Ontmurwen

Soms ben je murw. Je bent zacht gemaakt. Je hebt gestreden. Je bent het vechten moe. Je valt soms letterlijk stil. En dat gebeurde mij bij het schrijven van m’n blogs. Blijkbaar kostte het telkens praten over onze ‘onzichtbare vijand‘ mij zoveel energie, dat ik even niet meer de pen goed op het papier kreeg.

Nu is het ook zo dat wat zacht en week is, zich weer opent. Je laat het binnenste van jezelf zien. Na de overgave komt de acceptatie. Dat het niet anders is. Als je voorbij het proces bent van murw geraken, dan kan je ontmurwen. Voor mij is dit het woord voor deze tijd. De afgelopen periode heeft ons als mens weer zachter gemaakt. We waren even prikkelarm. We moeten hartstikke blij zijn met wat we allemaal hebben.

Maar wat nu? De energie vloeit langzaam terug bij iedereen. Bijna direct gaan we weer over tot de orde van de dag. Zo staat de stikstofproblematiek weer hoog op de agenda. De discussie over het gebruik van biomassa laait weer op. Toch bijzonder om te zien hoe geleerden al jaren zo kunnen verschillen in hun mening over energiewinning. De klimaatdoelen lijken op deze manier verder weg dan ooit.

Ook de redding van de nationale trots KLM helpt daarin niet. Er zijn weinig voorwaarden aan de steun verbonden anders dan salariskorting voor de aanzienlijk fors beloonde piloten en vermindering van het aantal nachtvluchten. ‘Groene’ voorwaarden stellen aan de steun voor KLM zou ook niet fair zijn. Ook in de luchtvaart moet natuurlijk wel sprake zijn van een ‘level playing field’. In de volksmond wordt dit ook wel ‘gelijke kansen’ voor ondernemingen genoemd. Zo is het voor de Europese interne markt nu eenmaal met elkaar afgesproken. Hoe dan verder?

Naast BTW op tickets en accijns op kerosine heffen (gebeurt nu niet) zouden alle maatschappelijke kosten doorberekend moeten worden in de ticketprijs. In mijn ogen zouden om te beginnen de grote Europese luchthavens, waaronder Schiphol, hierin het voortouw kunnen nemen. Dus alleen landingsrechten krijgen als je als luchtvaartmaatschappij voldoet aan allerlei vereisten op het gebied van duurzaamheid. Denk aan zuinigere vliegtuigen. Synthetische kerosine. Optimalisatie van vliegroutes. Een Europees luchtruim (we vliegen nu jaarlijks miljoenen kilometers om).

En wat schetst mijn verbazing, toen ik toch eens ging kijken voor een najaarstripje richting het zonnige Zuiden. Want ook de vakantieplannen zijn tegenwoordig weer een veelbesproken onderwerp. ‘Blijf je in Nederland?’ ‘Ga je vliegen?’ Nu zullen wij zelf deze zomerperiode ‘netjes’ met de auto gaan reizen, maar dat zal niet voor eeuwigheid een blijvertje zijn… Ja, ook ik koester de vrijheid die vliegen biedt. Daar wil ik niet al te hypocriet over zijn.

In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten na corona zijn de ticketprijzen voorlopig alleen maar lager geworden (gemiddeld zo’n 20%). Om het vertrouwen van de consument terug te winnen (denk ik), wordt er op allerlei manieren gestunt met prijzen. De torenhoge leningen die verstrekt zijn aan luchtvaartmaatschappijen kunnen alleen maar terugverdiend worden als de bezettingsgraad weer richting de 100% stijgt door vooral de toeristen industrie. De zakelijke reiziger zal nog wel even wegblijven. Bedrijven hebben de (mogelijke) kostenbesparing gezien en zelfs de ‘executives’ zijn het ‘Zoomen’ gaan waarderen boven de continue jet lag en kans op allerlei vervelende virussen en ziektes.

Welke ‘veranderingen’ bespeur ik bij mijzelf? Elkaar drie zoenen geven was al behoorlijk veel. Las ergens dat vrouwen daar ook niet altijd op zitten te wachten. En dat kan ik me voorstellen als ze zo’n half geschoren ‘baardmannetje’ als ik tegen het lijf lopen.

Ik ga het daarom voortaan houden bij een knuffel of één zoen. Het nieuwe drie is één zo lijkt! Gaan we straks weer terug naar de handdruk of blijft het een ‘elleboogje’? De handdruk kent z’n origine in het sluiten van een overeenkomst, en is pas in de 17e eeuw een begroetingsgebaar geworden. Hoewel tegenwoordig diep geworteld, ben ik benieuwd of het snel terugkomt. Ik laat het handen schudden voorlopig nog even achterwege. Ben er nooit helemaal gerust op geweest waar mensen met hun handjes allemaal áán hebben gezeten…

Waar heb ik de afgelopen maanden van genoten? Veel in en rondom het huis zijn. Heerlijk in de natuur, op de heide, in het bos of op het water. Wekenlang mooi weer hielp daar natuurlijk wel bij. En een bijna lege agenda. Veel tijd met het gezin doorgebracht. Van spel- en filmavondjes tot de gebruikelijke onderlinge irritaties met als gevolg goede gesprekken daarover.

Verder een (tweede) dametje met een diploma. Ondanks de ‘coronaversie’ zijn we er toch trots op. Ook zij gaat snel uitvliegen. Iets wat ze nu al dag- en nacht doet. De behoefte bij de jeugd is blijkbaar héél groot. Zie ook de recente uitbarstingen van ‘onze’ jeugd in Knokke en Albufeira. Eigenlijk wil ik ‘t niet weten… We moeten het loslaten en vertrouwen hebben. Voor ons komt het complete ‘lege nest’ steeds dichterbij. Ik noemde het al eerder een ‘kantelmomentje‘.

Nu eerst maar verder ‘ontmurwen’! 

 

Prikkelarm

In deze tijden hoor je nog wel eens een ‘nieuw’ woord. Zo blijkt een prikkelarm uurtje winkelen bij de supermarkt al langer te bestaan. Juist voor mensen met  autisme is dat heel fijn. Zij zijn erg gevoelig voor geluid en licht. Dit heeft ook navolging gekregen bij musea, theatervoorstellingen en concerten.

Maar zijn we eigenlijk niet allemaal ‘overgevoelig’ voor alle prikkels, die we normaal krijgen? We willen continu ‘van alles’ maar nu kan of mag het simpelweg even niet. Alles is ineens compleet anders. Weg structuur en veel onzekerheid.

We zijn nu vaker alléén; in ieder geval niet op kantoor (met collegae) aan het werk. Dat biedt ruimte om naar andere dingen te kijken. Zo valt het mij op dat we al enkele weken van mooi lenteweer kunnen genieten met strakblauwe hemels. Af en toe gaat dit wel gepaard met een koude oostenwind. Nou komt dat redelijk vaak voor in deze tijd van het jaar. Maar zouden de stralende hemels en felle zon misschien veroorzaakt worden door de afname van het vliegverkeer? Het blijkt inderdaad zo te zijn dat vliegtuigen bijdragen aan wolkenvorming. Een en ander hangt wel af van de weersomstandigheden, maar vast staat dat vliegtuigen op grote hoogte zorgen voor extra waterdamp bij de verbranding van kerosine. De sluierwolken die vliegtuigen daarmee kunnen veroorzaken, noemt men ‘cirrus homogenitus’ (in het Nederlands: door de mens gemaakte sluierbewolking). Dit kan op grote hoogte zorgen voor een sluitend wolkendek, waardoor de zon niet meer te zien is. De invloed van het dagelijks weer is overigens veel groter.

Interessanter is de vraag of deze crisis tot grote hervormingen zal leiden. En zoals jullie weten uit eerdere blogs (“Gokje“, “De onzichtbare vijand“), ga ik hier niet proberen te voorspellen hoe de wereld er straks uitziet. Gelukkig hebben we al genoeg coronagoeroes. Weer zo’n mooi nieuw woord. Behoort zeker tot één van de kanshebbers naast het vorige keer al door mij getipte ‘groepsimmuniteit’. Iets waarvan we ondertussen kunnen afvragen of dat werkt.

Terug naar de coronagoeroes. Dit zijn mensen die precies weten hoe de wereld eruit gaat zien na de crisis. De centrale vragen daarbij lijken te zijn: “Wat gaat het met ons doen?” en “hoe gaat mijn leven er straks uitzien?”

