Het Kerst(gedoe)verhaal

Het klassieke kerstverhaal is natuurlijk simpel. Het is hartje winter, Jozef helpt de hoogzwangere Maria op een ezel en ze gaan naar Betlehem. Terwijl de vliezen al gebroken zijn, weigeren daar alle herbergiers hen, maar ze vinden gelukkig ergens een stal, waar Maria die nacht nog bevalt.

Je kunt het ook de meest slecht georganiseerde bevalling ooit noemen. Ik zou er zelf niet mee weggekomen zijn. Je weet dat je ‘s-nachts aankomt, géén hotel of niks geregeld; daar heb je toch Booking.com voor. Kwamen er vervolgens nog wat wildvreemde bezoekers, drie Koningen, langs. Daar had ik ook niet mee moeten aankomen. Die passanten hadden daarbij ook nog eens ongevraagde cadeaus – goud, mirre en wierook – meegenomen, terwijl iedereen weet dat er na de bevalling gewoon een goed glas bubbels geschonken moet worden mét beschuit en muisjes. Dan was het met het bedenken van een naam waarschijnlijk ook beter gegaan. Nu zal Maria wel gezegd hebben, en hoe gaan we het kindje eigenlijk noemen? Zegt Josef: “Ja ik doe ook m’n best hoor, Tjezus Christus”. “Ja, dat vind ik wel een goede naam”, zal Maria fluisterend en rillend van de kou geantwoord hebben.

Tot zover het échte Kerstverhaal. Eigenlijk zijn Kerst én gedoe een onlosmakelijk koppel. Daar kan menig relatie nog aan tippen… De één kan ongebreideld genieten van dit koppel, terwijl de ander bij alleen al het idee in stress schiet. En tot ver in januari moet herstellen van deze jaarlijkse ramp. Kerst én gedoe gaan hand in hand door decemberland en verarmen of verwarmen menig familieband. Zelf ben ik – opgegroeid met alléén m’n moeder (beetje respect voor ons allebei!) in een kleine familie – niet echt groot geworden met ‘t zogeheten Kerstfeest. Ondertussen weet ik ook dat verplicht gedoe en gezelligheid eigenlijk niet goed samen gaan. Daarnaast hebben wij als gezin juist in de Kerstperiode een aantal droevige dingen meegemaakt in het verleden. Het overlijden van dierbaren vergeet een mens nooit.

In Nederland ziet de Kerst er traditioneel als volgt uit. De Eerste Kerstdag vier je met familie. Dat betekent voor véél mensen een uitdagend avondje met een schoonmoeder, zus of zwager waarmee je eigenlijk net niet zoveel hebt. Daarom hebben we waarschijnlijk bedacht dat we op Tweede Kerstdag met z’n allen (héél Nederland dus) iets leuks gaan doen en er op uit trekken. Dat betekent vaak urenlang in de file staan om ergens te komen, denk daarbij aan attractiepark of meubelboulevard. Dat laatste is eigenlijk ook een attractiepark. Het lijkt wel weer een beetje op het kuddegedrag als iedereen tegelijkertijd de berg opkruipt richting de skipistes.

Dat skiën of een mooie verre reizen maken, is ook wat wij met ‘t gezin het liefste doen in deze Kerstperiode. Tegenwoordig durf je zoiets bijna niet meer te zeggen. Reizen is natuurlijk verre van duurzaam. In ‘Ho ho ho’ schreef ik al over de ‘Groene Revolutie’ en in ‘Puur Natuur’ rekende ik al eens vóór hoe groot de CO2 uitstoot is bij al dit soort reisjes. Om te beginnen zou vliegen een stuk duurder moeten zijn, betoogde ik in ‘Zwanen’. Recent bekende ik ‘hardop’ mijn hypocrisie bij het schrijven over wat je denkt dat je bent of over wie je wilt zijn. Papier is geduldig. Het moeilijkste is om het uit te voeren. Het is dan ook niet verrassend dat de woorden ‘klimaatspijbelaar’, ‘vleeswroeging’, ‘klimaatdrammer’, ‘ecopopulisme’ en ‘bezorgschaamte’ in de shortlist staan om dit jaar te worden verkozen tot ‘Woord van het jaar’. ‘Vliegschaamte’ verloor trouwens bij deze verkiezing vorig jaar nipt van ‘Blokkeerfries’.

