gelderland heeft diezelfde ambitie. Daar was het inderdaad ook mooi fietsen trouwens. Daarnaast is het al fietsend niet goed mogelijk om ‘mobiel’ te zijn, dus als vanzelf ontstonden er mooie gesprekken tussen vader en dochter. We zijn nu nog grotere ‘matties’.

En zoals ik m’n vorige blog al aankondigde, eindigden we in ‘t ol oude Groningen, de mooiste stad van ‘t noo-hoorden… Een bezoekje aan m’n oude studentenhuis en de sociëteit deden de ogen van m’n dochter wijd openstaan. Ze wil nu niets liever dan ook daar gaan studeren; heb het écht niet gepusht ofzo. Denk dat de populariteit van deze stad – vorig jaar verkozen tot de leukste studentenstad van Nederland – beter te verklaren is door de grote afstand tot menig ouderlijk huis (of zoals wij vroegen zeiden “thuis-thuis”). Ze zeggen niet voor niks: “Wat van ver komt…” Heb nu wel twee (van de drie) dochters, die niets liever willen dan in Groningen studeren. Moeten we ons zorgen maken?

Wellicht komt het door de ‘verplichte’ kampjes, waar we ze dit jaar naartoe hebben gestuurd. Wij zien dat als een belangrijke stap naar zelfstandigheid, maar dit wordt niet door onze kinderen niet altijd zo gezien. De twee weken Engelse Summerschool werd in beginsel een ‘strafkamp’ genoemd; uiteindelijk viel het toch mee, en was het zelfs een behoorlijk positief geluid te horen. Het ‘activiteitenkamp’ (met hoog ponygehalte) voor de jongste was een complete misser, maar gelukkig ontdekten we als alternatief op enkele kilometers van huis nog een hartstikke leuk zeilkamp. Dit hadden we nog nooit eerder gezien. Over dichtbij huis gesproken… De andere dochter was voor hetzelfde (zeilen) al voor het zoveelste jaar met veel plezier naar Fryslân afgereisd.

Al dit vertier voor de kinderen betekende wel dat we ergens deze zomer een weekje zonder kinderen – dat was lang geleden – konden bewegen. Ook wij ontdekte dichtbij een vertrouwde vakantiestek veel nieuwe dingen. Soms hoef je niet de hele wereld rond te reizen om verrast te worden door leuke lokale marktjes en musea van bijzondere aard. Wat het wel makkelijker maakt, is de vrijheid die je hebt als je met z’n tweeën kunt bewegen in plaats van met een heel harem in je gevolg. Kinderen blijken het zelf ook heerlijk te vinden om even zonder toezicht van hun ouders te zijn. Natuurlijk missen we elkaar op enig moment wel allemaal, maar de ‘gezinsapp’ biedt hier tegenwoordig uitkomst voor. Was overigens wel de eerste van ‘t gezin die wist hoe je zelf Gif’jes kunt maken en versturen (ja, ja, papa is géén digidino).

Voorzie nog wel wat mooie, uitdagende en dynamische jaren (gelukkig maar!) alvorens onze dametjes hun vleugels compleet zullen gaan uitslaan. Het was in vele opzichten een hete zomer. Denk overigens dat een zonnig klimaat heel bepalend is om dingen fijn of lekker te vinden, vandaar dat we normaliter als Hollanders graag warmere streken opzoeken. Misschien heeft die klimaatverandering dan toch één belangrijk voordeel, namelijk dat we niet meer zo ver weg hoeven…