Antwoord geven op de eerste vraag gaat veel mensen goed af als je alle orakels en voorspellers mag geloven. In veel gevallen gaat het om zelfbevestiging. Er komen weinig mensen voorbij die tot hun eigen grote verbazing moeten vaststellen dat de pandemie hun wereldbeeld totaal heeft veranderd, dat het virus al hun gedachten en idealen een flinke klap heeft gegeven. Niemand die zal zeggen dat hij of zij het nu echt even niet meer weet.

Ik geloof er zelf ook heilig in dat er dingen kunnen gaan veranderen, maar daarbij kan ik alléén maar voor mijzelf spreken. Ik denk dat de keuzes die ik zal maken ‘bewuster’ zullen zijn. Ik verwacht dat om ons heen mensen hun baan zullen verliezen of een belangrijk deel van hun inkomsten. Ook huwelijken en relaties kunnen onder druk komen te staan. Ik denk dat het goed is om daar de helpende hand toe te steken of open communicatie in stand te houden. Kortom: meer oog voor de medemens.

Natuurlijk zou ik ook willen bedenken – in vergezichten – hoe de hele wereld er na corona gaat uitzien, maar daar waag ik mij liever niet aan. Ik vind de veranderingen in mijn persoonlijke wereldbeeld al ingewikkeld genoeg.

Elke dag en soms meerdere keren per dag moeten we als persoon beslissingen maken met vergaande gevolgen. Meestal blijft het beperkt tot beslissingen op het persoonlijke vlak. Gevolgen die bovendien vaak niet goed te overzien zijn. Ik zou op dit moment niet graag in de schoenen willen staan van Rutte en andere beleidsbepalers. Zij moeten nu beslissingen maken waarvan de gevolgen vele malen groter zijn en waardoor bijna alle mensen geraakt worden. Deze kleine groep moet gróte beslissingen maken met gróte gevolgen voor onze hele maatschappij. Voor ons dus.

Het lastige is dat we moeten accepteren dat deze ingrijpende beslissingen vóór ons gemaakt worden. We moeten daarbij vertrouwen op de experts. Maar wat nu als de experts met grote regelmaat elkaar tegenspreken. Ik kijk dan even specifiek naar de Zweedse corona-aanpak, waarbij de beleidsmakers een nuchtere kosten-baten analyse maken, ze sociaal-maatschappelijke belangen afwegen tegen economische, en dat ze dan tot rationele beslissingen komen. Kortom: niet ‘overreageren‘.

In Zweden kunnen de kinderen nog gewoon naar school (en de ouders naar hun werk), de sportievelingen naar de sportschool en zijn bovendien alle cafés nog open. Met dit mooie weer staan de terrassen daar buiten opgebouwd. Ik zie het helemaal voor me. Heerlijk samen in Göteborg aan de haven. Je kunt er nog dagelijks met de ondertussen zwaar steun behoevende KLM (ik vind daar iets van…) naartoe vliegen. Oh nee, dat is juist wat ik niet meer wil doen. Maar toch.

Wat zou ik mij daar graag even overgegeven aan alle prikkels…

De onzichtbare vijand

“We zijn in oorlog. Met een onzichtbare vijand.” zei de Franse president Macron een week geleden tijdens z’n toespraak tot het Franse volk. Laat ik ‘toevallig’ vorig weekend nog op de ski’s hebben gestaan op de Franse skipistes. Het was héél surrealistisch. Door de mensen bij de lift, skiverhuur of in het restaurant werd ik glazig aangekeken als ik ‘het woord’ noemde. Je zag ze denken ‘we staan hier toch lekker met z’n allen in de sneeuw met zon op onze gezichten’… Van ontkenning – in ieder geval bij mij op dat moment – tot acceptatie kan snel gaan binnen een week.

Zoals ze wel eens zeggen dat ons land 17 miljoen bondscoaches heeft, die het allemaal beter weten (da’s nu na uitstel van het EK voetbal trouwens even niet nodig), lijken we nu 17 miljoen virologen te hebben, die het ook allemaal beter weten. Hoe dit gaat aflopen, ga ik niet voorspellen. Ik ben immers zeker géén viroloog, maar gewoon één van die 17 miljoen mensen, waarmee we het samen moeten doen. Dat laatste lijkt wel een behoorlijk ‘sociaal experiment’.

Zo probeert men overal controle te houden over het hamsteren. Bij onze lokale supermarkt staan inderdaad nog géén rijen en houdt iedereen zoveel mogelijk afstand. Het schap met pleepapier is overigens ook hier helemaal leeg, maar premier Rutte betoogde laatst gelukkig nog “dat we allemaal nog zeker tien jaar kunnen poepen”. Poeh, da’s een pak van m’n hart. Daarvoor zal je overigens over voldoende eten moeten kunnen beschikken. Dat lijkt mij belangrijker dan je kont met papier kunnen afvegen. Wat is er mis met een ouderwets nat washandje? Ik vond persoonlijk Rutte’s toespraak overigens duidelijk en eerlijk. Hij pretendeerde niet de waarheid in pacht te hebben. Hij laat ons hard nadenken over de betekenis van ‘groepsimmuniteit’; er is ondertussen flinke twijfel ontstaan over de haalbaarheid ervan. Het is overigens nu al mijn tip voor het woord van het jaar. Zelf was ik iets minder onder de indruk van de speech van onze koning, maar ik geloof dat deze juist wél bij oudere mensen aansloeg. Zij kunnen het wellicht ook beter in historisch perspectief beoordelen.

Nu de zon schijnt, wordt het ondertussen steeds moeilijker om iedereen ‘thuis’ te houden. Kreeg gister een noodmelding binnen op mijn telefoon met instructie van de Rijksoverheid: “houd 1,5 meter afstand!” Zag een bericht van Vereniging Natuurmonumenten, die mensen oproept om vooral niet naar de Natuurgebieden te gaan. Deze worden overspoeld met duizenden bezoekers. Hoorde overigens wel dat zonneschijn een cruciaal element kan zijn in bestrijding van onze onzichtbare vijand, die niet hittebestendig schijnt te zijn en doodgaat bij een temperatuur van 26 tot 27 graden. Heb dus toch met gepaste afstand tot een paar fietsmaten een klein rondje gefietst. En ik drink dus veel hete dranken. Zou een ‘heiße Choco mit Rum’ in deze tijd dan toch goed zijn? Een kopje thee is natuurlijk ook lekker.

Winston Churchill zei het destijds al “never waste a good crisis”. In deze uitdagende tijden moet je je afvragen waarom dit ons overkomt. De antwoorden daarop kunnen wel eens liggen buiten onze comfortzone. Ik spreek voor mijzelf als ik zeg dat er een beetje moed nodig is om van de gebaande paden af te wijken. De laatste dagen heb ik wel gemerkt dat het heel goed mogelijk is om op afstand met elkaar zakelijke besprekingen te voeren. Tot voor kort had ik nog nooit gehoord van Microsoft Teams, Zoom.us en dergelijke, maar nu zie ik hoe eenvoudig dat is. Met Jitsi Meet kon zelfs m’n wekelijkse Essentrics lesje (denk aan een work-out met beetje rekken en strekken) doorgaan alsof we bij elkaar stonden. De zakelijke reiziger zal in de toekomst écht wel gaan nadenken over het nut van een verplaatsing (per auto of vliegtuig) ten opzichte van relaxt en bovenal efficiënt achter z’n bureau aan een meeting deel te nemen. Ik schreef al eerder over mijn bedenkingen bij onze ‘nationale’ luchtvaartmaatschappij, maar daarvoor is de toekomst niet rooskleurig. Ongetwijfeld wordt de KLM met staatssteun overeind geholpen.

Ook voor business waar ik zelf direct bij betrokken ben – een kleine restaurantketen met tien zaken – heeft dit alles enorme impact netals voor alle andere bedrijven en horeca in het bijzonder. De deuren moesten afgelopen zondag simpelweg om 18.00 uur dicht. Een paar vroege gasten (dagelijks gaan de Spaghetteria’s om 17 uur open) moesten hun heerlijke pasta rap naar binnen schuiven. Ondertussen is het mogelijk om de arrabbiata en tiramisu thuis te laten bezorgen via UberEats, maar dat is een druppel op de gloeiende plaat. Voorlopig is het even ‘overleven’… En beleggers, zoals ook ik, blijven natuurlijk niet gespaard. De beurzen lijken op dit moment wel een ‘thuiscasino’ met grote uitslagen op en neer (vooral het laatste). Ik blijf me vasthouden aan Warren Buffett’s woorden: “be fearful when others are greedy and greedy when others are fearful”… En ik beloof bij deze dat ik ‘m hier niet meer zal herhalen.