De excuses om ons ‘slechte’ gedrag goed te praten worden ook steeds vindingrijker. Hoor m’n vrienden bij de zoveelste vlucht tegenwoordig zeggen: “Maar ik maak alleen nog gebruik van lijnvluchten”. Onder het mom van ook zonder mij gaat ‘t vliegtuig toch de lucht in. Of zoals de organisatie van de Grand Prix Formule 1 van Zandvoort zegt: “bezoekers van de Grand Prix veroorzaken op dat moment elders geen uitstoot” en “we doen ter compensatie een paar races minder komend jaar”. Maar geloof me als ik zeg dat het beoogde racespektakel volgend jaar sowieso doorgaat. De bemoeienis van Prins Bernhard (junior) zal ervoor zorgen dat Verstappen in z’n Red Bull voor een uitzinnige menigte op Nederlandse bodem de strijd aan kan gaan met een handvol concurrenten van Mercedes en Ferrari. Want laten we eerlijk zijn, Verstappen is dit jaar als derde geëindigd in een kampioenschap, waaraan eigenlijk maar vijf man meedoen. Toch kijk ik graag op TV naar de races, al is het maar omdat één van mijn dochters helemaal fanaat is geworden. Kan bijna niet wachten op de documentaire die ‘as we speak’ gemaakt wordt over de realisatie van ‘The Dutch Grand Prix’, genaamd ‘De Zandvoort Formule’. Hierin worden een VVD wethouder, een boswachter en een GroenLinks raadslid gevolgd. Vooral die laatste schijnt interessant te zijn, want hij heeft vóór de Grand Prix gestemd, erg tegen de lijn van zijn eigen partij in, omdat hij hoopt dat het evenement geld naar Zandvoort brengt waarmee het verval van het dorp kan worden tegengegaan. Ik ben benieuwd hoe de zaken voor hem gaan uitpakken…

Zoals m’n trouwe bloglezers weten, ben ik een groot liefhebber van documentaires. Het recente Internationale Documentaire Festival in Amsterdam (IDFA) was dan ook weer een grote snoepwinkel. Als eerste zag ik “My Rembrandt”. Deze bijna spannende documentaire met allerlei verhaallijnen, waarin uiteraard de passie van Rembrandt-liefhebbers centraal staat, liet weer eens zien wat kunst allemaal met mensen kan doen. Dat zagen we ook vorige week toen een vastgetapete banaan aan een witte muur ‘viral’ ging. Moest meer lachen om de talloze geestige parodieën en inhakers, zoals die van de worst van de lokale slager. U heeft ze vast en zeker ook voorbij zien komen. Wat ik ervan vind? Lees nog even ‘Géén kunst‘.

En natuurlijk was er tijdens IDFA ook zwaardere kost. Zo zag ik de winnaar van de publieksprijs ‘For Sama’. Het is een hartverscheurende film over het oorlogsgeweld in Aleppo, gezien door de ogen van de 26-jarige Syrische burgerjournalist Waad al-Kataeb. Ze draagt de film op aan haar pasgeboren dochter, Sama. “Ik wil dat je begrijpt waarom je vader en ik deze keuzes hebben gemaakt, waarvoor we vochten.” En ik kan zeggen dat de gruwelijke beelden blijven hangen, maar vooral de moed van deze jonge mensen, die op de meest onmogelijke plek op aarde  – op dat moment – blijven strijden voor hun idealen. De film draait vanaf maart ook in de bioscoop. U bent gewaarschuwd. Er is niets feestelijks aan. Dan is het gedoe met Kerst allemaal ‘kinderspel’.

Overal is tegenwoordig gedoe. Je leest en hoort erover. ‘Gedoe op ‘t werk’ is voor iedereen herkenbaar toch? ‘Bij verandering hoort gedoe’, vraag het maar aan de Brexiteers. ‘Rekening houden met je buren voorkomt gedoe’, zeg ik regelmatig als buurtbemiddelaar. Het liefst willen we allemaal ‘goedkoop en géén gedoe’. En na deze Kerstperiode komt altijd weer die uitdaging ‘gezond zonder gedoe’.