Angst is er op dit moment bij (bijna) iedereen. Dagelijks nu meer dan 40 doden. Wist u dat in Nederland op een normale doorsnee dag gemiddeld zo’n 420 mensen overlijden? Het is altijd goed om cijfers in perspectief te blijven zien. Zo is er ook in deze tijd veel nepnieuws, vooral online en via sociale media. Zou er ook een manier zijn om je daar tegen te vaccineren?

We leren dat niet alles maakbaar is. Epidemieën en pandemieën hebben er in het verleden voor gezorgd dat samenlevingen en sociale verhoudingen veranderden. Ze hadden effect op onze relatie met de omgeving en de natuur en beïnvloedden de wijze waarop we ons werk doen. Gelukkig zorgt het juist ook voor een grote saamhorigheid. Wij met z’n allen tegen de onzichtbare vijand. En die zullen we uiteindelijk verslaan, dat durf ik wel te voorspellen.

Nog even volhouden, sterkte in deze bizarre tijden!

Storm

Misschien kwam het door de titel van m’n laatste blog “#moe”? Of zijn het de erbarmelijk slechte prestaties van m’n favoriete Ajax? De complete uitbraak van het coronavirus? Vroeger was mijn associatie bij dat woord trouwens nog gewoon een lekker fris biertje met een citroentje erin! In mijn hoofd was er in ieder geval de afgelopen tijd onvoldoende ruimte voor het schrijven van een blog. Ik kreeg simpelweg even niks op papier. Je mag het wat mij betreft zelfs weer een ‘schrijversblok’ noemen. Het is me een keertje eerder overkomen. Misschien komt het nu door al die stormen.

We hebben Atiyah, Brendan, Ciara, Dennis en Ellen al gehad. Er schijnt overigens een hele gedachte achter het geven van namen aan stormen te zitten. Onderzoek heeft uitgewezen dat het bewustzijn van gevaarlijk weer wordt verhoogd als je stormen een naam geeft. De opvolgers staan dan ook al klaar, te weten Francis, Gerda en Hugh. Het mag duidelijk zijn dat het KNMI voor de naamgeving samenwerkt met Britse weerdiensten. Er is zelfs al een lijst bekend voor de rest van het alfabet. Zo kunnen we ook nog Jan, Kitty en Piet verwachten. Het mag dan zo zijn dat stormen met namen de communicatie vergemakkelijken. Het klinkt ook leuker als je hoort dat Ciara of Ellen naar je toekomt, dan dat er in de krant staat “er raast een storm over Nederland”. Toch denk ik dat dit ook zorgt voor (extra) onrust. Sportwedstrijden worden afgelast, mensen moeten binnen blijven of vluchten worden gecanceld. “Komt ze we wel of komt ze niet?” Zo heb ik Ellen al helemaal niet gezien. Het is bijna als een date die niet komt opdagen voor een eerste afspraakje.

Voor de KLM zijn het sowieso lastige tijden. Ook de uitbraak van het coronavirus helpt onze ‘Nationale’ luchtvaartmaatschappij niet; de te verwachte schade bedraagt €150 – 200 miljoen. De belegging van €744 miljoen, die minister Hoekstra met ons geld ‘ongevraagd’ heeft gedaan  – jullie weten wat ik daarvan vind – in dit bedrijf, verdwijnt langzamerhand als sneeuw  (heb ik hier al lang niet meer gezien) voor de zon (heb ik hier ook al lang niet meer gezien). Het aandeel ‘koerst’ vandaag rond €7,40. Dat is toch ruim 40% lager dan de €12,51 (gemiddelde aankoopprijs) waarvoor Hoekstra precies een jaar geleden een belang van 14% in KLM kocht. Ik weet niet of u uw geld door anderen laat beleggen, maar ik doe dat liever zelf, en dan verstandig (lees: mét rendement).

Om te bezuinigen heeft de KLM deze week drastische bezuinigingen aangekondigd vanwege het coronavirus. ‘Gelukkig’ gaat men niet bezuinigen op zaken die te maken hebben met het uitvoeren van de vluchten zelf. Dus we hoeven niet bang te zijn dat er onvoldoende getankt wordt. Kerosine is overigens nog steeds een van grootste kostenposten van luchtvaartmaatschappijen, ook al betalen ze er géén accijns over. Wat gaan ze wel doen? Ik lees in de kranten dat ze minder buiten de deur gaan vergaderen. Oeps, daar zullen restaurants in Amstelveen, waar hun hoofdkantoor zit, en omgeving niet blij mee zijn. Men gaat minder consultants inhuren en er is direct een aannamestop voor nieuw personeel uitgevaardigd. Investeringen in vastgoed en IT worden uitgesteld. Als dat maar goed gaat. Juist de chaos en vertraging, die ik altijd op Schiphol ervaar, bij onder andere de bagageafhandeling (vaak uitgevoerd door derden) roept juist om verbetering. Alléén reclamecampagnes die op korte termijn extra inkomsten genereren, mogen nog doorgaan. Dit alles zal het imago van de KLM en Schiphol niet helpen. Daar kan géén vliegschaamte tegenop.

Naar China en andere Aziatische bestemmingen wordt dus niet meer gevlogen vanwege het coronavirus. Dit laatste is op het moment ongeveer het enige waarover in de kranten geschreven wordt. Hiermee lijkt de stikstof crisis even helemaal verdwenen te zijn, terwijl er juist nu door de boeren twijfel is gezaaid over de stikstofberekeningen van het RIVM, hoewel een goede onderbouwing schijnt te missen.

Ik ga hier nu even niets ‘vinden’ van het coronavirus of de stikstof crisis. Daarover wordt al voldoende geschreven. Ik kan slechts aangeven, wat het met mij doet. Dit soort zaken zorgen bij mij toch voor onrust in het hoofd vanwege de onzekerheid, niet zo zeer de angst dat we allemaal ‘vergaan’. Dat laatste gevoel bespeur ik wel een beetje bij oudere mensen, zoals mijn eigen moeder. Die beginnen dan al snel over de Spaanse griep (1918-1820) – waar ze toch zelf écht niet zijn bij geweest, maar ze hebben wel andere en ergere onzeker tijden gekend – die naar grove schattingen 20 tot 40 miljoen levens eiste.

Onzekerheid is op zichzelf al géén prettig gevoel. Althans dat geldt voor mij; ik spreek voor mijzelf. Het coronavirus zorgt hier wel voor, zeker gezien de soms draconische maatregelen die men neemt. Hele dorpen die op slot gaan, zoals nu in Italië gebeurt. Dat is best heftig, zeker als je er woont. Zelf maak ik me ondertussen lichtelijk zorgen over de mooie reisplannen (naar Japan!), die we deze zomer met het gezin hebben. Hoe vaak lukt het nog om alle pubers hetzelfde leuk te laten vinden? We gaan het zien.

En als fervent belegger zie ik dat de beurzen de onzekerheid over het coronavirus ook niet fijn vinden. Met name de bedrijven die veel van hun (goedkope) spulletjes uit China halen, maken zich zorgen over het vullen van de schappen, of beschikbaarheid van onderdeeltjes voor het maken van hun producten. Dat scheelt ook weer een hoop zinloze ‘troep’. Minder vluchten van/naar Azië scheelt natuurlijk wel in de CO2 uitstoot. Om direct maar even weer het andere heikel onderwerp van deze tijd op te rakelen. In het weekend van 12 tot 16 maart schijnt het zo ver te zijn. Alle verkeersborden langs de snelwegen worden dan definitief vervangen. Het gaat om 4.000 borden. Het is mooie business voor de makers van verkeersborden, maar hoe duurzaam is deze vervangingsoperatie zelf eigenlijk?

Begrijp dat ze het niet met stickers gaan doen, maar dat daadwerkelijk de meeste borden ‘fysiek’ vervangen gaan worden. Men zegt de oude verkeersborden te gaan hergebruiken. Waar dan? Misschien in Duitsland. Daar geldt op dit moment nog een onbeperkte algemene maximumsnelheid op de snelwegen. Je mag zo hard als wil, waar het kan. De politiek dacht even aan beperking tot 130 km/uur, maar betekende zo ongeveer een revolutie en opstand. Het voorstel is dan ook weggestemd, maar het lijkt ook in Duitsland géén heilig huisje meer. Kunnen ze tegen die tijd mooi onze oude borden (her-) gebruiken.

Er woedt letterlijk en figuurlijk een flinke storm over Nederland. Of zoals ik een Zeelandse boswachter hoorde zeggen:

“Zo nu en dan een storm is zeker niet verkeerd. Het oude hout wordt dan opgeruimd waardoor er weer ruimte in de bossen ontstaat. Hierdoor komt licht naar binnen en daarvan profiteren allerlei organismen. Door zo’n omgevallen boom kunnen er ook kuiltjes ontstaan, waar vervolgens regenwater in komt en waar kikkers hun eieren in kunnen leggen. Kortom het is allemaal nog niet zo verkeerd.”

 

Ik ben #moe

Weet niet hoe jullie je voelen, maar ik ben #moe! En dan bedoel ik niet vermoeid van de Kerst of het afsteken van vuurwerk. Dat laatste heb ik namelijk nog nooit gedaan, maar daar kom ik zo op terug.

Wat is er aan de hand? Ik ben helemaal klaar met alle ‘hashtag dit’ en ‘hashtag dat’. Daar word ik dus een beetje recalcitrant van. Sowieso een eigenschap waar ik wel vaker last van heb. Ik vind het heerlijk om af en toe juist iets anders te doen dan wat er gezegd of verwacht wordt. Volgzaam ben ik zeker niet. Ik verwacht dat wel van anderen trouwens. De mensen die mij beter kennen, zullen dit herkennen.

Ik ben er dus klaar mee! De eerste hashtag die ik dit jaar tegenkwam was #dryjanuary… Ik dacht eerst even dat het de wens voor een mooie droge winter betrof. Wist je dat de rayonhoofden al uit hun #winterslaap zijn ontwaakt? Maar al snel had ik door dat het een moedige actie is van mensen om te werken aan een schone lever, blakende gezondheid of een strakke sixpack. Een maand lang géén druppel alcohol drinken dus. Nou weten we natuurlijk allemaal dat drank niet goed voor de hersencellen is, maar is het voor onze lange termijn gezondheid wel zo verstandig om ‘all the way’ te gaan. De korte termijn effecten zijn duidelijk. Je valt zeker een paar kilootjes af en als je een flinke innemer bent misschien wel meerdere kilo’s. Je bloeddruk zal meestal ook wat lager worden. En sommige mensen slapen er ook beter door. Net als de bedpartners die normaal naast deze snurkers liggen. Daarnaast kan het ook heel waardevol zijn om je relatie tot alcohol (lees: afhankelijkheid) te ‘resetten’. Maar pas op voor alle fabeltjes.

Er zijn ook gevaren bij #dryjanuary is uit onderzoeken gebleken. Mensen kunnen 31 dagen onthouding zien als een soort psychologische toestemming om na afloop weer net zo veel of zelfs meer te gaan drinken als eerst. Ook kan het ervoor zorgen dat je het jaar al begint met een negatieve mindset, terwijl je juist zo knallend het jaar ‘twintig twintig’ had willen ingaan. Zo adviseren experts om drie alcoholvrije dagen per week aan te houden, maar er zijn ook andere manieren om je organen te ontzien. Door veel te sporten verbrand je lever ook vet en als je meer fruit eet en minder suikers helpt dat ook. Je gezondheid wordt niet uitsluitend door alcoholconsumptie bepaald. Zorg dat je winterklaar bent.

Zelf heb ik ook wel eens een maandje niks gedronken. Op een gegeven moment kon ik de ‘Spa Rood’ niet meer zien; ben toen maar overgegaan op de alcoholvrije cocktails. Dat ziet er tenminste nog een beetje gezellig uit. Grootste probleem bij mij was vervolgens het ‘jojo-effect’. In het begin raakte ik snel flink wat kilo’s kwijt, maar daarna kwam ik ‘sterker’ (lees: zwaarder) terug. Vetcellen – in ieder geval die van mij – kunnen maar moeilijk omgaan met veranderingen. Ze krijgen stress, namelijk celstress. De cel kan hier op twee manieren op reageren. Namelijk door de ruimte om de cel heen te vergroten ofwel door de cel opnieuw aan te vullen met vet ofwel te groeien. Het vergroten van de omgeving kost de cel veel energie. Terwijl je juist minder energie hebt als je op dieet bent. Daarom kiest de vetcel voor de gemakkelijke weg: opnieuw groeien. Daardoor is het mogelijk dat je juist weer meer aankomt, zoals in mijn geval. Ik schreef al eerder over de ‘poreuze cirkel’.

Bij mij helpt het veranderen van mijn levensstijl beter om gezond te blijven. Zo heb ik om de alcoholconsumptie in te dammen – en nooit meer ‘roekeloos’ te zijn – de 0.0 biertjes al enige tijd geleden stevig omarmd. De Leffe 0.0 smaakt overigens een stuk beter dan Heineken 0.0 (zal maar niet zeggen dat ik aandelen Anheuser-Busch, producent van Leffe, bezit). Er zit overigens wel flink wat suiker in deze alcoholvrije biertjes; in écht bier nauwelijks. Verder probeer ik steeds gezonder te eten. Minder vlees, maar ik ben zeker géén vegetariër of veganist. Wat een gedoe. Ik kwam deze maand ook #veganuary nog tegen. Brrrr, weer zo’n hashtag…

Niet alleen gezond eten helpt, maar ook voldoende beweging (vet verbranden!) is belangrijk. Zo heb ik ook dit jaar mijn fietsdoel op Strava weer gesteld op 6.000 kilometer. Dit heb ik in 2019 netjes gehaald. Hoogtepunt van het jaar was de fietstrip naar Hamburg. Ook dit jaar staat er weer een ‘volwassen’ tochtje op het vizier. Fietsend (en varend) naar en door Yorkshire.

Gewicht is maar een getal. Ik ben dan ook al m’n hele leven ‘te kort voor m’n gewicht’. Ben tegenwoordig niet meer gefrustreerd over het feit dat m’n ‘Body Mass Index’ (BMI) al sinds de dag dat ik m’n ega ontmoette en verleidde nooit meer binnen de norm (<25) is gekomen. Oh, wat was ik ‘afgetraind’ toen. Ik had een weddenschap met een clubgenoot. De ‘eindweging’ deden we op Schiphol op de kofferweegschaal bij de incheckbalie. Bij vertrek voor onze eerste Lustrumreis, binnenkort volgt de zesde. Over de weddenschap kan ik zeggen “gewonnen”! En als grote bonus ontmoette ik in dezelfde maand (december 1995) de vrouw van m’n leven.

Maar laten we eerlijk zijn. Iedereen vindt wel iets minder mooi aan zijn of haar lichaam, maar dat kunnen we beter accepteren. Ze zeggen dat je mooi bent zoals je bent. Dat geloof ik dan maar. Wat andere mensen van jouw lichaam vinden, is niet relevant. Gelukkig. Gezond zijn wel!

En gezond verstand helpt ook. We hebben dit jaar voor ruim 70 miljoen euro aan vuurwerk afgestoken. De schade is vooralsnog berekend op 15 miljoen euro. Het Verbond van Verzekeraars spreekt zorgelijk genoeg van een “gemiddelde jaarwisseling”. En dan heb ik het nog niet eens over alle immateriële en gevolgschade voor de nabestaanden van mensen die er nu helemaal niet meer zijn of voor mensen die voor hun hele leven verminkt zijn. Hoe moeilijk kan het zijn om al het vuurwerk te verbieden. In bijna alle omringende landen hebben ze dat al lang bedacht. In ieder geval voor het zwaardere knalwerk. Zelf heb ik vuurwerk altijd gezien als ‘geld verbranden’ dus voor mij is de stap niet groot. En natuurlijk kan óók ik genieten van een mooie en spectaculaire vuurwerkshow met muziek en tierelantijnen. Laten we daar dan als overheid jaarlijks nog wat geld aan uitgeven, maar per saldo is dat een stuk goedkoper dan alle ellende, die we nu van het vuurwerk hebben.

#vuurwerkverbodnu

Het Kerst(gedoe)verhaal

Het klassieke kerstverhaal is natuurlijk simpel. Het is hartje winter, Jozef helpt de hoogzwangere Maria op een ezel en ze gaan naar Betlehem. Terwijl de vliezen al gebroken zijn, weigeren daar alle herbergiers hen, maar ze vinden gelukkig ergens een stal, waar Maria die nacht nog bevalt.

Je kunt het ook de meest slecht georganiseerde bevalling ooit noemen. Ik zou er zelf niet mee weggekomen zijn. Je weet dat je ‘s-nachts aankomt, géén hotel of niks geregeld; daar heb je toch Booking.com voor. Kwamen er vervolgens nog wat wildvreemde bezoekers, drie Koningen, langs. Daar had ik ook niet mee moeten aankomen. Die passanten hadden daarbij ook nog eens ongevraagde cadeaus – goud, mirre en wierook – meegenomen, terwijl iedereen weet dat er na de bevalling gewoon een goed glas bubbels geschonken moet worden mét beschuit en muisjes. Dan was het met het bedenken van een naam waarschijnlijk ook beter gegaan. Nu zal Maria wel gezegd hebben, en hoe gaan we het kindje eigenlijk noemen? Zegt Josef: “Ja ik doe ook m’n best hoor, Tjezus Christus”. “Ja, dat vind ik wel een goede naam”, zal Maria fluisterend en rillend van de kou geantwoord hebben.