Als je dat laatste héél rigoureus wilt aanpakken, dan kan je kijken naar documentaire ‘The Game Changers’. De nadruk ligt hierin op de beeldvorming rondom het eten van vlees en hoe vele atleten presteren middels een plantaardig dieet, waar die groep voorheen werd geassocieerd met vooral dierlijke proteïnen. En een topatleet willen we allemaal zijn, of in ieder geval het figuur ervan hebben. Dacht even dat we ons tot het ‘veganistengeloof’ gingen bekeren. Voor de mannen zeg ik alvast dat er interessant onderzoek over erecties in besproken wordt. Kunnen vrouwen overigens ook hun voordeel mee doen. Hoewel de documentaire zich volledig focust op sporters, laat het ook de impact van vleeseten zien op mensen, zoals jij en ik. Het heeft mij in ieder geval toch aan het denken gezet (lees: geïnspireerd) om als omnivoor bewuster en vaker direct te kiezen voor plantaardig voedsel, maar het hele leven moet nu ook weer géén ‘strafexpeditie’ worden.

Ik wens jullie allemaal dan ook weer een ‘Vrolijk Kerstfeest’ met of zonder al teveel gedoe!

Komkommertijd

Richting het zomerreces beleeft het nieuws niet echt zijn hoogtepunt, hoewel Trump z’n best blijft doen om de gemoederen bezig te houden. Ook in het Epstein-dossier duikt zijn naam regelmatig op. Zo vindt Trump die Epstein een ‘leuke gozer’ en er voegt er achteloos aan toe: “Men zegt zelfs dat hij net zo van mooie vrouwen houdt als ik, zij het een tikje aan de jonge kant.” Zo bezien is de term ‘Komkommertijd’, die ooit bedacht is voor (weinig) nieuws in de zomerperiode, wel toepasselijk.

Dit is ook de periode, waarin veel kinderen hun basisschooltijd afsluiten met de traditionele musical. Voor ons alweer heel wat jaren geleden. Dat kan behoorlijk wat teweeg brengen. Zo gingen recent ouders naar de rechter om af te dwingen dat hun kind – blijkbaar een draak van een ventje – toch mee mocht doen met de eindmusical. Hopelijk heeft hij een mooie rol gekregen in hun musical ‘Gewoon Super’. Ik dacht zelf voor hem aan die van ‘mystery shopper’… En z’n ouders kunnen gewoon lekker thuisblijven.

Ik weet nog goed dat ik zelf destijds – bijna 40 jaar geleden – niet zo graag mee wilde doen (lees: ‘in beeld wilde zijn’) bij dit soort zogenaamd vrolijke doch verplichte activiteiten op de basisschool. Mijn moeder moest er nog een keer aan te pas komen om mij te bewegen ergens wel aan mee te doen. Zoiets kan ik mij nog vaag herinneren. Je kunt je dan ook best afvragen of iedereen dus wel zo graag mee wil doen aan zo’n eindmusical. Zo was ik ooit bij zo’n schooluitvoering een keer de ‘verteller van het verhaal’ (tegenwoordig heet dat chique ‘voice over’), zodat ik in ieder geval niet zichtbaar was voor het publiek. Ook ben ik wel eens het (onzichtbare) achtereind van een koe geweest… Van die podiumangst van toen is nu (helaas) niet zoveel meer te merken. Ik laat me tegenwoordig graag horen en zien. Hoewel ik recent natuurlijk wel een stuk volwassener ben geworden…

In dat kader had ik deze week een bijzondere culturele ervaring. Altijd aardig zo’n jarige vriendin van ons, die iets ‘leuks’ heeft bedacht! Wij gingen met een gezellige groep naar het openluchttheater in het Amsterdamse Bos. Ik was er zelf nog nooit geweest, terwijl ik toch al héél wat jaartjes in de buurt kom. Daar was een uitvoering van de 3 Musketiers door het theatercollectief ‘De warme winkel’. Nou warm zou je het er bijna wel van krijgen. Na een wat gezapige start – ‘herkende’ mijzelf wel in de rol van één van de spelers als achtereind van een paard – sloeg het bloot ons (er waren ook pubers bij) aan alle kanten om de oren. Behoorlijk hilarisch was de rol van een groep kabouters, die continu hun blote konten lieten zien, als ‘tegenpartij’ voor de heldhaftige Musketiers. En als klap op de vuurpijl werden we ook nog verrast door stel pratende Musketieten (correct gespeld; géén typefout). Als je benieuwd bent, wat je je daarbij moet voorstellen, dan zou ik zeggen. Ga zelf deze zomer nog naar het Amsterdamse Bos. Mijn advies: zoek wel een zwoele zomeravond uit! Ook wel zo fijn voor de kabouters in het bos.