Tot zover het échte Kerstverhaal. Eigenlijk zijn Kerst én gedoe een onlosmakelijk koppel. Daar kan menig relatie nog aan tippen… De één kan ongebreideld genieten van dit koppel, terwijl de ander bij alleen al het idee in stress schiet. En tot ver in januari moet herstellen van deze jaarlijkse ramp. Kerst én gedoe gaan hand in hand door decemberland en verarmen of verwarmen menig familieband. Zelf ben ik – opgegroeid met alléén m’n moeder (beetje respect voor ons allebei!) in een kleine familie – niet echt groot geworden met ‘t zogeheten Kerstfeest. Ondertussen weet ik ook dat verplicht gedoe en gezelligheid eigenlijk niet goed samen gaan. Daarnaast hebben wij als gezin juist in de Kerstperiode een aantal droevige dingen meegemaakt in het verleden. Het overlijden van dierbaren vergeet een mens nooit.

In Nederland ziet de Kerst er traditioneel als volgt uit. De Eerste Kerstdag vier je met familie. Dat betekent voor véél mensen een uitdagend avondje met een schoonmoeder, zus of zwager waarmee je eigenlijk net niet zoveel hebt. Daarom hebben we waarschijnlijk bedacht dat we op Tweede Kerstdag met z’n allen (héél Nederland dus) iets leuks gaan doen en er op uit trekken. Dat betekent vaak urenlang in de file staan om ergens te komen, denk daarbij aan attractiepark of meubelboulevard. Dat laatste is eigenlijk ook een attractiepark. Het lijkt wel weer een beetje op het kuddegedrag als iedereen tegelijkertijd de berg opkruipt richting de skipistes.

Dat skiën of een mooie verre reizen maken, is ook wat wij met ‘t gezin het liefste doen in deze Kerstperiode. Tegenwoordig durf je zoiets bijna niet meer te zeggen. Reizen is natuurlijk verre van duurzaam. In ‘Ho ho ho’ schreef ik al over de ‘Groene Revolutie’ en in ‘Puur Natuur’ rekende ik al eens vóór hoe groot de CO2 uitstoot is bij al dit soort reisjes. Om te beginnen zou vliegen een stuk duurder moeten zijn, betoogde ik in ‘Zwanen’. Recent bekende ik ‘hardop’ mijn hypocrisie bij het schrijven over wat je denkt dat je bent of over wie je wilt zijn. Papier is geduldig. Het moeilijkste is om het uit te voeren. Het is dan ook niet verrassend dat de woorden ‘klimaatspijbelaar’, ‘vleeswroeging’, ‘klimaatdrammer’, ‘ecopopulisme’ en ‘bezorgschaamte’ in de shortlist staan om dit jaar te worden verkozen tot ‘Woord van het jaar’. ‘Vliegschaamte’ verloor trouwens bij deze verkiezing vorig jaar nipt van ‘Blokkeerfries’.

De excuses om ons ‘slechte’ gedrag goed te praten worden ook steeds vindingrijker. Hoor m’n vrienden bij de zoveelste vlucht tegenwoordig zeggen: “Maar ik maak alleen nog gebruik van lijnvluchten”. Onder het mom van ook zonder mij gaat ‘t vliegtuig toch de lucht in. Of zoals de organisatie van de Grand Prix Formule 1 van Zandvoort zegt: “bezoekers van de Grand Prix veroorzaken op dat moment elders geen uitstoot” en “we doen ter compensatie een paar races minder komend jaar”. Maar geloof me als ik zeg dat het beoogde racespektakel volgend jaar sowieso doorgaat. De bemoeienis van Prins Bernhard (junior) zal ervoor zorgen dat Verstappen in z’n Red Bull voor een uitzinnige menigte op Nederlandse bodem de strijd aan kan gaan met een handvol concurrenten van Mercedes en Ferrari. Want laten we eerlijk zijn, Verstappen is dit jaar als derde geëindigd in een kampioenschap, waaraan eigenlijk maar vijf man meedoen. Toch kijk ik graag op TV naar de races, al is het maar omdat één van mijn dochters helemaal fanaat is geworden. Kan bijna niet wachten op de documentaire die ‘as we speak’ gemaakt wordt over de realisatie van ‘The Dutch Grand Prix’, genaamd ‘De Zandvoort Formule’. Hierin worden een VVD wethouder, een boswachter en een GroenLinks raadslid gevolgd. Vooral die laatste schijnt interessant te zijn, want hij heeft vóór de Grand Prix gestemd, erg tegen de lijn van zijn eigen partij in, omdat hij hoopt dat het evenement geld naar Zandvoort brengt waarmee het verval van het dorp kan worden tegengegaan. Ik ben benieuwd hoe de zaken voor hem gaan uitpakken…

Zoals m’n trouwe bloglezers weten, ben ik een groot liefhebber van documentaires. Het recente Internationale Documentaire Festival in Amsterdam (IDFA) was dan ook weer een grote snoepwinkel. Als eerste zag ik “My Rembrandt”. Deze bijna spannende documentaire met allerlei verhaallijnen, waarin uiteraard de passie van Rembrandt-liefhebbers centraal staat, liet weer eens zien wat kunst allemaal met mensen kan doen. Dat zagen we ook vorige week toen een vastgetapete banaan aan een witte muur ‘viral’ ging. Moest meer lachen om de talloze geestige parodieën en inhakers, zoals die van de worst van de lokale slager. U heeft ze vast en zeker ook voorbij zien komen. Wat ik ervan vind? Lees nog even ‘Géén kunst‘.

En natuurlijk was er tijdens IDFA ook zwaardere kost. Zo zag ik de winnaar van de publieksprijs ‘For Sama’. Het is een hartverscheurende film over het oorlogsgeweld in Aleppo, gezien door de ogen van de 26-jarige Syrische burgerjournalist Waad al-Kataeb. Ze draagt de film op aan haar pasgeboren dochter, Sama. “Ik wil dat je begrijpt waarom je vader en ik deze keuzes hebben gemaakt, waarvoor we vochten.” En ik kan zeggen dat de gruwelijke beelden blijven hangen, maar vooral de moed van deze jonge mensen, die op de meest onmogelijke plek op aarde  – op dat moment – blijven strijden voor hun idealen. De film draait vanaf maart ook in de bioscoop. U bent gewaarschuwd. Er is niets feestelijks aan. Dan is het gedoe met Kerst allemaal ‘kinderspel’.

Overal is tegenwoordig gedoe. Je leest en hoort erover. ‘Gedoe op ‘t werk’ is voor iedereen herkenbaar toch? ‘Bij verandering hoort gedoe’, vraag het maar aan de Brexiteers. ‘Rekening houden met je buren voorkomt gedoe’, zeg ik regelmatig als buurtbemiddelaar. Het liefst willen we allemaal ‘goedkoop en géén gedoe’. En na deze Kerstperiode komt altijd weer die uitdaging ‘gezond zonder gedoe’.

Als je dat laatste héél rigoureus wilt aanpakken, dan kan je kijken naar documentaire ‘The Game Changers’. De nadruk ligt hierin op de beeldvorming rondom het eten van vlees en hoe vele atleten presteren middels een plantaardig dieet, waar die groep voorheen werd geassocieerd met vooral dierlijke proteïnen. En een topatleet willen we allemaal zijn, of in ieder geval het figuur ervan hebben. Dacht even dat we ons tot het ‘veganistengeloof’ gingen bekeren. Voor de mannen zeg ik alvast dat er interessant onderzoek over erecties in besproken wordt. Kunnen vrouwen overigens ook hun voordeel mee doen. Hoewel de documentaire zich volledig focust op sporters, laat het ook de impact van vleeseten zien op mensen, zoals jij en ik. Het heeft mij in ieder geval toch aan het denken gezet (lees: geïnspireerd) om als omnivoor bewuster en vaker direct te kiezen voor plantaardig voedsel, maar het hele leven moet nu ook weer géén ‘strafexpeditie’ worden.

Ik wens jullie allemaal dan ook weer een ‘Vrolijk Kerstfeest’ met of zonder al teveel gedoe!

Recessiebestendig

Ben jij recessiebestendig? De definitie van een recessie is volgens onze eigen Dikke van Dale (online) “een periode van economische achteruitgang”.