Ondertussen zie ik dat iedereen weer de wijde wereld intrekt voor een ongetwijfeld welverdiende zomervakantie. Ik merk om mij heen weinig van vliegschaamte: Amerika, Canada, Brazilië, Curaçao, noem het maar, je rijdt er niet zomaar even naartoe (laat staan met de trein). Zelf zijn we ook zeker niet heilig, maar we blijven deze zomer met onze ‘zuinige’ dieselbak (‘ahum’), wat dichter bij huis. Al is het maar om de kans op een gezamenlijke gezinsvakantie nog enigszins te vergroten. Onze dametjes hebben zo langzamerhand allemaal hun eigen schema’s. Dit is ongetwijfeld een (geheime) manier om ouders alvast te laten wennen aan het ‘lege-nest-syndroom’. Het is een term, die steeds vaker valt in onze vriendenkring.

Als prille ouder krijg je al ingepeperd dat er ooit een einde komt aan de intensieve zorg voor je kinderen: ‘Geniet er nog maar van: straks zijn ze het huis uit!’ Nu in de puberfase van onze kinderen klinkt dat soms wel als muziek in de horen, maar nu de eerste (van de drie) het huis uit zal gaan, is het toch even slikken. Aan het eind van deze zomervakantie gaan we de eerste spulletjes verhuizen voor onze oudste dochter, die daar op kamers gaat wonen (nog in onderhuur). Ze heeft de sleutel al. Gelukkig heeft zij niet voor het hoge Noorden (‘er gaat niks boven Groningen’ is niet voor niks de slogan) gekozen, maar strijkt zij neer in het nabijgelegen Utrechtse. Stap voor stap worden we voorbereid op het compleet lege nest.

Wat zelfs in deze tijd van het jaar gewoon doorgaat, zijn de burenruzies, zo blijkt. Mijn vrijwillige ‘baantje’ als buurtbemiddelaar – wij gaan overigens altijd als een buurtbemiddelingskoppel van man en vrouw op pad – is nog steeds erg boeiend. Het is goed dat ik af en toe even uit m’n eigen ‘ghetto’ gehaald word. Ik vind het ook behoorlijk spannend soms. Het is toch iets anders dan een Rijdende Rechter, die op een veilige afstand, gewapend met een camera komt kijken naar mensen en dingen die hij niet kent. Hij krijgt applaus, wordt ervoor betaald en eindigt altijd met “dit is mijn uitspraak en daar zult u het mee moeten doen”. Wij komen meestal ‘koud’ binnenvallen bij mensen.

Vanzelfsprekend mag ik niet teveel uitweiden hierover (vanwege de privacywetgeving), maar ik kan wel zeggen dat het veel voldoening geeft als mensen, die elkaar eerst bijna ‘dood wensen’ uiteindelijk handen schuddend en ‘huggend’ naar buiten lopen. Iemand vroeg me hoe ik dat voor elkaar had gekregen. Dat geheim kan ik wél verklappen. Op mijn spiekbriefje stonden de volgende (korte) zinnetjes:

Je bent …… (aangevuld met een bepaalde emotie/gevoel)

…… is belangrijk voor jou. (erkenning van de zorg/wens)

Je bedoeling was …… (reflectie)

Je hebt behoefte aan …… (‘wat iemand graag zou willen’)

Zo heb ik mij in deze – óók voor mij een beetje (‘business-wise’ lijkt iedereen al op vakantie) – ‘Komkommertijd’  toch nog nuttig weten te maken, waardoor enkele buren in hun wijk ongetwijfeld een betere zomerperiode tegemoet gaan.

Fijne vakantie allemaal!

Boevenpakken

Als iemand ‘ns wordt gepakt voor iets onbenulligs, bijvoorbeeld ‘wildplassen’ (ik wil dat overigens niet goedpraten), dan roepen we meestal tegen de agent ‘ga eens een échte boef vangen!’

Dat lijkt echter makkelijker dan het is. Tegenwoordig bestaat criminaliteit al lang niet meer uit Swiebertje-achtige types, die vervolgens door veldwachter Bromsnor achterna gezeten worden. Er komt veel meer bij kijken. Ook de georganiseerde misdaad gaat met z’n tijd mee.

Hoewel de kranten nog dagelijks gevuld worden met het Holleederproces, wil ik jullie daar niet nog een keer mee lastig vallen. Ik heb hier al voldoende gezegd over de lucratieve handel en wandel van de familie Holleeder en consorten. Bespaar je overigens de moeite om op RTL/Videoland de serie Judas te bekijken (naar het gelijknamige boek van z’n zus Astrid), want dat is echt een hele matige vertoning. Heb ‘m dan ook niet afgekeken. Alleen de lookalike Peter R. de Vries is geestig…

Waar kan je een beetje beroepscrimineel tegenwoordig voor wakker maken? We weten allemaal dat wereldwijd drugs- en mensenhandel bovenaan het rijtje staan als meest lucratieve boevenpraktijken. De grootste maffiabendes ter wereld leggen zich dan ook nog steeds hierop toe met af en toe wat wapenhandel ‘on the side’. Geheimhouding wordt gegarandeerd door het afleggen van de zogenaamde Omertà. Vaak gaat het gepaard met bloederige afrekeningen. Zo ook in Nederland waar de Mocro Maffia elkaar het leven behoorlijk zuur maakt. Ook hier is een – in mijn ogen – wat mindere misdaadserie op TV uit voorgekomen; heb één aflevering geprobeerd. Al die zenders moeten toch ergens mee gevuld worden, zullen we maar zeggen. Het woord ‘vergismoorden’ hebben we overigens wel aan deze lui te danken. Regelmatig leggen ze de verkeerde om. Daar kan je overigens nog wel behoorlijk lang de cel voor in verdwijnen.

De moderne crimineel houdt zich graag bezig met cybercriminaliteit, zoals het verspreiden van malware, hacking, het runnen van botnets, phishing, misbruik van het bankwezen, het (digitaal) witwassen van geld en illegale online handel. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar wel is duidelijk dat dit op alle fronten een ‘booming industrie’ aan het worden is. Het internet heeft inmiddels een prominente plek ingenomen als ‘modus operandi’ voor het plegen van criminele daden. Door de anonimiteit van het internet is het behoorlijk lastig om deze criminelen op te sporen. Zeker als het professionals betreft en niet een stel Nigeriaanse oplichters die met mailtjes proberen mensen geld afhandig te maken. Die laten zich behoorlijk makkelijk vangen. Een Amerikaanse komediant heeft daar overigens een bijzonder geestige TEDTalk over gehouden.

Cybercrime wordt al een paar jaar gezien als de grootste wereldwijde bedreiging. Het is namelijk eenvoudig en het levert veel op. De kans om gepakt te worden is ook klein, en mocht dat gebeuren dan zijn de straffen (nog) laag. Als het gaat om de ‘risk-to-payoff-ratio’ staat cybercrime dan ook aan kop. Het is een misdrijf met een laag risico en een hoog rendement. Een slimme cybercrimineel kan honderdduizenden, zelfs miljoenen keiharde cash verdienen met bijna géén kans op arrestatie of gevangenisstraf. ‘Onderweg gebruikt men de bitcoin om mensen af te persen. Jullie weten wel wat ik van dat cryptomuntje vind, maar geloof me… Cybercriminelen ‘love it’.

Als grootste bedreiging wordt ‘ransomsoftware’ gezien. Kort gezegd is dat kwaadaardige software (‘malware’), die een computer compleet blokkeert of bestanden versleutelt. Tegen betaling van losgeld (‘ransom’) zou je je computer of bestanden weer kunnen gebruiken. Door zelf heel alert te zijn en niks op je computer binnen te halen, kan je de meeste van dit soort ellende wel voorkomen. Denk naast voorzichtigheid ook aan een goede virusscanner; da’s ook goeie business voor die beveiligingsfirma’s.

Naast de bedreigingen van de klimaatverandering (op dit moment absoluut nummer 1 gespreksonderwerp) worden we van alle kanten gewaarschuwd voor het oprukkende fenomeen ‘cyberaanvallen’. Investeren in bedrijven, die ons daarvoor beschermen, kan nog best wel eens interessant blijken te zijn. Als fervent belegger begrijpen jullie dat ik daar ook met schuin oog naar kijk. Een leidend bedrijf op dit gebied is Palo Alto Networks. En dan later niet zeggen dat ik jullie niet getipt heb.