Wat betekent dat nu precies? Een recessie is een conjunctuurfase die gekenmerkt wordt door een terugval van de groei van economische activiteiten gedurende een periode van tenminste twee opeenvolgende kwartalen. Is dat nu achteruitgang? Het is in feite het ‘stoppen’ van de groei, die we allemaal verwachten of hopen… Hoe ernstig is dat? Misschien is het wel ‘gezond’ om niet telkens meer te willen. Bij een recessie daalt het nationale inkomen van een land. Wat was ‘nationaal inkomen’ ook alweer precies? Ik pak even de economieboeken van één van m’n dochters erbij. Ze liggen al een tijdje onaangeroerd op tafel; maar dat is even een andere zorg. Bij Nationaal Inkomen kijken we naar hoeveel inkomen verdiend wordt met Nederlandse productiefactoren. Dat kan dus ook de winst van een Nederlands bedrijf dat in China produceert zijn. Denk aan alle spulletjes, die we – gezien de waarde van het bedrijf – graag bij de Action kopen. Hoe duurzaam de zeeschepen met containers zijn, die dit allemaal hiernaar toe brengen, zal ik hier niet opnieuw ter discussie stellen. Daar maak ik niet iedereen gelukkig mee.

Aan de ander kant telt het (steeds stijgende) salaris – als beloning voor z’n ongekend goede spel – van de Ajacied Ziyech, die in Nederland werkt, nu juist weer niet mee. Hij is Marokkaan, althans speelt voor het Marokkaanse elftal. Gelukkig tellen de door Matthijs de Ligt – ik noemde hem al eens ‘de Komeet’ – verdiende eurootjes bij Juventus wel weer mee voor ‘ons’ Nationale Inkomen. Het gaat dus om het totaal verdiende geld (loon, huur, interest, winst) door het gebruik van Nederlandse productiefactoren. Als we spreken over Binnenlands Inkomen – dat is iets anders dus – dan bedoelen we alle primaire inkomens die in een jaar op Nederlands grondgebied zijn ontstaan. Tot zover even een korte economieles. Hopelijk doet m’n dochter haar boeken binnenkort weer eens open.

Als je de kranten moet geloven is de vraag niet zo zeer of er een recessie komt, maar wanneer… Hun advies is om een spaarpotje aan te houden. Interessanter is het misschien om te kijken welke psychologie achter het fenomeen ‘recessie’ zit. Ik denk namelijk dat we het elkaar voor een groot deel aanpraten. Het lijkt mij overigens altijd goed en verstandig om een spaarpotje aan te houden.

Het woord ‘recessie’ lijkt echter ook ons gedrag extra te beïnvloeden. We gaan nog minder uitgeven, bedrijven verdienen daardoor minder en gaan vervolgens hun mensen minder belonen of zelfs ontslaan met een stijgende werkloosheid tot gevolg. Tsja, zo wordt de angst voor een recessie een ‘self fulfilling prophecy’. Hoe werkt dat? In de economie gaan veel verhalen de ronde. Sommige verhalen gaan ‘viral’ en gaan in de hoofden van mensen zitten. Een eeuwenoud voorbeeld is de angst dat machines onze banen inpikken. Dit speelt al sinds de jaren 1830 toen de eerste machines de taken van landarbeiders overnamen. Op dit moment denken we dat Artificial Intelligence dezelfde gevolgen zal hebben.

Ook zo’n verhaal is het idee dat we aan een vooravond staan van een recessie. Mensen worden gegrepen door de ‘conjunctuur’. Ze zeggen dat het nu tijd is voor een recessie. Uiteindelijk komt deze er omdat mensen denken dat het gaat gebeuren.

Nog een voorbeeld van zo’n verhaal: Tarieven en handelsoorlogen zijn slecht voor de wereldeconomie. Dit verhaal heeft zich door de eeuwen heen zo ontwikkeld, terwijl het daarvóór nog een manier was om geld te verdienen. Die Trump snapt óók dat laatste principe prima.

Even terug naar de verhalen, die we elkaar vertellen. Roddelen is daar ook een mooi voorbeeld van. We associëren roddelen allereerst met iets negatiefs, maar het kan ook iets constructiefs zijn. Zo kan het kletsen ook over positieve zaken gaan en is het niet altijd bedoeld om elkaar zwart te maken. Mensen die veel over elkaar praten, hebben in ieder geval enige interesse in elkaar (‘top of mind’). Het kan dus ook zorgen voor een hechtere band, als het vertrouwen daarvoor al niet teveel beschadigd is door negatieve roddels. Het roddelen is natuurlijk ook een vorm van sociaal vermaak. Het blijkt overigens dat we – uit angst dat er over ons gesproken wordt – ons gedrag aanpassen. Het kan motiverend werken om je beter te gedragen en minder of géén normoverschrijdend gedrag te vertonen. Zo kan het er in deze tijden toe leiden, dat we met z’n allen iets bewuster en duurzamer worden. Dus je inderdaad afvragen of Zwarte Pieten (in de oude vorm) eigenlijk niet je reinste racisme was. Jullie weten al wat ik van dat hele Sinterklaasfeest vind. En dat we bij het kopen en gebruiken van allerlei spulletjes wat beter zouden moeten nadenken hoe het tot stand is gekomen en welke impact dat heeft.

Hierin schuilt ook direct het grootste gevaar. We denken dat onze overtuigingen en waarden bepalen wie we zijn. Ik spreek hier overigens voor mijzelf. Mijn woorden en daden volgen regelmatig verschillende wegen en blijft het uiteindelijk bij niets meer dan goede bedoelingen. Vaak zeg ik meer dan wat ik doe. Een blog schrijven over wat je denkt dat je bent, is heel gemakkelijk; het moeilijkste is om het uit te voeren. Het blijft regelmatig bij grootse woorden of goede bedoelingen.

Ook ik heb de neiging om in m’n comfortzone te blijven, hoewel ik wel eens anders heb beweerd. Het zijn juist onze angsten, die ervoor zorgen dat we onze gedachtes niet omzetten in daden. Een dokter in de psychologie – Walter Riso – zei het eens zo:

“Het maakt niet uit wat je zegt of hoe je jezelf rechtvaardigt; je bent wat je doet. Je gedrag spreekt voor je, het verraadt je, het wijst naar jou.” 

Als we dan toch jaren van grauwe economisch middelmaat voor de boeg hebben, zoals ik vandaag in de krant las, dan kunnen we er beter maar een mooiere en duurzamere wereld van maken. Wél of géén recessie? In ieder geval persoonlijke groei en ‘rijkdom’…   

Wist je dat…

… het gemiddeld slechts 8% van de tijd regent. En dat is inclusief de nachten! Toch zijn we in Nederland ontzettend goed in klagen over het weer. Misschien goed om eens te bekijken of dat terecht is.

Iedereen kijkt ongetwijfeld dagelijks meerdere keren op z’n mobiel naar een weerapp. Je ziet dan bijvoorbeeld dat er een ‘kans’ van 40% neerslag is morgen bij jou thuis. Wat betekent dat eigenlijk? De site van het KNMI geeft hier uitsluitsel over. Kort gezegd gaat er om of er enige neerslag (ten minste 0,3 mm) valt op enig moment gedurende de hele dag (00-24 uur), waarbij de duur van de regen niet relevant is. Een buitje van 10 minuten is dus al genoeg. Nou niet direct iets om je zorgen over te maken, zou ik zeggen.

Zo lijken kinderen ook te denken, tenminste als je die gedachte baseert op het gebruik van regenkleding. Weet niet of jullie dezelfde ervaring hebben; namelijk kids weigeren regenkleding aan te trekken ook al komt het met ‘bakken’ uit de hemel. Ik denk dat ze het ‘niet stoer’ vinden. Nu hebben kinderen wel meer eigenaardigheden. En pubers in het bijzonder. Over regenkleding begin ik al géén discussie meer. De focus ligt nu even op ‘afspraken maken’. Kinderen zien dat overigens meer als opgelegde regels, geloof ik. Toch moet je als ouder af en toe je grenzen stellen. Je mag het ook gerust lezen als ‘opvoeden is een continue uitdaging’.

Of is het een ‘mindset’? Als je overtuiging is dat het wel meevalt, dan kan je het ook positief bekijken. Zelf was ik in mijn jongste jeugd – laten we zeggen tot ik zo’n zestien jaar werd – iemand die het glas sneller halfleeg, dan halfvol zag. Wat betreft de inhoud maakt het niet uit (denken we), maar wel voor het gevoel. Toch is het ook interessant om te kijken naar wat er in het glas zit. Als het bijvoorbeeld levertraan is, dan zou ik het glas liever halfleeg zien, terwijl bij wijn ik het na een paar slokken graag halfvol zou zien. Zo eenvoudig is het dus allemaal niet. De verleidingen voor pubers zijn groot, net als deze destijds voor ons waren en nog steeds zijn. We zoeken allemaal wel eens een uitvlucht voor de stress. Zo weten we dat dopamine een belangrijk ‘geluksstofje’ voor ons als mens is. Het wordt dan ook wel eens het ‘gelukshormoon’ genoemd. Er bestaan de bekende ‘trucs’ variërend van suiker, cafeïne, alcohol tot drugs om even een opkikker te krijgen. Helaas brengen deze zaken je neurale systeem niet in balans, maar geven slechts kortstondig een goed gevoel. Leg dat maar eens uit aan je kinderen. Van de regen in de drup.

We zitten ‘statistisch gezien’ dan ook in de natste maand van het haar. Na oktober is dat verrassend genoeg juli en daarna pas komen november en september. Kortom: na alle warmterecords afgelopen juli niet allemaal direct je volgende vakantie in Nederland boeken. Hoewel het natuurlijk wel de meest duurzame manier van vakantie vieren is. Puur Natuur schreef ik al eens. De vraag, die hier bij mij opkomt, is wat de invloed van de klimaatverandering op ons nu al ‘natte landje’ is. Het zal jullie ook niet verrassen dat nu het warmer wordt, het vaker regent. Er is een natuurwet die zegt dat er meer water in de lucht kan zitten als het warmer is. Warmere zomers zorgen voor extremere buien zeggen de geleerden. Helaas betekent het ook dat kou in de winter schaarser wordt. Ook dat verbaast niet écht.

Dat doet me natuurlijk denken aan het fenomeen Elfstedentocht. IJs is tenslotte niks meer of minder dan bevroren water. Ook dit jaar zullen de rayonhoofden (wat een briljante naam en functie toch!) ongetwijfeld weer koortsachtig vergaderen over een mogelijke tocht. Nu denk ik dat een nieuwe tocht niet zo zeer door de opwarming van de aarde niet meer komt, maar des te meer omdat het zo’n gehypet massa-evenement dreigt te worden. De risico’s zijn waarschijnlijk te groot, waardoor deze sneller wordt afgelast.

Zo dateert de laatste Elfstedentocht alweer van 1997. Er zijn van die bijzondere gebeurtenissen, waarbij je direct weet waar je op dat moment zat of stond. Dit was er zo ééntje. Samen met een goede studiemaat zagen we onze kans schoon om in deze Kerstperiode even ‘in between jobs’ – zoals dat heet – een korte doch intensieve trip naar de Arabische Emiraten te maken, waar een andere studievriend van ons in de regio werkte. Later zullen jullie begrijpen, waarom ik géén namen noem.

Ik zal niet snel vergeten waar wij op die bijzondere 4e januari waren. Wij lagen aan de rand van het zwembad met een temperatuur, die de 30 graden makkelijk overtrof, te luisteren naar een transistorradiootje ofzo. Hierop hoorden wij hoe de ondertussen beroemdste spruitjeskweker van Nederland Henk Angenent net Erik Hulzebosch (‘bekend’ van de hit ‘Hulzebosch Hulzebosch’) voor bleef in de eindsprint van de vijf man sterke kopgroep. De laatste tocht der tochten dus.

Het was in alle opzichten een bijzondere ervaring daar in Dubai, toen al het Disneyland voor volwassenen. Zeker voor jong (on-) volwassenen, die wij destijds nog waren. Reken maar uit; het was 1997. Destijds was het daar nog één hele grote woestijn (nu nog steeds) met een paar mega gebouwen en brede snelwegen er doorheen. Van die laatste zaken – gebouwen, vliegvelden en wegen – zijn er alleen nog maar meer bijgekomen. Wij beleefden daar een behoorlijk spannend avontuur. Na een (te) flinke ‘boost’ van ons jonge geluksgevoel (lees: alcoholisch versnaperingen) reden m’n maat en ik naar huis. Ik zal even niet zeggen, wie achter het stuur zat, da’s niet relevant voor het verhaal.

Blijkbaar reden we op de totaal verlaten (brede) snelwegen in deze woestijn toch niet zo netjes. Met sirene en zwaailichten zagen we aan de andere kant van de snelweg een politieauto de achtervolging op ons inzetten. Ons scheidde slechts een hoge vangrail. Er waren weinig keerpunten. Dat laatste was ons geluk. Wij raceten naar huis en parkeerden razendsnel de auto in de onderliggende garage van het appartementencomplex. Verstopten ons vervolgens vliegensvlug achter de gordijnen van het raam van ons appartement. Met een hartslag van bijna 200 konden we door een kiertje nog net zien dat politieagenten in de garage de motorkappen van auto’s bevoelden (voor de warmte) om te kijken of zich daar in de buurt misschien nog lieden bevonden. Gelukkig liep het goed voor ons af. Onze verstopplek werd niet ontdekt.

Wist je trouwens dat als je bij ‘Google afbeeldingen’ zoekt op ‘241543903’ je foto’s ziet van mensen die hun hoofd in de koelkast stoppen. Kunst of nietZo kan je je afkoelen en verstoppen!

Talent

Talent lijkt het toverwoord te zijn. Of we nu denken dat ons kind de nieuwe Frenkie de Jong is (er zijn genoeg vaders langs de voetbalvelden, die het denken), of de nieuwe Einstein (voldoende kids met een wiskundeknobbel)…

Tuurlijk is het fijn als iemand tegen je zegt dat je talent hebt voor iets. Zo voelde ik mijzelf ook gevleid toen ik laatst hoorde dat ik geschikt zou zijn als mediator (bemiddelaar). Sinds gisteren is dat overigens een feit; geslaagd voor het laatste examen, een live assessment. Nu mag ik mij officieel MfN registermediator noemen. Jullie mogen me bellen.

Maar waar hebben we het bij talent nu precies over? Is talent aangeboren of aangeleerd? Als we weer eens de Dikke van Dale erbij pakken, dan lezen we de volgende definitie: natuurlijke begaafdheid, iemand met veel aanleg. Taalkundig wordt talent dus gezien als aangeboren.

Wetenschappers zijn het hier echter (nog) niet over eens. De discussie tussen ‘nature’ of ‘nurture’ woedt al decennialang voort. Op z’n Nederlands gezegd: “Zit het in de genen, of ligt het aan de opvoeding?” De vraag is of we wel zo ‘zwart-wit’ moeten willen denken. Er zijn ondertussen talloze onderzoeken, die aantonen dat omgevingsfactoren wel degelijk ook bepalend zijn. In een grootscheeps onderzoek op IJsland werd aangetoond dat de leerprestaties van kinderen niet alleen worden bepaald door genen, die ze van hun ouders krijgen, maar ook door genen die ze níet krijgen. De conclusie is dat het in eerste aanleg gaat om aanleg, en de laatste is omgeving. Alles wat daar tussenin zit wordt ‘genetic nurture’ genoemd. Het gaat niet om je eigen genen, maar om je genetische achtergrond. Erfelijkheid is géén natuurlijk gegeven, maar afhankelijk van omgevingsfactoren. Intelligentie is in rijke landen meer erfelijk bepaald dan in arme. Dat komt omdat in rijke landen vrijwel iedereen voldoende te eten, goede zorg en gezonde leefomstandigheden. Dat zijn precies de factoren, die in arme landen het verschil tussen mensen kunnen maken.

Recentelijk heb ik dan ook met fascinatie naar de documentaire ‘Three identical strangers’ zitten kijken. Het is het bizarre verhaal van drie identieke broers, die gescheiden opgroeien en twintig jaar later bij toeval worden herenigd. Wanneer de ene broer (Robert) begin jaren tachtig nietsvermoedend zijn nieuwe school binnenloopt, wordt hij daar door een klasgenoot voor volstrekt iemand anders aangezien. Niet zo vreemd, want op diezelfde school blijkt zijn identieke tweelingbroer (Edward – what’s in the name?) rond te hebben lopen. Wanneer het verhaal de media haalt, blijkt er ook nog een derde broer (David) in het spel. En dat terwijl geen van de broers überhaupt van elkaars bestaan afwist. Ze krijgen als jongens van 19 jaar zelfs een klein rolletje in de film ‘Desperately Seeking Susan’. Jawel, de debuutfilm van een toen écht nog jonge Madonna. Zij ziet er voor haar leeftijd (61 ondertussen) nog ‘verdacht’ goed uit. Dat zit bij haar niet in de genen, maar in de ‘hulpmiddelen’. Verder zal ik niks ‘spoilen’ over deze documentaire. Kijken is de moeite waard, zie hier de trailer.