Helaas veel minder aandacht krijgt een ander lucratieve handel, die wereldwijd snel groeit, namelijk de wildstroperij. Waarschijnlijk denken jullie dan aan mannen in camouflagepakken, die gewapend met een geweer proberen een beest dood te schieten. In Afrika zullen de stropers nog best zo te werk gaan, maar in de documentaire ‘The Last Animals‘ is te zien hoe er ook vanuit helikopters en met automatische wapens op wilde dieren gejaagd wordt. Die wilde dieren zijn kansloos. Helaas is de film (nog) niet op de Nederlandse Netflix te zien, maar deze komt waarschijnlijk wel. Dat stropers agressief te werk kunnen gaan, is te zien in de documentaire ‘Rhino Dollars’, waar in een Parijse dierentuin een neushoorn wordt doodgeschoten en z’n hoorn met een kettingzaag ervan af wordt gezaagd. Deze is hier te zien (helaas in het Frans, maar met Engelse ondertiteling). Gelukkig winnen de wilde beesten het ook weleens van de stropers: hap, slik, weg. Mooi commentaar ook eens van een reservaathouder: “We weten niet precies met hoeveel zij waren, aangezien er niet veel meer van hen over is.”

Een van origine Nederlandse organisatie, Wildlife Justice Commission, maakt jacht op handelaren in ivoor of exotische dieren. De organisatie gelooft in een aanpak om met hele geavanceerde opsporingsmethodieken, zoals undercover operaties en data-analyse, de criminele netwerken die zich met deze handel bezighouden te ontmantelen. Deze ‘intelligence-agency’ probeert lokale overheden te ondersteunen in de bestrijding door niet alleen diplomatieke druk uit te oefenen, maar deze handhavers ook in het veld te helpen bij het oprollen van deze criminele netwerken. In plaats van wijdverbreide ‘wildlife conservation’ zou het bestrijden van deze handel meer aandacht moeten krijgen. Ook hier speelt dat de pakkans én de straffen relatief laag zijn, terwijl de opbrengsten gigantisch kunnen zijn. Georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde aanpak. Sinds 2014 is Wildlife Justice Commission als NGO mondiaal actief met een team van 25 professionals (waaronder juristen) en 25 mensen in het veld om dit aan te pakken. Wij ondersteunen dit initiatief ten zeerste. Af en toe een persoonlijke aanbeveling, mag toch wel?

Wat ik verder als zeer schokkend ervaar, is dat wij (als in Nederland) de allergrootste milieucriminelen ter wereld blijken te zijn. Door een fout in de Nederlandse wetgeving mag Nederlandse stookolie, brandstof voor zeeschepen, vermengd worden met zwaar giftig chemisch afval en zelfs met radioactief afval. Kijk maar eens naar deze korte maar schokkende video (5:29 min) waarin dat haarfijn wordt uitgelegd. Nederland is dus het land waar bedrijven hun chemisch afval voor een prikkie dumpen. Hiervan wordt dus goedkope stookolie gemaakt. Zo goedkoop zelfs, dat schepen die 70 tot 100.000 liter per dag gebruiken vanuit de Middellandse zee omvaren, om in Rotterdam te kunnen tanken. Deze grootverbruikers vervuilen nog veel meer dan vliegtuigen, waarover iedereen het dagelijks heeft. Zo was het woord ‘vliegschaamte’ nog genomineerd als woord van het jaar (2018). Tsja, nipt verloren van  ‘blokkerfries’, ‘yogasnuiver’ en ‘mangomoment’.

Sterker nog, slechts zestien van deze grote zeeschepen vervuilen net zoveel als alle auto’s op de hele wereld. Nu tanken er in Rotterdam zo’n 22.000 van die grote zeeschepen, bijna de helft van de wereldvloot. Die schepen die hier tanken verbranden dus gezamenlijk 1.375 keer de totale uitstoot van alle auto’s op de hele wereld. We kunnen dan ook gerust spreken van de Beerput Nederland, kijk hier maar. Uiteindelijk komt het allemaal in ons milieu (in de zee, in de vissen, in ons drinkwater en in de lucht) terecht; je kunt dan ook gerust spreken van ‘ecocide’. En dat alleen door de missende regelgeving op stookolie. Ik kon er met pijn en moeite wat recente Kamervragen over vinden, maar echt veel aandacht krijgt het nog niet.

Dat ‘Green Criminology’ of ook wel ‘Brown Crime’ interessante business is, hebben de echte criminelen natuurlijk al lang ontdekt. Vaak zijn het bedrijven die zich hieraan schuldig maken. Als je al gepakt wordt, dan hoef je vaak alleen maar een boete te betalen. De kans dat ze ooit het cachot ingaan en een boevenpak aan krijgen is nihil. Oh ja, die pakken waren vroeger zwart-wit gestreept, met idee dat gevangenen die ontsnapten dankzij deze opvallende kleding snel op te sporen waren.