Ook het gedachtengoed van de beroemdste Nederlandse neurobioloog Dick Swaab is in dit kader interessant. Hij stelt dat bij de geboorte van een mens zijn/haar mogelijkheden en beperkingen al onwrikbaar vastliggen. Slechts in de allereerste kinderjaren valt nog iets te sleutelen aan de bouw van de hersenen. Het komt er eigenlijk op neer dat “als je voor een dubbeltje geboren bent, je nooit een kwartje zult worden”.

Wil jonge ouders verder niet ontmoedigen, maar uit recente studie (verschenen in het vakblad ‘Behavior Genetics’) is gebleken dat ‘brave kinderen hebben’ géén grote verdienste is van de ouders, die systematisch goed gedrag belonen en dus zouden versterken. Er blijkt namelijk een belangrijke genetische component in te zitten. Kinderen kunnen uit zichzelf braaf zijn, zonder dat ze het hoeven te worden. Toch erfelijk dus, maar niet alles bepalend. Genen zorgen voor het potentieel om zich op een bepaalde manier te gedragen, maar kinderen  kunnen beslissen  het anders te doen onder druk van ervaringen of omgevingsfactoren. ‘Opvoeding is vaak niet meer dan vermomde genetica’ luidt de titel van het artikel, waarin ik dit alles las.

Tsja, dat maakt het allemaal niet makkelijker. Met ondertussen nog steeds twee pubers hier thuis – de oudste is uitgevlogen – proberen wij te blijven praten met onze meiden én grenzen te stellen. Er zijn hele boekenkasten volgeschreven over pubers. Je vindt overal tips.

Terug naar mijn eigen talent (-en). Welke dan? Natuurlijk kan je ook goed ergens in zijn of worden zonder talent. Je bent dan gewoon een ‘expert’ die door iets heel vaak te doen of te trainen ergens goed in is geworden. Over de vele uurtjes, die ik in het edele schaakspel heb gestoken, vertelde ik al eens. Ben bang dat het toch onvoldoende was voor een serieuze schaakcarrière. Ik schreef eerder over de 10.000 uren regel. Oefening is wel degelijk lonend, maar niet alles bepalend.

Zelf schaar ik mij achter het idee dat het een combinatie is van erfelijkheid en omgevingsfactoren. Erfelijke aanleg zorgt waarschijnlijk voor de grenzen van wat haalbaar is. Verder is het gewoon ‘oefening baart kunst’. Kortom: een mens moet zich blijven ontwikkelen. Leren doe je je hele leven…

Genen of opvoeding? Goethe schijnt het ooit mooi gezegd te hebben: “Behandel iemand zoals hij is en hij zal zo blijven. Behandel iemand zoals hij kan zijn en hij zal zo worden”.

Baardmannetjes

Nu denkt iedereen direct aan onze koning Willem-Alexander, maar we vergeten dat baardmannetjes eigenlijk hele bijzondere wilde vogeltjes zijn. Deze kleine zangvogeltjes met een lange staart, een dunne spitse snavel en korte pootjes hebben een mooi oranjebruin verendek. Het mannetje heeft opvallende baardstrepen, die bij het vrouwtje juist ontbreken. Ook niet onbelangrijk is dat de baardmannetjes monogaam zijn. En zeker voor zangvogels is dat niet zo vanzelfsprekend. Zo zijn de bekende koolmezen de grootste vreemdgangers. Zo’n 10 procent van de mannetjes die jongen eten geeft, is niet de vader van de kleintjes. Het verhaal gaat dat in de ‘grotemensenwereld’ het percentage ongeveer gelijk hieraan ligt. Met deze introductie wil ik overigens niet de grote (vogel-)kenner uithangen, want dat is hier thuis absoluut m’n lieve ega.

Na het zomerreces bedacht ik me vandaag op de ‘World Beard Day’ (ook wel de ‘Internationale Dag van de Baard’ genoemd) eens ‘luchtig’ met een nieuwe blog uit de startblokken te schieten. Graag heb ik het met jullie dan ook over mannen met baarden. Na zo’n zomerperiode zie je ze steeds vaker. Zelf draag ik ook al een paar jaar een baard (-je). Waarom doen mannen dat? Natuurlijk niet alléén uit luiheid, zoals sommigen zullen zeggen.

Het schijnt wetenschappelijk bewezen te zijn – volgens ‘The Journal of Evolutionary Biology‘ – dat de man met een volle baard geschikt is voor een lange relatie. In een serie van foto’s had dezelfde man met behulp van Photoshop lichte stoppels, zware stoppels, een volle baard en tenslotte was hij ook gladgeschoren. Dat laatste viel bij de vrouwen helemaal niet in de smaak. Zo’n man was niet aantrekkelijk voor een lange relatie, maar ook niet voor een korte relatie en zelfs niet voor een ‘one-night-stand’. Tsja dan moet je toch écht iets anders. Mannen met zware stoppels, daarna met lichte stoppels, scoren het beste voor een korte relatie of een ‘one-night-stand’. Maar voor de lange relatie – dat willen we toch allemaal!? – werkt de volle baard dus het beste.

De baard wordt door vrouwen geassocieerd met dominantie. Bij vrouwen heerst het diepgewortelde verlangen van een beschermer. Dit zou betekenen dat deze ‘caveman’ ervoor zorgt dat er een goed stuk vlees op tafel komt. Of een quinoa salade natuurlijk. Daarnaast lijk je met een baard vaak een stuk ouder. Vrouwen delen liever niet het bed met een broekie met een blotebillengezicht, maar juist met een volleerde en volwassen man. Ik verzin dit niet hè! Dit is allemaal nog ‘studiemateriaal’…

Nu ook onze koning aan de baard is gegaan (en vele andere heren van Koninklijke Huize in binnen- en buitenland zijn hem al voorgegaan), is de gewetensvraag hoelang de baard ‘hip’ blijft. Ik durf het niet te zeggen. Voor Willem-Alexander mét baard komen overigens voorlopig nog géén nieuwe postzegels en munten. PostNL heeft overigens al wel een voorbeeld hiervan laten maken. Ook zij gaan met hun tijd mee.

Zelf denk ik overigens dat er een andere reden (dan de charmeur zijn) is om als man (ik bedoel dus niet Conchita, die vreemde songfestivalverschijning destijds) baarddragend te zijn. Het doet je wijzer en meer volwassen overkomen. Op die manier denk je je te kunnen onderscheiden van je eigen jeugdige ‘ik’, waarmee je een nieuwe of volgende periode inluidt.

In beginsel lijkt het niet hoeven scheren heel praktisch (lees: gemakzucht), maar uiteindelijk moet je ook een baard bijhouden. Heb al wat tondeuses versleten. Daarnaast word je als baarddrager nog wel eens als boef gezien. Althans zo heeft zeker in het begin m’n eigen moeder mij zo gezien. Dat begon voor haar te veranderen toen de eerste beroemde acteurs ook aan de baard gingen.

De echte diehards gaan trouwens voor een ‘yeard’. Dat is een baard die je een jaar lang laat staan zonder er iets aan te doen. Volgens mij gaat dat er op een gegeven moment vrij onsmakelijk uitzien. Allerlei hippe barbershops bieden hiervoor de oplossing. Heb er wel eens ééntje in Amsterdam bezocht (ik had het cadeau gekregen), maar dat eindeloos gescheer en gepluk aan m’n gezicht – zat er wel bijna een uur geloof ik – was niks voor mij.

In Nederland wordt de baard nog een beetje miskend, hoewel de barbershops (zeker in Amsterdam) als paddenstoelen uit de grond schieten. Zo wordt Wereld Baarddag (elk jaar op de eerste zaterdag van september) in andere landen op gepaste wijze gevierd. Baard dragende mannen gaan met elkaar naar een bar en samen als echte ‘cavemen’ barbecueën. Er zijn zelfs gedurende het jaar allerlei competities voor de mooiste baarden en snorren. Onderschat het niveau niet, zou ik zeggen. Kijk zelf maar (hier en hier).

Zo hou ik ook m’n behaarde gezicht nog maar even, want de gevleugelde woorden hier thuis zijn nog steeds: ‘hij houdt van haar, en zij houdt van haar’. Het helpt natuurlijk dat mannen met baarden soms ‘de goden der aarde’ genoemd worden. Denk overigens dat die vergelijking meer komt door Sinterklaas en Jezus. Inderdaad allemaal mannen met baarden.